Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
R.J.H. Crommentuyn
01 maart 2011 9 minuten leestijd

PreventieConsult in de startblokken

1 reactie

Wildgroei aan gezondheidstests noopt tot actie

Na jaren van voorbereiding is er eindelijk een gevalideerde gezondheidstest voor de hele bevolking. Huisartsen moeten nu inhaken met het PreventieConsult, vinden de makers. ‘Als wij het niet doen, gaan commerciële aanbieders het doen.’

‘Dit is het moment om door te zetten’, zegt de Leidse hoogleraar Huisartsgeneeskunde Pim Assendelft. ‘Het PreventieConsult is hét instrument om evidence-based preventiebeleid te voeren.’ Aan de wetenschappelijke onderbouwing van deze risicotest voor hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en nierziekten is jaren gewerkt. En nu is hij klaar (zie kaders en illustratie). Op 1 maart publiceert het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) de Standaard Het PreventieConsult, module Cardiometabool risico (CMR).

Als voorzitter van de regiegroep van het PreventieConsult CMR was Assendelft nauw betrokken bij de totstandkoming ervan. Volgens hem is de tijd er rijp voor. ‘Het regeerakkoord is positief over preventie. Gemeenten en GGD’en raken erin geïnteresseerd en het College voor Zorgverzekeringen neemt het PreventieConsult mee in het pakketadvies. De deelnemende gezondheidsfondsen (Hartstichting, Nierstichting en Diabetes Fonds) willen ermee de boer op. Als je ermee aan de slag wilt, dan zeg ik: dit is het. Als we het nu niet doen, dan gooi ik de hele stapel rapporten over preventie en leefstijlverandering in de prullenbak en stop ik ermee. Dan was dit blijkbaar een gevecht tegen windmolens.'

Kader: Het PreventieConsult CMR

Het PreventieConsult CMR bestaat uit een vragenlijst waarmee mensen een eerste inschatting krijgen van hun risico op hart- en vaatziekten, diabetes en nierschade. Mensen met een licht verhoogd risico – bijvoorbeeld vanwege specifieke risicofactoren – ontvangen een leefstijladvies op maat. Mensen met een verhoogd risico krijgen het advies om een afspraak te maken met de huisarts. Daar volgen twee consulten. In het eerste consult wordt het risico in kaart gebracht en besproken. Dit gebeurt aan de hand van de door de patiënt ingevulde risicotest en non-invasieve metingen die ter plekke worden uitgevoerd. Als blijkt dat de patiënt inderdaad een verhoogd risico heeft, dan krijgt hij een verwijsbrief mee voor het laboratorium. Tijdens het tweede consult stelt de arts het risicoprofiel op en bespreekt dat met de patiënt. Indien relevant krijgt de patiënt een leefstijladvies op maat – al dan niet met doorverwijzing naar andere professionals of organisaties – en start de arts de behandeling volgens bestaande richtlijnen en zorgstandaarden. In een proefproject met zestien huisartsenpraktijken werden ruim 1500 mensen uitgenodigd om de risicotest in te vullen. Uiteindelijk kwamen 131 mensen voor een of meer consulten naar de huisarts. Bij 20 procent werd een behandelbare aandoening opgespoord.

Bombarie
De bevlogenheid van Assendelft is typerend voor de sfeer die rond het PreventieConsult CMR heerst. Er is sprake van enige urgentie. Bij het publiek bestaat een grote behoefte aan een algemene gezondheidstest. Huisartsen krijgen om de haverklap de vraag of ze niet ‘voor de zekerheid’ even de bloeddruk of het cholesterol willen meten. De aanbieders van zelftests op internet doen goede zaken. Evenals de verkopers van total body scans.

De slecht onderbouwde resultaten van deze tests en scans veroorzaken soms onnodige bezorgdheid bij patiënten en genereren overbodig artsenbezoek. Huisartsen raakten hierover regelmatig geïrriteerd, maar meestal ook niet meer dan dat. De toon is echter veranderd sinds de medisch specialisten van het Haagse Bronovo Ziekenhuis begin dit jaar met veel bombarie de online Gezondheidsrisicotest lanceerden.

