Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
opleiding

Ook doelmatigheid is jong geleerd, oud gedaan

Aiossen opleiden in efficiënte zorg betaalt zich uit

Plaats een reactie
getty images
getty images

Met kostenbewustzijn kun je niet vroeg genoeg beginnen, vindt het College Geneeskundige Specialismen, dat om die reden het Bewustzijnsproject voor aiossen in het leven riep.

Artsen zijn door hun centrale rol in de gezondheidszorg bij uitstek in de positie om een belangrijke bijdrage te leveren aan de doelmatigheid en daarmee houdbaarheid van onze zorg. Het is goed als aiossen hier zo vroeg mogelijk mee vertrouwd raken, meent het College Geneeskundige Specialismen (CGS), dat daarom het Bewustzijnsproject van de grond heeft getild (zie kader). Aiossen zijn in een fase van hun carrière waarin ze met een frisse en creatieve blik naar gangbare handelwijzen kijken. Daardoor herkennen ze kansen voor verbetering en innovatie.

Hieronder beschrijven wij enkele initiatieven in het kader van dit Bewustzijnsproject, die door aiossen zijn uitgevoerd om de doelmatigheid van zorg te vergroten. De initiatieven zijn in drie categorieën te verdelen. Ten eerste kan het gaan om projecten die het kostenbewustzijn bevorderen. Zorgvuldige inzet van middelen begint met bewustzijn: weten wat het kost als je een onderzoek aanvraagt, een patiënt doorverwijst of extra consulten afspreekt. Ten tweede kunnen initiatieven gericht zijn op het voorkomen van verspilling door onnodige medische tests, behandelingen en procedures. Dit is het Amerikaanse model van Choosing Wisely.1 Ten slotte zijn er initiatieven over risicomanagement en ethiek die tot doelmatigere zorg leiden: veilig werken en complicaties voorkomen verbeteren de kwaliteit van zorg en verminderen vermijdbare kosten.

1. Kostenbewustzijn

Om kosten te besparen werkte aios chirurgie Arthur Bloemen aan een nieuwe werkwijze voor het plaatsen van perifeer ingebrachte centrale katheters (PIC-katheters). Jaarlijks worden in het VieCuri Medisch Centrum ruim 250 PIC-katheters ingebracht bij patiënten, ten behoeve van langdurige intraveneuze toediening van vocht, parenterale voeding of medicatie. Voorheen gebeurde dit op de operatiekamer en werd de ligging van de katheter gecontroleerd met röntgendoorlichting. Patiënten moesten soms lang wachten op een operatiekamer en -team. In de nieuwe werkwijze worden PIC-katheters ingebracht op de recovery van het operatiecomplex en wordt de ligging van de tip met behulp van ecg-monitoring gecontroleerd. Dit levert een lastenverlichting op voor patiënt, operateur en operatiecomplex. De patiënt wacht minder lang tot hij aan de beurt is en lijnplaatsing kan vanuit het eigen bed gebeuren. De betrokkenen worden niet meer blootgesteld aan röntgenstraling en de operateur heeft geen ondersteunend team meer nodig. Operatiecomplex en -personeel zijn hierdoor beschikbaar voor andere taken.

Na een succesvolle pilot is deze werkwijze inmiddels standaardzorg in het VieCuri. Dit leidde, ondanks aanschafkosten van de nieuwe ecg-bewakingsapparatuur, tot een kostenbesparing van ruim 30.000 euro jaarlijks in het VieCuri (120 euro per PIC-katheter). Vanaf het tweede jaar, na afschrijving van aanschafkosten, is dit zelfs 190 euro per katheter en wordt jaarlijks 47.000 euro bespaard. Als alle ziekenhuizen in Nederland deze werkwijze zouden implementeren, levert dit landelijk een kostenbesparing op van ruim 4,2 miljoen euro.

