Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Heleen Croonen
14 mei 2014 5 minuten leestijd

Schipperen met nieuwe anticoagulantia

Plaats een reactie

In de zomer en herfst van 2012 onderhandelde het ministerie van Volksgezondheid met twee Duitse farmareuzen, Boehringer Ingelheim en Bayer, over de vergoeding van Pradaxa en Xarelto. De prijsafspraken zijn vertrouwelijk.

Het verhaal begint in het voorjaar van 2012. Minister Schippers heeft een lastig dossier op haar bureau liggen over de nieuwe orale anticoagulantia dabigatran (Pradaxa) van Boehringer Ingelheim en rivaroxaban (Xarelto) van Bayer. Beide geneesmiddelen, die CVA of systemische embolie bij atriumfibrilleren moeten voorkomen, wachten op vergoeding. Ze hebben een klinische meerwaarde op de gevaarlijke coumarines, maar toch klinkt er geen gejuich op het ministerie van Volksgezondheid. De minister heeft een rapport aangevraagd bij de Gezondheidsraad. Daarin staat dat onderzoek nodig is naar de meerwaarde in Nederland, met ons netwerk van trombosediensten. Ook is een leidraad nodig voor een veilige introductie, omdat bloedingen niet gecoupeerd kunnen worden met een veilig en voordelig middel zoals vitamine K. Het College voor Zorgverzekeringen (inmiddels overgegaan in Zorginstituut Nederland) schrijft in zijn rapport dat deze middelen voor vergoeding in aanmerking komen, maar dat de kosten kunnen oplopen tot wel 78 tot 156 miljoen euro per jaar extra. Dat geld tovert de minister niet uit een hoge hoed. Natuurlijk moeten patiënten toegang kunnen krijgen tot innovatieve geneesmiddelen, maar het verzekerde pakket barst uit zijn voegen.

Niet vergoeden blijkt voor het ministerie geen optie: ‘Met het oog op de keuzemogelijkheden voor artsen en het waarborgen van productcompetitie is het wenselijk om geen producten buiten het basispakket te laten vallen.’

De minister kan op dat moment niet in alle rust afwegen hoe ze dit lastige dossier zal behandelen. Het kabinet-Rutte I valt in april en nieuwe verkiezingen staan voor de deur. De nieuwe orale anticoagulantia zijn niet controversieel verklaard, dus het ministerie mag erover onderhandelen. De minister verdwijnt van het toneel, en komt pas in november terug om een handtekening te zetten. Ze stelt twee voorwaarden aan vergoeding: het moet veilig en betaalbaar zijn. Eén groep ambtenaren gaat met de Orde van Medisch Specialisten in gesprek over een protocol voor veilige introductie. Een andere groep ambtenaren onderhandelt met de fabrikanten over de prijs en de voorwaarden.

Het bod van het ministerie

De ‘financiële’ ambtenaren leggen op 27 augustus aan de fabrikanten een openingsbod voor. Het ministerie stelt een prijsverlaging voor, die oploopt naarmate er meer doosjes worden voorgeschreven. Verder moet het bedrijf altijd kunnen leveren, hoe hoog de vraag ook wordt. De fabrikanten moeten meewerken, en liefst ook meebetalen, aan een onderzoek, dat vanuit het ZonMw-programma ‘Goed Gebruik Geneesmiddelen’ wordt gestart. De introductie mag alleen plaatsvinden aan de hand van een leidraad van de Orde van Medisch Specialisten en een rescue-protocol voor bloedingen van de cardiologen.

De afgesproken prijs is een maximumprijs: verzekeraars mogen eronder gaan zitten. Na een jaar zal een evaluatie volgen en na drie jaar loopt het contract af. VWS krijgt dan opnieuw het recht om over vergoeding te beslissen, of een arrangement te volgen. Tegen die tijd zijn de zorgverzekeraars zelf in staat om te onderhandelen over een goede prijs, verwacht het ministerie.

VWS wil een afspraak voor de hele productgroep rond hebben op 1 oktober 2012. Daarvoor zullen twee onderhandelingsronden nodig zijn. De ambtenaren weten op dat moment nog niet dat die inschatting te positief is.

