Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
S.Broersen
24 juni 2009 10 minuten leestijd
Praktijkgeluiden

Physician assistant bij de urologie

33 reacties

 

‘Meestal zeg ik dat ik een vaste assistent ben’

Anouk van der Aa is physician assistant op de polikliniek Urologie en Medisch Contact loopt een dag met haar mee. Haar begeleider is uroloog Bart Schrier. ‘Het is de vraag of een arts-assistent die net uit de schoolbanken komt net zo alert is.’

  

 

 
Het is acht uur ’s ochtends en physician assistant (PA) Anouk van der Aa loopt al rond in witte jas.
Ze is werkzaam op de polikliniek urologie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) in ’s Hertogenbosch. Kort na achten wordt de voormalig verpleegkundige al verwacht in de kelder van het Groot Ziekengasthuis, een van de locaties van het JBZ. Daar staan poliklinische ingrepen voor haar gepland. Vanochtend staan er prostaatpuncties op het programma.

Maar dat is niet de enige ingreep die zij zelfstandig uitvoert. ‘Circumcisies, frenulumplastieken, TUMT (TransUrethral Microwave Thermotherapy), niersteenvergruizingen, plaatsing van suprapubische katheters’, somt Van der Aa op. ‘En sterilisaties. Om de week doen een uroloog en ik er ieder acht, maar ik doe er nu in de tussenliggende week extra, om aan de vraag te voldoen. Soms denk ik dat heel Den Bosch intussen wel is geweest.’


Verwarrend voor patiënten
Anouk van der Aa is een van de circa 400 PA’s die inmiddels in Nederland werkzaam zijn. Dat zijn verpleegkundigen, fysiotherapeuten of andere HBO-opgeleide gezondheidswerkers die een aanvullende opleiding hebben gedaan (zie kader op blz. 1150) en nu werkzaam zijn in het medisch domein. Ze vervullen geen verpleegkundige taken, in tegenstelling tot bijvoorbeeld nurse practitioners. Van der Aa, die vroeger verpleegkundig coördinator was op de urologie-/chirurgieafdeling, werkt binnen de afdeling Urologie van het JBZ, draait mee op de polikliniek en voert zelf kleine operaties uit.

Bij de prostaatpuncties kijkt vandaag een arts-assistent van Urologie mee. Ze is nog niet zo lang bezig en werkt voornamelijk als zaalarts. Maar binnenkort zal zij ook de puncties moeten uitvoeren. Van der Aa zal haar vandaag de beginselen van de techniek bijbrengen.

De verpleegkundige heeft de eerste patiënt al op de tafel laten plaatsnemen. Van der Aa stelt zich voor, maar zegt niet expliciet wat haar functie is. ‘Als mensen ernaar vragen, leg ik het uit, maar meestal zeg ik dat een vaste assistent ben, die handelingen van de uroloog overneemt. Het is alleen maar verwarrend voor patiënten, die daar op zo’n moment toch niet op zitten te wachten.’

Ze legt de patiënt een en ander uit, vraagt wat, laat de arts-assistent ook de prostaat toucheren en begint met de echo. ‘Hier zie je de vesiculae. Je beoordeelt het kapsel: is het intact? Zie je hypo-echogene gebieden, zijn er verkalkingen? Zo meet je het volume. Controleer of er een sediment en een kweek zijn gedaan; je wilt niet dat iemand in een sepsis schiet.’

Tegen de patiënt: ‘U had de antibiotica ingenomen? En u gebruikt geen bloedverdunners?’ De twaalf biopten neemt ze razendsnel, terwijl ze rustig doorpraat tegen de patiënt. ‘Dus u was vastgelopen, zomaar ineens?’ Pang, pang, gaan de naalden. Het bioptapparaatje klinkt als een klapperpistool. Op het beeldscherm van het echoapparaat schieten witte schichten door de grijze massa. ‘Kijk, zo waaier je als het ware door de prostaat heen.’

  


 Constante factor
Na de administratie van de eerste patiënt, ligt de volgende alweer klaar: een man bij wie Van der Aa al eens eerder biopten heeft afgenomen. Toen was er niets aan de hand, maar het PSA blijft oplopen. De man heeft ook plasklachten. Van der Aa: ‘Heeft u vaak last?’ De Brabantse patiënt: ‘Neuh. Ja, bij een potje bier wel eens.’ Van der Aa: ‘Ja, bier doet de prostaat zwellen.’ Tegen de arts-assistent: ‘Je moet hier geen dienst hebben na carnaval.’

Bij de laatste patiënt is de arts-assistent aan de beurt. Van der Aa praat haar door de echo en de biopten heen. Het is net alsof een oudere arts-assistent een jongere wat uitlegt.

Van der Aa werkt nu zes jaar als PA in het JBZ, en is sinds drie jaar klaar met de opleiding. In het JBZ werken nog drie andere PA’s, op verschillende afdelingen. Het bevalt blijkbaar goed in het ziekenhuis, want er staan nog een paar mensen klaar om met de opleiding te beginnen. Maar de plekken aan de vijf opleidingsinstituten zijn beperkt en het is dus de vraag of zij in september kunnen beginnen.

Tussen zijn operaties door heeft uroloog dr. Bart Schrier tijd om over de functie van PA te praten. Hij was het vaste aanspreekpunt voor Van der Aa tijdens haar opleiding, introduceerde haar in de urologie en leerde haar de basisvaardigheden aan.

Het initiatief voor de opleiding van PA’s kwam vanuit het ziekenhuis, of eigenlijk vanuit de overheid, vertelt Schrier: ‘Dat had onder meer te maken met financiën die vrijkwamen. Het ministerie bood een vergoeding voor de opleiding van PA’s. Het JBZ is daarop ingegaan en is vervolgens bij de verschillende maatschappen nagegaan waar zij terecht zouden kunnen. Ze worden ingeschakeld om de continuïteit en de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Een PA blijft langere tijd en kan dus voor de standaardingrepen een constante factor zijn. Een arts-assistent leert iets, doet het een tijdje, en vertrekt weer.’


Alleen maar voordelen
Er zitten wel haken en ogen aan de inzet van een PA: ‘De functie is nieuw en ligt wettelijk nog niet vast. Het is dus erg belangrijk dat iemand zijn eigen grenzen goed kent.’ Een goede en vaste begeleiding is daarbij onontbeerlijk: ‘Als je iemand constant begeleidt, kun je goed in de gaten houden wat voor progressie iemand maakt, wat iemand zelfstandig kan doen. Dan pas kun je taken aan diegene overlaten. Een PA blijft werken onder de verantwoordelijkheid van een specialist.’

Schrier ziet alleen maar voordelen in de nieuwe functie: ‘Als ik niet in een opleidinginstituut zou werken, maar in een klein, perifeer ziekenhuis, zou ik graag een PA hebben en daarmee samenwerken. Maar ook in de opleidingskliniek is het waardevol, omdat ik zeker weet dat de kwaliteit van een heleboel behandelingen, zeker de relatief eenvoudige ingrepen, omhooggaat.”


Vlug en vaardig
Tussen de middag rijdt Van der Aa naar een van de andere locaties van het JBZ, het Carolus, ook in ’s Hertogenbosch. Ze doet daar enkele malen per week poli, vanmiddag samen met uroloog Peter van Migem. Bij binnenkomst weten de poliassistentes haar meteen te vinden. Een patiënt met een prostatitis heeft gebeld. Hij heeft weer plasklachten. Geen eenvoudige casus, want de man krijgt ook chemotherapie vanwege een non-hodgkinlymfoom. Van der Aa belt de patiënt op, bevraagt hem en besluit dat het verstandig is hem op de poli te zien. Ze laat hem komen en overlegt dit kort met Van Migem.

Dan pas begint het middagprogramma. In de behandelkamer staan een aantal onderzoeken gepland, vaak cystoscopieën. Meestal doet Van der Aa deze, zo ook vandaag. Verder ziet zij zowel nieuwe als controlepatiënten. Tussendoor nog wat telefoontjes, onder meer over de patiënten die op de dagopname zijn, bijvoorbeeld voor ‘observatie mictie na katheterverwijdering’. Zijn de antibiotica geregeld? Is zo’n hoeveelheid residu na mictie acceptabel? Bij twijfel overlegt ze met Van Migem, maar dat is vaak niet nodig. Ze plant zelf een patiënt met een pyelumsteen in voor niersteenvergruizing.

Tussendoor doet ze de cystoscopieën. Net als bij de prostaatpuncties, gaat het allemaal vlug, vaardig en onderwijl doorpratend met de patiënt. Een dame, die ervan overtuigd was dat het niet zou gaan lukken om de scoop in te brengen, wordt erdoorheen gepraat. Het lukt. Behendig voert Van der Aa een test uit om na te gaan of er sprake is van stressincontinentie en meet nog een residu na mictie. Met een overlegd behandelplan gaat mevrouw weer naar huis.


 

 

‘Bent u uroloog?’
En door gaat het weer, naar een patiënt met een forse prostaat, maar weinig klachten. Toch zou hij zo’n 300 ml residu hebben na de mictie, bleek op de afdeling. Van der Aa controleert of de ‘bladderscan’ wel klopt. Nee, met de echo blijkt het residu veel minder. De patiënt blij, want de katheter mag voorlopig uitblijven. Hij moet wel starten met medicatie, hetgeen Van der Aa overlegt met Van Migem. ‘Ik mag geen medicatie voorschrijven, maar het zou praktisch zijn als dat wel mocht, in ieder geval voor de standaardmedicijnen die we in de urologie gebruiken.’ Op een papiertje tekent ze de prostaat, de blaas en de urethra. Ze legt uit waarom die prostaat zo in de weg zit en welke medicijnen wat doen.

De man tuurt even naar het naamplaatje van Van der Aa: ‘Bent u uroloog?’ Met haar uitleg is hij tevreden. Hij is de enige patiënt die er die dag naar vraagt. Het lijkt de meeste mensen niet op te vallen dat deze dame geen geneeskunde heeft gestudeerd. Veel verschil met een arts-assistent is er op de poli ook niet te zien. Had ze niet beter alsnog de studie kunnen doen? ‘Ik heb het wel overwogen, maar dan zou ik weer een opleiding van zes jaar moeten volgen en vervolgens naast coassistenten werken die ik nu onderwijs geef. Voordeel van mijn functie is ook dat ik geen diensten draai.’


Geen bedreiging
De PA ziet allerlei patiënten en doet dus meer dan alleen eenvoudige ingrepen. Van der Aa: ‘Maar een heleboel eerste stappen bij een patiënt zijn standaard. De diagnostiek van de meest voorkomende urologische problemen is geprotocolleerd.’ Toch ziet zij ook patiënten terug en stelt vaak een behandeling voor. Die overlegt ze altijd wel met de uroloog. Volgens Bart Schrier is het de afspraak dat iedere patiënt in ieder geval één keer de uroloog ziet. Hij is overigens ook niet bang dat de PA comorbiditeit mist of verkeerd inschat. ‘Hun opleiding kun je vergelijken met coschappen, zij hebben overal meegelopen.

 

Anouk heeft bijvoorbeeld bij de chirurgie geleerd om een acute buik te herkennen. Het is de vraag of een arts-assistent die net uit de schoolbanken komt, net zo alert is als iemand die al een tijd in de zorg werkt. Je moet niet vergeten dat veel PA’s als verpleegkundige op de zaal hebben gewerkt. Die herkennen heel snel wat er met iemand aan de hand is.’ Vormen PA’s dan geen bedreiging voor doktoren? Schrier: ‘Waarom? Het geeft mij meer tijd om dingen te doen waar ik echt voor ben opgeleid.’

De poli loopt ten einde. Van de twintig geplande patiënten, heeft de PA er acht gezien. Exclusief niet-geplande patiënten en mensen van de dagopname. Maar het was nu een rustige poli; Van der Aa zegt normaliter meer mensen te zien. Aan het eind van de dag loopt ze langs de verpleegafdeling om de laatste eindjes bij de dagopnames aan elkaar te knopen. Kloppen de pillen wel, is de vervolgafspraak geregeld, en heeft iemand wel een recept?

Morgen een hele dag poli, de dag erna sterilisaties en mannenpoli. Daar leert zij de patiënten met erectiele disfunctie onder meer het gebruik van een vacuümpomp en het toedienen van Androskat-injecties aan.

Om half zes loopt Van der Aa de deur uit.


Sophie Broersen


Kader: De physician assistant
Physician assistants (PA’s) zijn sinds 2000 werkzaam in de Nederlandse gezondheidszorg, om aan de toenemende zorgvraag te voldoen en kwaliteit, continuïteit en arbeidsproductiviteit te vergroten. Zij verlenen medische zorg op hbo-masterniveau, bij tal van specialismen. Vaak gaat het hierbij om gestandaardiseerde zorg die van artsen wordt overgenomen.

