Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht

Reanimeer, maar met mate

Plaats een reactie

Minder overbodige en ongewenste reddingsacties dankzij bredere aanpak

Ziekenhuis Rijnstate heeft het aantal zinloze en ongewenste reddingsacties weten terug te dringen. Een spoedinterventieteam heeft het reanimatieteam vrijwel overbodig gemaakt en behandelbeperkingen worden nu zo geregistreerd dat ze niet meer te missen zijn.

Bij patiënten bestaan nogal eens misverstanden over de kans dat een reanimatie in het ziekenhuis succesvol is. Onder andere door televisieseries is ten onrechte de overtuiging ontstaan dat dit een levensreddende ingreep is. In werkelijkheid is een reanimatie in het ziekenhuis meestal een traumatische gebeurtenis voor de patiënt zelf, familieleden, zorgverleners en andere patiënten op de afdeling. Vaak overlijdt de patiënt nog dezelfde dag of enkele dagen later op de intensive care.

In ons ziekenhuis werd in 1999 het spoedinterventieteam (SIT) opgericht naast het al bestaande reanimatieteam. Dit team bestaat uit artsen en verpleegkundigen van de intensive care die laagdrempelig door de artsen van de verpleegafdelingen geraadpleegd kunnen worden bij een verslechterende patiënt. Door tijdige inzet van dit team – dus niet pas als er sprake is van een hart- of ademstilstand – kon het aantal oproepen voor reanimaties op de verpleegafdelingen significant worden teruggebracht (zie figuur 1).2 Daar staat wel tegenover dat het SIT steeds vaker uitrukt om patiënten te beoordelen. Dit heeft echter vooral voordelen. De ic-afdeling is daardoor namelijk goed in staat om samen met betrokkenen de medische mogelijkheden en onmogelijkheden te bespreken. Het reanimatieteam is bijna overbodig geworden.

Behandelbeperkingen
Om het reanimatiebeleid nog verder te optimaliseren, is recentelijk gekeken naar de manier waarop het ziekenhuis omgaat met de wil van de patiënt. Patiënten kunnen om diverse redenen behandelbeperkingen afspreken met hun artsen. Uit angst om zorgafhankelijk te worden, tekenen sommige mensen bijvoorbeeld een niet-reanimerenverklaring. Ook religieuze overtuigingen kunnen een rol spelen, zoals bij Jehova’s getuigen die geen bloedproducten wensen te ontvangen.

De grootste groep patiënten die nadenken over behandelbeperkingen, zijn patiënten met een ernstige chronische aandoening die al geconfronteerd worden met de eindigheid van het leven. Een voorbeeld is een bejaarde patiënt met een chronische nierinsufficiëntie. De behandelend arts zal met deze patiënt spreken over de opties en de uitkomst van zo’n gesprek kan zijn om niet meer te dialyseren. Andere voorbeelden zijn een niet-beademenafspraak bij COPD en een afspraak om niet meer te opereren.

In ons ziekenhuis werd voor de vastlegging van niet-reanimerenafspraken tot 1 februari 2012 gebruikgemaakt van een registratieformulier dat voorin het dossier werd gevoegd. Dit leidde echter tot misverstanden of fouten doordat het formulier niet ingevuld of onvindbaar was. De registratie van andere behandelbeperkingen gebeurde in de praktijk op verschillende manieren, waardoor ook daarover soms verwarring ontstond.

Eenduidige registratie
De afgelopen tijd heeft een werkgroep samen met een specialist van elektronisch patiëntendossier EZIS een module ontwikkeld waarin behandelbeperkingen eenduidig worden genoteerd (zie figuur 2 onderaan). Direct na het openen van een patiëntdossier is achter de naam van de patiënt nu zichtbaar of er sprake is van een behandelbeperking. Als er op die plek niets staat, moet er nog worden gesproken over een eventuele behandelbeperking, want in dit systeem is het de bedoeling dat er altijd iets wordt geregistreerd. Behalve de aard van de afspraak wordt ook genoteerd wat de redenen zijn, wie er aanwezig waren bij het gesprek en wie er zijn ingelicht. De geregistreerde behandelbeperking wordt bij ontslag meegedeeld aan de huisarts.