De farmaceuten doen een tegenbod

De twee Duitse fabrikanten reageren terughoudend op de eerste zet van VWS. Beide bedrijven eisen in hun eerste reactie dat de afspraken absoluut vertrouwelijk zijn; prijzen en volumes moeten geheim blijven. En ze willen ieder een eigen contract. Onderzoek doen ze zelf al; ze zien geen meerwaarde in een programma van ZonMw. En last but not least de geboden prijs – die is te laag. Bayer schrijft over de vergoeding: ‘Wij zijn van mening dat het gedane voorstel geen recht doet aan de innovatie van de NOAC’s.’

Nieuwe versies van het contract gaan over en weer. VWS doet concessies: prijzen en volumina mogen vertrouwelijk blijven. Uit een ministeriële nota blijkt dat ze daar vooraf al op rekenden. Het ministerie houdt wel vast aan de eis van het onderzoek. Als de bedrijven niet willen meebetalen, dan moet het maar uit de pot van ZonMw komen. Het liefst had VWS één contract voor alle NOAC’s bij atriumfibrilleren, maar omdat de bedrijven dat absoluut niet willen, gaat het ministerie overstag. Op 10 oktober schrijft VWS dat Boehringer en Bayer een eigen contract kunnen sluiten. In het daaropvolgende voorstel van het ministerie van 15 oktober staat: ‘Per product kunnen verschillende arrangementsprijzen overeengekomen worden.’ Boehringer gaat na drie ronden als eerste akkoord. Bayer aarzelt dan nog. De prijs lijkt het hete hangijzer. De ‘resterende punten’ zijn ‘financieel’, ook al vindt VWS de prijzen hoog genoeg: ‘…er is voldoende beloning voor innovatie en verantwoorde beheersing van zorguitgaven’.

In het voorstel van 22 oktober spreekt het ministerie over een ‘finaal eindbod’ voor Xarelto. Dit wordt op 29 oktober gevolgd door een ‘ultiem voorstel’ van het ministerie. Nu gaat ook Bayer akkoord.

Druk op de ketel

De contracten met beide bedrijven komen grotendeels overeen; de teksten die openbaar zijn gemaakt zijn vrijwel hetzelfde. De tekstblokken die gaan over prijs-volumeafspraken en over het retourbedrag naar de zorgverzekering zijn in de WOB-stukken (zie kader op blz. 972) onleesbaar gemaakt.

Er zit druk op de ketel, zo blijkt uit een brief van Bayer: ‘Hoewel wij vraagtekens zetten bij de hoogte van de arrangementsprijzen, kunnen wij in het belang van spoedige opname in het pakket akkoord gaan met het voorstel van VWS.’

Boehringer voelt de druk ook: ‘Het is niet langer verantwoord om de introductie van Pradaxa uit te stellen, omdat dit schade oplevert voor patiënt, maatschappij en Boehringer Ingelheim.’

Niet gek dat de bedrijven druk voelen, want hun verzoek tot vergoeding ligt al een tijdje te verstoffen. Dat van Boehringer dateert zelfs van 8 juni 2011.

De leidraad van de OMS was net op tijd klaar, op 30 oktober, maar ondanks de centrale rol in de onderhandelingen, was er geen rol voor de inhoud van deze leidraad tijdens de onderhandelingen.

De minister krijgt in een nota van haar ambtenaren op 23 oktober te lezen dat de leidraad bijna klaar is, en kent zelf de inhoud dan nog niet. Boehringer vraagt 1 november, dus nadat ze al akkoord zijn gegaan, in een e-mail aan het ministerie of ze de leidraad mogen inzien. Bayer hengelt 5 november nog naar de leidraad. De drie partijen zijn dus akkoord gegaan, zonder te weten wat de dokters hebben opgeschreven over de toepassing van deze nieuwe middelen.

Op 1 december 2012 gaat de vergoeding in, twee maanden later dan gepland. Op 11 november zetten de bedrijven en het ministerie hun handtekeningen. De Tweede Kamer wordt 13 november
geïnformeerd.

De afspraken zijn geheim voor de zorgverzekeraars, ze weten niet welke prijs is betaald per doosje. Het CVZ weet ook niet van de prijzen. Ook de bedrijven weten van elkaar niet welke afspraken zijn gemaakt. Een trusted third party regelt alles, ontvangt het geld van de bedrijven en stort het terug aan de zorgverzekeraars.

Bayer
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.