Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Matthijs van den Berg Johan Polder Hans van Oers
08 maart 2017 8 minuten leestijd
preventie

Preventie ondergeschoven kind in verkiezingsstrijd

Een analyse van de plannen van de grootste politieke partijen

2 reacties
Richard Brocken / Hollandse Hoogte
Richard Brocken / Hollandse Hoogte

Onderzoekers van het RIVM bekeken wat de negen grootste politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s schrijven over preventie en stellen vast dat dat onderwerp er in de meeste programma’s nogal bekaaid vanaf komt.

Preventie staat volop in de belangstelling. Je kunt geen krant openslaan of het gaat over onze ongezonde leefstijl, dreigende infectieziekten of nieuwe manieren om ziekten op te sporen.

Mensen vinden gezondheid belangrijk, en daarom is er veel belangstelling voor gezond leven en preventie. Zo werd aan de tafels van Jeroen Pauw en Humberto Tan de afgelopen maanden gesproken met: Anne Marie van Veen die als longkankerpatiënte een rechtszaak begon tegen de tabaksindustrie (Sick of Smoking), de dames van The Green Happiness vanwege hun uitspraken over gezonde voeding, kinderarts Jan Peter Rake over het belang van vaccineren in reactie op vaccintwijfelaars, en kinderarts Nico van der Lely over de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik door jongeren.

Bouwstenen

Veel maatschappelijke organisaties maken zich hard voor preventie. Denk aan de Consumentenbond die strijdt tegen kindermarketing (reclame voor ongezonde producten gericht op kinderen). Of aan de Alliantie Nederland Rookvrij, waarin bijna vijftig organisaties zich hebben verenigd om het roken nu echt definitief uit te bannen. Ook artsenorganisaties spreken zich steeds explicieter uit over preventie. Onlangs publiceerde de KNMG een position paper over preventie waarin het preventiebeleid te vrijblijvend wordt genoemd en gepleit wordt voor ‘meer inspanning en wet- en regelgeving (…) om preventie effectief te maken’.1 De KNMG vraagt aandacht voor het terugdringen van zout, suiker en vet in onze voeding en wijst op de risico’s van preventief onderzoek door middel van health checks.

Roken

Het aantal Nederlanders dat rookt daalt al jaren. Toch rookt nog steeds een kwart van de bevolking. Roken is daarmee verreweg de belangrijkste oorzaak van sterfte en ziekte. Ruim één achtste van de totale ziektelast in Nederland is toe te schrijven aan roken. Roken is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor 75-85 procent van de sterfgevallen door longkanker. De zorgkosten voor aan roken gerelateerde ziekten bedroegen in 2015 3,5 miljard euro, bijna 4 procent van de totale zorgkosten in dat jaar en de maatschappelijke kosten van roken worden geschat op 33 miljard euro; bijna 5 procent van het bruto binnenlands product (bbp).4 5 In 2007 werd naar schatting 13,6 miljoen euro uitgegeven aan rookpreventie.6 Recentere schattingen zijn er niet. In het eindrapport van het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) ‘Gezonde leefstijl’ staat dat in 2016 (naast de kosten van een aantal bredere leefstijlgrogramma’s) voor de preventie van roken en schadelijk alcoholgebruik 11 miljoen euro werd ingezet.3 We geven – binnen en buiten de zorg – dus veel geld uit aan de schade door roken, en maar weinig aan het voorkómen daarvan. Terwijl rookpreventie over het algemeen zeer kosteneffectief is. Als we op basis van de database Kosteneffectiviteit van preventie tien recente economische evaluaties gericht op de preventie van roken op een rij zetten, dan zien we dat deze stuk voor stuk concluderen dat rookpreventie een zeer gunstige verhouding tussen kosten en effecten kent.

Met de verkiezingen voor de deur vroegen wij ons af of al deze aandacht voor het onderwerp preventie ook is terug te vinden in de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen. In die programma’s liggen immers de eerste bouwstenen voor het nieuwe kabinetsbeleid. Zijn de politieke partijen van plan werk te maken van preventie? We analyseerden de programma’s van de negen grootste politieke partijen in de Tweede Kamer op concrete maatregelen op het gebied van: preventie van infectieziekten, vroegtijdige opsporing van chronische ziekten, preventie van psychische aandoeningen en het bevorderen van een gezonde leefstijl.

Zorgparagrafen

Vrijwel alle politieke partijen besteden gedetailleerd aandacht aan de gezondheidszorg, de ouderenzorg en aan maatregelen om de zorg betaalbaar te houden. Maar preventie – het voorkómen van ziekte en zorg – krijgt veel minder aandacht. Gemiddeld gaat slechts 10 procent van de zorgparagrafen in de verkiezingsprogramma’s over preventie.

Preventie van infectieziekten komt bij de meeste partijen nauwelijks aan bod. De VVD wil als enige partij mensen beter informeren over beschikbare vaccins naast het Rijksvaccinatieprogramma, zoals het vaccin tegen gordelroos. Het verder terugbrengen van het antibioticagebruik, een onderwerp dat zowel zorg als preventie raakt, wordt door meerdere partijen benoemd. Maar voor wat betreft de infectieziekten blijft het daarbij.

Drie partijen noemen een vorm van vroegtijdige opsporing in hun verkiezingsprogramma. De VVD wil dat op de consultatiebureaus beter wordt gescreend op hechtingsproblematiek in gezinnen. D66 wil prenatale screening voor alle zwangeren aanbieden en vergoeden. De ChristenUnie wil meer inzetten op vroegsignalering in de jeugdzorg. Geen van de politieke partijen besteedt aandacht aan nieuwe screeningsmogelijkheden voor bijvoorbeeld kanker of zeldzame aandoeningen.

Psychische stoornissen

Ook preventie van psychische aandoeningen is bijna niet terug te vinden in de programma’s. CDA, SGP en ChristenUnie stellen als enige partijen maatregelen voor om suïcide te voorkomen. De geringe aandacht voor preventie van psychische stoornissen is opvallend, want ze veroorzaken meer dan een vijfde van de ziektelast (en de zorgkosten) in Nederland. Dit gebrek aan politieke belangstelling valt te meer op daar er volop effectieve preventiemaatregelen beschikbaar zijn.

De verkiezingsprogramma’s wijden de meeste woorden aan het thema gezonde leefstijl. Gezonde voeding komt in bijna alle programma’s aan bod. Vier partijen noemen het gezonder maken van productsamenstellingen voor wat betreft zout, suiker en vet, hetzij door nadere afspraken met de voedingsindustrie, hetzij door wettelijke normen. VVD, CDA, D66, ChristenUnie en PvdA noemen daarnaast voorlichting en/of educatie. GroenLinks wil dat voor vlees het hoge btw-tarief gaat gelden. Het thema bewegen wordt door de meeste partijen vooral in het kader van sportstimulering geadresseerd. CDA en PvdA willen het jeugdsportfonds inzetten voor ouders die geen lidmaatschap van een sportvereniging kunnen betalen. Voor D66 is sport en bewegen de hoeksteen van het preventiebeleid. De VVD wil een sportakkoord met de bonden, het onderwijs en maatschappelijke partners. Een meerderheid van de partijen wil fietsgebruik stimuleren en/of investeren in de fietsinfrastructuur. Roken is veruit de grootste veroorzaker van ziektelast. VVD, PvdA, SP zetten in op voorlichting en bewustwording, terwijl CDA, D66 en ChristenUnie een steviger tabaksontmoedigingsbeleid voorstaan, waar aanbodregulering en prijsmaatregelen onderdeel van zijn. Enkele partijen noemen het streven naar een rookvrije generatie. GroenLinks wil verslavende toevoegingen verbieden. Voor wat betreft het terugdringen van de alcoholproblematiek, zetten VVD, PvdA, D66 en SP in op voorlichting en ondersteuning. CDA, ChristenUnie en SGP zetten steviger in, met onder andere verdergaande aanbodregulering of prijsmaatregelen.

Levensverwachting

Preventie krijgt dus beperkt aandacht in de meeste verkiezingsprogramma’s. Is er misschien vanuit volksgezondheidsperspectief geen noodzaak meer toe? De levensverwachting in Nederland is immers de afgelopen jaren fors gestegen (meer dan drie jaar erbij in de afgelopen tien jaar) en ligt inmiddels op 81 jaar. Deze relatief snelle toename is voor een deel toe te schrijven aan betere gezondheidsvoorzieningen, maar ook preventie heeft bijgedragen, bijvoorbeeld door antirookmaatregelen, meer gebruik van preventieve bloeddruk- en cholesterolverlagende middelen, bevolkingsonderzoeken, verwijdering van transvetzuren uit de voeding en toegenomen verkeersveiligheid.2

