Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
arbeidsmarktmonitor

‘Superspecialisatie heeft ook keerzijde’

Opleider houdt pleidooi voor de generalist

1 reactie

Opnieuw is het aantal vacatures voor medisch specialisten gestegen, zo blijkt uit de Arbeidsmarktmonitor. Opleider cardiologie Martin Schalij pleit ondertussen voor een herwaardering van ‘de generalist’ in het ziekenhuis.

In de top tien van vacatures zijn geen grote wijzigingen te zien (zie kader). Duidelijk is wel dat er opnieuw meer basisartsen worden gevraagd, en dat er ook meer vacatures openstaan voor psychiaters, specialisten ouderengeneeskunde en artsen voor de Spoedeisende Hulp. Het Capaciteitsorgaan, dat de cijfers aanlevert voor de Arbeidsmarktmonitor, telde in juli, augustus en september van dit jaar in totaal 2386 vacatures voor medisch specialisten en profielartsen.

Dat zijn er 425 meer dan in dezelfde periode van het jaar ervoor (1961). Daarnaast valt op dat er in die periode 1428 vacatures waren voor basisartsen, tegenover 1065 in het kwartaal ervoor, een groei van 363.

Dit is een voorzetting van de eerder ingezette trend, waarbij het aantal opleidingsplaatsen merkbaar afneemt. Er worden dit jaar 10 procent minder aiossen opgeleid dan in 2016. Voor deze ‘lege plekken’ werven ziekenhuizen basisartsen die als anios aan de slag gaan.

Superspecialist

Een heel andere, en al vroeger ingezette ontwikkeling op het gebied van de arbeidsmarkt voor artsen betreft de aanwezigheid van de superspecialist op de werkvloer. Cardioloog Martin Schalij, hoofd van de afdeling Hartziekten en verantwoordelijk voor de opleiding van cardiologen in het LUMC, sprak onlangs op een congres van de Federatie Medisch Specialisten en het College Geneeskundige Specialismen (CGS) zijn zorgen uit over de gevolgen van de superspecialisatietrend onder medisch specialisten. Hij breekt een lans voor de herwaardering van ‘de generalist’.

‘Als ik alleen kijk naar mijn eigen vak, dan zie ik dat we steeds meer verschillende specialismen binnen de cardiologie krijgen’, zegt Schalij in een toelichting. ‘We hebben de dotterdokter, kleppendokter, ritmedokter, de hartfalenspecialist – enzovoort. Bij ons op de afdeling in het LUMC met zo’n dertig cardiologen, zijn er al zeven of acht verschillende specialismen. We merken het effect daarvan. Superspecialisten zijn niet altijd breed in te zetten en het indelen van de diensten is een complexe puzzel geworden. Je moet drie à vier verschillende cardiologen inroosteren om alles te kunnen doen. Dat is heel inefficiënt – ’s nachts is het vaak rustig en dan hoef je niet met drie, vier cardiologen oproepbaar of aanwezig te zijn – ook qua kosten.’

Dit probleem wordt nog groter in kleinere ziekenhuizen, waar een minder grote stafbezetting is, zegt Schalij: ‘Het is voor kleinere ziekenhuizen ondoenlijk om drie of vier verschillende cardiologen in de dienst te hebben. Dit gaat zeker ook op voor andere vakgebieden, dus zo kan de continuïteit van zorg in gevaar komen.’ Daarnaast, merkt Schalij op, komt ‘de regiefunctie’ in het gedrang door die superspecialisatie. ‘Wie heeft het overzicht over het geheel? Dat is toch de algemeen cardioloog. Die heeft de brede blik die nodig is, maar die ontbreekt als je alleen superspecialisten bij elkaar hebt.’

Opleiding

Natuurlijk is het niet de bedoeling om ‘terug te gaan naar af’, benadrukt Schalij. ‘En uiteraard wordt in de verschillende ziekenhuizen veel opgevangen met andere, algemene functies zoals die van ziekenhuisarts. Maar dat is maar deels een oplossing. We moeten beseffen dat de generalist een belangrijke functie heeft. Niet alleen bij cardiologie, maar ook bij andere specialismen zoals interne geneeskunde. Om de zorg beheersbaar en betaalbaar te houden zou het goed zijn als we de generalist weer waarderen. Hij is echt niks minder dan een superspecialist. En we hebben hem hard nodig, voor het brede overzicht. Bovendien hebben verreweg de meeste patiënten helemaal geen superspecialistische zorg nodig.’

Volgens Schalij leeft dit inzicht breed. ‘Collega’s uit het land reageren positief: “een beetje terug naar de basis is goed”. En in Engeland heeft de NHS bijvoorbeeld onlangs voorgesteld dat alle specialisten in opleiding een periode algemene interne geneeskunde moeten doorlopen.’

De opleiding is het aangewezen moment om ‘de generalist’ te promoten. Dat is dan ook inmiddels aan het gebeuren, volgens Schalij. ‘In het LUMC word je nu in de eerste plaats algemeen cardioloog. In het laatste jaar van de specialisatie proberen we ook nadrukkelijk aandacht te besteden aan een brede opleiding. Je mag nu maximaal 50 procent van de tijd besteden aan je aandachtsgebied. Je kunt niet alleen maar dotteren, of echo’s maken, of pacemakers implanteren, dat was in het verleden soms iets anders.’

Excelleren in generalisme

De Federatie Medisch Specialisten besteedt 13 december tijdens het MMV-congres (Modernisering Medische Vervolgopleidingen) aandacht aan ‘de generalist’.

Jan van Lith (hoogleraar en opleider gynaecologie), Anneke Kramer (hoogleraar en opleider huisartsgeneeskunde) en Kiki Lombarts (hoogleraar professional performance) gaan met elkaar in discussie over onder andere de vraag: is specialiseren in generalisme mogelijk?

meer over het congres

lees ook

download dit artikel in pdf

print dit artikel
werk arbeidsmarktmonitor basisartsen Psychiaters seh-artsen specialisten ouderengeneeskunde superspecialisatie
  • Marieke van Twillert

    Marieke van Twillert werkt als journalist voor Medisch Contact. Arbeidsmarkt, levenseinde en e-health hebben haar speciale aandacht.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 19-11-2017 01:02

    "Nou... Dat heeft lang geduurd! Maar langzaam aan komt het besef dat het ongebreideld superspecialiseren een heilloze weg is. En ik ben er trots op dat ik een generalist ben, al ben ik dan een simpele generalistische neuroloog!"