Inloggen
Laatste nieuws
Mensje Melchior
7 minuten leestijd

''Onze onpartijdigheid komt niet altijd over''

Plaats een reactie

Medici over de risico's in de mondiale gevarenzones

Wie voor Artsen zonder Grenzen (AzG) werkt, gaat soms naar gebieden die zo riskant zijn dat andere niet-gouvernementele organisaties hun werk daar hebben gestaakt. Martin Ruppert werd ontvoerd, Marit Lenthe moet al haar verplaatsingen via de radio melden en Rolf Appels liep al tien keer malaria op.

 Foto: H.J.Burkard, Artsen Zonder Grenzen

Aan de muur van Wouter Koks werkkamer in het hoofdkantoor van Artsen zonder Grenzen Nederland in Amsterdam hangen roodwitte posters met de foto van een vrolijk lachende jongen. Het onderschrift:


'Arjan Erkel 300 dagen ontvoerd.' Normaal gesproken is Kok hoofd van de emergency desk, nu houdt hij zich bezig met acties voor de in Dagestan ontvoerde Arjan Erkel.


De algemeen coördinator voor de Zwitserse tak van Artsen zonder Grenzen in de Noord-Kaukasus werkte in een gebied waar AzG nu vanwege de grote veiligheidsrisico's niet meer opereert. Twee dagen na de ontvoering in augustus vorig jaar besloot AzG operaties in Tsjetsjenië, Dagestan en Ingusjetië stop te zetten. 'Iemand die in dit gebied wordt ontvoerd, wordt meestal erg slecht behandeld. De gijzelaars worden gemarteld; soms wordt een vinger afgesneden. Dit wordt gefilmd en de tape wordt naar familieleden gestuurd', legt Kok uit.


Een ander voorbeeld van een recent slachtoffer. Twee weken geleden is een Nederlandse arts in het Keniaanse


Mandera, vlakbij de Somalische grens, zwaargewond geraakt door een aanslag met een handgranaat. Hij werkte voor de Spaanse Artsen zonder Grenzen in een vluchtelingenkamp. Kok: 'We weten nog niet wie de aanslag heeft gepleegd. Hij gaat het overleven, zoveel is duidelijk. Maar misschien moet zijn been worden geamputeerd.'

Extreme voorbeelden


De ontvoering en de aanslag zijn extreme voorbeelden van de risico's


die medewerkers van Artsen zonder Grenzen lopen. Kok benadrukt dat dergelijke excessen weinig voorkomen. Per jaar zendt AzG-Nederland gemiddeld 600 medewerkers uit, internationaal waren dit er in 2001 2895. Sinds het begin van Médecins Sans Frontières (MSF), de internationale Artsen zonder Grenzen, zijn tijdens alle internationale uitzendingen 15 tot 20 slachtoffers gevallen.


Drie medewerkers overleden eind jaren tachtig toen hun vliegtuig in Sudan werd neergeschoten. In Somalië is in 1996 een arts uit Frankrijk doodgeschoten. Ook in Afghanistan is een arts gedood. In de Kaukasus zijn in totaal vier medewerkers gekidnapt; behalve Arjan Erkel zijn ze allemaal weer vrijgelaten. Verder zijn sinds de beginjaren van MSF volgens Kok vijf tot tien medewerkers ontvoerd in landen als Sudan, Ethiopië en Colombia. Allen zijn weer vrijgelaten.

Veiligheid


Artsen zonder Grenzen heeft sinds het begin van de jaren negentig een veiligheidsbeleid ontwikkeld dat volgens Kok op 'militaire' wijze in elkaar steekt. Voor die tijd was er nauwelijks beleid, enerzijds omdat AzG 'in het begin gewoon zonder zich druk te maken om de gevaren op missie ging'. Anderzijds omdat er voor het einde van de koude oorlog minder burgeroorlogen waren.


Nu is nauwkeurig vastgelegd wie verantwoordelijk is, wie de beslissing neemt over de eventuele evacuatie van een team en hoe dit vervolgens gebeurt. Kok, die vroeger zelf ook verschillende keren is uitgezonden: 'Elk team heeft een Head of Mission, iemand die geen onderdeel van het team uitmaakt. Deze beslist. Onlangs hoorden wij in Sudan bijvoorbeeld dat een krijgsheer dreigde de


stad aan te vallen waar een team zit.


