Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
functioneren

Studenten moeten elkaar op fouten wijzen

1 reactie

OPLEIDING

‘Ik wil de relatie met mijn medestudent niet verstoren’

Een enquête wijst uit dat coassistenten hun collega-dokters in opleiding niet snel aanspreken op onwenselijk gedrag. Toch zouden ze zich dit al tijdens de opleiding
eigen moeten maken.

Uit onderzoek van het KNMG Studentenplatform blijkt dat veel geneeskundestudenten moeite hebben met het aanspreken van hun medestudenten. Dit lijkt vooral voort te komen uit angst om de goede relatie met de medestudent te verstoren. Een pijnlijke uitkomst, aangezien het aanspreken van collega’s consequenties kan hebben voor de patiëntveiligheid. Artsen noemen intercollegiale toetsing en reflectie dan ook als belangrijke factoren in het verkleinen van de kans op onnodige medische fouten.1 Het KNMG Studentenplatform roept studenten én artsen op stil te staan bij het belang van aanspreken in de dagelijkse praktijk.

Niet gebruikelijk
Eind 2013 vulden 1278 coassistenten de jaarlijkse enquête van het KNMG Studentenplatform in. Een derde van hen heeft wel eens een medecoassistent meegemaakt die herhaaldelijk zijn of haar handen niet waste voorafgaand aan een lichamelijk onderzoek. 40 procent van de coassistenten sprak zijn collega hier niet op aan. De meest genoemde reden om dit niet te doen, was dat het niet gebruikelijk is om iemand hierop aan te spreken. Een kwart van de coassistenten heeft wel eens meegemaakt dat een medecoassistent denigrerende opmerkingen maakte tegen verpleegkundigen, artsen of patiënten. De helft van hen sprak de medestudent hierop aan. De andere helft deed dit niet, vooral om de onderlinge relatie niet te verstoren en omdat zij vinden dat het gedrag van de medecoassistent niet hun verantwoordelijkheid is. Ruim een kwart van de zesdejaars geneeskundestudenten heeft wel eens een situatie meegemaakt waarin zij vonden dat ze de medecoassistent hadden moeten aanspreken, maar dit uiteindelijk niet hebben gedaan. Deze situaties varieerden van ‘slordige statusvoering’ tot ‘het dragen van sieraden, te lange nagels en losse haren’. Daarnaast werden veel situaties genoemd waarin het beroepsgeheim mogelijk in het geding kwam, zoals coassistenten die over patiënten spraken in de koffiekamer of in het openbaar vervoer. Verschillende coassistenten erkenden in de enquête dat ze hun medeco’s niet aanspreken omdat zij denken dat het ‘toch geen nut heeft’. Een coassistent in de enquête: ‘In het begin zei ik het als witte jassen niet dagelijks verschoond werden, maar niemand trekt zich er iets van aan, dus nu zeg ik het niet meer.’

Goede voorbeeld
Op iedere geneeskundefaculteit wordt aandacht besteed aan professioneel en aanspreekgedrag. Ook in het visiedocument van de Orde van Medisch Specialisten uit 2013 wordt het belang benadrukt van een cultuur waarin het vanzelfsprekend is elkaar voortdurend feedback te geven en aan te spreken.2 Desondanks blijkt uit de enquête van het KNMG Studentenplatform dat een kwart van de coassistenten zijn collega’s niet aanspreekt bij wangedrag. De resultaten van deze enquête onderstrepen daarmee de noodzaak van een breed gedragen omslag in aanspreekcultuur. Studenten dienen zich het belang van aanspreekgedrag te realiseren en elkaar al tijdens de opleiding actief te wijzen op onwenselijk gedrag. De oplossing ligt echter niet alleen bij de geneeskundestudent. Een coassistent in de enquête van het Studentenplatform: ‘Het is lastig om, als je zelf nog onzeker bent, een ander op zijn of haar gedrag aan te spreken. Bovendien zijn er weinig artsen die het goede voorbeeld geven. Als het meer gebruikelijk zou zijn elkaar ergens op aan te spreken zou ik het als co ook wel durven.’ Het KNMG Studentenplatform roept artsen en opleiders op een voortrekkersrol te gaan spelen in een cultuuromslag en het goede voorbeeld te geven aan de volgende generatie artsen. Op een goede manier leren omgaan met (negatieve) feedback en op een juiste manier aanspreken van directe collega’s is in het belang van goede en veilige patiëntenzorg. Er zijn gelukkig veel coassistenten die hun collega’s wél wijzen op onwenselijk gedrag. Er is echter nog veel ruimte voor verbetering. Een cultuur waarin iedere student en arts zijn directe collega’s aanspreekt, is iets waar we met zijn allen naar moeten streven.


Edwin Duijzer, lid van het KNMG Studentenplatform

Rogier Butter, lid van het KNMG Studentenplatform

Rosalie Beekman, lid van het KNMG Studentenplatform

Maartje Conijn, lid van het KNMG Studentenplatform


contact: studentenplatform@fed.knmg.nl ; cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld


Meer over het KNMG Studentenplatform op de website van Arts in Spe



Voetnoten

1. M. Langelaan e.a., Monitor Zorggerelateerde schade 2011/2012, Amsterdam/Utrecht: EMGO+ Instituut en NIVEL (2013)
2. Visiedocument van de Orde van Medisch Specialisten en Wetenschappelijke Verenigingen. Optimaal functioneren van medisch specialisten. Utrecht, 2013.


Lees meer over feedback:

<b>Download dit artikel (PDF)</b>
KNMG functioneren kwaliteit professionaliteit
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • J.W. van der Veer, Co-assistent / semi-arts, UTRECHT Nederland 13-08-2014 00:00

    "Als ik de getallen zo zie vind ik vooral de discrepantie tussen zeggen en doen opvallend. Maar wellicht moet ik er niet teveel over zeggen: ik heb de genoemde situaties nooit meegemaakt (of er niet op gelet?) en ik zou niet weten of ik er (n)iets over zou zeggen. Maar vermoedelijk was dat geen optie ;)"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.