Hoe mooi ook, we moeten ons niet blindstaren op de successen van preventie en voldaan achterover leunen. Want er zijn nog vele en grote gezondheidsverliezen en er valt nog veel gezondheidswinst te behalen. Meer dan vijf miljoen Nederlanders lijden aan een of meer chronische ziekten en dit aantal zal volgens de Volksgezondheid Toekomst Verkenning doorstijgen naar zeven miljoen in 2030. Psychische stoornissen, hart- en vaatzieken en kanker zijn in Nederland verantwoordelijk voor de grootste ziektelast. Ongezonde leefstijl speelt hierbij een essentiële rol. De leefstijl van veel Nederlanders kan een stuk gezonder: 10 procent drinkt te veel, een kwart rookt, een derde beweegt te weinig en bijna iedereen eet te weinig groente en fruit. Ook via betere arbeidsomstandigheden en meer veiligheid op de werkplek is nog veel winst te behalen, evenals door het terugdringen van fijnstof en geluid uit de leefomgeving.

Acceptabele kosten

Bovendien zijn er vele preventieve maatregelen beschikbaar waarvan is aangetoond dat ze tegen acceptabele kosten kunnen bijdragen aan het voorkomen van ziekte en zorg. De onlinedatabase Kosteneffectiviteit van preventie van het RIVM bevat honderden economische evaluaties. Het beeld dat voor de vier preventiegebieden die in dit artikel onder de loep zijn genomen (vaccinaties, screeningen, psychische aandoeningen, gezonde leefstijl) naar voren komt, is eenduidig: preventie heeft over het algemeen een gunstige verhouding tussen kosten en effecten. Zelden wordt de drempelwaarde van 20.000 euro per gezond gewonnen levensjaar (qaly) overschreden. De onderbouwing voor de kosteneffectiviteit van preventie wordt dus steeds steviger. Het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) ‘Gezonde leefstijl’ komt tot dezelfde conclusie.3 In het eindrapport worden tientallen effectieve preventiemaatregelen gerangschikt; onderaan staan de minst ingrijpende maatregelen (voorlichting, educatie) en bovenaan de meest ingrijpende (prijsprikkels, wetgeving). Over het algemeen zijn maatregelen boven in de lijst het meest effectief. Per geïnvesteerde euro levert preventie dan ook veel meer gezondheid op dan de curatieve zorg.

Vanzelfsprekend

Mensen vinden preventie belangrijk; vanuit volksgezondheidsperspectief is preventie noodzakelijk om de toenemende ziektelast het hoofd te bieden, en er zijn volop kosteneffectieve maatregelen beschikbaar. Toch komt preventie maar mondjesmaat aan bod in de meeste verkiezingsprogramma’s. En dat geldt eigenlijk over de volledige breedte van het politieke spectrum. Wat is hier aan de hand? Mogelijk wordt preventie zo belangrijk gevonden dat het vanzelfsprekend is, en zijn de schaarse woorden in de verkiezingsprogramma’s voor andere zaken gereserveerd. Maar helaas zijn daar geen aanwijzingen voor. De oorzaak is waarschijnlijk een stuk ernstiger, namelijk het ontbreken van urgentie voor preventie en de geringe zichtbaarheid van de effecten. Bij de cure en de care is de urgentie zichtbaar en voelbaar in wachtlijsten en pyjamadagen. Het succes van de zorg is bovendien vaak direct zichtbaar, in het hier en nu. Dit ligt bij preventie anders.

Het succes van een effectieve antirookcampagne wordt bijvoorbeeld pas na jaren zichtbaar in een lagere longkankerincidentie, die op dat tijdstip al lang niet meer in verband wordt gebracht met de maatregelen die nu worden genomen. Juist in een verkiezingsprogramma zou je mogen verwachten dat het vizier op de toekomst gericht wordt. Politieke partijen die gezondheid en het voorkómen van ziekte belangrijk vinden en daarom echt werk van preventie willen maken, kunnen nog veel meer doen dan zij in hun verkiezingsprogramma’s verwoorden. Gelukkig zijn deze programma’s ook niet meer dan een eerste bouwsteen voor het toekomstige overheidsbeleid. Het regeerakkoord is de volgende bouwsteen. Misschien blijkt de beperkte preventieaandacht in de meeste partijprogramma’s dan wel een ongedacht pluspunt. Want daardoor hebben de coalitiepartners op voorhand alle ruimte om elkaar op het terrein van preventie te vinden en er een krachtig beleidsthema van te maken.

