Inloggen
Laatste nieuws
Nieuws

Problemen bij wisselen anti-epileptica

Plaats een reactie

Generieke anti-epileptica vertonen soms grote onderlinge verschillen in de hoeveelheid werkzame stof die uiteindelijk wordt opgenomen.

Dat blijkt uit de voorpublicatie in Annals of Neurology van een studie door een onderzoeksgroep van Johns Hopkins University onder leiding van neuroloog prof. dr. Gregory Krauss.  ‘In het algemeen moeten we generieke preparaten blijven gebruiken bij de behandeling van epilepsie’, aldus Krauss in een persbericht van zijn universiteit. ‘Maar wij vinden wel dat patiënten en apothekers voorzichtiger moeten zijn met het switchen tussen verschillende generieke versies van anticonvulsiva.’ Ook vindt hij dat beleidsmakers ernstig moeten nadenken of de eisen die gesteld worden aan generieke preparaten geschikt zijn voor elk type geneesmiddel. ‘Voor patiënten met epilepsie is dat wellicht niet het geval.’

Krauss en zijn collega’s maakten gebruik van de Amerikaanse pendant van de Wet openbaarheid van bestuur om inzage te krijgen in de registratiegegevens van generieke preparaten. Bij de registratie van zo’n generiek middel kan weliswaar volstaan worden met een beperkt dossier, maar de fabrikant moet wel aan een aantal eisen voldoen. Bij de meeste middelen die oraal worden toegediend moet ‘bio-equivalentie’ worden aangetoond. Dat wil zeggen dat het middel binnen redelijke marges in dezelfde mate wordt opgenomen als de spécialité. En die ‘redelijke marge’ is waar volgens Krauss en collega’s de schoen soms wringt. De Amerikaanse FDA hanteert net als zijn Europese evenknie EMA als grens een piekconcentratie in het bloed en een totale absorptie die ligt tussen 80 en 125 procent van die van de spécialité.

Op grond van de gegevens die zij met de Freedom of Information Act boven tafel kregen, laten Krauss en collega’s zien dat de biologische beschikbaarheid van de meeste generieke preparaten nauwelijks verschilt van beschikbaarheid van de spécialité. Switchen tussen deze middelen en het oorspronkelijke merkpreparaat zou dus probleemloos moeten verlopen. Maar er zijn ook preparaten met meetwaarden dicht tegen de boven- of ondergrens aan. Als de patiënt van de apotheker de ene keer een middel krijgt dat dicht tegen de ondergrens aan zit en de volgende keer een middel dat aan de bovengrens raakt, kunnen onaanvaardbare schommelingen in de medicatiespiegel in het bloed ontstaan. Verschillen rond 30 procent zijn volgens de onderzoekers geen uitzondering. Deze bevindingen vormen een mogelijke verklaring voor het feit dat sommige epilepsiepatiënten die generieke middelen gebruiken, vaker aanvallen hebben dan lotgenoten die de spécialité slikken.

Pieter van Megchelen

Assessing bioequivalence of generic antiepilepsy drugs


Lees ook:

beeld: THinkstock
beeld: THinkstock
Nieuws Wetenschap apothekers
  • Pieter van Megchelen

    Pieter van Megchelen legde zich na zijn doctoraal geneeskunde in 1986 toe op de wetenschapsjournalistiek. Hij werkt freelance voor diverse opdrachtgevers, met name in de wereld van umc's en subsidiegevers.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.