Net als het PreventieConsult CMR registreert de ‘basistest’ van het Bronovo het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en nierschade. Net als het PreventieConsult CMR sluit de inhoud aan bij bestaande richtlijnen. Net als het PreventieConsult CMR is de test eerst uitgeprobeerd in een aantal huisartsenpraktijken. En net als het PreventieConsult CMR krijgen mensen die de test doen informatie over de aanpak van risicofactoren. De Gezondheidsrisicotest werd volgens opgave van het Bronovo Ziekenhuis binnen drie dagen door 100.000 mensen ingevuld.

De makers van het PreventieConsult CMR waren verrast door dit specialisteninitiatief. Het NHG en de LHV haastten zich in een gezamenlijke reactie te benadrukken dat goede begeleiding achteraf een belangrijke voorwaarde is voor het aanbieden van een screeningstest. ‘Een succesvolle behandeling, zoals het geven van leefstijladvies op maat, het verwijzen naar beweeg- en “stoppen met roken”-programma’s, en het voorschrijven van medicijnen is essentieel.’

Met het vooruitzicht dat de concurrentie niet stilzit, is nu dus enige haast geboden. ‘Als wij het niet doen, gaan zij het doen’, zegt LHV-bestuurslid Geert-Jan van Loenen met een verwijzing naar het Bronovo-initiatief. ‘Andere partijen doen het duurder en minder effectief. Hun testen leveren veel werk op voor huisartsen zonder dat er iets tegenover staat. Mochten er nog collega’s twijfelen over het nut van het PreventieConsult CMR, dan zal die overweging hen toch over de brug trekken.’

Versnipperd
Met de publicatie van de NHG-Standaard staat invoering van het PreventieConsult CMR desondanks nog in de kinderschoenen. Al was het maar omdat 10 à 20 procent van de huisartsen bedenkingen heeft bij het preventie-instrument.

Daarnaast bestaan er in de praktijk nog tal van onduidelijkheden over de organisatie en financiering van de risicotest. Idealiter wordt het PreventieConsult CMR in de basisverzekering opgenomen. Dat vergroot de kans op uniforme invoering in het hele land. ‘Vooropgesteld dat er een passende compensatie voor geïnvesteerde tijd en mankracht tegenover staat, zullen de meeste huisartsen het PreventieConsult dan in hun aanbod opnemen’, aldus Van Loenen. Maar opname in het basispakket is nog niet aanstaande. Het advies van het CVZ hierover wordt pas na de zomer verwacht.

Tot die tijd zouden huisartsen zelf met hun preferente zorgverzekeraar in gesprek moeten gaan over de voorwaarden waaronder zij het PreventieConsult CMR kunnen aanbieden. Van Loenen is kritisch over de houding van zorgverzekeraars ten opzichte van preventie. ‘We hebben geïnventariseerd wat zorgverzekeraars al aan preventieactiviteiten vergoeden. Het blijkt dat ze bijna allemaal wel iets doen. Alleen is het aanbod enorm versnipperd en grotendeels ondergebracht in de aanvullende verzekering.

‘Een huisarts die ons benadert, krijgt te horen dat het PreventieConsult voor bijna de helft van onze verzekerden vergoed is’, zegt Janneke
Kaper, programmamanager Preventie van zorgverzekeraar CZ. ‘Dit betreft voor een aanzienlijk deel ouderen, want het zit in onze zogeheten 50-plus-polis. Via andere aanvullende pakketten, onder meer voor mensen die via hun werkgever verzekerd zijn, is het voor iets meer dan een miljoen van onze klanten vergoed. We hadden het graag voor iedereen willen aanbieden, maar omdat het rapport van het CVZ al snel komt, wachten we op hun besluit.’

De aanvullende verzekering selecteert op inkomen en niet op risicofactoren. Van Loenen: ‘Het zou voor huisartsen bovendien een hele klus worden om van elke patiënt uit te zoeken waar hij verzekerd is en met welk pakket tegen welke voorwaarden hij mag worden uitgenodigd voor het PreventieConsult CMR.’ De LHV heeft daarom liever dat huisartsen proberen om de risicotest onder te brengen in een module voor Modernisering en Innovatie (M&I). Ze krijgen dan een vast bedrag per patiënt per jaar om het programma uit te voeren. Ook de financiering van het cardiovasculair risicomanagement is bijvoorbeeld op die manier geregeld. Van Loenen: ‘Die aanpak zou het mogelijk maken om het consult aan te bieden aan alle patiënten van je preferente verzekeraar. Maar ook dan moet je als huisarts onderscheid maken tussen je patiënten en dat doe je liever niet.’

