Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Frans Meulenberg
26 mei 2004 3 minuten leestijd
Ziektebeelden

Ratio versus hartstocht

Plaats een reactie

Plattelandsdokter Silas Grange is een rationalist en een man van weinig woorden: ‘Het kwam hem voor dat de waarheid niet lang van stof of rad van tong was. (…) Voor hem was objectiviteit het vermogen om naast te massa te staan en stiekem voor jezelf de feiten nuchter te beschouwen. Dat was het standpunt van de wetenschapper, zoals hij het althans begreep, en het in praktijk brengen vereiste distantie.’ Distantie die hij doortrekt naar zijn privé-leven. Hij leidt een teruggetrokken en sober bestaan, bestudeert de grote filosofen en is vrijgezel. ‘Ik beschouw mezelf als iemand die zich niet zo op z’n gemak voelt met zijn emoties’, zegt hij tegen een flamboyante collega. Al erkent hij meteen dat angst hierbij een rol speelt, toch beschouwt hij afstandelijkheid als ideaal: ‘Als dat eens mogelijk was. Gedreven te worden door verstand in plaats van door zinnen.’ De lezer is op dat moment luttele tientallen pagina’s gevorderd in de roman De rationalist van Warwick Collins, maar hij weet: Silas Grange zal tenonder gaan.

Grange beziet de dagelijkse kwaaltjes met onmiskenbare liefde: van buikgriep tot hoofdpijn, zelfs het bijgeloof en de stokpaardjes van zijn patiënten. Als niets meer helpt, put Grange troost uit de woorden van een collega die meende dat ‘de arts tot taak had de patiënt bezig te houden terwijl de natuur voor de genezing zorgde’. De achttiende-eeuwer Silas Grange is wat wij een goede dokter zouden noemen: licht idealistisch, een trouw lezer van de vakliteratuur, bescheiden wat de eigen wensen aangaat en altijd bereid een patiënt te helpen, waarbij hij de vermogens van het artsenvak realistisch bekijkt. Natuurlijk, hij redde levens, maar hij beseft terdege dat hij ook mensen vroegtijdig de dood injoeg.


Zijn collega Hargood is de eerste die merkt dat Grange belangstelling heeft voor een patiënte, de mooie Celia Quill. Hargood - overspelpleger uit overtuiging - geeft Grange advies: als je als arts toch de seksuele zinnen wil verzetten, zoek het dan verderop. Harwood heeft een maîtresse in Londen. Pragmatisch: ‘Bezoek haar minstens eens in de twee maanden, blijf een week en kom bekaf maar verkwikt terug, weer helemaal in vorm.’ Harwood ziet haarscherp welk gevaar Grange loopt:


‘Je bent een rustig en rationeel mens, Silas. En dat maakt je in handen van mevrouw Quill (…) tot een lam dat ter slachtbank wordt geleid.’

Desondanks accepteert Grange een uitnodiging van Celia Quill voor een tea. Van meet af aan zijn hun ontmoetingen, hoewel die plaatsvinden onder een luifel van achttiende-eeuwse vormelijkheid, doordrenkt van hunkeringen. Celia Quill is weduwe. In weerwil van elke conventie, verzoekt zij hem haar te helpen zich te ‘ontplooien’, wat staat voor seksueel ontplooien. Grange is overdonderd, en mompelt woorden over zijn reputatie die hij niet terzijde kan schuiven, omdat die reputatie ‘gekoppeld is aan het vertrouwen van anderen’. Celia Quill lacht hem uit. Grange sputtert tegen waar hij maar kan: ‘Ik wil alleen maar zeggen dat ik in aangelegenheden die het hart betreffen, ongeïnspireerd ben, ik voel een soort drempel …’ Celia meent dat drempels gemaakt zijn om te overschrijden, waarna Grange antwoordt: ‘Mijn drempel zit vanbinnen, mevrouw. En het is mijn eigen keuze’. Silas Grange bezwijkt voor haar verleiding en belandt zelfs in het bed van Celia’s dochter. Zijn routineverdediging - zich overgeven aan de dagelijkse beslommeringen van het doktersvak - is geslecht. Later - als hij op het randje van de dood zweeft en Celia Quill is vertrokken - zal haar dubbelrol hem duidelijk worden. De neergang van Grange is in de handen van een gaaf stilist als Warwick Collins even onafwendbaar als, ja, mooi.
Eros wint. Altijd. Ratio mag ons handelen sturen, maar is stuurloos als begeerte de kop opsteekt. Het hoofd is geen partij voor de onderbuik.

Seks tussen huisarts en patiënt stond recentelijk in de belangstelling. De hoofdredacteur van dit blad laakte in zijn hoofdredationeel het grensoverschrijdend seksueel gedrag van artsen met de slotwoorden: ‘Bewaar dat maar voor de fictie in doktersromannetjes.’ Grappig zinnetje, want onjuist. Bijna alle pulp-dokterromans koken bijkans over van seksualiteit. Maar dit betreft vooral escapades tussen dokters onderling of tussen dokter en verpleegkundige en met zeer hoge uitzondering seksueel contact tussen arts en patiënt.


In tegenstelling tot in pulpromans komt een seksuele relatie tussen patiënt en dokter in serieuze literatuur veel vaker voor (bijvoorbeeld Ons mankeert niets van Willem Jan Otten en De laatste dagen van Arjan Visser). Warwick Collins zinderende roman De rationalist is, ondanks het drama, een ode aan de hartstocht.


Vanwaar dit opvallende verschil tussen pulpfictie en literatuur? Pulpfictie is de neerslag van, veelal ongeschreven, maatschappelijk geaccepteerde normen en waarden. Seks tussen arts en patiënt is in die wereld taboe. In de heuse literatuur zijn veelneukende dokters daarentegen nauwelijks een uitzondering, omdat literatuur vraagtekens plaatst bij opvattingen, denkbeelden en clichés. Literatuur stelt (voor)oordelen ter discussie waar pulpliteratuur deze enkel bevestigt.


De zoveelste reden om literatuur te lezen. Hartstochtelijke literatuur!



Frans Meulenberg,


onderzoeker aan de afdeling Medische Ethiek, Erasmus MC Rotterdam

Ziektebeelden
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.