Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
S.Broersen
17 december 2009 9 minuten leestijd

‘Tegen kernbommen valt niet op te dokteren’

Plaats een reactie

Artsen voor vrede stellen preventie centraal

Dokters die strijden voor de vrede en tegen kernwapens, ze zijn er nog. Niks jarenzeventigromantiek, ook vandaag de dag is de vredesstrijd actueel.
‘Nucleaire wapens, níet epidemieën, zijn de grote bedreiging voor de mensheid.’

Op een koude novemberdag met de witte jas aan de straat op om het winkelende publiek duidelijk te maken dat kernwapens de wereld uit moeten. Jarenzeventigtaferelen, middelbare geitenwollensokkentypes? Niets daarvan, ook vandaag de dag maken jonge mensen zich druk om dreigende oorlogen en het onheil dat wapens kunnen veroorzaken. Medisch studente Sophie Bernelot Moens was een van de organisatoren van het Europese studentencongres van de IPPNW, International Physicians for the Prevention of Nuclear War.

Daarvoor stapte ze de straat op, en vroeg aan de bewoners van Uden wat ze er eigenlijk van vonden dat een paar kilometer verderop, op luchtmachtbasis Volkel, Amerikaanse kernwapens opgeslagen liggen. Het idee iets te moeten doen kwam bij haar op toen zij stage liep in Palestijnse vluchtelingenkampen. Moens: ‘Natuurlijk weet je van het Israelisch-Palestijnse conflict, maar op het moment dat je daar bent, dringt pas echt door hoe schrijnend de situatie is waarin mensen leven. Op dat moment besefte ik: hier gaat iets mis, hier moet de wereld iets mee.

Moens werd daarna actief met andere studenten die verbonden zijn aan de Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie, de NVMP, die zich bezighoudt met gezondheidszorg en vredesvraagstukken. ‘De taak van medici is in mijn ogen als eerste om mensen beter te maken, maar we zouden ons ook moeten verdiepen in de gevolgen van oorlog voor mensen. En wat dat vervolgens voor collega-artsen in die gebieden betekent.’

Achter de feiten aan
Moens is niet de enige medische student, of dokter, die voelt dat zijn vak de verplichting meebrengt te strijden voor een vrediger en veiliger wereld. In Nederland zijn veel van hen verenigd in de NVMP, die gelieerd is aan de IPPNW. Herman Spanjaard, voorzitter van de NMVP en bestuurslid van de IPPNW, is in het dagelijks leven bedrijfsarts. Op het eerste gezicht zijn dat twee gescheiden werelden: bedrijfsleven en vredesbeweging. Zelf ziet hij dat niet zo:

‘Het overkoepelende thema is preventie. Op het werk gaat het om het voorkomen van bedrijfsongevallen, bij de NVMP gaat het om preventie van schade door oorlogen en wapens.’ Dat is anders dan de doelstellingen van artsen die werken in crisissituaties, zoals Artsen zonder Grenzen. ‘Eigenlijk zouden we voordat een conflict ontstaat, samen moeten optrekken. Natuurlijk, ze doen goed werk, heroïsch werk. Daarom halen ze veel geld op: het beeld van een hongerend kind in een oorlogssituatie appelleert aan het verantwoordelijkheidsgevoel van het publiek. Maar je loopt wel achter de feiten aan. We zouden ons bezig moeten houden met hoe we conflicten voorkómen.’

Lijfartsen
Hoe invloedrijk artsen kunnen zijn, bleek in de jaren tachtig, toen de IPPNW werd opgericht door onder andere de lijfarts van Reagan, Bernard Lown, en die van Brezjnev, Evgueni Chazov, vertelt Leo van Bergen, medisch historicus aan de VU en lid van de NVMP: ‘Het verhaal gaat dat deze cardiologen samen in een lift vast kwamen te zitten en het hadden over de wapenwedloop. Op dat moment waren er al zoveel kernwapens dat de wereld er tig keer mee kon worden opgeblazen.

Deze twee hebben, samen met andere artsen, gepleit voor in ieder geval een einde aan de wedloop, om de risico’s op ongelukken te verkleinen en er dus geld voor andere zaken zou vrijkomen. Kort daarop zette de ontwapening in, en werden er allerlei afspraken gemaakt.’ Van Bergen vindt het niet onwaarschijnlijk dat de lijfartsen hierbij van grote invloed zijn geweest: ‘Ze stonden heel dichtbij de wereldleiders, die geen keus hadden, ze moesten wel luisteren. Vergelijk het met in de stoel liggen bij de tandarts, daar kan je ook niet zomaar weglopen.’ De IPPNW ontving voor de inspanningen van de artsen in 1985 de Nobelprijs.