De opleiding kan momenteel aan vier (per september 2009 aan vijf) instituten worden gevolgd en duurt tweeënhalf jaar. Om te worden toegelaten is een relevant hbo-diploma nodig en minimaal twee jaar werkervaring in de zorg. Ook moet de PA in opleiding zelf een opleidingsplaats bij een specialist regelen. Tijdens de opleiding volgt de PA per week één dag onderwijs, werkt hij twee dagen bij het eigen specialisme en loopt hij twee dagen stage op verschillende afdelingen.

In de Wet BIG staat de functie van PA nog niet omschreven. Een voorstel tot wetswijziging, zodat taakherschikking mogelijk wordt, ligt momenteel bij de Tweede Kamer. Voorlopig vallen PA’s onder de zogenaamde ‘verlengde arm constructie’. De 400 Nederlandse PA’s – al dan niet in opleiding – zijn verenigd in de Nederlandse Associatie Physician Assistants (NAPA). De NAPA houdt ook een kwaliteitsregister bij. De PA moet nascholingen volgen om geregistreerd te blijven.

De PA-opleiding wordt door de overheid gefinancierd. Na afloop daarvan verschilt het per instelling hoe de betaling verloopt: de instelling, de maatschap of beide betalen.

De verdiensten van PA’s lopen uiteen, maar in de cao’s van perifere en academische ziekenhuizen is er een normfunctie vastgesteld.1

1. Cao Academische ziekenhuizen (FUWAVAZ): normfunctie Physician Assistant (PA)schaal 11 in de functiefamilie Klinisch (Mede-)Behandelen. Cao Perifere ziekenhuizen (FWG): schaal 60 of 65, afhankelijk van taakinvulling en verantwoordelijkheden.

  

 
Links:
Nederlandse Associatie Physician Assistants

Anouk van der Aa bepaalt zelf welke patiënten voor niersteenvergruizing in aanmerking komen.  beeld: De Beeldredaktie, Joël van Houdt
Anouk van der Aa bepaalt zelf welke patiënten voor niersteenvergruizing in aanmerking komen. beeld: De Beeldredaktie, Joël van Houdt
Tussendoor is er telefonisch overleg over een patiënt van de dagopname.
Tussendoor is er telefonisch overleg over een patiënt van de dagopname.
Van der Aa overlegt bij twijfel met uroloog Peter van Migem.
Van der Aa overlegt bij twijfel met uroloog Peter van Migem.
Cystoscopieën voert zij zelfstandig uit.
Cystoscopieën voert zij zelfstandig uit.
Van der Aa: ‘Ik heb wel overwogen alsnog geneeskunde te gaan studeren, maar dan zou ik na zes jaar opleiding naast de coassistenten komen te werken die ik nu onderwijs geef.’
Van der Aa: ‘Ik heb wel overwogen alsnog geneeskunde te gaan studeren, maar dan zou ik na zes jaar opleiding naast de coassistenten komen te werken die ik nu onderwijs geef.’
PDF van dit artikel
ouderen antibiotica
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • D.E. Keegstra, Meppel 07-07-2009 02:00

    "Aan Ravesteijn en Jansen en anderen,

    Ik was er eigenlijk vanuit gegaan dat de discussie, door anderen polemiek genoemd,wel zo'n beetje was afgerond.
    Blijkbaar is het nog niet klaar. Via deze discussie had ik min of meer met drs Jansen afgesproken dat hij zich in de materie zou verdiepen en dan weer zou reageren. Wel wat heeft u geleerd?
    Nu hebben we weer drs Raavesteijn die zich gedraagt als de alwetende academicus met de nodige vooringenomenheid. Zijn voorbeeld aaangedragen over een heupfot is geen onderbouwing van zijn mening. Wilt u wat voorbeelden over linkerbundeltakblokken en vermeende myocardinfarcten?
    Het is onthutsend te moeten constateren dat wetenschappers zich zo laten leiden door vooringenomenheid. Hopelijk passen zij dit niet toe in hun dagelijks zorg voor patienten. Ik gebruik maar eens de woorden van mijn opleider "dont't confuse me with the facts, I've already made up my mind"
    En nee, u kunt gerust zijn, ik wordt geen dokter,.. en speel het ook niet. Maar dat had u kunnen weten als u zich in de materie had verdiept.
    Tevens wist ik niet dat een witte jas is voorbehouden aan enkel de dokter. In ons ziekenhuis loopt ook de civiele en schoonmaakdienst in het wit.
    En de laagtste,..Raavesteijn,...ik denk niet in laagste maar in goed functioneren naast elkaar. En zo komt het ook niet in mij op om een verwijzer of huisarts te beschouwen als een onwetende "sukkel" op mijn vakgebied. Dit is volledig voor uw rekening en zegt veel, zo niet alles over uw denktrand en de perceptie waarin u zich dagelijks begeeft.
    Ik beschouw de polemiek op deze wijze toch echt als beeindigd.

