Inloggen
Laatste nieuws
opleiding

Staken opleiding moet simpeler

Plaats een reactie

Opleiding 

Jonge Orde wenst andere vervangingsregeling als aios stopt

Als een aios moest stoppen met de opleiding wegens ongeschiktheid mocht het opleidingsziekenhuis een nieuwe aios aannemen. Per 1 januari 2013 is deze regeling afgeschaft. De Jonge Orde en de Orde van Medisch Specialisten hebben een andere regeling voor ogen.

Met enige regelmaat beëindigen artsen in opleiding tot specialist (aiossen) voortijdig hun medische vervolgopleiding. De afgelopen 5 jaar stopte gemiddeld 10 procent van de aiossen vroegtijdig de opleiding; in 2011 waren dit 116 van alle 1136 aiossen die in dat jaar hun vervolgopleiding hebben voltooid, c.q. beëindigd (data via MRSC). Een belangrijke reden om de opleiding te beëindigen is dat de opleider een aios ongeschikt vindt om de opleiding voort te zetten. Veelal is de oorzaak van deze ‘ongeschiktheid’ dat het ontwikkelen van één of meer competenties tekortschiet. Het kan zijn dat iemand zich bepaalde kennis of vaardigheden onvoldoende eigen maakt. Maar ook het onvoldoende ontwikkelen van generieke competenties zoals communicatieve of professionele vaardigheden kan oorzaak zijn van ongeschiktheid. Een andere belangrijke reden voor uitval is dat een aios zelf besluit te stoppen met de opleiding. Vaak is er dan een ‘mismatch’ tussen de verwachtingen en de gekozen opleiding. Andere redenen voor uitval zijn burn-out, ziekte of overlijden van de aios.

Als een aios ongeschikt is, betekent dat volgens ons dat de aios niet over de noodzakelijke competenties beschikt of zal gaan beschikken om het betreffen de specialisme adequaat te kunnen uitoefenen. Zowel de aios als de opleider kan deze verwachting hebben. Dat een aios ongeschikt is voor het specialisme van zijn keuze betekent overigens niet dat hij ook ongeschikt is voor andere vervolgopleidingen.

Gelden
Volgens de subsidieregeling van het opleidingsfonds konden aiossen worden vervangen als hun dienstverband of de arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid werd beëindigd (artikel 9 Subsidieregeling zorgopleidingen eerste tranche). De opleidingsinstelling behield de opleidingsplaats en de hieraan gekoppelde gelden vanuit het opleidingsfonds. In 2010 is deze regeling aangescherpt: een aios kon alleen worden vervangen als er sprake was van ongeschiktheid naar het oordeel van de instelling/opleider; het oordeel van de aios zelf is niet meer relevant.

Wat ongeschiktheid precies inhoudt, wordt in de subsidieregeling niet toegelicht. Voor het ministerie van VWS is het voldoende dat uit schriftelijke stukken blijkt dat de werkgever het dienstverband of de arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid heeft beëindigd.

Beroep aantekenen
De opleider moet de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) schriftelijk informeren als een aios de opleiding voortijdig beëindigt. Als een aios de opleiding wegens ongeschiktheid moet beëindigen, moet de opleider het A/B-formulier ondertekenen en aan de RGS opsturen. De aios hoeft het A/B-formulier alleen voor gezien te tekenen. De aios heeft vier weken de tijd om bezwaar te maken tegen het ongeschiktheid-oordeel van de opleider en kan een verzoek tot bemiddeling indienen bij de Centrale Opleidingscommissie van het ziekenhuis. Hierna is nog een beroep mogelijk bij de geschillencommissie van de RGS. Als een aios zelf besluit de opleiding te beëindigen – om welke reden dan ook – kon de opleider geen gebruikmaken van bovengenoemde procedure.

Uit meldingen bij het aios-meldpunt van De Jonge Orde blijkt dat aiossen die de opleiding beëindigden, regelmatig werden gevraagd het A/B-formulier of een door het ziekenhuis of de opleider zelf opgestelde ongeschiktheidverklaring te ondertekenen. Hiermee beoogde het ziekenhuis de aios te vervangen met behoud van de subsidie uit het Opleidingsfonds en/of een geschillenprocedure te voorkomen.

Uitval
Als een aios uitvalt, kan dat leiden tot organisatorische (zoals roostertechnische) en eventueel financiële problemen op een opleidingsafdeling. Dit geldt vooral voor afdelingen met weinig aiossen.
Soms misbruikten opleiders de kwalificatie ‘ongeschiktheid’ om een aios te kunnen vervangen. Deze onacceptabele praktijk werd in de hand gewerkt doordat bij individuele uitval soms geen vervanging mogelijk is.

