Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Anna van Rhenen Harry Schouten
27 november 2015 5 minuten leestijd

Opleiding hematologie klaar voor de toekomst

Plaats een reactie

OPLEIDING

Hoewel hematologie in Nederland geen zelfstandig specialisme is, ligt het kennisniveau hoog. De vele opleidingsinitiatieven in combinatie met onzekerheden over de arbeidsmarkt maken wel dat goed overleg binnen het vakgebied nodig is.

Hematologie houdt zich bezig met, zowel benigne als maligne, aandoeningen van bloed, beenmerg en lymfeklieren. In Nederland is dit specialisme een onderdeel van de interne geneeskunde. Tijdens de opleiding tot internist bestaat de ­mogelijkheid om in de laatste twee jaar te kiezen voor de differentiatie hematologie. Dit in tegenstelling tot diverse andere landen, waar de hematologie een zelfstandig specialisme vormt en de opleiding tot hematoloog meestal vier tot zes jaar duurt. Toch voldoet de Nederlandse hematoloog doorgaans goed aan de vereiste competenties. Nederlanders zijn ook ruim vertegenwoordigd binnen de European Hematology Association (EHA) en hebben internationale invloed. De EHA maakt zich onder meer sterk voor een opleiding die in alle landen ongeveer vier jaar moet duren. Met de grote variatie in lokale culturen en opleidingen is dat een lastig proces. Maar de definitie van eindtermen is al wél succesvol. Deze eindtermen zijn vertaald in het European Hematology Curriculum Passport, waarbij duidelijk is waaraan de Europese hematoloog aan het einde van de opleiding moet voldoen.

Toetsen
De Nederlandse aiossen hematologie worden geacht hun vorderingen tweemaal per jaar te toetsen aan de hand van items genoemd in het EHA-paspoort. Hierbij gaat het niet alleen om kennismaking met alle aspecten van de hematologie, zowel op het gebied van laboratorium-diagnostiek als patiëntenzorg. Maar er is ook een gradering van competenties in weergegeven. Voor elk item wordt middels die gradering aangegeven wat het gewenste competentieniveau is aan het eind van de opleiding. Hiermee kunnen in een individueel voortgangsgesprek met de opleider zowel de voortgang als eventuele deficiënties ter sprake komen en kan er bijgestuurd worden. Bijvoorbeeld door de poliklinische patiëntenpopulatie aan te passen, of onderwijs dan wel stages anders in te richten.

Daarnaast is er een landelijk verplichte opleidingsvisitatie, die plaatsvindt door twee opleiders hematologie vergezeld van een afgevaardigde van de juniorvereniging JNVvH (zie verderop). Dat heeft voor alle partijen voordelen. Zo wordt aan de ene kant de kwaliteit bewaakt door ervaren opleiders maar is er daarnaast een hematoloog in opleiding die weet wat er bij de verschillende opleidingen speelt en als ervaringsdeskundige oog heeft voor andere aspecten van de opleiding.

Cursus
Maar er is veel meer. Met name gericht op de diagnostische kant van de hematologie bestaat er een uitgebreid en verplicht bijscholingsprogramma voor hematologen in opleiding. Er is een cursus voor cytologie en histologie van bloed en beenmerg en ook bij het jaarlijkse hemato-logiecongres is hier aandacht voor. Daarnaast is er scholing ontwikkeld door de hematologen in opleiding zelf, waarbij ze tweemaal per jaar bijeenkomen en organiseert de NVvH een klinische dag voor alle hematologen van Nederland die ook voor hematologen in opleiding nuttig is.

Een recente enquête onder afgestuurde hematologen (zie tabel) liet zien dat met name op het gebied van transfusiegeneeskunde er een tekort aan kennis werd ervaren. Daarop is een landelijk verplichte cursus ingericht door Sanquin. Of dit leidt tot toename van kennis en meer vertrouwen in eigen kunnen moet nog blijken. ‘Zelfstandig functioneren als hematoloog’ en ‘hemoglobinopathie’ (hoewel in Nederland een zeldzame aandoening) zijn onderwerpen die meer aandacht behoeven. Zelfstandig functioneren zal in elk geval een belangrijk item gaan worden in de opleiding, onder andere in de vorm van supervisiestages.

Voor medisch leiderschap is wellicht nog te weinig aandacht in de opleiding. Met de toenemende invloed van zorgverzekeraars en overheid en de groeiende macht van de farmaceutische industrie is dat wel gewenst. Een leidende rol met betrekking tot de plaatsbepaling van nieuwe ontwikkelingen in de zorg is typisch iets waarop de junior hematoloog voorbereid dient te worden. Dit geldt eveneens voor participatie in ­bestuurswerk en de persoonlijke ontwikkeling.

Baanonzekerheid
Maar er zijn ook onzekerheden: hoe staat het met de werkgelegenheid in relatie tot de instroom in de opleiding? Te veel mensen opleiden is verkwisting van geld en intellect, als dat leidt tot werkeloosheid. In 2011 en 2014 is er een grote arbeidsmarktenquête (zie kader) verricht onder aiossen hematologie en hematologen in de eerste jaren na hun registratie. Deze liet zien dat er veel baanonzekerheid is. De meesten hebben een tijdelijk contract, iets wat opvallend genoeg niet alleen veel voorkomt in de academische centra, maar ook steeds vaker in de perifere ziekenhuizen. Er zijn op dit moment circa 250 hematologen in Nederland actief. Als we de geschatte uitstroom door pensionering vergelijken met de instroom van hematologen in opleiding dan lijkt er een overschot aan te komen. Daarnaast valt op dat de spreiding van hematologen in opleiding nu niet optimaal is; de opleidingscentra in de Randstad hebben meer mensen in opleiding dan geldt voor andere regio’s.