Evelien Peeters voerde als aios interne in het Diakonessenhuis in Utrecht een bewustzijnsproject uit waarbij de vakgroep en assistenten uitgedaagd werden om punten van alledaagse niet-effectieve of niet-kostenefficiënte zorg aan te dragen, te scoren op relevantie en draagvlak, en vervolgens te toetsen middels een ‘critically appraised topic’ (CAT) en na te gaan hoe vaak deze zorg geleverd werd. De minst effectieve punten met de meeste evidentie werden meegenomen naar de implementatiefase. Deze projectstructuur was zeer geschikt om zowel specialisten als aiossen betrokken te houden en de laatste fase leverde veel leerpunten op die ook voor andere groepen relevant kunnen zijn. Een voorbeeld hiervan is dat het afzien van een bepaalde aanvraag, zoals een ureumbepaling, soms nauwelijks tot kostenreductie leidt door het verschil tussen werkelijke kosten en fictieve kosten (gebruikt voor de interne doorrekening). Omdat de ‘vaste lasten’ van het ziekenhuis stabiel blijven, zullen dan de kosten van andere bepalingen stijgen (zie ook MC 40/2015: 1882).2

2. Choosing wisely

Om verspilling door onnodige medische tests, behandelingen en procedures te voorkomen en zo goed mogelijk aan te sluiten bij de wensen van de patiënt, ontwikkelen en onderzoeken Michiel Hageman (aios orthopedie in het AMC), Teun Teunis (aios plastische chirurgie in het UMCU) en Ravi Vermeulen (aios gynaecologie in het VUmc) digitale keuzehulpen, onder andere voor patiënten met cardiologische, chirurgische, gynaecologische, orthopedische en plastisch-chirurgische aandoeningen. Een keuzehulp geeft zorgverleners de handvatten om gezamenlijke besluitvorming effectief in de praktijk te brengen en de patiënt bij het zorgproces te betrekken. In een paar stappen informeert de keuzehulp de patiënt over de diagnose, de verschillende behandelopties en de mogelijke voor- en nadelen per behandeling. De patiënt kan vervolgens zelf aangeven wat hij belangrijk vindt. Tijdens het consult bespreken de arts en de patiënt de uitkomst van de keuzehulp en nemen samen een beslissing. Uiteraard is het daarbij van groot belang de relevante patiëntenorganisaties in een vroeg stadium bij de ontwikkeling hiervan te betrekken om de inhoud met de doelgroep af te stemmen en zo een breed draagvlak te verkrijgen.

De resultaten tonen aan dat keuzehulpen het proces van samen beslissen ondersteunen: zowel patiënten als artsen ervaren dat effect. Door patiënten meer te betrekken in het besluitvormingsproces zijn ze tevredener.3 Een bijkomend effect is dat de zorgconsumptie en dus de zorgkosten kunnen afnemen met het toepassen van keuzehulpen. Uit eerste onderzoeksresultaten naar de effecten van de ontwikkelde keuzehulpen blijkt dat 12 tot 21 procent van de patiënten met heup- of knieslijtage niet langer kiest voor een invasieve behandeling na het gebruik van de keuzehulpen. Dit zijn eerste indicaties dat de keuzehulpen de zorg aanzienlijk doelmatiger kunnen maken.⁴

3. Risicomanagement en ethiek

In deze categorie, die gericht is op veilig werken en het voorkómen van complicaties, richt aios urologie Florine Schlatmann zich op de 2,5 miljoen Nederlanders die laaggeletterd zijn. Laaggeletterdheid leidt bij de huidige toename van schriftelijke en digitale informatievoorziening tot een voortschrijdende gezondheidsachterstand. Door onder meer frequentere ziekenhuisbezoeken, slechtere therapietrouw en een hoger complicatierisico zijn de geschatte extra zorgkosten 127 miljoen euro per jaar in Nederland. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat door laaggeletterden aangepast informatiemateriaal aan te bieden zij op hetzelfde kennisniveau komen als geletterden. Hier valt dus veel winst te behalen. Daarom werd het project ‘Aap-Noot-Nier’ gestart. Geïnspireerd op de veiligheidskaarten in vliegtuigstoelen (veel beeld, weinig tekst), wordt informatie over ziekte, onderzoeken en behandelingen verwerkt in beeldfolders en in gesproken animaties. Het gaat hierbij om informatie, gedestilleerd uit tekstfolders van alle Nederlandse ziekenhuizen, waardoor het materiaal nationaal inzetbaar is. Een taalkundige kijkt de tekst na, en om zeker te zijn dat de aangeboden informatie ook passend is voor de doelgroep, wordt in samenwerking met Stichting Lezen & Schrijven het materiaal getest door laaggeletterdenpanels.