Diezelfde krijgsheer heeft eerder een


Keniaanse arts ontvoerd, dus namen


wij de melding zeer serieus. De Head of Mission gaf het bevel dat het team weg moest. Op dat moment werd niet uitgelegd waarom zij moesten worden geëvacueerd. Voor het team kan het namelijk ter plekke net lijken alsof er niets aan de hand is. Dus eerst weg en daarna wordt erover gepraat.'

Militaire enclave


Toen de chirurg Martin Ruppert in 1989 voor de Belgische tak van Artsen zonder Grenzen naar Zuid-Sudan vertrok, was er nog niet zo'n gestructureerd veiligheidsbeleid als nu. Hij en zijn echtgenote werkten een jaar lang in de stad Malakal in Zuid-Sudan. De stad was een militaire enclave in een gebied dat in handen was christelijke separatisten. Ruppert en zijn vrouw werkten in het regionale ziekenhuis. 'Wij voerden operaties uit en zetten een aantal programma's tegen epidemieën en ondervoeding op.'


Ruppert zegt dat over de burgeroorlog werd gepraat alsof 'het medisch personeel niet in gevaar was'. Volgens hem werden de risico's onderschat. '"Het is een zaak tussen de rebellen en het leger", werd er gezegd.' Maar het gevaar lag om de hoek. Ruppert: 'Op het marktplein vlakbij het ziekenhuis vonden schermutselingen plaats en in de eerste weken sloegen de granaten voor de deur in.'


Terugkeren naar huis, daar dacht hij niet aan. 'Het was onze eerste missie,


wij wilden niet na twee maanden stoppen. Bovendien zaten wij er middenin


en hadden dus geen compleet beeld.


We wisten niet hoe groot de guerrilla-eenheden waren, of de verbindingen met de buitenwereld mogelijk bleven, en of de vliegtuigen zouden blijven vertrekken.'


Na een jaar kwam het bericht dat er vanwege beschietingen geen vluchten meer uit de stad zouden vertrekken. De keuze was: vertrekken en de missie stopzetten of blijven. Deze beslissing werd overgelaten aan Ruppert en zijn vrouw. Ruppert: 'Dat was geen goede handelwijze. Ik was toentertijd een 33-jarige jongeling die deze beslissing niet kon maken. Wij waren te betrokken, hadden vriendschappen opgebouwd en wilden niet de zoveelste westerling zijn die de bevolking in de steek zou laten als de situatie te riskant werd.'


En dus bleven ze. Op een avond hoorden ze dat er flink werd gevochten. Plotseling kwamen acht mannen hun huis binnen. Zij sommeerden hen mee te gaan. 'Als er guerrilla's met geweren naast je bed staan, dan luister je wel.'

Publiciteit


Al snel begrepen de artsen dat de separatisten hun geen geweld wilden aandoen. 'Om de stad te verlaten, moesten we tussen de vuurgevechten door; het viel ons op dat de guerrilla's tussen ons en de schoten gingen staan. Zo beschermden ze ons.' De groep trok de bergen in. De rebellen wilden lopend met hen naar Ethiopië gaan en de artsen daar weer vrijlaten. 'Het ging ze erom aandacht op hun zaak te vestigen. Twee westerlingen uit een militaire enclave ontvoeren, dat zou veel publiciteit opleveren en het was bovendien een klap voor het leger.'


Ze trokken 's nachts door een dor en droog gebied. Eten kregen ze in de dorpen waar ze langskwamen. 'Na drie weken namen de rebellen contact op met een organisatie en werden we door twee piloten opgepikt. Zij brachten ons naar Kenia waar we weer door Artsen zonder Grenzen werden opgehaald.'


Tegenwoordig verzamelt AzG constant informatie om een duidelijk overzicht te hebben van waar de strijdende partijen zich bevinden en wat er binnenkort kan gaan gebeuren. Daarnaast


leggen ze aan de partijen zoveel moge-lijk hun onpartijdigheid uit. Kok: 'We vertellen steeds weer dat we hulp verlenen en dat we onafhankelijk zijn.


