Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Twan van Venrooij
20 april 2011 7 minuten leestijd

Talloze lijken glippen erdoorheen

Plaats een reactie


‘Niemand vertelt artsen waar ze op moeten letten’

De bevindingen van forensisch patholoog Frank van de Goot zijn vaak belangrijk bij het achterhalen van de toedracht van een verdacht sterfgeval. Toch blijft hij voorzichtig met het trekken van conclusies over doodsoorzaken. ‘Je hebt geen idee hoe een zaak ineens een draai kan krijgen.’

Achterdocht is een goede eigenschap voor een forensisch patholoog. Als een klinisch patholoog (weefsel van) een patiënt aangeleverd krijgt met de melding dat deze maag- en darmklachten heeft, kan hij er vanuit gaan dat dit klopt. Maar forensisch patholoog Frank van de Goot werkt precies andersom. ‘Ik heb wel eens een sectie uitgevoerd op een man die meer dan tweehonderd messteken had. De melding daarbij was: man gruwelijk afgeslacht. Maar toch was het een zelfmoord.’

Van de Goot is een van de vijf forensisch pathologen in Nederland. Hij verrichtte meer dan drieduizend secties. Zijn bevindingen kunnen bijdragen aan het ophelderen van een verdacht sterfgeval, maar Van de Goot is voorzichtig met het trekken van conclusies over de precieze toedracht. ‘Ik zal nooit zeggen dat iets een zelfmoord was. Het enige wat ik doe, is het beschrijven van alle letsels. Bij de man met de messteken viel op dat de steken vooral in de benen zaten en dat zijn verwondingen in de buik nog flinke bloedingen vertoonden terwijl er bij de steken in de borst nauwelijks bloed te zien was. Toen was het bloed op. Hij leek zichzelf van beneden naar boven te hebben gestoken.’

Vertaald in het juridisch jargon dat forensisch-pathologen moeten gebruiken, wordt dood door messteken ‘aanwijzingen voor de inwerking van herhaaldelijk uitwendig perforerend mechanisch geweld, zoals kan worden veroorzaakt door het steken met één of meerdere messen’. Dat is dan ook de enige conclusie die Van de Goot wil trekken in zo’n geval. ‘Ik heb alleen het lichaam. Met informatie uit het politieonderzoek, bijvoorbeeld over vingerafdrukken op een gevonden mes, of over de vraag of de man is gevonden in een vergrendelde ruimte, zal bepaald moeten worden of hij het zelf gedaan zou kunnen hebben.’ Dat een man zichzelf met meer dan tweehonderd messteken ombrengt, vindt Van de Goot niet eens zo heel bijzonder. ‘Vooral als het gaat om mensen met een psychose kun je van alles verwachten.’

Blijven beschrijven
Als Van de Goot een lijk krijgt waarbij er een ‘verdenking is op een strafrechtelijk vervolgbaar feit’ krijgt hij ook altijd te horen wat de vermoedelijke toedracht is. Of er een moordwapen is gevonden, wil hij echter niet weten. ‘Ik vind het veel leuker om eerst letsels te beschrijven en te kijken of ik zelf kan verzinnen wat is gebruikt om vervolgens te kijken of dat overeenkomt met wat is gevonden.’

Bij een sectie wordt de lijkschouw nog een keer overgedaan. Daarbij worden van alle mogelijke delen van het lichaam monsters genomen, van het vuil onder de nagels tot een uitstrijkje van de hals voor mogelijke DNA-sporen. Van de Goot streeft naar een zo compleet mogelijke beschrijving van alle blauwe plekken en wondjes, want details kunnen belangrijk zijn. ‘Ik heb wel eens een zaak gehad waarbij een man een aantal kogels in zijn lijf had en ik bij zijn haargrens twee kleine streepjes vond die op dat moment volstrekt onbelangrijk leken. Tijdens de afhandeling van deze zaak beweerde de verdachte dat hij ruzie had met de overledene en dat deze hem aanviel waardoor hij niet anders kon dan hem neerschieten. Een ooggetuige meldde echter dat de verdachte eerst met de achterkant van zijn vuurwapen tegen het hoofd van de overledene had geslagen en dat hij pas had geschoten toen deze op de grond lag. Toen de streepjes precies overeenkwamen met de achterkant van de kolf van het pistool, maakten ze ineens het verschil tussen moord en doodslag. Dat is de reden waarom je zoveel mogelijk moet blijven beschrijven. Je hebt geen idee hoe een zaak opeens een bepaalde draai kan krijgen.’

