Inloggen
Laatste nieuws
Mensje Melchior
7 minuten leestijd

Peter Vencken: In de cel wegens verlichten van lijden

1 reactie

Arts-assistent aangeklaagd voor moord en vrijgesproken

De 32-jarige arts Peter Vencken kan opgelucht ademhalen. Hij is vrijgesproken van de beschuldiging van moord met voorbedachten rade nadat hij een stikkende patiënt morfine en Dormicum gaf. Vanuit Noorwegen vertelt hij over de bewuste avond, zijn dagen in een politiecel, het proces en de vrijspraak.


Peter Vencken werkt op zaterdag 31 mei als dienstdoend arts-assistent op de Spoedeisende Hulp in het Amphia Ziekenhuis in Oosterhout. Hij valt in dit ziekenhuis af en toe in, naast zijn werk als arts-assistent anesthesiologie in een Nijmeegs ziekenhuis.


Om 6 uur ’s avonds belt een verpleegkundige van de afdeling Neurologie/Interne Geneeskunde hem met de vraag of hij naar een kortademige patiënt wil komen kijken. De 77-jarige patiënt heeft een paar dagen eerder een hersen-infarct gehad en voor hem is een palliatief en abstinerend beleid afgesproken. Hij kreeg eerst drie milligram morfine per uur, later is dat verhoogd naar vijf milligram morfine per uur.

Afschuw


Nu, anderhalf jaar later, staat de toestand van de patiënt Vencken nog helder voor de geest. ‘Hij stikte echt. Hij zag asgrauw door het zuurstoftekort, daarnaast was zijn hartfrequentie buitengewoon hoog; hij zette alle zeilen bij om nog zuurstof binnen te krijgen. Zijn hele kussen lag vol met groengeel slijm, hijzelf zat ook onder.’


Er staan vier familieleden om het bed. ‘Ik zag de afschuw in hun ogen. Zij zagen hun echtgenoot en vader die doodstrijd voeren en vonden dat er iets moest gebeuren. De patiënt was subcomateus, het kon zijn dat hij dit deels bewust meemaakte. Op zijn status zag ik dat hij koorts en een luchtweginfectie had. De morfinepomp bevorderde de slijmproductie ook nog en ondanks de tube in zijn orofarynx was zijn luchtweg onvoldoende vrij.’


Vencken wil de kortademigheid met morfine behandelen en weet dat de man in zo’n slechte conditie is dat hij daardoor mogelijk eerder komt te overlijden. Hij bespreekt dit met de familie. ‘Ik wilde er zeker van zijn dat zij wisten hoe ernstig de patiënt eraan toe was en dat zij het eens zouden zijn met mijn behandeling. De familie kon dit niet langer aanzien en wilde graag dat het afgelopen zou zijn.’


Vencken geeft de patiënt intra-veneus, met het infuus dat al loopt, 20 milligram morfine. De morfine brengt niet genoeg verlichting en even later wordt hij weer bij de patiënt geroepen. Hij besluit 5 milligram Dormicum toe te dienen. ‘Dat leek mij net als bij de morfine geen uitzonderlijk hoge dosis. De doseringen konden de dood versnellen, maar dat stond niet vast. Mijn intentie was niet - zoals het OM later zei - de patiënt te euthanaseren.’


Vencken blijft nog een tijdje bij de familie, maar heeft een drukke dienst. Hij laat vast overlijdenspapieren brengen. Later wordt dit hem door de officier van justitie nagedragen: daaruit zou opzet blijken. ‘Ik wist dat de patiënt in mijn dienst zou overlijden. Ik rende die avond van hot naar her en moest alles zo efficiënt mogelijk organiseren. Maar het OM heeft dat geïnterpreteerd alsof ik daarmee de patiënt opzettelijk had gedood.’

Gecriminaliseerd


De verpleegkundige is erbij als Vencken morfine en later Dormicum toedient. Zij vindt de manier waarop hij morfine toedient - Vencken neemt de spuit uit de infuuspomp en dient de morfine handmatig toe - vreemd. Ook dat hij alvast de overlijdenspapieren wil hebben, komt op haar verdacht over. Zij geeft dit door aan de neuroloog en justitie wordt ingeschakeld.


