Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Pieter Barnhoorn
14 december 2016 4 minuten leestijd
opinie

Transparantieregister is goedkope biechtvader

Bindende gedragscode zou geloofwaardiger zijn

5 reacties
getty images
getty images

De medische wereld is te innig verstrengeld met de farmaceutische industrie, en een Transparantieregister verandert dit feit niet. We zijn het als artsen aan de samenleving verplicht om met die verstrengeling korte metten te maken, betoogt Pieter Barnhoorn.

Voormalig bijzonder hoogleraar farmaceutische geneeskunde Out kreeg recentelijk van Medisch Contact vier pagina’s de ruimte zijn voormalige broodheren te verdedigen op een manier die aan de borreltafel niet zou misstaan (MC 37/ 2016: 18). Het stuk werd zelfs afgesloten met een advertentie voor zijn nieuwe boek: Leve het geneesmiddel!

Maar de commerciële belangen van farmaceuten stroken eenvoudigweg niet met het belang van de maatschappij, namelijk dat artsen kosteneffectieve, veilige geneesmiddelen en, als het even kan, géén geneesmiddelen voorschrijven. Het feit dat betalingen van farmaceuten aan artsen vermeld staan in het Transparantieregister doet hier weinig aan af.

Relatie met de samenleving

De Stichting Transparantieregister Zorg is in 2012 opgericht met als doel de financiële relaties tussen zorgaanbieders en farmaceutische bedrijven inzichtelijk te maken. Toenmalig minister Klink van VWS nam het initiatief, verder werd op zelfregulering door betrokken partijen gehoopt. Resultaat was het Transparantieregister, waarin, met enige moeite, valt op te zoeken welke zorgverleners (op naam of BIG-nummer) en welke zorginstellingen (op KvK-nummer) betalingen ontvangen van de farmaceutische industrie.

En daarmee was de kous af. Iedere burger met toegang tot internet kan nu immers alle geldstromen inzien. Bovendien zijn docerende dokters verplicht hun gehoor in een ‘diclosure sheet’ inzage te geven in hun financiële banden. Oftewel: niemand heeft meer iets te verbergen, dus iedereen is te vertrouwen. Het eeuwige: ‘wie betaalt, bepaalt’ en ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’ van het journaille, zijn sommige collega’s dan ook meer dan beu. Wat echter vergeten wordt is dat journalisten (een deel van) de samenleving vertegenwoordigen. En dokters kunnen alleen dokter zijn bij de gratie van die samenleving. Artsen ontvangen van de samenleving een professionele status met als ingrediënten: vertrouwen, een riant salaris, een grote vrijheid van handelen, het privilege van de zelfregulatie en het monopolie op de uitoefening van de geneeskunde. De samenleving verwacht van dokters onder meer: goede zorgverlening, competentie, integriteit, betrouwbaarheid, transparantie en objectieve adviezen. De samenleving trekt de integriteit in twijfel van artsen die zich door de industrie laten betalen en ze heeft daar goede redenen voor. De kous is helemaal niet af.

Gedragscode

Hoe zorgen we nu dat artsen een heilzamere relatie krijgen met de farmaceutische industrie? Artsen en hun organisaties zullen hieraan moeten beginnen voordat ze door de samenleving gedwongen worden, maar het vergt wel (denk-)werk. De individuele arts kan vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie op verschillende manieren tegenkomen, en er ook steun aan hebben. Hij kan artsenbezoekers ontvangen, praktijkondersteuning toestaan, gesponsorde nascholing volgen, gesponsorde nascholing geven of samenwerken in onderzoek. Farmaceuten voorzien duidelijk in een behoefte van artsen aan informatie, ondersteuning en nascholing. Een artsenbezoeker brengt de dokter gratis op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op farmaceutisch gebied. Ook helpen artsenbezoekers graag bij het opzetten van bijvoorbeeld een astmaspreekuur. Of ze voorzien de dokter van gratis voorlichtingsmateriaal voor de patiënten. Een groot deel van de verplichte nascholing voor artsen wordt betaald en bepaald door de farmaceutische industrie.