    Douwe Keegstra
    Physician assistant cardiologie i.o.
    Meppel
    "

  • T.T.H. Jansen, Geldrop 07-07-2009 02:00

    "Blij te lezen dat er nog meer van die "conservatievelingen" zijn zoals ik. Ik vroeg mij al af waar de reacties van mijn collega's bleven.
    Ze zouden nu toch tijd genoeg moeten hebben zeker als er een PA bij hen werkt?
    TOM jansen uroloog"

  • MJ Huiers, huisarts io, 's Gravenhage 06-07-2009 02:00

    "Wat navraag bij de Amerikaanse collegae leert dat de PA functie in Amerika reeds op zijn retour is wegens gebrek aan bewezen nut. Artikel zal collega aldaar opzoeken en sturen, volgt snel."

  • AJG Raavesteijn, Amsterdam 06-07-2009 02:00

    "De PA is tevens een "monster, geschapen door de tijdsgeest en overheid" en komt vanover de Atlantische Oceaan aanwaaien. Aldaar zijn ze momenteel weer tot inkeer gekomen over diens nut...

    Keegstra bedient zich eveneens van uitsluitend ervaring, eigen ervaring als PA io. Want hoeveel ervaring heeft hij/zij als arts, dus hoe zou hij/zij zijn/haar na te streven functie daadwerkelijk op waarde kunnen schatten? Hij/zij is immers niet degene die het werk van de PA controleert dan wel daar de verantwoordelijkheid voor draagt.

    Welke medicus kent niet het moment dat hij de verpleging onderling een bepaalde arts hoort afkraken: iedereen (lees: vooral de spreker) zag toch direct dat sprake was van (vul maar in), terwijl die sukkel (vergeef mij het woord) aan heel iets anders dacht. En wie kent niet het moment zelf in zo'n situatie te staan. Nog maar weer een praktijkvoorbeeld: oude vrouw gevallen op haar heup, in mijn tijd als co-assistent haar onderzocht, mijn idee: een fractuur; nee hoor zegt de verpleegster met ruime ervaring op de SEH tegen de dienstdoende assistent, ik heb die heup bekeken, daar is niets mis mee, het is de knie en daarom heb ik daar een foto van laten maken; toch ook maar een foto van de heup gemaakt: heup stuk, knie heel. Het moraal van dit verhaal: GEEN, maar een arts is een arts en een verpleger een verpleger; soms denkt een verpleger (bijna) een arts te zijn, maar hij is in ieder geval nog gebonden aan zijn eigen BIG-status.

    Nu hebben we een nieuwe functie: een PA, met meer bevoegdheden. En dan heb ik enkele vragen.
    Hoe vindt de PA zijn verhouding ten opzichte van (laten we met de laagste beginnen) de co-assistent?
    Wanneer denkt de PA gelijk te zijn aan een arts?
    Waarom loopt de PA in een witte (dokters?)jas?
    Corrigeert de PA consistent allen die hem met 'dokter' aanspreken?
    Vanaf hoeveel jaren PA-schap denkt hij ten aanzien van zijn eigen vakgebied: "domme huisarts, domme consulterende specialist"?
    En ja, wanneer denkt de PA (op bepaalde gebieden) gelijk te zijn aan de specialist?
    Protocol of niet, op een moment heeft een bepaalde patiënt een bepaalde comorbiditeit die de PA foutief duidt. De supervisor krijgt dit niet te horen, aangezien de PA geen probleem vermoedt en met al zijn ervaring meent dit goed afgehandeld te hebben. Een arts kan dit aangerekend worden: hij heeft daar immers jaren voor gestudeerd en had dit moeten zien. De PA is geen arts, en dit verwijt kan hem niet gemaakt worden.

    Er zijn genoeg kapers op de kust, genoeg ondersteunend personeel dat graag iets van de luister van de arts op zich afgewenteld ziet, de arts eindverantwoordelijk, een ander zijn roem, de patiënt de dupe.

    Naar de ambitie van Keegstra kan slechts gegist worden, maar de reactie in MC (van de KNMG, G), de opmerkingen over ervaring en imposante opleiding (gebasseerd op het geneskundeprogramma van Groningen en kent een studielast van 25 uur in de week [sic] (het is dus toch een soort GENEESKUNDE, ik herhaal GENEESKUNDE)) doen vermoeden...