Nooit neutraal
De eerste medische vredesbeweging werd in 1905 opgericht, vertelt Van Bergen: ‘Die artsen richtten zich ook tegen oorlog zelf, maar toch vooral tegen het gebruik daarin van wapens zoals dumdumkogels en gifgas.’ Dat is voor de meeste pacifistische dokters het idee gebleven: de gevolgen van oorlog beperken, door te strijden tegen wapens en methodes die veel schade berokkenen. Maar er is ook een andere stroming, die ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Van Bergen: ‘Toen zei de Nederlandse verpleegkundige Jeanne van Lanschot-Hubrecht waarschijnlijk als eerste van de wereld dat dokters alle hulp aan gewonde soldaten tijdens oorlog zouden moeten staken, en zeker aan alle voorbereiding daarop, omdat zij daar alleen maar de oorlog mee in stand hielden. Dat standpunt namen later ook sommige artsen wel in, maar het is altijd maar een kleine onderstroom geweest. De meeste zeiden toch: ‘Als er oorlog is, moeten we de slachtoffers helpen.’ De discussie tussen de twee kampen duurt tot vandaag: ‘Artsen horen neutraal en apolitiek te opereren. Maar je kunt stellen dat als je optreedt in een oorlog, je nooit neutraal bent. Als je soldaten helpt, zorg je dat ze weer op het slagveld komen.’

Kernwapens
Tot de Tweede Wereldoorlog was de medische vredesbeweging relatief klein. Van Bergen: ‘Na de bommen op Hiroshima en Nagasaki veranderde dat. Dokters zagen in dat tegen atoombommen niet op valt te dokteren. Zo kwam de strijd tegen kernwapens op. In de jaren zestig, met de oorlogen in Biafra (van 1967 tot 1970 een onafhankelijke staat in het huidige Nigeria) en Vietnam, en later de koude oorlog en de wapenwedloop, kreeg de vredesbeweging een nieuwe boost. Toen ontstond ook de NVMP.’ Het belangrijkste thema van de NVMP, waarvan naast medici ook verpleegkundigen lid zijn, is de strijd tegen kernwapens. Dat roept beelden op van pleinen vol spandoeken, van honderdduizenden mensen in protest tegen de stalling van wapens in Nederland. Maar wel typisch jaren tachtig. De strijd tegen nucleair wapentuig lijkt gestreden.

Onterecht, vindt NVMP-voorzitter Spanjaard: ‘Dé grote bedreiging voor de mensheid zijn nucleaire wapens, niet epidemieën. Ik vind het geen prettig idee dat er wereldwijd vijfduizend kernwapens gereed staan, die binnen 5 minuten kunnen worden gelanceerd. In Rusland staan kernwapens ingesteld op coördinaten van Nederlandse steden! De kans op een wereldoorlog waarbij deze worden ingezet, is misschien niet zo groot, maar denk aan alle lokale conflicten. En een ongeluk is zo gebeurd. In 1995 werd een Noorse weerraket (een raket die een weersatelliet lanceert) door Russische radars voor een Amerikaanse raket aangezien, en werden de kernwapens in stelling gebracht. Een telefoontje naar Washington, of het wel klopte wat ze zagen, heeft een ramp afgewend. De veiligheid van de wereld hangt af van telefonische contacten.’

Vuurwerkramp
Je zou kunnen stellen dat dit een zorg van alle burgers is, maar Spanjaard vindt dat er een speciale taak voor artsen is weggelegd: ‘Als er een atoombom ontploft, vallen er honderdduizenden doden, en is een volledig medisch systeem onwerkzaam. Er zijn van die folders door de overheid uitgegeven, ‘wat te doen bij kernoorlog’. Wat een leugen! Er ís helemaal niets te doen bij een kernoorlog, het gezondheidszorgstelsel is nadien volledig ingestort. Maar dat is niet bespreekbaar. Terwijl we jaren praten over hoe we een tweede vuurwerkramp moeten voorkomen.

Hoe treurig het ook is, we hebben het daarbij over nog geen dertig doden. Wat is dat in vergelijking met de slachtoffers die vallen als een kernbom ontploft?’ Spanjaard vindt dat Nederlandse artsen en hun overkoepelende organisaties zich daar te weinig over uitspreken: ‘Als zij zich in de media laten horen, gaat het meestal over tarieven, of over disfunctionerende artsen. Maar weinigen doen prikkelende uitspraken over grotere thema’s. In Groot-Brittannië is dat wel anders, daar durft de Britse artsenorganisatie BMA wel een beroep te doen op de regering.’