Het Capaciteitsorgaan houdt er bij de capaciteitsramingen rekening mee dat gemiddeld 10 procent van de aiossen hun opleiding niet afrondt. Voor de instroom per specialisme berekent men het zogenaamde ‘intern rendement’ aan de hand van historische gegevens, op basis waarvan de geadviseerde instroomaantallen in het capaciteitsplan worden opgehoogd. Weliswaar wordt dus grosso modo op landelijk niveau gecompenseerd voor uitval, maar een afdeling die wordt geconfronteerd met een uitvallende aios, heeft daar in de praktijk meestal geen baat bij.

Per 1 januari 2013 heeft het ministerie van VWS de mogelijkheid geblokkeerd om daadwerkelijk ongeschikte aiossen, met behoud van subsidie, te vervangen. Met deze maatregel verdwijnt de huidige, ongewenste uitzonderingspositie voor ongeschikte aiossen. Er wordt echter voorbijgegaan aan de reden waarom destijds voor deze regeling is gekozen: namelijk dat opleiders niet om oneigenlijke redenen ongeschikte aiossen aanhouden.

Er doen zich twee problemen voor. Enerzijds leidde het beleid, waarbij het mogelijk was ongeschikte aiossen te vervangen, soms tot onwenselijke situaties als de aios werd gevraagd het A/B-formulier te tekenen als ‘ongeschikt’ om andere redenen dan vastgestelde ongeschiktheid. Anderzijds is ook de afschaffing van deze regeling onwenselijk, omdat het risico bestaat dat ongeschikte aiossen pas in een laat stadium of helemaal niet uit de opleiding worden gezet, terwijl er sprake is van ongeschiktheid.
Hoewel aiossen in het eerste kalenderjaar van de opleiding wel vervangen kunnen worden ongeacht de reden van uitval, biedt deze regeling onvoldoende mogelijkheden om het geschetste probleem te ondervangen. Veelal zal de periode te kort zijn om een goede inschatting te maken en een eventueel begeleidingstraject op te zetten en te evalueren, zeker omdat een deel van de aiossen pas in de loop of aan het einde van het kalenderjaar met de opleiding begint.

Oplossing
Wij stellen voor dat de opleider alle aiossen kan vervangen van wie de opleiding binnen twee opleidingsjaren na aanvang wordt beëindigd. De keuze van twee jaar is gebaseerd op een termijn waarbinnen zowel de aios als de opleider een goede inschatting kan maken over het functioneren, en waarbinnen ook een begeleidingstraject voor de aios kan worden ingezet en geëvalueerd. In de moderne opleiding waarin in het eerste jaar al driemaandelijkse voortgangsgesprekken worden gehouden, moet dit haalbaar zijn. Ook in het kader van doelmatige besteding van het opleidingsgeld is het een verantwoordelijkheid voor zowel aios als opleider om in een vroeg stadium te besluiten over vervolgen dan wel beëindigen van de opleiding. Uit de jaarlijkse uitvalcijfers blijkt dat bij de moderne opleiding inderdaad al in een eerder stadium een goede inschatting is te maken: in 2007 viel 1 op de 2 aiossen pas na het tweede jaar uit, in 2011 was dat nog maar 1 op de 3.

Om deze oplossing mogelijk te maken moeten de ramingen van het Capaciteitsorgaan naar beneden worden bijgesteld zodat het aantal opgeleide medisch specialisten in lijn blijft met de behoefte. Belangrijk voordeel is dat bij uitval van een aios directe vervanging op een afdeling mogelijk wordt. Dit komt ook de opleiding van de andere aiossen van de betreffende opleiding ten goede omdat de continuïteit van zorg en roosters hierdoor beter worden gewaarborgd.


Samenvatting

  • De subsidieregeling van het opleidingsfonds maakte vervanging van ongeschikte aiossen mogelijk.
  • Dit heeft geleid tot het bestempelen van aiossen en misbruik van de regeling.
  • Per 1 januari 2013 is deze regeling vervallen.
  • Ook dit is een ongewenste situatie en het gevaar dreigt dat ongeschikte aiossen pas in een laat stadium of niet uit de opleiding worden gezet.
  • De Jonge Orde stelt voor dat de opleider iedere aios kan vervangen die binnen 2 jaar na starten van de opleiding uitvalt.


Drs. Chella van der Post,
vicevoorzitter De Jonge Orde, aios pathologie UMC St Radboud

Drs. Beatrijs Wokke,
bestuurslid De Jonge Orde, aios neurologie LUMC

Drs. Mariël Casparie,
secretaris Raad Opleiding, Orde van Medisch Specialisten

Prof. dr. Joep Dörr,
voorzitter Raad Opleiding, Orde van Medisch Specialisten

Correspondentieadres: info@dejongeorde.nl; c.c.: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld



Lees ook:

beeld: Getty Images
beeld: Getty Images
<b>Download het artiklel (PDF)</b>
opleiding aios
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.