Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Achter het nieuws

Rechter vaart (te) blind op deskundige bij UWV-zaken

2 reacties
Jim Faas
Jim Faas

Verzekeringsarts Jim Faas onderzocht de rol van medisch deskundigen in rechtszaken tegen het UWV. Op vrijwel alle vlakken valt er verbetering te halen.

Als mensen het niet eens zijn met het oordeel van het UWV over een arbeidsongeschiktheidsuitkering, kunnen ze naar de bestuursrechter stappen om protest aan te tekenen (zie kader). De rechter moet vervolgens oordelen of het UWV zijn werk goed heeft gedaan. Daarvoor kan hij de hulp van een onafhankelijk medisch deskundige inroepen. Dat zijn doorgaans medisch specialisten. Het viel Jim Faas, verzekeringsarts en jurist, op dat de rechter vervolgens vrijwel altijd meeging met het oordeel van die deskundige. Terwijl Faas lang niet altijd was overtuigd van de bekwaamheid van die deskundige. ‘Vooral bij psychiatrische problemen leek het wel een tombola wat er uit kon komen. Er was één psychiater – die al niet meer werkzaam is – die altijd oordeelde dat de eiser volledig arbeidsongeschikt was, wat er ook aan de hand was. Ik heb het meegemaakt dat hij iemand volledig afkeurde, die nog parttime aan het werk was. Dat had hij over het hoofd gezien. Dat is een extreem voorbeeld, maar de verbazing over de rol van medisch deskundigen was gewekt.’ Dit resulteerde in een promotietraject, dat hij 5 september afrondde aan de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit. Daar verdedigde hij zijn proefschrift ‘Bruggen bouwen over de kenniskloof. De inzet van medisch deskundigen in arbeidsongeschiktheidsgeschillen door de bestuursrechter.’

Ontluisterend

Faas spitte onder meer dossiers door en interviewde bestuursrechters, om erachter te komen wat de criteria waren voor rechters om een deskundige in te schakelen, en hoe zij vervolgens de kwaliteit van hun werk beoordeelden. De resultaten zijn ontluisterend. Zo was de opbrengst van dossieronderzoek ronduit mager te noemen: in de veertig dossiers die Faas in een pilotproject analyseerde, trof hij slechts in één geval een inhoudelijke argumentatie aan over waarom een bestuursrechter een deskundige had ingeroepen; bij de rest waren er standaardteksten gebruikt. Dat gold ook voor de overwegingen van rechters om het oordeel van de deskundige wel of niet te volgen. Faas bracht ook de cijfers in beeld. Zo zag hij dat bij rond de 5 procent van de 9000 rechtszaken een deskundige was ingeschakeld, maar dat er tussen rechtbanken onderling flinke variatie bestond. En dat de doorlooptijd meer dan verdubbelde door het inschakelen van expertise (van gemiddeld 9 naar 22 maanden). Bij inzet van een deskundige steeg de kans op ongelijk voor het UWV. Bij het inschakelen van een somatisch specialist als deskundige kreeg ongeveer een kwart van de eisers gelijk, en bij een psychiater zelfs meer dan de helft.

Zijn onderzoek zorgde bij Faas voor een verandering in zijn denken, zoals hij het in zijn voorwoord schrijft: ‘Gaandeweg sloeg mijn verbazing over het vanzelfsprekend volgen van de deskundige om in verbazing over het doorgaans volgen van de verzekeringsarts in zijn oordeel zónder dat er een deskundige aan te pas komt.’ Dat is opmerkelijk. Faas werkt zelf immers als verzekeringsarts, en is dus bij uitstek in staat om een objectief oordeel te vellen over de mate waarin iemand al dan niet beperkt is bij het uitvoeren van zijn of haar beroep of werk. Waarom zou een derde het beter weten? Faas: ‘De mensen over wie wij oordelen, vinden ons niet altijd zo objectief en onafhankelijk. Ik werk zelf bij de afdeling Bezwaar en Beroep van het UWV, waar ik de zaken zie van mensen die het niet eens zijn met het oordeel van de eerste verzekeringsarts. Bezwaar maken leidt meestal niet tot een ander oordeel, en ik begrijp wel dat mensen dan twijfelen aan onze onafhankelijkheid. Wellicht is er soms ook sprake van tunnelvisie, of van omstandigheden waardoor we minder objectief zijn dan we zelf denken. Daarom is het terecht dat mensen tegen ons oordeel in kunnen gaan bij de rechter. Alleen moet die vervolgens vaak oordelen over medisch-inhoudelijke zaken, en daar is hij of zij niet voor opgeleid. Dus is het goed als daar een medisch deskundige over meedenkt. Maar dan moet de rechter wel weten wanneer dat zinvol is, en wie er deskundig is, en hoe je een rapport op waarde moet schatten. Op al die vlakken valt nog veel te verbeteren.’

Bij inzet van een deskundige steeg de kans op ongelijk voor het UWV

Onduidelijke keuze

Van oudsher zijn het vooral medisch specialisten, met deskundigheid over de kwaal die ten grondslag ligt aan de arbeidsbeperking, die om advies wordt gevraagd. Is dat niet vreemd, aangezien het gaat om een verzekeringsgeneeskundig vraagstuk? Faas: ‘Ja, dat kan lastig zijn. Er is hier wel ontwikkeling in: rechters schakelen steeds vaker verzekeringsartsen in voor hun expertise, en de Nederlandse Vereniging voor Medisch Specialistische Rapportage (NVMSR) timmert al jaren aan de weg om artsen beter beslagen ten ijs te laten komen. Maar de nadruk binnen de vierdaagse NVMSR-cursus ligt op civielrechtelijke procedures. Het bestuursrecht komt een halve dag aan de orde, waarin het vooral gaat over hoe bijvoorbeeld de WIA en de Wajong in elkaar zitten. Je kunt daar niet de hele systematiek behandelen van hoe je arbeidsbeperkingen vaststelt.’ Afgezien daarvan is lidmaatschap van de NVMSR, of opgenomen zijn in een register voor gerechtelijk deskundigen geen verplichting. Hoe komen rechters dan aan die deskundigen? Faas: ‘De Centrale Raad van Beroep heeft dat vrij goed geregeld, met een eigen lijst met deskundige experts. Maar het is onduidelijk hoe rechters tot hun keuze komen. Wat mij betreft eisen we dat een deskundige transparant is over zijn expertisegebied, bijvoorbeeld door deelname aan een register of een zogenaamd disclosure statement.’

Het is helaas niet zo dat het goede voorbeeld van de Centrale Raad uiteindelijk altijd wordt gevolgd door de rechtbanken: ‘Voor mijn onderzoek heb ik ook gekeken naar de vraagstelling die aan medisch deskundigen wordt voorgelegd. Vroeger stonden daar ook standaardvragen in die buiten hun deskundigheidsgebied vallen, zoals in hoeverre iemand nog zijn eigen of ander werk kon doen. De Centrale Raad stelt die vragen niet meer, maar rechtbanken nog wel. Hiermee lokken ze artsen in een tuchtrechtelijke fuik, omdat ze aanzetten om meer te zeggen dan toegestaan. Artsen worden daar wel alerter op, maar ik verbaas me erover dat die vragen nog steeds worden gesteld.’

Aanbevelingen

Faas beschrijft in zijn proefschrift 24 knelpunten die spelen bij het al dan niet inschakelen van medische deskundigen door de bestuursrechter. Hij doet aanbevelingen om deze aan te pakken, zoals het eerdergenoemde verplichte register, en betere vraagstelling. Een andere suggestie is het inbrengen van meer medische knowhow in de rechtbanken. Hij is enthousiast over een kleine proef die recentelijk in Amsterdam is uitgevoerd, waarbij standaard een medisch expert aanwezig was bij een zitting of een verzekeringsarts van het UWV. Faas: ‘Dat vangt veel vragen weg, die de boel anders eindeloos vertragen.’ Op kritische vragen die een opponent tijdens de promotie over een dergelijke aanpak stelde, reageerde Faas pragmatisch: ‘Natuurlijk moeten we de resultaten van zo’n experiment goed analyseren, maar voortdurend discussiëren over voor- en nadelen werkt niet. Probeer het gewoon!’

Bezwaar en beroep

Tegen een beslissing van het UWV, bijvoorbeeld over een WW- of arbeidsongeschiktheidsuitkering, kan iemand bij het UWV in bezwaar gaan. In ongeveer 1 op de 42 beslissingen – in 2018 – waar mensen tegen in bezwaar konden gaan, deden ze dat ook. Bijna een kwart van de bezwaren was gegrond. Wie het niet met de bezwaarbeslissing eens is, kan naar de bestuursrechter stappen. Tegen zijn oordeel is nog beroep mogelijk bij de Centrale Raad van Beroep.

download dit artikel (pdf)

Lees ook

Achter het nieuws
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Dolf Algra, Commentator, opinie maker zorg en sociale zekerheid, Rotterdam 13-09-2019 12:19

    "Maatschappelijke gezien een belangwekkend onderzoek. Dank daarvoor ! En: het moge duidelijk zijn. Hier is nog heel wat werk aan de winkel en een wereld te winnen ! Wie neemt het voortouw daarbij ?"

  • Aad Verrips, Neuroloog-kinderneuroloog, Nijmegen 12-09-2019 19:24

    "Het artikel van het onderzoek van Dr. Jim Faas is een goede illustratie van het belang van specialisatie. Niet iedere medisch specialist kan als deskundige rapporteren zonder de specifieke kennis welke vereist is om tot een zorgvuldige rapportage te komen. Zie het als een specialisatie. Een specifieke opleiding tot rapporteren, inclusief intervisie en bijscholing, is naar mijn mening een absolute vereiste om als deskundige inzake vragen van de rechtbank of andere instanties te kunnen optreden. Terecht wijst Faas hier op de rol van de Nederlandse Vereniging voor Specialistische Rapportages (NVMSR), maar ook de afzonderlijke beroepsverenigingen kunnen hierin een belangrijke rol vervullen."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.