Preventie
Het gevaar van kernwapens was ook voor Henk Groenewegen, hoogleraar anatomie aan de VU, reden om zich aan te sluiten bij de NVMP: ‘Alleen preventie is zinvol als we het over nucleaire oorlogsvoering hebben.’ Groenewegen is samen met Leo van Bergen een van de docenten bij de keuzecursus ‘Gezondheidszorg en vredesvraagstukken’ aan het VUMC, die steeds populairder wordt onder studenten.

Zo komen studenten, zoals Sophie Bernelot Moens, in aanraking met de rol die dokters kunnen spelen op het gebied van oorlog en vrede. Groenewegen vindt het prettig om vanuit zijn eigen werkveld actief te zijn op dit gebied: ‘Ik ben niet iemand die de straat op gaat om te protesteren. Maar ik vind dat artsen een brede maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen, die uitstijgt boven de zorg voor je eigen patiënten.’ Groenewegen vindt dat de medische stand wetenschappelijk onderzoek naar bijvoorbeeld de gevolgen van atoomwapens voor het voetlicht moet brengen en in begrijpelijke termen moet uitleggen: ‘Je kunt wel uit een bepaalde overtuiging actie voeren, maar als je dat kunt onderbouwen met harde gegevens, sta je steviger.’

Niet alleen atoombommen
De aandacht van de pacifistische dokters ligt niet meer alleen bij atoombommen. Spanjaard: ‘We houden ons ook bezig met de gevaren van lichte wapens. Kijk naar Congo, daar zijn de afgelopen jaren vier miljoen mensen gestorven door dit soort wapens. Maar de gemiddelde Nederlander, de gemiddelde dokter, weet dit helemaal niet. De IPPNW is daarom begonnen met One Bullet Stories, een manier om te vertellen wat één kogel kan veroorzaken, hoeveel het kost om die wond te behandelen, en wat er anders met dat geld had kunnen gebeuren. Je had er 250 kinderen mee kunnen vaccineren, of een gezin tien jaar lang mee kunnen voeden.

Die link met economische gevolgen is belangrijk, volgens Spanjaard: ‘Te lang hebben dokters vooral laten zien hoe zielig mensen zijn door de gevolgen van oorlog. Maar politici zijn vooral geïnteresseerd in geld. Op het moment dat je aantoont wat de impact op de economie is, wat het bijvoorbeeld betekent als er honderd jonge mannen niet kunnen werken door oorlog, pas dan vind je een gewillig oor. Want met idealisme kom je bij politici niet verder dan een kop koffie.’

 


Roeping
Spanjaard kan het weten, door zijn werk als bedrijfsarts heeft hij veel Kamerleden en bewindslieden goed leren kennen: ‘In de jaren tachtig was ik bedrijfsarts voor onder meer de Tweede en Eerste Kamer. De contacten die ik daar heb opgedaan, gebruik ik nu nog steeds.’ Hij, en anderen van de NVMP en IPPNW, oefenen hun invloed met name uit door veel te praten met deze mensen. Met succes, zo nu en dan.

Spanjaard: ‘Een vriend van mij, een Cubaanse chirurg, werd ooit uitgezonden naar Angola, en voerde daar in drie jaar tijd drieduizend amputaties uit bij slachtoffers van landmijnen. Als NVMP hebben wij een stevige lobby gevoerd voor het landmijnenverdrag. En via via kwamen we erachter dat Nederland nog twintigduizend landmijnen had, terwijl het verdrag al getekend was, die in de planning stonden om geëxporteerd te worden naar een Afrikaans land. Kamerleden hebben hierover vragen gesteld, en uiteindelijk zijn die mijnen vernietigd. Voor mij is de cirkel dan rond: dan hoeft niet een andere chirurg de gevolgen van deze mijnen op te lossen en kan hij zijn tijd aan andere zaken besteden. De levensles die ik hieruit trek, is dat je onvermoeibaar moet zijn, op de deuren moet blijven kloppen. Ook al lijk je soms een roepende in de woestijn, ook al vinden je collega’s je een idioot eneggen ze “doe maar gewoon je werk”. Ik zie de geneeskunde nu eenmaal als roeping, niet als broodwinning.’

Sophie Broersen
Beeld: Corbis, Michel Pellanders/HH, NVMP, IPPNW

Naar nummer 51/52

Evgueni Chazov (links) en Bernard Lown, richtten in 1980 de IPPNW op. Hun organisatie ontving in 1985 de Nobelprijs voor de vrede. Bij die gelegenheid zijn beiden gefotografeerd in Oslo.
In oktober 1983 vond de grootste Nederlandse demonstratie tegen de opslag (en het gebruik) van kernwapens plaats in Den Haag.
In oktober 1983 vond de grootste Nederlandse demonstratie tegen de opslag (en het gebruik) van kernwapens plaats in Den Haag.
<strong>PDF van dit artikel</strong>
print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.