Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Nieuws

Oogarts pleit voor vuurwerkafsteekzone

1 reactie

Gemeenten moeten geen vuurwerkvrije zones instellen, maar zones afbakenen waar mensen naar toe moeten om vuurwerk af te steken. Dat is volgens oogarts Tjeerd de Faber, die lobbyt voor een verbod op consumentenvuurwerk, een tussenoplossing tot er een consumentenverbod komt. Huisartsen haken intussen voor het eerst aan bij de landelijke registratie van vuurwerkletsel.

De Raad van State besloot woensdag dat het gedeeltelijke vuurwerkverbod dat het gemeentebestuur van Hilversum had ingesteld rond de jaarwisseling legitiem is. Vuurwerkhandelaren die door het afsteekverbod in delen van het centrum omzetverlies vreesden, probeerden dit verbod tevergeefs bij de hoogste bestuursrechter aan te vechten. ‘Chapeau’, reageert De Faber, werkzaam in het Oogziekenhuis Rotterdam, op deze uitspraak. ‘Het bevestigt in ieder geval mijn vertrouwen in de rechtsstaat, dat het algemeen belang boven het financiële belang van individuen gaat.’

Meerdere gemeentes in Nederland hebben al vuurwerkvrije zones ingesteld, bijvoorbeeld rond verpleeghuizen en kinderboerderijen. De Faber zou het liever omdraaien, dus dat gemeentes juist kiezen om gebieden aan te wijzen waar mensen die vuurwerk af willen steken naar toe moeten, zoals ‘afgelegen sportvelden’. ‘Dan gijzelt die 10 procent van de mensen die vuurwerk wil afschieten niet de hele openbare ruimte.’

Via een vuurwerkmanifest probeert De Faber voor elkaar te krijgen dat alleen nog professionals vuurwerk mogen afsteken. Volgens de oogarts is dit online manifest inmiddels door zo’n 31.000 particulieren en organisaties ondertekend.

Huisartsen doen dit jaar voor het eerst mee aan de landelijke registratie van vuurwerkslachtoffers, een initiatief van de stichting VeiligheidNL. Op verzoek van de stichting geven zo’n 55 SEH’s al langere tijd jaarlijks door aan de stichting hoeveel patiënten er met vuurwerkletsel binnen zijn gekomen tijdens de jaarwisseling, wat voor letsel zij hebben en door welk vuurwerk het is veroorzaakt. Ook van traumachirurgen en plastisch chirurgen ontvangt de stichting inmiddels dergelijke gegevens.

Tot nu toe hebben vijftien van de vijftig huisartsenposten ingestemd met het verzoek hieraan mee te werken, meldt analist Susanne Nijman van VeiligheidNL. Een deel van hen wil alleen het aantal slachtoffers bijhouden, de rest zal ook het soort letsel dat zij hebben en welk soort vuurwerk dit heeft veroorzaakt, registreren. ‘Dit is een eerste stap; het moet nog groeien’, aldus Nijman, die hoopt dat nog meer huisartsenposten gaan meedoen.

VeiligheidNL verzamelt die informatie op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, dat het wil gebruiken om eventueel beleid te ontwikkelen. Het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) laat oogartsen ook jaarlijks vuurwerkletsel registreren, maar doet dit afzonderlijk van de VeiligheidNL-activiteiten.

Lees ook:

print dit artikel
Nieuws huisartsen vuurwerk
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Wim van der Pol, ziekenhuisapotheker, Sint Maarten 17-12-2016 12:40

    "Het zal een lange weg worden om tegen schadelijke branches, zoals vuurwerk, roken, wapens, in te gaan. Dat neemt niet weg dat alle tegenacties samen resultaat kunnen hebben. Daarom een idee voor een tegenactie. Laten we elke besparing aan vuurwerk dit jaar doneren aan de ellende in Syrie, aan hen die klem zitten tussen regimes en langzaamaan verpletterd worden. Wanneer ik rond 12 uur met Oud en Nieuw het raam open zet in de wijk waar ik woon met allemaal hoge flats, dan doet me dat denken aan oorlog. Ik heb die gelukkig niet meegemaakt, maar het geluid moet hetzelfde geweest zijn. Vreselijk. Vandaar de associatie met Syrie."

 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring