Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Monique Biesaart en Diederik van Meersbergen
14 december 2004 8 minuten leestijd

Spreken of zwijgen

Plaats een reactie

Nieuwe KNMG-richtlijn over contacten met politie en justitie



Steeds vaker staan politie en justitie bij de dokter op de stoep om gegevens over patiënten te vragen. Wanneer mag een arts dan wel spreken en wanneer niet? De Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie brengt helderheid.


Als een patiënt verdachte is of een strafbaar feit pleegt jegens een arts, kan de arts te maken krijgen met de politie of justitie.


Tussen artsen en politie wil het niet erg vlotten. De politie vraagt zich af waarom artsen niet meewerken aan vervolging en opsporing van notoire boeven. Artsen koesteren echter van oudsher het beroepsgeheim. Dat betekent dat ze geen antwoord geven op algemene vragen van de politie over verdachte patiënten, dat ze bekentenissen van patiënten binnenskamers houden en patiëntgegevens in principe niet overdragen aan justitiële autoriteiten. Ook al vinden ze dat soms moeilijk. Maar de politie is niet alleen afhankelijk van informatie van artsen.


Politie en justitie oefenen soms grote druk uit op artsen om ze te bewegen tot het geven van informatie. Opsporen, vervolgen, de waarheid achterhalen: dat is immers hun taak. Maar staan de opsporingsautoriteiten wel stil bij de mogelijke gevolgen als een arts zijn beroepsgeheim doorbreekt? Wat gebeurt er als patiënten zich niet veilig weten bij artsen? Waar zoeken ze dan hulp en wat zou dat betekenen voor de volksgezondheid? Denk aan besmettelijke ziekten. Het is dus geen agentje pesten; er zijn grote belangen mee gemoeid.


Al blijft het beroepsgeheim onverkort van kracht, in de praktijk blijkt de toepassing ervan vragen en onduidelijkheden op te leveren. De KNMG-Artseninfolijn krijgt steeds vaker vragen over wat artsen nu wel en niet mogen zeggen tegen de politie. Om artsen hierin tegemoet te komen is de Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie ontwikkeld.1 Alvorens deze in definitieve vorm totstandkwam, gaf een begeleidende klankbordgroep commentaar op de concepten. Deze groep bestond uit functionarissen van het Nederlands Politie Instituut, het Openbaar Ministerie, het ministerie van Justitie, de advocatuur, de KNMG-federatiepartners, de ziekenhuizen, het Forensisch Genootschap en enkele universiteiten.


Beeld: Photos.com


Conflict van plichten


De eerste regel van de Handreiking luidt: ‘Ook in contacten met de politie/justitie bewaart u het beroepsgeheim; waarheidsvinding is geen grond voor doorbreking daarvan.’ Dit geeft de grondtoon van de Handreiking goed weer: de arts beantwoordt in beginsel geen vragen van de politie en stapt ook niet zelf naar de politie.



De politie is op zoek naar een autodief die tijdens zijn vlucht een auto-ongeluk heeft gehad. Duidelijk is dat de dief als gevolg van dat ongeval letsel moet hebben aan zijn hoofd. De politie vraagt aan de dienstdoende huisarts of hij dat weekend een patiënt heeft behandeld met een hoofdwond. De arts mag daar geen antwoord op geven.


Er zijn echter ook situaties denkbaar waarin de arts níet hoeft te zwijgen tegenover politie of justitie. Bijvoorbeeld als de veiligheid van de patiënt of van een ander in het geding is. De arts ervaart dan een conflict van plichten.



Tijdens het spreekuur vertelt een patiënt aan zijn psychiater dat hij zijn ex-vrouw gaat opzoeken en dat daarbij rake klappen zullen vallen. De arts kan in deze situatie de politie waarschuwen om daarmee mogelijk te voorkomen dat de ex-vrouw van de patiënt letsel oploopt.



Een stomdronken patiënt wil na een nachtelijk bezoek aan de huisartsenpost op zijn motor stappen om naar huis te gaan. De arts wil voorkomen dat de patiënt of medeweggebruikers hierdoor in gevaar worden gebracht. Hij mag de politie inschakelen. 



De politie inlichten op grond van een conflict van plichten kan overigens alleen als daardoor direct gevaar als gevolg van strafbaar handelen kan worden afgewend. De arts antwoordt bij voorkeur slechts op schriftelijk gestelde en gerichte vragen van politie/justitie en verstrekt daarbij alleen informatie die noodzakelijk is om het directe gevaar weg te nemen.



Verschoningsrecht


Het beroepsgeheim bevat een zwijgplicht én een verschoningsrecht. Dit laatste is het recht van de arts  om ook tegenover de rechter en tegenover politie het beroepsgeheim te handhaven.