Bloed in de rug
De inwendige schouw begint meestal niet met de Y-snede, zoals op tv, maar met een rugdissectie. ‘Het zal je verbazen hoeveel bloed er in de rug kan zitten’, vertelt Van de Goot. ‘Wanneer iemand met een dikke jas een aantal keer flink met een honkbalknuppel op zijn rug is geslagen, zie je aan de buitenkant niets, maar kan hij als gevolg hiervan makkelijk doodbloeden.’ Ook al is iemand vijf keer door het hart geschoten, toch worden bij de inwendige schouw alle organen verwijderd en bekeken. Er zijn namelijk ook een heleboel gevallen die bij Van de Goot worden aangeleverd als de meest vreselijke misdrijven, maar waarbij uiteindelijk sprake blijkt van een natuurlijke dood. Dat was ook het geval bij een man die overleed tijdens een overval. Later bleek dat hij op de middag voor de overval al klaagde over pijn in zijn schouder. ‘Op het moment dat hij overvallen werd, was hij bezig een hartinfarct door te maken. Omdat hij ook flinke klappen had gekregen, was de vraag of de man was overleden als gevolg van de mishandeling of dat hij was gestorven aan het hartinfarct, of aan de combinatie van beide. Dan moet je dus kijken naar hoe groot en hoe oud het infarct was. Ofwel, of het dodelijk zou kunnen zijn.’

Iets soortgelijks komt vaker voor bij sterfgevallen van jongeren, denkt Van de Goot. ‘Bijvoorbeeld als zij sterven na het slikken van een paar xtc-pillen. Dat is normaliter niet dodelijk, maar kan bij de aanwezigheid van lymfocytaire myocarditis wel tot de dood leiden. Dit is een bekende afwijking bij jonge mensen en is op zich niet ernstig. Maar als iemand dan ook nog een pil neemt, is het vaak einde verhaal.’

Huiveringwekkend
Voor het achterhalen van een mogelijke doodsoorzaak is een fingerspitzengefühl nodig, stelt de forensisch patholoog. ‘De natuurlijke dood kun je aan de buitenkant niet zien en is eigenlijk alleen vast te stellen door het uitsluiten van alle niet-natuurlijke fenomenen. Dus het enige wat je bij een lijkschouw kunt doen, is jezelf ervan overtuigen dat er geen sprake is van een niet-natuurlijk fenomeen. In dat opzicht is het huiveringwekkend dat er in de medische opleiding geen enkele aandacht gaat naar forensisch-geneeskundige aspecten.’ Zou het dus kunnen voorkomen dat verdachte sterfgevallen onopgemerkt blijven? Van de Goot denkt zelfs dat er een ‘tsunami aan lijken doorheen glipt’. ‘Mogelijk gaat het om enkele honderden strafrechtelijk vervolgbare overlijdensgevallen per jaar die onopgemerkt blijven. Als je daarbij het aantal gevallen van dood door schuld of dood door nalatigheid optelt, bijvoorbeeld alle medicatiefouten in verpleeghuizen, kom je waarschijnlijk al snel op duizenden gevallen.’

Van de Goot: ‘Als je ziet wat er bij toeval wordt ontdekt, ben ik ervan overtuigd dat er in Nederland veel onopgemerkte sterfgevallen zijn die niet meer onder de noemer “dood door schuld” of “dood door nalatigheid” geschaard kunnen worden, maar die vallen onder de noemer “dood omdat iemand dood moet”.’ Als voorbeeld noemt hij een oudere man die zich bij de Eerste Hulp meldde met klachten van misselijkheid en wegrakingen. ‘Onderzoek suggereerde een hartaandoening waarvoor hij naar een cardioloog werd doorverwezen. De man overlijdt echter enkele dagen later waarna een verklaring van natuurlijke dood is afgegeven. Drie jaar later zijn er geruchten dat de veel jongere vriendin van de man iets heeft uitgehaald. Als de geruchten aanhouden wordt besloten tot exhumatie van het lichaam dat zich in een gemetseld bovengronds graf bevond. In de restanten van het lichaam worden overtuigende concentraties strychnine aangetoond.’

Vuil spel
De gemiddelde lijkschouw stelt in Nederland niet veel voor, denkt Van de Goot. ‘Hoe vaak zou een huisarts bij een overledene aan de binnenkant van de lippen kijken of er beschadigingen door de druk van een kussen aanwezig zijn of de neuspunt controleren op een beschadiging? De meeste huisartsen die bij een overlijdensgeval komen, richten zich vooral op de psychosociale zorg voor de nabestaanden. Vooral als mensen al een ziekte hebben, wordt bijna nooit gedacht aan mogelijk vuil spel. Zo worden mensen met hartklachten in Nederland bijna nooit vermoord.’

‘Mensen met hartklachten in Nederland
worden bijna nooit vermoord’

Ook wordt voor de lijkschouw vaak niet voldoende tijd genomen. ‘Een goede lijkschouw begint met vijf minuten observeren met de handen op de rug. In een thuissituatie moeten de familieleden de kamer uitgestuurd worden. Eveneens moet ieder lichaam helemaal uit de kleren, ook al is iemand zo stijf als een plank. Je zult het toch moeten hebben van uitwendige kenmerken van letsels. Wat speciale aandachtspunten zijn, valt niet in één zin uit te leggen. Vergiftigingen of onderkoeling zie je bijvoorbeeld niet. Wel zijn er een paar soorten blauwe plekken die alarmbellen moeten doen rinkelen, bijvoorbeeld in de hals of aan de binnenkant van de armen. Grijpletsel. Een bejaarde wordt natuurlijk vastgepakt als zij uit bed geholpen moet worden en er zijn duizenden verklaringen te geven voor een blauwe plek, maar bij één op de zoveel gevallen is toch sprake van een andere toedracht.’

De vraag is of een systeem waarbij huisartsen niet meer schouwen te prefereren is, stelt Van de Goot. ‘Misschien is het beter om dit te laten doen door een speciaal daarvoor opgeleide lijkschouwer, net zoals in Engeland. Veel huisartsen waren daarom erg blij met de NODO-procedure, die ertoe zou leiden dat zij bij overlijdensgevallen van kinderen onder de 18 jaar niet meer hoefden te schouwen. Maar nu blijkt dat dit toch erg duur is, is dit plan toch weer in de ijskast gezet (zie ook: MC 12/2011: 723).’

Ontkenning
De kern van het probleem is dat niemand de nieuwe generatie artsen vertelt waar ze op moeten letten, stelt Van de Goot. ‘Daardoor kun je ook niet verwachten dat zij vaak iets zullen opmerken. Maar dat er in Nederland veel gevallen van strafbare feiten worden gemist, ligt aan een combinatie van niet weten en simpelweg ontkennen. Tijdens een voordracht die ik hield voor huisartsen was er één boze huisarts die opstond om te melden dat hij in dertig jaar nog nooit een verdacht sterfgeval of een zaak van mogelijke mishandeling had meegemaakt. Ik was blij dat hij bijna met pensioen ging.’

Twan van Venrooij


Beeld: De Beeldredaktie, Bas Beentjes
Beeld: De Beeldredaktie, Bas Beentjes
Forensisch patholoog Frank van de Goot: ‘Twee kleine streepjes bij de haargrens van een lijk maakten het verschil tussen moord en doodslag.’ Beeld: De Beeldredaktie, Bas Beentjes
Forensisch patholoog Frank van de Goot: ‘Twee kleine streepjes bij de haargrens van een lijk maakten het verschil tussen moord en doodslag.’ Beeld: De Beeldredaktie, Bas Beentjes
<strong>Klik hier voor een PDF van dit artikel</strong>
print dit artikel
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
dit artikel delen