    AJG Raavesteijn, medicus n.(meer)p., maar met lede ogen de teloorgang aanschouwend"

  • T.T.H. Jansen, Geldrop 04-07-2009 02:00

    "Vakanties? Daar heb ik het nooit over gehad of zelfs geinsinueerd.
    Het is wel lekker goedkoop voor een maatschap om een PA eigenlijk een hele poli draaiende te laten houden.
    Produktie zal zeker omhoog gaan maar ik vraag mij af of het woord produktie in de geneeskunde maar niet eens moet worden verlaten.
    Wij zijn geen bedrijf.
    Als wij veel suprapubische catheters "produceren" is dat dan goed?
    Als een PA veel PSA's aanvraagt, is dat dan goed?
    Kan hij /zij overzien wat voor leed onnodige PSA metingen teweegbrengen?
    Gaat de PA op eigen houtje in prostaten prikken waar een ervaren uroloog waarschijnlijk nog even afwacht?
    Tenslotte heeft 60% van de 60 jarigen een indolent prostaatca hetgeen hij meestal beter maar niet kan weten!!
    Wordt er eenmaal geprikt en een soms onbelangrijk carcinoom gevonden dan is Leiden in last en is er geen weg meer terug. Voor de patient het weet krijgt hij een radicale prostatectomie met alle gevolgen vandien.
    Over een aantal jaren zal de pA dat kunstje ook wel kennen.
    Waar houden we in godsnaam op?
    We gooien ons vak te grabbel alsof die langdurige specialistische opleiding allemaal voor niets is geweest.
    Ik vernam gisteren van een PA dat die jarenlange ervaring, waar in het artikel over gesproken wordt, helemaal geen urologische ervaring hoeft te zijn.
    Ook bv een fysiotherapeut kan PA urologie worden. Handig al die " ervaring" !!
    En dan het woord polizuster, misschien wat ouderwetse benaming maar de patient weet wel waar hij aan toe is.
    Bij ons geen vage insinuaties zoals:" Ik zeg altijd dat ik een vaste assistent ben" .
    En neem nou maar van mij aan dat ouderwets nog niet altijd verkeerd is.
    Vroeger vond ik mijn opleider ook zo ouderwets en intussen ben ik er achter dat veel " ouderwetse" zaken weer terugkomen en veel goeds in zich hebben.
    En polizusters bij ons zijn echt pas efficient en nemen veel werk uit onze handen maar ook uit de handen van het secretariaat. Zij zijn multifuncioneel, doen dat wek waar een "zuster" voor opgeleid is, weten wanneer te stoppen en nemen zeker geen belangrijke beslissingen zonder ons er in te kennen en zo hoort het ook.
    Zij doen ook veel computerwerk, maken dienstlijsten, Maken spreekuursessies aan regelen ok-patienten en ga zo maar door.
    Zij functioneren als een soort NP's en tot zover zal ik gaan en geen stap verder.En zij ambieren ook niet meer en zijn tevreden met hun werk en willen geen doktertje spelen.
    Dat allemaal neemt ook veel werk uit de handen waardoor wij "produktie" ( ik krijg het woord bijna niet uit mijn strot) kunnen maken.
    Ik blijf erbij... een PA is wel bevoegd maar in mijn ogen onvoldoende bekwaam. Ik werk liever zelf wat harder of efficienter door samenspel met mijn "polizusters" dan dat ik het echte werk uit handen ga geven aan een PA.
    Beperkte horizon? Ik denk dat ik met 35 jaar urologie ervaring mijn horizin juist ver en vooral ook breed is, en juist weet waarom een PA er bij mij niet in komt.
    Niet voor niets kom ik naast vele anderen voor in het lijstje Topartsen van Nederland. Ik twijfelde even of ik dit moest melden. Ik weet hoe onbetrouwbaar dit soort nominaties zijn. Al jarenlang is de poli Urologie in het st Annaziekenhuis door patienten verkozen tot de beste van het ziekenhuis (bureau Lagendijk) en dat komt echt niet omdat ik zo'n toparts ben maar om mijn persoonlijke omgang met patienten die zich bij mij geen nummer voelen.
    Het is maar wat je meer waard vindt.
    Produktie, efficientie of patienten die weten wie de echte dokter is.

    TTH Jansen Uroloog"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.