Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
interview

Tijd is tijd

'Besef van verleden, heden en toekomst maakt ons vrij'

2 reacties
Deze donderdag verschijnt de eindejaarsspecial 'Tijd'. Hier vast een eerste inkijk.
fotografie: Josef Horazny / CTK / Hollandse Hoogte
fotografie: Josef Horazny / CTK / Hollandse Hoogte

Arts, denker en schrijver Raymond Tallis schreef een dik boek over tijd. Hij vindt dat de natuurwetenschap het begrip tijd heeft gekaapt en uitgekleed. Dat is jammer want besef van verleden, heden en toekomst maakt ons vrij.

‘Wanneer maar niemand het me vraagt, weet ik het; wil ik het echter uitleggen aan iemand die het vraagt, dan weet ik het niet.’ Geen boek over tijd of dit antwoord van kerkvader Augustinus op de vraag ‘Wat is tijd?’ wordt erin geciteerd. Zo ook het boek dat Raymond Tallis dit jaar aan het thema wijdde: Of Time and Lamentation. Reflections on transience. Anders dan Augustinus probeert Tallis het echter wel uit te leggen – al heeft hij daar maar liefst zevenhonderd pagina’s voor nodig.

Raymond Tallis is een van de meest gevierde denkers in het Verenigd Koninkrijk. Hij is een dokter die aan filosofie doet, of misschien beter nog: een filosoof die tevens de geneeskunde beoefent. Zijn staat van dienst doet een kruising vermoeden van wijlen Ad Dunning en Bert Keizer – ook filosofisch, essayistisch en literair begaafde artsen. Zijn boekenproductie lijkt op die van een andere bekende arts-schrijver, Simon Vestdijk, van wie werd gezegd dat hij sneller schreef dan God kon lezen.

Tallis beweegt zich op zoveel terreinen – hij schrijft ook literaire kritieken, analyseert de filosofische grondslagen van de neurowetenschap en produceert zo nu en dan een bundeltje poëzie – dat de typering ‘homo universalis’ niet overdreven is. Een Britse journalist omschreef hem treffend als een publieke intellectueel die even lucide kan spreken over de Griekse filosoof Parmenides als over kalium-uptake, en even eloquent kan debatteren over de filosoof Heidegger als over de menselijke evolutie. En daarbij is hij niet te beroerd om zich te mengen in het maatschappelijk debat, bijvoorbeeld over de kwaliteit van de National Health Service (NHS).

Het boek dat hij aan tijd heeft gewijd, en dat sommigen als zijn magnum opus zien (maar er staat alweer nieuw werk op stapel) is opnieuw een bewijs van zijn wijde blik en zijn eruditie. Het is bovendien een hartstochtelijke verdediging van zijn idee dat de mens het enige wezen is dat zichzelf niet louter in het hier en nu ervaart, omdat de biologie ‘ons het paspoort verschaft waarmee we de natuur achter ons konden laten en konden afreizen naar een plek waar we ons voordeel kunnen doen met de natuur, en dat alles met een doel dat de natuur zich niet kon voorstellen (al stelt de natuur zich natuurlijk nooit iets voor).’

Van alle filosofische problemen is De vraag naar de aard van de tijd de diepste

Tallis omschrijft zichzelf als een seculier, atheïstisch humanist. Als hij aan het eind van zijn volumineuze, kraakheldere studie besluit dat nog vele vragen openstaan, constateert hij: ‘The inquiry therefore continues. It will soon be taken over by heads other than this one which, all too soon for its owner, will be thoughtless powder in a jar.’ Gevoel voor onderkoelde humor heeft hij ook. Hij is per slot van rekening een Brit.

Raymond Tallis

Raymond Tallis (Liverpool, 1946) was tot 2006 hoogleraar geriatrie (universiteit van Manchester). Hij is ook filosoof, cultuurcriticus, columnist en dichter. Het blad The Economist rekent hem tot de belangrijkste hedendaagse denkers. Tallis publiceerde tientallen boeken en honderden artikelen in de lekenpers en in vakbladen als The Lancet en Nature Medicine. Hij schreef veelgebruikte handboeken op het gebied van de geriatrie en de neurologie van de veroudering.

