Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Joost Visser
18 juni 2013 2 minuten leestijd
Nieuws

Rol artsen bij strafrechtelijk onderzoek ter discussie

4 reacties

Minister Schippers gaat met de KNMG en de Orde van Medisch Specialisten praten over de medewerking van medisch specialisten aan strafrechtelijke onderzoeken.

Die toezegging deed zij gisteren in de Tweede Kamer in een debat over patiëntveiligheid. ‘Het kan niet zo zijn’, zei de minister, ‘dat zaken niet rond komen omdat medisch specialisten niet willen meewerken.’ Om de minister aan haar afspraak te herinneren, diende VVD-kamerlid Michiel van Veen een motie in met dezelfde strekking.

Het Openbaar Ministerie (OM), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en ook de Onderzoeksraad voor de Veiligheid hebben al eerder aangedrongen op een versoepeling van het medisch beroepsgeheim. De KNMG is daar fel op tegen. Het beroepsgeheim, stelt de federatie, mag alleen in uitzonderlijke gevallen worden doorbroken, bijvoorbeeld als de patiënt het ermee eens is, het wettelijk verplicht is, of erger onheil zo kan worden voorkomen. ‘Aan het beroepsgeheim gaan we niet morrelen’, zegt KNMG-jurist Aart Hendriks dan ook over de komende gesprekken. ‘Daarover zullen we het dus niet hebben.’

De kwestie is vooral, zegt Hendriks, dat het OM moeite heeft om deskundigen te vinden die een oordeel kunnen geven over de medische aspecten van een strafzaak, zoals onlangs bijvoorbeeld tegen een oud-maagchirurg van het Scheper Ziekenhuis in Emmen. ‘Artsen zijn bang om in die rol niet-onpartijdig te zijn of om aansprakelijk te worden gesteld. In een heel kleine beroepsgroep is de schijn van partijdigheid inderdaad een lastig punt, maar binnen een grote beroepsgroep hoeft dat toch nauwelijks een probleem te zijn.’ Volgens Hendriks voeren de wetenschappelijke verenigingen een verschillend beleid: ‘Sommige dragen wel eens iemand voor, andere nooit. Het zou goed zijn als zij één lijn gaan trekken, namelijk om in voorkomende gevallen mee te werken aan het vinden van een deskundige.’


Schippers noemde het invoeren van een aparte medische kamer bij een rechtbank gisteren ‘overbodig’. De Orde van Medisch Specialisten (OMS) wil eerst het gesprek met de minister afwachten alvorens inhoudelijk te reageren.

Joost Visser

Lees ook:

beeld: Thinkstock
beeld: Thinkstock
print dit artikel
Nieuws patiëntveiligheid beroepsgeheim Schippers
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • J.B. Vosters, arts Maatschappij en Gezondheid, AMERSFOORT 13-07-2013 00:00

    "Bij het bewaken van het beroepsgeheim dient het doel daarvan steeds voor ogen te staan: een patiënt moet er op kunnen vertrouwen dat het beroep doen op zorg niet kan leiden tot politie-ingrijpen. Het gaat dus om een optimale toegankelijkheid van de zorg. Vaak kan een vertrouwensarts als tussenpersoon in deze goede diensten bewijzen. Politie- en Justitie hebben daar de forensisch arts voor. Deze is gewend om zowel het beroepsgeheim van de patiënt te bewaken als een vertaalslag naar politie en justitie te maken."

  • M.E. van Zanten, KNO-arts, ALMELO 27-06-2013 00:00

    "Rol artsen bij strafrechtelijk onderzoek ter discussie.

    Het OM heeft moeite om deskundigen te vinden, die een oordeel kunnen geven over medische aspecten van een strafzaak. Artsen zijn bang om in die rol niet onpartijdig te zijn of om aansprakelijk te worden gesteld.

    Daar ik enige malen als deskundige voor het tuchtcollege ben opgetreden heb ik destijds mijn mening over deskundigen kenbaar gemaakt (Medische deskundigheid in de tuchtcolleges, Medisch Contact Nr. 25 - 30 oktober 2001).
    Om te garanderen dat uitspraken, ook in strafzaken, sporen met wat onder beroepsbeoefenaren gebruikelijk en aanvaard is, is de kennis van de deskundige van groot belang. De deskundige dient bekend te zijn met de relevante professionele normen en de vigerende praktijk.
    Een rechtbank nodigt veelal een hoogleraar als deskundige uit.
    Hoewel een medicus bijzondere verdiensten moet bezitten om tot hoogleraar te worden benoemd, is het de vraag of het wel juist is dat bij het benoemen van een deskundige meestal een hoogleraar wordt uitgenodigd, zeker als de klacht over een perifeer werkzame specialist gaat.
    Evenzo heeft een perifeer werkzame deskundige in het algemeen onvoldoende ervaring en kennis over de gang van zaken in academische ziekenhuizen. Bij het beoordelen van een klacht moet behalve met de theorie ook rekening worden gehouden met de praktijk.

    Het altijd al aanwezige verschil in aangeboden morbiditeit - zowel kwantitatief als kwalitatief - tussen de academie en de periferie neemt alleen maar toe. Door een progressief beslag op mogelijkheden en middelen wordt de bestaande verschuiving van routinezorg naar de periferie versterkt. Bepaalde (oncologische) aandoeningen worden hoofdzakelijk in de academische centra behandeld terwijl andere behandelingen veelal in de perifere ziekenhuizen plaatsvinden. De toename van het aantal B-opleidingen is daar niet vreemd aan.

    Los van het feit of de onafhankelijk deskundige academische of perifere ervaring heeft, kan men zich afvragen of ‘de gouden standaard’ wel door een enkel individu mag worden bepaald. De deskundigheid van een enkel individu wordt bedreigd door de gestage evolutie van de geneeskunde, die zich vaak sneller voltrekt dan men zich bewust is. Vrijwel alle disciplines kennen een toenemende specialisatie; allereerst op academisch niveau, later ook in de periferie. Daarnaast gaat bij de individuele deskundige in toenemende mate de angst voor aansprakelijkheid een rol spelen.
    Om een uitgebalanceerde, door de beroepsgroep breed gedragen uitspraak te garanderen, zou elke wetenschappelijke vereniging per casus een ‘expertcommissie’ kunnen benoemen, bestaande uit drie leden, waarvan 2 leden tot de signatuur (academisch of perifeer) van de casus moeten behoren.
    Tevens is het zinvol, om maatschappelijke onrust te voorkomen, voor deskundigen een passend tarief vast te stellen.

    M.E.van Zanten, oud-voorzitter KNO vereniging
    "

  • W. van der Pol, ziekenhuisapotheker, Delft 19-06-2013 00:00

    "De vraag is wie de eigenaar van het geheim is of wordt. Je merkt dat de maatschappij daar anders over gaat denken. In dat geval is het goed om er als arts proactief over na te denken in allerlei situaties. Dan is het eenvoudiger om hierover mee te praten."

  • Bart Bruijn, Huisarts, STREEFKERK 19-06-2013 00:00

    "Tsja, dat beroepsgeheim toch. Het is Schippers een doorn in het oog.

    Maar....alles voor de patiënt, hoor.

    Echt!

    "