Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Ben V.M. Crul
09 januari 2002 3 minuten leestijd
Hoofdredactioneel

Reikwijdte van de informatieplicht

Plaats een reactie


De ernst van het risico én de kans op het optreden van een complicatie mogen volgens het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg dat - in tegenstelling tot de regionale tuchtcolleges - zijn uitspraken regelmatig ter publicatie aan MC en dús ter lering aanbiedt, een belangrijke afweging voor de arts zijn om een potentiële complicatie níet te melden. Dat alles in het kader van de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Over de minieme kans op het prikken van een pneumothorax bij een supraclaviculaire plexusanesthesie hoeft een patiënt dus niet nodeloos ongerust te worden gemaakt, zo blijkt uit het vonnis van het tuchtcollege dat u deze week kunt lezen (

blz. 71 e.v

.).


Dat is mooi, want met de in een fraaie folder neergelegde en blijkbaar wettelijk verplichte waarschuwing dat de KNO-arts mijn schedelbasis wel eens zou kunnen doorboren bij een simpele ingreep aan mijn sinus maxillaris, voelde ik mij toch niet zo lekker. WGBO? Best. Kleine kans? Ja, dank je de koekoek. Als de patiënt een dokter is, gaat het toch vaak mis? Uit het feit dat ik nog in functie ben, mag u afleiden dat het goed is gegaan. Er blijft echter ontegenzeggelijk een grijs gebied over. Want hoe ernstig en hoe waarschijnlijk moet een complicatie zijn om een arts te verplichten de patiënt erover in te lichten? En wat schiet die patiënt ermee op als hij er toch niets of nauwelijks iets aan kan doen? Bezie uw eigen vakgebied.

Ik doel dan met name op het risico van een complicatie tijdens het verblijf op een wachtlijst. Natuurlijk zou die galblaas met stenen kunnen gaan ontsteken, natuurlijk zou dat aneurysma kunnen gaan lekken, natuurlijk zouden micrometastasen intussen hun gang kunnen gaan, natuurlijk zouden er bij degenen die op een niertransplantatie wachten forse problemen kunnen ontstaan. Maar moet je dat die 160.000 patiënten nu allemaal gaan voorspiegelen? Volgens de WGBO in sommige gevallen eigenlijk wel. Ernst en waarschijnlijkheid, weet u nog wel?


Maar de bedoeling van de wetgever om de patiënt met behulp van de WGBO een grotere stem in zijn behandeling te geven, is helaas door diezelfde wetgever in een langdurige vlaag van zuinigheid ook weer enigszins verijdeld. En vervolgens hebben systeemfouten in het thans vigerende ‘boter bij de vis’-principe verhinderd dat veel extra wachtlijstgelden zijn benut.


Moeten patiënten dan maar buiten de regio risicovermijdend medisch gaan shoppen? Dat zou een optie kunnen zijn. In ieder geval proberen veel verzekeraars op die manier klanten bij hun concurrenten weg te lokken. Of zou het aloude (nou ja, uit de vorige eeuw daterende)


systeem van matchen bij niertransplantaties ter discussie moeten worden gesteld? Dat zou - blijkens het artikel van Michiel van Dorp (blz. 52 e.v.)

- ook een mogelijkheid zijn. Zo streng hoeft het selectieproces bij niertransplantatie namelijk niet te zijn. Of het spaarsysteem uit het praktijkperikel van deze week. Je kunt erom lachen, maar huilen is eigenlijk een meer gepaste reactie.

De dokter aanzetten tot een meer alarmerende verwijsindicatie of het weglaten van belemmerende andere pathologie, is een verhulde wachtlijstomzeilende optie die door Joost Visser in deze MC aan de oppervlakte is gebracht. Bij zijn rondgang ontmoette hij veel artsen die wisten te vertellen hoe collega’s elkaar op dit punt een loer draaien. Ze worden soms murw gemaakt door urenlang vruchteloos telefoneren op zoek naar een bed. Maar ook hier komt boontje uiteindelijk om zijn loontje: de arts die door een verwijzende collega is opgescheept met een fors dementerende, bedlegerige, bejaarde patiënt met een CVA, maar die werd gepresenteerd als een ‘kraakheldere zichzelf nog verzorgende bejaarde met een heupfractuur’, zal bij een volgend telefoontje van zijn zoekende collega een afwachtende, zo niet een argwanende houding aannemen.

Het is fnuikend voor onze collegiale verhoudingen dat wij dit soort technieken tegen elkaar zijn gaan gebruiken. Het briefje ‘Amice collega, dank voor deze verwijzing’ ligt blijkbaar ver achter ons. Toch zijn er gelukkig initiatieven - soms vanuit een KNMG-regio - om in gezamenlijkheid de artsenschouders eronder te zetten. Niks skippen en bouncen. De nieuwe aanpak maakt ons vak ook aantrekkelijker voor collega’s die dreigen om eruit te stappen, zo blijkt uit het onderzoek van Post c.s. (blz. 63 e.v.). Intensieve intercollegiale samenwerking - ook buiten de eigen beroepsgroep - scoort met de liefde voor het vak én het contact met patiënten, gelukkig nog hoog op ons motivatielijstje. Daarover moeten artsen van alle disciplines elkaar wel goed blijven informeren. Anders hoeft dat bij die patiënten straks ook niet meer.

 

ouderen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.