Zijn filosofische beschouwingen gaan voornamelijk over taal, bewustzijn en het lichaam-geestprobleem. Groot succes had hij met het briljante Aping Mankind: Neuromania, Darwinitis and the Misrepresentation of Humanity (2011), een grondige kritiek op de overdreven claims van de neurowetenschap en de evolutietheorie. Twee van zijn boeken verschenen in het Nederlands: Van oor tot oor. Over denken, blozen, huilen, ademen en andere zaken van het hoofd in 2009 en De Vinger in 2011.

Tallis is ook bestuurlijk actief en was als zodanig onder meer betrokken bij NICE (National Institute for Clinical Excellence), en was voorzitter van het Royal College of Physicians Committee on Ethics in Medicine en voorzitter van de Healthcare Professionals for Assisted Dying (HPAD).

www.raymondtallis.co.uk

Waarom wilde u een boek over tijd schrijven?

‘Ik ben een zeventigplusser: ik heb het gevoel dat ik in een klein bootje zit dat wordt voortgedreven door een krachtige stroom richting een waterval. Dus speelde zeker een rol het gevoel dat als ik – of wij – anders zouden denken over tijd, dat ik dan minder een gevoel van hulpeloosheid zou hebben met die waterval in zicht. Dat is – dat weet ik ook – magisch denken: de hoop dat je zo over tijd kunt denken dat de onvermijdelijkheid van onze vergankelijkheid wordt opgeheven, is een illusie.

Nog een reden is dat van alle filosofische problemen de vraag naar de aard van de tijd de diepste is.

En dan is er nog een derde motief: ofschoon ik wetenschap de grootste cognitieve prestatie van de mensheid vind, bespeur ik ook dat scientisme (het idee dat de wetenschap het laatste woord heeft over de werkelijkheid, red.) in toenemende mate ons denken bepaalt. Ik heb niets met het bovennatuurlijke, maar ik bestrijd dat we louter natuur zijn. En dat de natuurwetenschappen uiteindelijk het universum en dus ook ons bestaan kunnen verklaren. Zoals breinactiviteit het laatste woord over bewustzijn zou zijn, zo zouden moderne fysische theorieën het laatste woord over tijd zijn. Ik wil de tijd redden uit de greep van de fysica, die de tijd ontdoet van alles wat hem uniek maakt. Natuurkunde stelt de tijd ruimtelijk voor en reduceert hem tot getallen: de werkelijkheid is vierdimensionaal en bestaat uit lengte, breedte, hoogte en tijd. In sommige delen van de meest geavanceerde fysica is tijd zelfs helemaal verdwenen, waardoor het lijkt alsof er eigenlijk niets gebeurt en er wezenlijk niets verandert. Dat is niet conform de menselijke ervaring.’

Maar u schrijft ook dat alledaagse intuïties en gezond verstand geen goede gidsen zijn bij het verwerven van inzicht in hoe de materiële, fysische wereld in elkaar steekt. Met wiskundige modellen lukt dat wel of in ieder geval veel beter. Kan het zijn dat onze taal niet toereikend is om die wiskunde – bijvoorbeeld als het gaat om tijd – vervolgens te interpreteren? Just calculate and shut up, zei een beroemde fysicus ooit.

‘Well, I won’t shut up, because I am not very good at calculating. Achter deze vraag liggen andere kwesties. In de eerste plaats dat de werkelijkheid intrinsiek wiskundig is, maar dat we dat in het dagelijks leven niet als zodanig zien. Maar als de wereld alleen maar wiskundig zou zijn, dan zou die bestaan uit een systeem van kwantiteiten en grootheden zonder specifieke inhoud. Ten tweede: als dat waar is en als de wereld dus niet is zoals ze is, waarom zijn we dan geëvolueerd om er zo mee om te gaan als we doen – namelijk op een niet-wiskundige manier? Van de andere kant, als de werkelijkheid intrinsiek niet wiskundig is, hoe kunnen we dan de bijna onredelijke effectiviteit van de wiskunde verklaren? Mijn antwoord: wiskunde is zo succesvol omdat het zich met één aspect van de werkelijkheid bezighoudt.’

Laten we het iets specifieker maken. Tijd en geheugen hangen nauw samen. U noemt geheugen ‘mentaal tijdreizen’ en u zegt daarbij dat de neurale basis van het geheugen niet voldoende is om dat te verklaren.

‘Er is in de natuurkunde van de tijd geen plaats voor verleden, heden en toekomst (tensed time noemt Tallis dit, red.). Terwijl ik denk dat juist tensed time onze vrijheid bepaalt, omdat alleen als je verleden, heden en toekomst kunt ervaren – wat een unieke menselijke eigenschap is – je niet volledig samenvalt met het fysieke moment waarin je je bevindt. Voor fysieke objecten zoals ons brein geldt dat wel: de toestand van mijn brein op tijdstip 1 is de toestand op dat tijdstip, en niets meer dan dat. Als ik me herinner dat we dit interview hebben afgesproken, weet ik expliciet dat het iets in het verleden was, want ik lokaliseer ons e-mailverkeer in het verleden. Dus moet ik weggaan van, of transcenderen als je wilt, van het nu. Voor dat transcenderen van het moment naar verleden of toekomst bestaat geen fysieke, neurale basis in het brein.’

Met geneeskunde zonder filosofie had ik me verarmd gevoeld

Maar er zijn niettemin vrij harde verbanden tussen hersenbeschadiging en geheugenverlies.

‘Zeker. Als je mij onthoofdt gaat mijn geheugen teloor en mijn IQ zal ook enigszins dalen. Goed functionerende hersenen zijn een noodzakelijke voorwaarde voor bewustzijn en geheugen. Maar geen voldoende voorwaarde. Om in een gracht te vallen in Amsterdam moet je in Amsterdam zijn. Maar dat is – weet ik uit ervaring – geen voldoende voorwaarde om in een gracht te vallen. Ik weet het: dit is niet het einde van het verhaal. Want hoe zit het dan wel? Dat blijft een mysterie. Ik ben geen dualist (alles bestaat uit materie of geest, red.), geen materialistische monist (alles is stof), geen panpsychist (alles is geest), ik ben een ontologische agnost: ik weet het niet, en daarin ben ik niet de enige. Ik zie die onwetendheid als een kans om zeer diep na te denken over hoe de wereld in elkaar zit.’

We zeggen wel dat de tijd voorbijgaat, dat de tijd stroomt. Is dat een goed beeld?

‘Dat is problematisch. Want als de tijd stroomt dan gebeurt dat in een zeker tempo. En dat veronderstelt een ander soort tijd waarin dat gebeurt, een soort tijd van hogere orde, en daar gebeurt vervolgens weer hetzelfde. Ik denk ook niet dat we een directe ervaring van de beweging van de tijd hebben, zoals we dat wel hebben van onze bewegingen in de ruimte. We ervaren dat bepaalde zaken zich op een zeker tijdstip voordoen, dat ze een bepaalde hoeveelheid tijd in beslag nemen en dat sommige dingen voorafgaan aan of gebeuren na andere voorvallen.’

Dat heeft natuurlijk ook alles te maken met bewustzijn. Bestaat tijd wel als wij, bewuste wezens, er niet zouden zijn?

‘Dat is een geweldige vraag. De negentiende-eeuwse Duitse filosoof Ernst Mach stelde dat in een wereld zonder observator tijd niet bestaat. Dat geeft tijd als het ware een plaats in ons bewustzijn. Maar er is een groot probleem: we weten dat het heelal ontstond, dat veel later de planeet aarde ontstond, nog weer later het leven, toen bewust leven en toen wij mensen. Er was dus al een soort van volgorde van gebeurtenissen in de tijd, nog voordat wij mensen op het toneel verschenen en ons bewust werden van die sequentie. Dat leidt tot een buitengewoon ingewikkeld vraagstuk: het lijkt erop dat subjectieve tijd afhankelijk is van objectieve tijd en dat die weer afhankelijk is van of omarmd wordt door onze subjectieve tijd. Ik gebruik hier graag het beeld van de mythische slang Ouroboros die zichzelf in de staart bijt. Maar ik geef toe: hier loop ik vast en pauzeert mijn denken.’