Daarbij proberen we zoveel mogelijk respect voor de plaatselijke cultuur te tonen.'

Verzetsdaad


De boodschap van onpartijdigheid komt niet overal over. Kok: 'In Afghanistan en Irak worden we gezien als westerlingen. In het Afghaanse Kandahar plegen streng-islamitische groepen aanslagen op hulpverleners als verzetsdaad tegen de aanwezigheid van het westen.' Hulpverleners nemen daar legio voorzorgsmaatregelen. Kok: 'We gaan alleen naar buiten met een doel. En als we moeten reizen, doen we dat met twee auto's. Onze medewerkers rijden in verband met onbekende wegen en auto-ongelukken nergens zelf. Vrouwen gaan net als de lokale bevolking gesluierd, mannen lopen niet in een korte broek. 's Avonds ga je het AzG-terrein niet meer af.'


Ook in Somalië lopen artsen


risico's. 'Daar heerst complete anarchie', volgens Kok. 'In deze samenlevingen, waar warlords de dienst uitmaken, ontlenen mensen hun bescherming aan geweld. Daar kan een gek een arts op straat neerschieten, gewoon omdat hij boos is.'

Totale chaos


Voor de Nederlandse huisarts Marit Lenthe (32) horen gevaren bij haar


dagelijkse leven. Zij werkt in de Oost-Kongolese provincie Noord-Kivu. 'Het is hier een totale chaos van vechtende


groepen en groepjes met als gevolg naar schatting 3,3 miljoen doden in de afgelopen vier jaar', beschrijft Lenthe de situatie. Ze werkt in het Centre Nutritionel Thérapeutique voor ondervoede kinderen. Daarnaast is zij de verantwoordelijke arts voor een HIV-/aidsprogramma. Zij ondersteunt als enige arts de staf van lokale verpleegkundigen.


In het onrustige gebied loopt Lenthe, behalve veiligheidsrisico's, ook medische risico's doordat ze een groot aantal HIV-patiënten en kinderen met tuberculose behandelt. Als zij ziek wordt, is 'er geen ziekenhuis in de wijde


omgeving waar ik behandeld zou willen worden. In dat geval moet ik worden geëvacueerd'. Daarnaast moet zij zich wapenen tegen de chaos. 'Er lopen overal militairen die overdag de rust bewaren, maar 's avonds hebben zij een flinke slok op en veroorzaken dan problemen. Alle rebellen in de omgeving zijn gewapend en hetzelfde geldt voor


de deserteurs. De jongeren in het dorp imiteren de gewelddadigheden en plunderen en verkrachten net als de rebellen vrouwen en kinderen.'

voorzorgsmaatregelen


Lenthe neemt dan ook de nodige voorzorgsmaatregelen. 'Ik heb de hele dag een handset van de radio op zak en moet elke beweging melden. Zelfs als ik een wandeling van vier minuten maak. Als ik me niet meld, dan komen ze me onmiddellijk zoeken. Ook als we met de auto het veld ingaan, moeten we om


het halfuur doorgeven waar we zijn. De dorpen hebben codenamen, zodat niet iedereen weet waar onze 25.000-dollar-auto rijdt. Iedereen heeft de taak zoveel mogelijk informatie over incidenten te verzamelen en dit door te geven aan onze coördinator. Af en toe is het net alsof ik me in de commandokamer van een leger bevind.'


's Avonds gaat Lenthe niet meer naar buiten, na vier uur 's middags reist ze niet meer per auto om roofoverval-len te voorkomen. Hierdoor kunnen


's avonds ook geen patiënten worden vervoerd. Het team heeft een safetyroom, een van de weinige kamers op het terrein met stenen muren. Er staan twee bedden, eten, water en 'een goede fles whisky'. Als er onraad is, moet deze ruimte de hulpverleners beschermen tegen bijvoorbeeld losse flodders. Maar, zo zegt Lenthe: 'Als iemand doelgericht kwaad wil, biedt het niet veel bescherming. Mocht het echt nodig zijn, dan hoop ik dat we door alle informatie die we steeds krijgen, allang weg zijn.'

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.