Via een speciale e-learning en een uitgebreid communicatieplan zijn alle medewerkers over het nieuwe beleid geïnformeerd. Voor patiënten is er een folder en een voorlichtingsfilm ontwikkeld.3 Daarin adviseren wij patiënten om met hun specialist in discussie te gaan over behandelbeperkingen als zij daar behoefte aan hebben, en gezamenlijk tot een besluit te komen dat vervolgens wordt vastgelegd in het EPD.

Een van de voordelen van het meer in algemene zin spreken over behandelbeperkingen in plaats van alleen over reanimatie, is de betere bespreekbaarheid van het onderwerp. Zo wensen nogal wat mensen dat er in het geval van een pneumonie wel antibiotica wordt gegeven, maar willen zij niet langdurig op een ic worden behandeld. Door ons nieuwe beleid kunnen wij de zorgvraag samen met de patiënt zo goed mogelijk bepalen. Uiteraard moeten we er in dit kader wel op bedacht zijn dat het afspreken van een behandelbeperking niet mag leiden tot een verminderde kwaliteit van zorg.

Resultaten
Door de combinatie van het beter bespreekbaar maken van behandelbeperkingen en het zeer laagdrempelig inzetten van het spoedinterventieteam zijn wij er goed in geslaagd om het aantal reanimaties beduidend naar beneden te brengen. Sinds de invoering van de elektronische registratie is bovendien het aantal meldingen rondom reanimaties in het Veilig Incidenten Melden-systeem (VIM) van het ziekenhuis duidelijk afgenomen. Het reanimatieteam is niet meer opgeroepen voor een patiënt met een niet-reanimerenafspraak.

Bij de start van de nieuwe registratie is een meting gedaan hoe vaak er afspraken gemaakt werden en die meting is op 1 augustus 2012 herhaald. Het blijkt dat de registratie steeds vollediger wordt. Zo zijn er afdelingen waar van alle patiënten het formulier ingevuld is. Overigens gaan we er nog steeds van uit, dat als er niets genoteerd is, er altijd gereanimeerd wordt.

Zinnige zorg
Ziekenhuis Rijnstate beschouwt het elektronisch vastleggen van behandelbeperkingen en de inzet van een spoedinterventieteam als kritische factoren in zinnige en gepaste zorg. Ze dragen bij aan het zoveel mogelijk voldoen aan de zorgbehoefte van de patiënt en aan het vermijden van inzet van personeel en middelen die niet gewenst is of medisch zinloos is. Wij pleiten er dan ook voor dat ook in andere ziekenhuizen spoedinterventieteams worden opgericht en dat het spreken over en structureel noteren van behandelbeperkingen een vast onderdeel wordt van de communicatie tussen zorgverlener en patiënt.



dr. Frank H. Bosch, internist/intensivist, voorzitter reanimatiecommissie, ziekenhuis Rijnstate, Arnhem1

Jan van Vliet, anesthesioloog/intensivist, ziekenhuis Rijnstate, Arnhem1

Desiree Creemers, medisch manager Zorg/kinderarts, voorzitter commissie behandelbeperking, ziekenhuis Rijnstate, Arnhem1

Jacqueline E.M Vernooij, anesthesioloog, filosoof, lid stuurgroep ethiek, ziekenhuis Rijnstate, Arnhem1


Meer lezen


Voetnoten

1. Tevens met dank aan Maaike de Ridder, afdeling communicatie, ziekenhuis Rijnstate, Arnhem.
2. Bosch FH, Jager C de. Number of resuscitations for in hospital cardio-pulmonary arrests decreases after introduction of a medical emergency team. The ‘Arnhem’ experience. Netherlands Journal of Critical Care 12(6).
3. www.rijnstate.nl/behandelbeperking

<b>Download dit artikel (PDF)</b>
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.