Voorlopig hebben de opleiders dan ook afgesproken om de capaciteit niet uit te breiden. Maar als je de instroom zou willen beperken, hoe kun je dan selecteren op kwaliteit? Is het bijgehouden portfolio van een aios interne voldoende representatief voor de capaciteiten op het gebied van hematologie? Kunnen de opleiders oordelen over de motivatie van de kandidaat-hematoloog? Bij vacatures wordt met grote regelmaat gevraagd naar een afgerond promotietraject: vinden we dat nodig voor elke hematoloog?

Als gevolg van de verminderde kansen op de banenmarkt zijn enkele ­Nederlandse hematologen naar het buitenland vertrokken. Onbekend is of er ook buitenlandse hematologen naar Nederland komen. Dit maakt een planning voor de toekomst moeilijker. Belangrijk voor die planning is ook de ontwikkeling van de klinische hematologie. Gaan we een centralisatie zien, zoals bij de medische oncologie onder invloed van de Soncos-normen staat te gebeuren? Of heeft elk ziekenhuis een of meer hematologen nodig gezien de veelheid van consultatieve taken ten aanzien van stollingsproblemen, bloedingen, transfusies en specifieke diagnostiek? Gaan de werktijden veranderen en gaan we meer parttimers zien? Inmiddels is van de hematologen in opleiding 80 procent vrouw, maar ook de mannen werken voor een groot deel parttime. Moet die verschuiving nog gebeuren in de perifere ziekenhuizen? Hoe houden we rekening met de vergrijzing in de populatie en steeds langere overleving van patiënten met de nieuwe behandelingen?

Toekomst
Al met al staat er een moderne opleiding die hooggekwalificeerde hematologen klaarstoomt voor de arbeidsmarkt. Maar de vele opleidingsinitiatieven, grote veranderingen en met name ook ongewisheden maken het belangrijk dat er binnen ons vakgebied constructief wordt overlegd tussen opleiders hematologie, de wetenschappelijke vereniging Nederlandse Vereniging voor Hematologie (NVvH) en de hematologen in opleiding. Voor hen is, juist om die reden, enkele jaren geleden de junior-vereniging JNVvH opgericht. Deze komt op voor hun belangen, niet alleen met het oog op de werkgelegenheid, maar ook wat betreft de kwaliteit van de opleiding. In de JNVvH is elk academisch centrum vertegenwoordigd. Er wordt elke twee maanden vergaderd, er is twee keer per jaar een onderwijsdag en de bestuursleden zijn aanwezig bij vergaderingen van de NIV-sectie hematologie (landelijk overleg van opleiders hematologie) en NVvH. Daarmee zijn ze een erg belangrijke en gewaardeerde gesprekspartner binnen de NVvH en het landelijk overleg van opleiders hematologie.

Zo zal, in goed overleg, steeds gekeken moeten worden welke aanpassingen de opleiding nodig heeft om goed voorbereid te zijn op de toekomst.

dr. Anna van Rhenen, hematoloog UMC Utrecht, ­voorzitter JNVvH

prof. dr. Harry Schouten, hoogleraar hematologie en ­medisch afdelingshoofd Maastricht UMC+

contact

a.vanrhenen@umcutrecht.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

© Getty Images
© Getty Images
<b>Tabel: Resultaten JNVvH opleidingsenquête 2013</b>
Zelfstandig functioneren als internist 82
Competent (%)
Zelfstandig functioneren als hematoloog 35
Zaalsupervisie 74
Polikliniek 74
Consulten 97
Hemostase/trombose 58
Immuunhematologie/transfusiegeneeskunde 22
Diagnostiek-morfologie 70
Immuunfenotypering 47
Cytogenetica / moleculaire diagnostiek 70
Hemoglobinopathie 39
Immuunhematologie 25
<b>Conclusies arbeidsmarktenquête 2014</b>
Ten opzichte van 2011 (en ten koste van het aantal internist-hematologen) is het aantal chef-de-clinique-functies duidelijk toegenomen (van 9 naar 27%). In 2014 werken meer respondenten op basis van een tijdelijk contract (van 38% in 2011 naar nu 55%). Het percentage respondenten dat fulltime werkt daalde van 61 (2011) naar 34 procent (2014). Het optimisme over de kansen op de arbeidsmarkt is duidelijk afgenomen (van 70% in 2011 naar 10% in 2014). De arbeidsperspectieven lijken achteruitgegaan. Er is een disbalans tussen vraag en aanbod. De huidige conjunctuur en het overheidsbeleid zijn deels debet aan de afgenomen vraag naar hematologen. Door het rugzakjessysteem zijn er geen kosten aan het opleiden van aiossen verbonden; dit maakt de drempel laag om nieuwe aiossen aan te nemen. Er is onder jonge artsen veel belangstelling voor de differentiatie hematologie. De verwachting is dat de komende vijf jaar circa 85 hematologen de arbeidsmarkt zullen betreden, terwijl slechts 26 zittende hematologen met pensioen gaan. Zie voor uitgebreide informatie hematologienederland.nl.
<b>PDF van dit artikel</b>
hematologie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.