Na het weekeinde belt de medisch directeur van het Amphiaziekenhuis Vencken op, het telefoontje overvalt hem volkomen. Vencken: ‘De directeur zei: “Wij hebben je verklaring dat de patiënt een natuurlijke dood is gestorven, verscheurd. De officier van justitie is bij de zaak betrokken, het ligt al bij de politie.” Ik schrok me rot, was overstuur en in paniek. Waarom had het ziekenhuis mij niet eerst toelichting of opheldering gevraagd? Zij hadden de zaak zonder overleg bij de politie neergelegd. Ik werd meteen gecriminaliseerd.’


Tweeënhalve week later belt de politie Vencken met het verzoek een verklaring af te leggen. Een advocaat heeft hij nog niet in de arm genomen. ‘Ik was zo groen als gras. Ik dacht, ik vertel gewoon wat er is gebeurd en dan komt het goed.’ Het pakt anders uit. Vencken wordt nog diezelfde middag voorgeleid aan de officier van justitie. Deze beveelt de politiecommissaris aan de arts in hechtenis te nemen. Vencken wordt in een geblindeerd busje naar een politie-bureau gebracht, waar hij zes dagen in een politie-cel doorbrengt.


‘Ik wist niet wat me overkwam. Ik kon nog niet eens een telefoontje plegen, want ik had geen kleingeld bij me. Ik had alleen een boek bij me; dat mocht ik gelukkig meenemen in de cel. Ik moest mijn veters uit mijn schoenen halen, mijn horloge en mijn riem afdoen. En daar zat ik, in een cel van 2,5 bij 2,5 meter. Alleen maar beton. Een radio met drie zenders in de muur, een toilet dat overstroomde als ik het doortrok, een dun matrasje op de grond. Dat was alles.’

Sneeuwstorm


Vencken raakt in de politiecel zijn gevoel voor realiteit kwijt. ‘Er is nog een vriend langs geweest om wat kleding en kleingeld te brengen, maar dat kan ik mij niet eens meer goed herinneren. Ik was compleet geïsoleerd. Ik mocht tweemaal per dag vijftien minuten in een kooi lopen, met tralies boven mijn hoofd. Ik dacht: ik kom hier nooit meer uit. Ik dacht aan mijn baan en aan mijn toekomst. Alles was kapot. Er waren momenten dat ik niet meer wilde leven.’ Het boek dat ik bij me had, ging over poolreizen. Ik werkte bij in het Amphiaziekenhuis om een reis naar Groenland te betalen. Daarom stelde ik mij voor dat ik in een sneeuwstorm zat waar ik niet uitkwam, ik probeerde het als een training te zien. Dat hielp.’


Van de politiecel wordt Vencken overgebracht naar een huis van bewaring. Na in totaal negen dagen voorarrest wordt hij vrijgelaten. Kort daarna ziet hij alles minder somber in. ‘Toen ik weer bij zinnen was en de absurditeit van dit alles zag, was ik niet meer bang dat ik de gevangenis zou ingaan. Ik nam een advocaat. Deze zei dat het goed zou komen en dat was een enorme opsteker. Bovendien steunden de collega’s van het Nijmeegse ziekenhuis me. Iedereen kon zich er iets bij voorstellen, omdat elke arts in zo’n situatie kan terechtkomen. Na twee maanden ging ik weer aan het werk. Het contact met de patiënten en dat ik iets deed waar ik goed in ben, gaf juist toen veel voldoening.’

Ontlastende verklaringen


Ondertussen komt het proces steeds dichterbij. Een aantal getuige-deskundigen legt ontlastende verklaringen af.


Zo stelt hoogleraar anesthesiologie Wouter Zuurmond dat in de omstandigheden waarmee Vencken werd geconfronteerd zijn beleid ‘als een symptoombehandeling gezien kan worden bij een stikkende patiënt’. Zuurmond geeft aan dat een dergelijke behandeling ook in het Handboek palliatieve zorg  staat beschreven en dat niet objectief is vast te stellen dat de toediening van de medicijnen tot een versnelde dood van de patiënt heeft geleid.


Zuurmond heeft ook kritische kanttekeningen, vooral over het beleid op de afdeling voordat Vencken bij de patiënt komt. ‘Het ingezette abstinentiebeleid, waarbij een morfine-infuus wordt toegediend past mijns inziens minder in het kader van palliatieve zorg en de vraag dient te worden gesteld of de ontstane hectische situatie niet mede het gevolg is van het gevoerde beleid. Continue morfine-infusie bij een patiënt met koorts en bestaand longemfyseem, die reutelt en rochelt, kan leiden tot respiratoire insufficiëntie, waarbij de patiënt stikt in zijn eigen sputum.’