auteurs

Matthijs van den Berg, hoofd afdeling Preventie & Voeding, RIVM, Bilthoven

Hans van Oers, chief science officer, RIVM, Bilthoven

Johan Polder, chief science officer, RIVM, Bilthoven

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteurs.

contact

matthijs.van.den.berg@rivm.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten

1. KNMG, Position paper Preventiebeleid, 2016.

2. RIVM, Volksgezondheid Toekomst Verkenning, 2014.

3. Werkgroep, IBO Gezonde leefstijl, 2016.

4. Maastricht University, RIVM, Trimbos Instituut, Maatschappelijke kosten baten analyse van tabaksontmoediging, 2016.

5. SEO Economisch Onderzoek, Kosten van roken, 2015.

6. RIVM, Kosten van preventie in Nederland 2007, 2010.

download dit artikel

preventie roken onderzoek
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Piet van Loon, Orthopeed, Deventer 13-03-2017 22:52

    "Deze jonge arts heeft gelijk in zijn reactie en vraagt terecht: waarom komt RIVM zolaat?
    Maar je kunt beter vragen: waarom komen ze met zo weinig? En roerden ze afgelopen jaar niet krachtig de trom met hun eigen onthutsende rapporten , die het enorme preventie deficit , wat de laatste decennia bij de jeugd is "opgebouwd", snoeihard aantonen?
    Ik snap politici wel, ze vinden gezondheid en brede preventie een beetje eng en snappen de cijfers niet helemaal. Zeker als je feitelijk moet gaan roepen, dat veel van "de kiezers" ( kennelijk) hun eigen gezondheid mogelijk niet hoog in het vaandel hebben staan, hou je je mond maar. Je gaat geen groepen kiezers tegen de kop stoten! Ook het RIVM heeft dan wel zeer verontrustende cijfers over stijgende incidenties van allerlei aandoeningen bij de jeugd, maar mist kennelijk mensen, die hier duiding aan kunnen geven. Geen kennis van de samenhang der dingen meer! De relatie tussen anatomie en fysiologie,biochemische en biomechanische onderdelen van gezond leven is foetsie. Het probleem ligt echter niet bij de gewone mens, niet bij RIVM ( die turven ) , niet bij politici, maar bij het geneeskundig apparaat en opleidingen zelf: In 60 jaar is de kracht van de Gezondheidsleer met zijn door de gemeenten en Kruisverenigingen betaalde "boots on the ground" tot in de klas en huiskamer verschrompeld. Was er vanaf de Verlichting weer zekerheid, dat als je de jeugd maar lichamelijk goed opvoedde, je vanzelf een duurzame gezondheid meenam , de artsen hebben dit uit de curricula laten weglekken. Dat kost de maatschappij miljarden!!
    Eigen onderzoek, bij Houding Netwerk Nederland ondergebracht bij 250 scholieren kon op een eesentieel onderdeel van jeugdgezondheid: soepel zijn ( Finger Floor test) vergeleken worden met enorme cohorten in de jaren 50. Toen schrokken de Amerikanen ( leerden nooit iets van die Gezondheidsleer, preventie is een vies woord daar) over d zeer matige toestand van hun jeugd met die van een westeurpees cohort"

  • Remko Kuipers, AIOS cardiologie, Amsterdam 09-03-2017 18:38

    "Prachtig dat u aandacht vraag voor dit prangende onderwerp.

    Mag ik als mogelijke oorzaak voor dit "ondergeschoven kind" ook nog noemen dat zelfs de (van reclame inkomsten afhankelijke) media mogelijk bang zijn om al te kritisch over dit onderwerp te rapporteren? Preventie ontaard als snel in 'een inbreuk in de persoonlijke levenssfeer' en dat is waar men zich publiekelijk liever niet de vingers aan brandt...

    Jammer dat dit artikel pas zo kort voor de verkiezingen verschijnt en dus de partijprogramma's niet meer haalt... waren er geen eerdere inzendingen van vergelijkbare toon die het MC wat minder als mosterd na de maaltijd had kunnen publiceren?.... De volgende keer dan maar.....


    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.