De beeldfolders en animaties zijn gratis verkrijgbaar (zie voorbeelden⁵). Momenteel is er budget gecreëerd voor het ontwikkelen van tien beeldfolders en bijbehorende animaties over urologisch-oncologische onderwerpen. De Nederlandse Vereniging voor Urologie heeft het project omarmd, waardoor de beeldfolders en animaties voor alle klinieken in Nederland beschikbaar zijn en landelijk worden verspreid. Tevens is Aap-Noot-Nier benaderd door andere specialismen om ook daar de informatievoorziening te helpen verbeteren en is het door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aangemerkt als te ondersteunen project. Onderzoek is gaande naar onder meer de kosten van de beeldfolders en animaties.

De beschreven initiatieven van jonge artsen in opleiding illustreren hoe groot hun betrokkenheid bij het thema kostenbewustzijn is en hoe goed ze in staat zijn om hier op de werkvloer belangrijke bijdragen aan te leveren. Ze kunnen een voorbeeld zijn voor anderen en ambassadeur van doelmatige zorg. Hier worden zowel de zorg als de artsen in opleiding beter van. 

Bewustzijnsproject

Het Bewustzijnsproject heeft als doel opleiden in het leveren van doelmatige zorg te bevorderen en wordt gesubsidieerd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dit meerjarige project zal onder andere praktische handreikingen ontwikkelen voor alle artsen in geneeskundige vervolgopleiding en hun opleidingsgroepen, waarmee zij bewust leren kiezen voor het leveren van hoogwaardige en tegelijk kosteneffectieve zorg. Opdrachtgever: CGS. Uitvoerder: Universiteit Maastricht. Website: bewustzijnsproject.nl. Het Bewustzijnsproject organiseert jaarlijks een symposium samen met één van de OOR’s (onderwijs- en opleidingsregio’s).

Tijdens de laatste editie, Doelmatigheid van Zorg 2017, hebben twaalf aiossen hun projecten gepresenteerd. De in dit artikel beschreven projecten werden door de bezoekers van het symposium gekozen tot de interessantste initiatieven hiervan.

Projectdirecteuren van het Bewustzijnsproject prof. Frank Smeenk en prof. Laurents Stassen hebben meegewerkt aan de totstandkoming van dit artikel.

dr. Karen Könings, associate professor, redacteur Bewustzijnsproject, School of Health Professions Education; Faculty of Health, Medicine & Life Sciences, Universiteit Maastricht

Arthur Bloemen, aios chirurgie, VieCuri Medisch Centrum Venlo

Michiel Hageman, aios orthopedie, AMC Amsterdam

Florine Schlatmann, aios urologie, ziekenhuis Rijnstate Arnhem

Michiel Hageman is medeoprichter en -ontwikkelaar van PATIENT+. Florine Schlatmann is medeoprichter van Aap-Noot-Nier.

Geen belangenverstrengeling gemeld van de overige auteurs.

Contact:

kd.konings@maastrichtuniversity.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten

1.http://www.choosingwisely.org.

2.Drs. E. Peeters, dr. H. Schouten, dr. A. Muller. Zuinig en zinnig valt nog niet mee. Medisch Contact, 1 oktober 2015/ 1882-1884.

3. Decision aids for people facing health treatment or screening decisions (Review)

Stacey D, Légaré F, Col NF, Bennett CL, Barry MJ, Eden KB, Holmes-Rovner M, Llewellyn-Thomas H, Lyddiatt A, Thomson R, Trevena L,Wu JHC.

4. David Arterburn, Robert Wellman, Emily Westbrook, Carolyn Rutter, Tyler Ross, David McCulloch, Matthew Handley and Charles Jung

Introducing Decision Aids At Group Health Was Linked To Sharply Lower Hip And Knee Surgery Rates And Costs Health Affairs, 31, no.9 (2012):2094-2104.

5.Een voorbeeld van de beeldfolder over het onderwerp ‘Blaastumor’: hhttps://www.nvu.nl/Portals/0/Downloads/Kwaliteit/TurPBlaastumorNVU.pdf

en de bijbehorende animatie:

zie voor meer projectvoorbeelden: https://www.bewustzijnsproject.nl/agenda-item/symposium

download dit artikel in pdf
opleiding aiossen opleiden
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.