Bloedonderzoek
In de coulissen staan ondertussen ook andere deelnemers aan het PreventieConsult CMR te trappelen van ongeduld om ermee aan de slag te gaan. ‘Bij bedrijfsartsen is er aan enthousiasme geen gebrek’, zegt Marjolein Bastiaanssen van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). ‘Bij de Bedrijfsgeneeskundige dagen zaten de workshops over het PreventieConsult CMR hartstikke vol.’

De bedrijfsartsen hebben van oudsher preventief medisch onderzoek in hun aanbod, legt Bastiaanssen uit. Bovendien zijn arbeidsgerelateerde factoren als nachtdiensten en werkstress van invloed op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Zo gek is het dus niet dat de bedrijfsartsen het PreventieConsult CMR gaan aanbieden.

Zeker niet als je bedenkt dat bedrijven een prima omgeving zijn om leefstijlinterventies aan te bieden. ‘Het opsporen van risico’s is één, de juiste interventie aanbieden is twee’, zegt Bastiaanssen. ‘Bij grote bedrijven bestaat de mogelijkheid om interventies in samenhang en aan grotere groepen risicodragers aan te bieden: stoppen met roken, gezond eten, bewegen. Het slaat beter aan als je dat samen met je collega’s doet dan wanneer je dat in je eentje of tussen onbekenden moet doen. Bovendien zijn er al verschillende evidence-based interventies in de werkomgeving beschikbaar.’

Hoe bedrijfsartsen precies met het PreventieConsult CMR aan de slag gaan, is nog niet uitgekristalliseerd. ‘Werknemers die nu bij de bedrijfsarts komen, krijgen vaak standaard een ogentest aangeboden, lengte en gewicht worden gemeten en soms vindt bloedonderzoek plaats. We moeten voorkomen dat er te veel invasief onderzoek plaatsvindt. Dus moeten we het PreventieConsult CMR stroomlijnen met het overige bedrijfsgeneeskundige aanbod. In een proefproject zullen we verschillende uitvoeringsmodellen uitproberen.’

Koffiehuizen

Een andere onbeantwoorde vraag is hoe het PreventieConsult CMR de probleemgevallen gaat bereiken. Pim Assendelft: ‘Veel risico’s zitten bij mensen uit lagere sociaaleconomische klassen en mensen van niet-westerse herkomst. Dat zijn niet degenen die na een brief van de huisarts meteen het internet opgaan om een formulier in te vullen.’ Om daaraan tegemoet te komen kent het PreventieConsult CMR naast de digitale versie ook een papieren variant voor de risicotest. ‘Maar wellicht is ook dat onvoldoende’, aldus Assendelft. ‘We denken nu na over andere manieren om deze mensen te bereiken.’

Daarvoor is samenwerking nodig met andere partners dan alleen huisartsen, vindt directeur
Bert Kuipers van het Diabetes Fonds. De gezondheidsfondsen die samen met de huis- en bedrijfsartsen het initiatief namen voor de ontwikkeling van het PreventieConsult CMR hechten aan een zo breed mogelijke aanpak. ‘De huisartsen hebben een centrale rol, vooral als het gaat om de diagnostiek. Vandaar ook dat de invoering nu in de huisartsenpraktijken begint. Maar voor de vroegherkenning bij mensen die de huisarts niet bereikt, zou je ook kunnen denken aan de thuiszorg, die immers bij mensen thuis komt, en aan apothekers en de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD’en).’

Bij de brede aanpak hoort volgens Kuipers ook dat het PreventieConsult CMR zich niet alleen concentreert op de patiënten met behandelbare risico’s. ‘Een grote groep mensen heeft nu nog geen indicatie voor verwijzing naar de huisarts, maar heeft wel een duidelijk ongezonde leefstijl. In de bestaande opzet krijgen deze mensen een gericht leefstijladvies via internet. Maar vooral de oudere allochtonen bereik je beter via bijvoorbeeld koffiehuizen en moskeeën.’

Het benaderen van sleutelfiguren in een wijk is een mogelijkheid, beaamt Pim Assendelft. Maar volgens hem hoort dat bij de vervolgstappen. ‘In eerste instantie gaan we ons richten op de mensen met behandelbare risicofactoren die we nu nog niet vinden. Daarnaast biedt het PreventieConsult CMR allerlei aantrekkelijke mogelijkheden om risicofactoren in brede zin aan te pakken, maar dat gaat niet van vandaag op morgen. Huisartsen moeten eerst maar eens wennen aan hun nieuwe rol. Leefstijladviezen zijn immers nu nog geen tweede natuur.’