De arts die door de rechter is opgeroepen om te getuigen in een zaak tegen een patiënt, moet wel op de zitting verschijnen, maar hij is niet verplicht om daar vragen te beantwoorden. De rechter kan een beroep op het verschoningsrecht alleen terzijde schuiven als de arts een kennelijk onredelijke afweging maakt. Overigens hebben alle medewerkers van de arts een afgeleid beroepsgeheim en een afgeleid verschoningsrecht, ook als ze voor de rechter moeten verschijnen. 



Over het graf heen


Ook als de patiënt is overleden, kan een arts over hem geen gegevens verstrekken aan de politie. Het beroepsgeheim reikt over het graf heen. Dit is alleen anders als de arts mag veronderstellen dat de patiënt indien hij nog in leven was geweest, daarvoor toestemming zou hebben gegeven of indien de arts door te zwijgen in een conflict van plichten komt.



Een patiënt is mogelijk door een moord om het leven gekomen. De politie wil van de arts informatie hebben om dit te onderzoeken. Mag de arts hieraan dan meewerken?


Als de arts de toestemming van de patiënt daarvoor kan veronderstellen, mag hij inderdaad informatie verstrekken. In dit geval kan naar onze mening worden verondersteld dat de patiënt toestemming zou hebben gegeven voor opsporing en vervolging van de mogelijke dader.2


 


Agressie


De Handreiking gaat ook in op agressief gedrag in de praktijk. In mei 2004 werd in de Tweede Kamer geconstateerd dat er sprake is van een ‘sterke toename van fysieke of non-verbale agressie daar waar diensten worden verleend aan het publiek’.3


Mag een arts in de volgende gevallen aangifte doen of is dat schending van het beroepsgeheim?



Een patiënt bezoekt zijn huisarts en verzoekt hem om een medische verklaring in verband met een aanvraag voor een invalidenparkeerplaats. De huisarts weigert de verklaring af te geven conform de KNMG-richtlijnen, legt uit waarom en hoe nu te handelen. De patiënt vindt het allemaal flauwekul en zegt dat hij hem wel weet te vinden, straks, om hem even te ‘verbouwen’.



Terwijl een arts op de Spoedeisende Hulp zijn handen wast, steelt de patiënt een op het bureau staande laptop en maakt zich uit de voeten.



Een werknemer is razend als hij hoort dat de bedrijfsarts adviseert dat hij weer aan het werk kan gaan. Bij het weggaan gooit hij een bronzen kunstwerkje door een glazen deur.


Het antwoord in deze casus is ondubbelzinnig: ja, er mag aangifte worden gedaan en nee, het beroepsgeheim is hier niet aan de orde.


Zo besliste ook de rechter in een zaak tegen een zorgcoördinator die aangifte deed van bedreiging met een mes door een patiënt.4 Bij de aangifte mogen naam en adresgegevens van de patiënt worden vrijgegeven. Artsen die hopen te voorkomen dat een verdachte achter hun woonadres komt, kunnen hun werkadres opgeven of het adres van het politiebureau waar de aangifte werd gedaan.5 Als de patiënt agressief is omdat dit bij zijn ziektebeeld hoort, past terughoudendheid bij het doen van aangifte.


Met het doen van aangifte is het gevaar echter nog niet gekeerd. Maar ‘het toedienen van een gerichte klap aan de patiënt’ mag niet, zo besliste de rechter in 1998 in een zaak waarin de huisarts een depressieve, suïcidale man een klap teruggaf.6 In geval van noodweer had de rechter waarschijnlijk anders beslist.


Wat wel mag, aldus de tuchtrechter in 1999, is dreigen met een hond, maar de hond metterdaad op de patiënt afsturen mag niet.7 Overigens kan agressie een gewichtige reden zijn om de behandelingsovereenkomst op te zeggen; immers van een vertrouwensrelatie zal dan vaak geen sprake meer zijn.8



Blauw in de praktijk


De Handreiking bevat ook regels over hoe te handelen als de politie de praktijkruimte betreedt. Komt de politie een arts te hulp omdat er wordt gevochten op de huisartsenpost of omdat er schoten vallen op de Spoedeisende Hulp, dan gelden geen beperkingen: de politie mag worden toegelaten.


Anders is het als de politie zich meldt in het kader van opsporing en vervolging. Publieke ruimtes (hal, gang, wachtkamer) mag de politie ook dan vrij betreden. Verpleegafdelingen of patiëntkamers echter mag politie/justitie voor opsporingstaken alleen betreden met toestemming van de patiënt of met een machtiging van de officier van justitie.


