Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
CT-scan die laat zien welke delen van het brein voldoende doorbloed zijn en welke niet. Overzicht gemaakt met behulp van IntelliSpace Portal 9.0.
CT-scan die laat zien welke delen van het brein voldoende doorbloed zijn en welke niet. Overzicht gemaakt met behulp van IntelliSpace Portal 9.0.

Nieuwe software van Philips maakt radiologische diagnoses nog nauwkeuriger, sneller en kwantitatiever, aldus neuroradioloog Mark van Buchem.

Philips-topman Frans van Houten spreekt graag over ‘het gezondheidscontinuüm’. Hij bedoelt daarmee het hele gamma van gezond leven, preventie, diagnose, behandelingen – al dan niet in het ziekenhuis – tot aan de thuiszorg. Sinds Philips eind mei van dit jaar zijn verlichtingsdivisie naar de beurs bracht, richt het bedrijf zich helemaal op de ontwikkeling van medische technologie. En dat betekent dat Philips voor elk van de deelgebieden van dat continuüm apparaten en software ontwikkelt of beschikbaar heeft. Die ‘HealthTech’, zoals het bedrijf dat noemt, omvat dan ook medisch-diagnostische en therapeutische technologie (CT-scans, MRI, radiologische software, minimaal invasieve interventies) maar ook consumentenproducten, zoals de zogenaamde wearables die hartslag, beweging of bloeddruk meten.

Philips is niet het enige bedrijf dat zich toelegt op een ‘internet van medical things’; ook andere technologiebedrijven zien een groeimarkt, zoals Apple en Google en meer traditionele concurrenten als Siemens en General Electric.

Superslimme software

Aan de vooravond van de jaarlijkse Scientific Assembly and Annual Meeting van de Radiological Society of America (RSNA), liep de top van Philips op het hoofdkantoor in Amsterdam alvast vooruit op de nieuwigheden die daar gepresenteerd zouden worden. Apparaten uiteraard, maar toch vooral ook software, zo maakten CEO Frans van Houten en Jeroen Tas, topman van het nieuwe Philips-onderdeel Connected Care & Health Informatics, bekend. Tas geeft leiding aan de ontwikkeling van die ‘superslimme’ software die digitale gegevens kan integreren en het stellen van diagnoses, het vroeger opsporen van ziektes, het ontdekken van patronen bij chronische aandoeningen en het op afstand monitoren van patiënten kan vergemakkelijken en verbeteren. Toepassingen daarvan zijn momenteel vooral te vinden in de cardiologie, de oncologie en de neurologie.

Voorbeeld is een nieuw type CT-scan dat het mogelijk maakt op basis van een enkele scan van een tumor op verschillende niveaus naar het weefsel te kijken; dus zonder dat van de patiënt steeds opnieuw een scan gemaakt hoeft te worden. Ander voorbeeld is een systeem om miljoenen scans en andere data afkomstig van verschillende bronnen te beheren en beschikbaar te maken voor alle clinici in een netwerk (Intellispace Universal Data Manager).

Radiologen, zo redeneert Philips, willen de informatie die scans opleveren integreren met data ontleend aan het ziekteverleden van een patiënt. Het nieuwe systeem dat dit mogelijk maakt, heet Illumeo en het is zelflerend; het ‘begrijpt’ waar de radioloog naar kijkt en suggereert welke metingen hij nog meer zou moeten doen, gegeven die klinische context. Ook is er een systeem (PerformanceBridge) dat radiologieafdelingen kan ondersteunen bij het operationele proces: inzet van instrumenten, kennisuitwisseling, in het algemeen: praktijkmanagement.

Radioloog in het centrum

Eén ding is duidelijk: als het aan Philips ligt, krijgt de radioloog een plaats in het centrum van de zorg. Geen wonder dus dat topmannen Van Houten en Tas werden geflankeerd door LUMC-hoogleraar neuroradiologie Mark van Buchem. Hij benadrukte met name de voordelen van IntelliSpace Portal 9.0, software die radiologen ondersteunt bij het opsporen van ziektes, diagnostiek en follow-up na behandeling. Philips speelt daarmee in op de vraag naar meer instrumenten voor de beoordeling van beelden van patiënten met hersenafwijkingen en neurologische ziekten, zoals dementie, beroerte, ALS en MS. Ook biedt de software ondersteuning voor radiologische beeldvorming van tumoren en hart.

