Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
08 september 2004 3 minuten leestijd
Ziektebeelden

Vaders prinses

Plaats een reactie

Silke is een wat teruggetrokken kind. Nurks én een beetje een dromer. Zit zij in de klas, dan dwalen haar gedachten af naar een leven als koe die, zwaar en log, in de wei plotseling begint te rennen. Steeds harder. Zo hard dat de koe verandert in een vogel. Haar juf Marian fronst de wenkbrauwen bij zo veel dromerij. Zij zegt: ‘Je bent zo stil. Alsof je steeds met je gedachten ergens anders bent. (...) Als er iets is, dan kun je altijd naar me toekomen.’ Maar Silke hoort die woorden nauwelijks, roept ‘tot morgen’ en holt het schoolgebouw uit.



Bij voorkeur zit Silke in het grote park. Daar ontmoet zij op een dag Engel, een meisje met ‘ogen zo blauw als de lucht op een warme zomerdag. Eindeloos blauw zonder spatje of vlekje.’ Engel zoekt toenadering, Silke weert af. Zoals altijd. Vriendschap zoekt zij niet. Met niemand. De volgende ochtend wordt Engel geïntroduceerd als nieuw klasgenootje. Engel gaat naast Silke zitten.


‘Hoi’, mompelt Silke.


‘Zit je alleen?’


Ze kijkt Engel aan. ‘Hoezo?’


Engel haalt haar schouders op. ‘Je hebt zo veel ruimte om je heen.’


‘Ik ben dol op ruimte. Hoe meer, hoe beter,’ zegt Silke.

Silke is de hoofdpersoon in het kinderboek Acht dagen met Engel van Tanneke Wigersma. Er is iets aan de hand met Silke. Maar wat? Ook thuis is zij schichtig. Het liefst rent zij meteen naar haar kamer en haar konijn Ko. Dan hoort zij voetstappen. De voetstappen van haar vader. ‘Was ze maar een konijn. Konijn. Konijn. Het woord konijn botst tegen de binnenkant van haar hoofd. Konijn! Konijn! Konijn!’ Als konijn kan ze wegspringen en in een hol duiken. En als vader haar roept, antwoordt zij niet. Zij is immers een konijn ... Vader opent de deur en geeft haar een cadeau: een nieuwe voerbak voor Ko. Vader noemt haar ‘mijn prinses’ en zoent haar liefdevol op de wang. Silke gaat haar jongere zusje in bed stoppen en rent de kamer uit.



Een dag later krijgt de lezer een oorvijg van de werkelijkheid.


‘Vader duwt Silke zacht haar kamer binnen. Silke kruipt onder de dekens, maar ze zijn niet diep genoeg. Het is daar niet diep genoeg van vader weg. (...) Hij gaat op de rand van het bed zitten. “Mijn grote meid”, zegt hij terwijl hij haar haar streelt. Ze doet haar ogen dicht. Ze voelt hoe hij naast haar kruipt. Het bed is te klein voor hem. Hij drukt zwaar tegen haar aan. Ze hoort iets ritselen en er valt iets op haar borst. Ze moet haar ogen wel opendoen. Op haar borst ligt een glimmende strip met pilletjes.


“Wat is dit?”


“De pil”, zegt vader. “Het wordt tijd dat je hem gaat gebruiken. (...) Je zult minder last van buikpijn hebben. En je krijgt geen puistjes. Je bent zo mooi nu.” Incest.

Engel vermoedt dat er iets mis is. Vraagt of Silke problemen heeft thuis. Silke antwoordt niet. ‘Het liefst zou ze Engels benen vastbinden aan de bank. Met van dat dikke scheepstouw.’ Dan treft Engel pardoes doel. ‘Zit hij aan je?’ Silke verstijft en voelt een vrieskou van langs haar benen omhoogtrekken. Zij antwoordt niet, waar zij liefst hardop wil ontkennen. Is het niet immers ook haar schuld (haar vader vertelde haar dat zij hem verleidde)? Wie zal haar geloven? Kan haar moeder dit aan? Maar haar jongere zusje ... hoe moet het met haar?’


Haar zusje is uiteindelijk de reden dat Silke toegeeft. Haar zusje mag niet overkomen wat haar gebeurde. En de meisjes stappen naar juf Marian.


Acht dagen met Engel is een tour de force. Wigersma schuwt pathos en grote woorden. En Silke is niet ‘louter’ een willoos slachtoffer, zij is een kind van vlees en bloed: lastig, nukkig, onpeilbaar en soms ronduit onuitstaanbaar. Acht dagen met Engel is geen drammerig en geen zwammerig boek. Het is de integere evocatie van een uiterst kwetsbaar meisje. En prachtig geschreven. Als Engel aan Silke vraagt of zij er met haar moeder over heeft gesproken, denkt Silke: ‘Als ik haar vertel wat er aan de hand is, breekt ze. In twee stukken. Daar sta ik dan met twee stukken moeder. Het onderstuk rent naar de keuken om chips te pakken. Het bovenstuk schudt haar hoofd en begint te huilen. En het komt nooit meer goed.’

Indringend geeft Tanneke Wigersma stem aan wat in de spreekkamer vaak hooguit verholen aanwezig is en meestal zelfs afwezig. Het navrante daarbij is dat de vader van Silke ... huisarts is. n


Frans Meulenberg,


onderzoeker aan de afdeling Medische Ethiek, Erasmus MC Rotterdam

Vader duwt Silke zacht haar kamer binnen

print dit artikel
Ziektebeelden
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.