Iedere burger kan nu alle geldstromen inzien

Maar het kan ook anders. Om te beginnen zou een-op-eencontact tussen arts en vertegenwoordiger van de farmaceutische industrie verboden kunnen worden. Vakbladen en ongesponsorde nascholingen zijn prijzig, maar bieden onafhankelijke informatie. Daarmee is de patiënt meer geholpen dan met de door de farmaceut beloofde hemel op aarde. Onderzoek, nu vaak gesponsord door de industrie, anders organiseren, vergt veel meer denkwerk. Hier kan ook begonnen worden met het uitbannen van een-op-eencontact tussen arts en farmaceut. Een groep onderzoekers bedotten is moeilijker dan een individuele, eerzuchtige dokter. Ook zou erover nagedacht kunnen worden om onderzoeken en eventuele sponsoring zoveel mogelijk in Europees verband te organiseren.

Wat in elk geval nodig is, is een korte, eenduidige en bindende gedragscode. Deze code zou in samenspraak met de samenleving tot stand moeten komen. De KNMG moet hierin het voortouw nemen. Tot nu toe staan er op de site van de artsenfederatie wel wat gedachten over de eventuele banden met de farmaceutische industrie, maar deze zijn moeilijk vindbaar en wat de KNMG er nou precies van vindt, is verre van duidelijk.

Pure genade

Het Transparantieregister fungeert momenteel als goedkope biechtvader. Artsen menen door heel transparant hun financiële banden op te biechten, recht te hebben op absolutie. Artsen hebben echter nergens recht op. Het is pure genade en een door de samenleving geschonken voorrecht de geneeskunde te mogen beoefenen. Dus collega’s, we moeten afdalen van onze Olympus en met gepaste bescheidenheid werk maken van die zelfregulering. We moeten werken aan een strenge gedragscode om ons daar vervolgens ook aan te houden, zodat de samenleving (opnieuw) vertrouwen in ons kan stellen!

auteur

Pieter Barnhoorn, huisarts, Leiden

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteur.

contact

p.c.barnhoorn@lumc.nl

cc: redactie@medischcontact.nl


lees ook

download dit artikel (pdf)

belangenverstrengeling opinie transparantieregister
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Carla Hollak, Internist; Hoogleraar erfelijke stofwisselingsziekten, Amsterdam 18-12-2016 12:17

    "Collega Barnhoorn heeft groot gelijk als hij aangeeft dat de commerciële belangen van farmaceuten niet stroken met het belang van de maatschappij. Het transparantieregister is een stap in de goede richting, maar daarmee is de kous inderdaad niet af. Ik zie om me heen dat nascholing, congresbezoek en post-marketing onderzoek als vanzelfsprekend door belanghebbende fabrikanten gefinancierd wordt. Extra kwetsbaar is financiële ondersteuning van ontwikkeling van (internationale) richtlijnen voor gebruik van medicatie of van initiatieven om diagnostiek te verbeteren. Een "unrestricted" grant suggereert dat fabrikanten zich er inhoudelijk niet mee bemoeien, maar leidt die financiële steun niet toch tot een gekleurde uitkomst? Als we dit anders willen, dan betekent dit voor de beroepsgroep niet alleen bewustwording en transparantie over belangen, maar ook afzien van bepaalde interacties met bedrijven. De overheid heeft hier een cruciale rol: op dit moment is het onmogelijk om voldoende financiering voor post-marketing onderzoek, onderwijs en richtlijnontwikkeling te krijgen. Met een fractie van het geld wat farmaceuten uitgeven kunnen we prima zelf dit soort activiteiten op ons nemen.
    Persoonlijk zou ik nog een stap verder willen gaan: beperk interactie met farmaceutische industrie tot ontwikkeling van innovatieve geneesmiddelen en schaf alle post-marketing activiteiten af. Een aardige bijwerking is dat daarmee de medicatieprijzen fors naar beneden bijgesteld kunnen worden.
    "

  • jos rensing, huisarts, den haag 17-12-2016 13:39

    "--Artsen hebben echter nergens recht op. Het is pure genade en een door de samenleving geschonken voorrecht de geneeskunde te mogen beoefenen.--

    Ik weet niet of Pieter Barnhoorn ze zelf bedacht heeft, maar ik vind het prachtige zinnen, die ik zeker zal onthouden om nog eens bij een speech te gebruiken.
    Maar het slaat natuurlijk nergens op..."