Als het aan Philips ligt, staat de radioloog in het centrum van de zorg

Volgens Van Buchem heeft de huidige wijze van beoordeling van radiologische beelden verschillende nadelen. Zo kijkt de radioloog met het blote oog naar de beelden waardoor de kwantitatieve analyse van ziekteveranderingen inaccuraat is. Met name subtiele veranderingen die zich over de tijd voordoen, zijn lastig of niet waarneembaar en vooral: het verschil tussen atrofie op basis van toename van leeftijd en die door een onderliggend ziekteproces (bijvoorbeeld dementie) is niet te maken.

De nieuwe software onderscheidt hersenweefsel van niet-hersenweefsel en kan kwantitatieve hoeveelheden berekenen, zoals het volume van de witte-stofafwijkingen. Daarnaast kan het programma geheel geautomatiseerd kijken naar veranderingen tussen twee beelden en het kwantitatieve verschil tussen beide beelden berekenen. Dit vergroot de accuraatheid, scheelt tijd en geeft diagnostische informatie die voorheen niet beschikbaar was. Het maakt vroegdiagnostiek mogelijk, het maakt eerder duidelijk of een behandeling aanslaat en het biedt ook mogelijkheden om gerichter wetenschappelijk onderzoek te doen naar de eerste fase van neurodegeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer.

Van Buchem trok de vergelijking met het consultatiebureau, waar de schedelomtrek van baby’s gemeten wordt waarna die wordt uitgezet in een curve. Hierdoor kunnen afwijkingen van de normaalwaarden gemakkelijk vastgesteld worden. Van Buchem verwacht dat dit dankzij de nieuwe software ook mogelijk wordt voor bijvoorbeeld hersenatrofie, zodat dan wel vastgesteld kan worden of die overeenkomt met de leeftijd (en dus ‘normaal’ is) of dat er een ziekteproces aan ten grondslag ligt.

Puntje van aandacht

Volgens topman Van Houten ontwikkelt de radioloog zich tot een clinical data scientist. Van Buchem merkt dat er in zijn beroepsgroep nog wel weerstand heerst tegen deze kijk op het radiologievak, maar hij voorziet niettemin dat in de komende jaren geavanceerde software zijn vakgebied grondig zal veranderen. ‘Radiologen gaan van een artist’s impression van beelden naar computergeassisteerde diagnostiek.’ En dus niet, relativeerde hij, naar ‘computergebaseerde diagnose’: artsen zullen altijd nodig blijven om uit alle informatie conclusies te trekken en medische beslissingen te nemen.

Puntje van aandacht is wel dat de effectiviteit van de nieuwe software nog klinisch bewezen moet worden. Omdat het om zelflerende algoritmen gaat – software dus die zichzelf verbetert – zou toelating door bijvoorbeeld de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA niet langs de gebruikelijke wegen moeten gaan. De autoriteit zou het ‘concept’ moeten goedkeuren, niet het definitieve resultaat. Philips is daarover met de FDA in gesprek.

download dit artikel (pdf)
radiologie techniek
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • W.J. Jongejan, huisarts n.p., Woerden 06-12-2016 13:57

    "Het nieuws over de activiteiten van Philips in de zorg en specifiek binnen de radiologie kon men deze week niet over het hoofd zien in de media.. Het is dan ook verrassend om hier te lezen dat Philips de loftrompet steekt over alle nieuwe software op het gebied van de radiologie, maar dat aan het einde van het artikel nog wel een "probleempje" wordt genoemd. Dat is " het puntje van aandacht" dat de effectiviteit klinisch nog bewezen moet worden. Dat lijkt me nu juist het crucialepunt, waar alles om draait. Bovendien is het de vraag of de doorgaans zeer strenge Amerikaanse Food and Drugs Administration het concept van zelflerende, meebeslissende algoritmes gaat goedkeuren. Het zou betekenen dat de FDA iets goed zou moeten keuren dat nu een bepaalde uitkomst kan hebben maar op enig moment later een andere uitkomst. Welke controle is daarop? Is het altijd transparant wat de algoritmes doen? Alle publiciteit geeft aan welke ambitie Philips heeft, maar het is vooralsnog onduidelijk en onzeker wat ervan terecht gaat komen. Daarnaast moet men zich realiseren dat er sprake is van een zeer wezenlijke verandering in de rol van Philips, die nu ook de patiëntgegevens wil integreren met de digitaal vastgelegde resultaten van beeldvormende techniek. Dat houdt in dat patiëntgegevens(ziektegeschiedenissen) mede in de cloud worden opgeslagen waarin Philips in haar hoekje de digitale beelden wil opslaan. Eén en ander betekent een wezenlijke verandering in dataopslag, databeheer en verantwoordelijkheden met betrekking tot in ziekenhuizen verzamelde patiëntgegevens. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.