Ook hoogleraar pijnbestrijding B.J.P. Crul stelt in een schriftelijk commentaar dat Vencken medisch juist handelde. Hij vindt, net als Zuurmond, dat een aantal zaken minder gelukkig is verlopen. Crul: ‘Het bevreemdt mij dat de behandelende neuroloog de betrokkene niet op de hoogte heeft gesteld. Evenzeer bevreemdt het mij dat de afdelingsverpleegkundige toen zij betrokkene belde, niet tevens de neuroloog heeft ingelicht over de ernst van de situatie. Deze had dan onverwijld naar het ziekenhuis kunnen komen voor het verdere beleid. Het is ongewenst - anders dan in noodsituaties - dat artsen worden gedwongen stervende patiënten te begeleiden die hun voorheen volledig onbekend waren.’

Vlucht


Vencken is blij met de rapporten, maar vreest in de aanloop van het proces nog steeds voor zijn toekomst. ‘Als ik werd veroordeeld, zou het heel moeilijk worden om als arts te blijven werken. Die dreiging heb ik tot op het laatste moment gevoeld. Ik heb bij de rechtbank aangegeven dat als ik schuldig verklaard zou worden, het voor mij klaar zou zijn. En dan ook écht klaar. Ik dacht: dan ga ik bergen beklimmen, boven de achtduizendmetergrens uit. Daar blijf ik dan een week zitten, dan weet je het wel. Dat was voor mij een vluchtweg. Ik had namelijk geen idee hoe ik verder zou moeten als ik niet meer als arts kon werken.’ 


In juni dit jaar krijgt Vencken een uitnodiging voor de zitting. De officier van justitie eist een voorwaardelijke celstraf van 172 dagen. De beschuldiging luidt moord, valsheid in geschrifte bij het invullen van de medicatielijst (daarop stond de Dormicum niet genoteerd) en het onterecht afgeven van een verklaring van natuurlijke dood.


Vencken vertrekt naar Noorwegen, daar werkt hij nu als huisarts. In de eerste plaats om de constante confrontatie met het proces te ontvluchten. Maar ook om een andere reden: ‘Er was een aantal dingen die ik nog wilde doen in mijn leven. Als arts in Noorwegen werken, was daar een van. Bovendien is Noorwegen een prachtig land, ik wilde mij terugtrekken in de natuur en daarvan genieten.

Gouden randje


De uitspraak - vrijspraak van alle beschuldigingen - hoorde Vencken vorige week van zijn advocaat Kees Korvinus. De opluchting was groot. ‘Ik ben heel blij, het is een uitspraak met een gouden randje. De argumenten voor vrijspraak zijn duidelijk en als het OM niet in hoger beroep gaat, ligt de jurisprudentie er. Zóveel artsen krijgen te maken met terminale sedatie en deze uitspraak heeft gevolgen voor de dagelijkse praktijk. Er wordt niet meer getwijfeld of terminale sedatie kan en mag. Ik kan me niet voorstellen dat het OM nog een keer een arts voor een vergelijkbare casus in de gevangenis stopt.’ De komende week wordt spannend omdat het OM zich nog beraadt op een hoger beroep.


Ondertussen is er ook een tuchtzaak tegen hem aangespannen. Die ziet Vencken met vertrouwen tegemoet. ‘Deze zaak had vanaf het begin bij het medisch tuchtcollege moeten liggen en geen strafzaak moeten worden. Het tuchtcollege richt zich op medisch handelen en ik heb er vertrouwen in dat - als de zaak daar nog doorgaat - er een genuanceerde discussie op gang komt en de zaak niet wordt gecriminaliseerd.’


Vencken durft weer vooruit te kijken. Hij wil aan de slag in het ziekenhuis in Nijmegen. ‘Ik heb het gevoel dat ik zo veel nieuwe kaarten heb. Ik wil de draad in Nederland weer oppakken.’ 

Mensje Melchior



Klik hier voor het PDF bestand van dit artikel


 

 

 


 

anesthesiologie koorts gevangenschap
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.