  • Henk Jan Out, Farmaceutisch geneeskundige, Oss, Kopenhagen 16-12-2016 21:21

    "Collega Barnhoorn heeft het maar moeilijk met de belangstelling voor mijn boek en doet die af als borrelpraat. Al eerder reageerde hij verbolgen in Medisch Contact en de Volkskrant. Jammer, juist voor dergelijke sceptici heb ik het boek geschreven en ik hoop dat hij ooit zichzelf durft open te stellen voor een ander geluid.
    Barnhoorn pleit voor het volledig afschaffen, soms zelfs verbieden van interacties tussen zorgaanbieders en bedrijven, want artsen laten zich "bedotten". Hij moet zich echter realiseren dat bedrijven zelf geen patiënten behandelen en dat zij voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen volledig afhankelijk zijn van artsen. De industrie sponsort 60% van alle klinische geneesmiddelenstudies in Nederland. Er zijn vrijwel geen echte experts meer die niet op een of andere wijze onderzoek of advieswerk voor de industrie hebben verricht. Het is goed deze relaties transparant te maken. Door categorisch dergelijke samenwerkingen te veroordelen creëert Barnhoorn juist een bias in plaats van die te voorkomen en daarmee "bedot" hij zichzelf en de medische gemeenschap. Maar erger, de patiënt is uiteindelijk de dupe want nieuwe middelen kunnen dan niet meer ontwikkeld worden gezien de prohibitief hoge kosten die verbonden zijn aan klinische studies. En die middelen bereiken de patiënt vervolgens niet omdat niemand behalve Barnhoorn en zijn industrie-mijdende collega's er iets over mogen zeggen. In het belang van de samenleving, zo betoogt hij. Echt? De belasting- en premiebetaler gaan geneesmiddelenontwikkeling niet opbrengen. Artsen gaan ook niet massaal zelf meebetalen aan congresbezoek en nascholing, is de ervaring. Laat we dus samenwerken en die interacties goed reguleren in plaats van een moralistisch vingertje te heffen.

    Henk Jan Out, auteur "Leve het geneesmiddel!". Kijk op www.henkjanout.nl om al mijn dubieuze belangen te bestuderen."

  • Hubert Oostenbroek, orthopedisch chirurg, Den Haag 16-12-2016 11:15

    "Geachte collega Barnhoorn, dank voor uw moraliserende woorden. Vanzelfsprekend hebben artsen een verantwoordelijkheid naar de maatschappij, en hebben ze een status die u bevoorrecht noemt. Het effect dat u beschrijft, namelijk dat mensen (artsen dus ook) beinvloed worden door sponsors is alom bekend en met een actief bewustzijn daarvoor kan het worden voorkomen. Een deel van de oplossing ligt in transparantie en afspraken. Maar door weer meer regels in te stellen, maak je het hele systeem kapot. Er zitten gevaren, maar er zijn ook kansen en die draai je de nek om met uw voorstel. Ik meen dat u meer dan 99% van onze collega's te kort doet door te stellen dat zij geen onderscheid kunnen maken. We zijn allen hoogopgeleid, zijn jarenlang getraind om kritisch te denken en telkens de keerzijde van de medaille te bekijken.
    Ik wil dan pleiten voor goede scholing op dit gebied in de geneeskunde studie, met het bewust worden van het risico van beinvloeding zijn we er vast al.
    Met uw betoog gaan we weer jaren terug in de tijd, en duwt u onterecht de professie opnieuw in de verdachtenhoek en dat is iets waar we allen geen behoefte meer aan hebben: collega's die het vanaf een zelfgecreëerde academische Olympus een stuk beter menen te weten dan al die vermeend agnostische perifere collega's."

  • L. Willems, Huisarts in ruste, Nijnwgen 16-12-2016 07:30

    "Als de overheid niet heel gauw zelf meer geld gaat steken in echt onafhankelijk onderzoek blijft het probleem onveranderd groot.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.