Hoe speelde tijd een rol in uw medische praktijk?

‘Eigenlijk alleen als het gaat om kwesties als timemanagement – niets metafysisch eigenlijk. Het is één van de teleurstellingen van mijn leven dat er zo weinig overlap is tussen de delen van de filosofie die mij interesseren – zoals tijd en de aard van het bewustzijn – en de geneeskunde die ik het meest interessant vind: de neurowetenschap. Ik ben bang dat er wat dat betreft twee zielen huizen in mijn brein: one is a physician, the other a metaphysician. Geneeskunde neemt je volledig in beslag; het is soms beangstigend, maar vaker nog geeft het grote voldoening. Toch zou ik me wat verarmd hebben gevoeld als ik niet ook de filosofie erbij zou hebben gehad.’

De ultieme vraag is uiteraard: wat is tijd? Is tijd iets, is het een ding, een entiteit?

‘De stelling die ik met mijn boek verdedig is: tijd is tijd. Tijd bestaat en is niet te reduceren tot iets anders. Elke definitie van tijd vooronderstelt bij nadere beschouwing dat je al weet wat tijd is. Is er zoiets als the stuff of time? Bestaat tijd op zichzelf of is het een verzameling verbanden tussen gebeurtenissen die in mensen een ervaring van tijd genereert? Einstein dacht aanvankelijk het laatste, later het eerste. Ik denk dat tijd iets is wat het midden houdt tussen beide opvattingen. Het hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. Tijd is in ieder geval nooit een veroorzaker van iets. We zeggen weliswaar ‘de tijd heelt alle wonden’, maar we bedoelen dat fibroblasten hun werk doen en dat neemt tijd in beslag.’

Blijft nog één intrigerende vraag over: waarom heeft u uw boek grotendeels in pubs geschreven? Vergeet u daar de tijd?

Tallis lacht luidkeels: ‘Het is een goede plek, omdat er – althans tot voor kort – geen wifi was, en ik dus niet werd afgeleid door twitter, e-mail en dat soort nonsens. Het is bovendien een compleet neutrale plek: ik werk er doorgaans gedurende een uur of vijf en wordt dan omgeven door een wereld die geen enkele interesse heeft voor waar ik mee bezig ben. Britse pubs zijn nu eenmaal niet gevuld met mensen die debatteren over metafysische vraagstukken.’

Of Time and Lamentation. Reflections on transience, Raymond Tallis, Agenda Publishing, 726 blz., 33,99 euro.
bestellen
Tallis in een kort debat over het onderwerp tijd: https://iai.tv/video/time-s-arrow

lees ook
download dit artikel in pdf
interview filosofie Tijd
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • G K Mitrasing, Vogelvrije huisarts, Amsterdam 20-12-2017 13:31

    "Mooi en prikkelend stuk maar ik zou de bewering in 'Besef van verleden, heden en toekomst maakt ons vrij' willen omkeren: "Besef van vrijheid maakt dat we een verleden, heden en toekomst kunnen construeren". Tijd is dan ook niets anders dan een constructie."

  • dolf algra, arts, commentator, opiniemaker, rotterdam 20-12-2017 13:17

    "Interessant interview. Nooit eerder van de beste man gehoord. Raymond Tallis. Maar erg de moeite waard om eens een 'tijdje' stil te staan bij het begrip tijd. Echt iets voor de kerstdagen.

    Doet me denken aan Olivier B Bommel van Maarten Toonder:

    Tijd is een raar iets, wil ik maar zeggen. Zodra ik "nu" heb gezegd, is dat alweer verleden tijd, als iemand begrijpt wat ik bedoel. Met Joost roei ik zelfs tegen de tijd in, en zet hem stil. Het is wonderlijk wat een heer vermag!"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.