Robert Crommentuyn

Samenvatting

  • Het PreventieConsult CMR is een onderbouwde vragenlijst om het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en nierziekten in te schatten.
  • Zowel bij het publiek als bij artsen is er veel behoefte aan zo’n test.
  • Huisartsen en bedrijfsartsen willen graag met PreventieConsult CMR aan de slag.
  • De zorgverzekeraars hebben nog geen eenduidig besluit genomen over de vergoeding van de test.
  • Onduidelijk is ook hoe alle verschillende risicogroepen moeten worden bereikt.

Hoogleraar Huisartsgeneeskunde Pim Assendelft: ‘Het PreventieConsult is hét instrument om evidence-based preventiebeleid te voeren.’ beeld: Marc de Haan, HH
Hoogleraar Huisartsgeneeskunde Pim Assendelft: ‘Het PreventieConsult is hét instrument om evidence-based preventiebeleid te voeren.’ beeld: Marc de Haan, HH

Gratis E-learning

In een uitzending van MCtv en het NHG komt het PreventieConsult CMR uitgebreid aan bod.

De uitzending is gebaseerd op de nieuwe NHG-Standaard voor het PreventieConsult CMR. De verschillende fasen worden in beeld gebracht, afgewisseld door commentaren en discussies met belanghebbenden. Kijk hoe u zelf het PreventieConsult CMR in uw praktijk kunt implementeren. Gastheren: Ben Crul (Medisch Contact) en Pim Assendelft (LUMC).

Gratis online beschikbaar vanaf donderdag 17 maart 20.30 uur via www.medischcontact.nl en www.nhg.org.

De nascholing is geaccrediteerd voor huisartsen (1 uur). Accreditatie voor sociaal geneeskundigen en bedrijfsartsen is aangevraagd.

Meer artikelen over het PreventieConsult vindt u in het dossier PreventieConsult

Lees ook:

Klik op het plaatje voor een grotere afbeelding
Klik op het plaatje voor een grotere afbeelding
Klik op  het plaatje voor een grotere afbeelding
Klik op het plaatje voor een grotere afbeelding
<b>PDF van dit artikel</b>
Diabetes hartrevalidatie ouderen evidence based medicine nhg
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • M.P.J. Beeres, huisarts, Hoevelaken 21-03-2011 01:00

    "Het nieuwe PreventieConsult helpt bij het snel en efficiënt uitfilteren van risicopatiënten.
    Toch bekruipt mij een onaangenaam gevoel dat dit een steeds groter onderdeel van het huisartsenwerk gaat worden en dat andere kernwaarden worden gemarginaliseerd.
    Ons handelen wordt steeds meer door protocollen en regels. Als we iets niet zelf direct oplossen dan snel doorverwijzen. De patiënt moet zich laten gidsen door consumentensurveys en zorgkaarten, waarbij het weer van zijn polis afhangt of de behandeling vergoed wordt.
    Het medicaliseren van het normale leven schrijdt ook voort en niet alleen met de invoering van het PreventieConsult. Scholieren worden gescreend op hun houding en prestaties, sporters worden bespied door behandelgrage hulpverleners.
    Het NHG moest opschieten met zijn standaard, anders werden ze ingehaald door andere marktpartijen, lees ik (MC 9/2011: 814).
    Er wordt ook niet meer gesproken over ‘patiënt’ maar over ‘cliënt’; dat zou beter zijn. Patiënt wil je namelijk niet blijven, cliënt wel. Maar is de patiënt hiermee gebaat?
    Ieder kent in zijn praktijk patiënten die vermalen worden door de medische molens waarvan de raderen steeds minder een samenhang lijken te vormen. Kan een verstuikte enkel ook nog overgaan zonder röntgenfoto en fysiotherapie? Kan een muggenbult ook zonder zalfje of pilletje verdwijnen?
    Laten we blijven kijken naar de hele patiënt, in zijn context, met zijn geschiedenis, omstandigheden en eigenaardigheden. Uiteindelijk moet het doel toch zijn dat we ernaar streven mensen zo zelfredzaam en onafhankelijk mogelijk te maken. Dus pleit ik ervoor om als huisarts de integrale onderdelen gezins- en levensloopgeneeskunde de aandacht te blijven geven die ze verdienen.

    Maart 2011
    Martin Beeres, huisarts"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.