Dit geldt voor het horen van patiënten als getuige. Voor het horen of aanhouden van een verdachte patiënt is diens toestemming niet vereist. Maar van de politie mag wel worden verwacht dat zij daarover vooraf contact opneemt met de arts of de praktijk en er rekening mee houdt dat de arts van mening kan zijn dat er ernstige medische bezwaren bestaan tegen het benaderen van de patiënt.


In de WGBO ligt het recht op fysieke privacy van patiënten vast.9 Dat houdt in dat binnentreden op behandel--kamers tijdens onderzoek of behandeling zoveel mogelijk moet worden vermeden. Dit kan alleen met toestemming van de patiënt en/of de arts.10



Wapenbezit


Als een hevig bloedende agressieve man zich meldt bij een huisartsenpost en met een revolver zwaait, mag de arts de politie dan waarschuwen?


Het is onaanvaardbaar dat de patiënt tijdens de behandeling een wapen of ander gevaarlijke voorwerp bij zich heeft. Een wapen verstoort het zorg-proces en brengt de arts en zijn medewerkers in gevaar. Bij geconstateerd wapenbezit wordt daarom de politie gebeld of wordt het afgenomen wapen zo spoedig mogelijk overgedragen aan de politie. Daarbij wordt de naam van de patiënt niet vermeld, tenzij het wapen moedwillig door de patiënt is meegenomen om het te (kunnen) gebruiken tegen de hulpverlening.


Andere gevaarlijke voorwerpen dienen in bewaring te worden gegeven bij de receptie of veiligheidsdienst. Is de patiënt hiertoe niet bereid, dan kan hem de toegang tot de arts/instelling worden ontzegd.

mw. mr. M.C.I.H. Biesaart


mr. D.Y.A. van Meersbergen, beiden jurist/beleidsmedewerker, KNMG, Utrecht



Correspondentieadres:

m.biesaart@fed.knmg.nl

ofd.van.meersbergen@fed.knmg.nl

.

SAMENVATTING


 Uit vragen aan de KNMG-artseninfolijn blijkt dat er onduidelijkheid bestaat over het toepassen van het beroepsgeheim bij confrontaties met politie of justitie.


 Wat mag een arts wel of niet zeggen als de politie vragen stelt over een patiënt?


 Moet hij wel of niet aangifte doen bij agressief gedrag of wapenbezit?


 Om artsen hierin bij te staan heeft de KNMG de Handreiking Beroeps-geheim en politie/justitie uitgebracht.


Referenties


1. De Handreiking is een actualisering van passages over het beroepsgeheim uit het KNMG-consult Arts en Politie. Zie voor forensisch geneeskundigen en penitentiair artsen de uitgebreide Handreiking. Zie het KNMG-Vademecum voor kwesties die spelen na de dood (‘De dokter en de dood’). Voor ziekenhuizen heeft de NVZ een Handleiding ontwikkeld; tussen NVZ en KNMG heeft afstemming plaatsgevonden.  2. Een dergelijke casus lag ten grondslag aan Rechtbank Amsterdam 9 augustus 1996. Medisch Contact 1996, blz. 1133-1134 (AMC-zaak).  3. Antwoord namens het ministerie van VWS en van Justitie op Kamervragen TK 2003/04. Vraag en antwoord nr. 1673. 4. Politierechter Den Haag 10 februari 2004. Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2004/32. 5. Kamervragen TK 2003/04. Vraag en antwoord nr. 1673.  6. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 14 mei 1998. Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 1999/40.  7. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 19 augustus 1999. Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2000/16.  8. Art.7:460 Burgerlijk wetboek. Zie KNMG-vademecum. Niet aangaan of beëindigen van arts-patiëntcontact.  9. Art.7:459 Burgerlijk Wetboek.  10. Zie hierover ook W.L.J.M.Duijst. Opsporing in ziekenhuizen. Delikt en delinquent 2003; 9: 961-78.

Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie
Mede op grond van de vele vragen aan de KNMG-Artseninfolijn is een richtlijn opgesteld voor het verstrekken van gegevens aan politie/justitie. Daarin staat het beroepsgeheim centraal, maar worden ook mogelijkheden geboden om soms wél op vragen van opsporingsautoriteiten te antwoorden. Wordt u in de praktijk geconfronteerd met politie/justitie, en vraagt u zich af wat u moet doen: spreken of zwijgen, raadpleeg dan de Handreiking.

De volledige tekst van de Handreiking is te vinden op www.knmg.nl . Tevens is er een verkorte versie, in de vorm van een kaartje.

Klik hier voor het PDF bestand van dit artikel

print dit artikel
patiëntveiligheid beroepsgeheim
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties