Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
RC
06 januari 2009 3 minuten leestijd
Nieuws

Onrust over hoogte inkomens ondersteuners

Plaats een reactie

Veel ondersteunende medisch specialisten hebben in 2008 hun inkomen fors zien stijgen. Volgens de Orde van Medisch Specialisten faalt het DBC-systeem.

Sinds vorig jaar worden vrijgevestigde medisch specialisten volledig afgerekend op DBC’s. Volgens neuroloog Paul Bienfait van de Gelre ziekenhuizen in Apeldoorn zijn er ondersteuners die daardoor hun omzet zagen stijgen tot 400.000 euro. ‘Als je dat afzet tegen het aantal gewerkte uren, dan zouden ze meer weken werken dan dat er in een jaar passen.’
Volgens Bienfait leidt de situatie tot wrijvingen tussen specialisten. ‘Poortartsen hebben geen zin om om vier uur ’s nachts een CT-scan te komen beoordelen. “Bel daarvoor de radioloog maar, die krijgt ervoor betaald”, hoor je dan.’

De Orde hoort regelmatig van leden dat er onvrede is over de inkomensverschillen. Volgens voorzitter Kamer Vrij Beroep Janko de Jonge zijn er meerdere oorzaken voor de verschillen. ‘Om te beginnen werkt het DBC-systeem met gemiddelde, landelijke zorgprofielen. Daarmee is er op lokaal niveau geen direct verband tussen geleverde zorg en betaling. Daarnaast is bij de aanvang van het DBC-systeem gekozen voor het onderbrengen van ondersteunende producten in DBC’s. Voor elk ondersteunend specialisme is vervolgens een compensatiepercentage berekend voor geleverd werk dat ten onrechte niet is gekoppeld aan een DBC. De verwachting was dat ondersteuners anders te weinig zouden krijgen betaald. De compensatiefactor, die varieert van 1,018 voor anesthesiologen tot 2,986 voor medisch microbiologen, is berekend op basis van gegevens uit 2004 en sindsdien niet meer herijkt. Vorig jaar is nog een poging tot herziening mislukt.’
De Orde vindt het ontbreken van ‘loon naar werken’ ongewenst en stelt daarom voor de ondersteunende activiteiten uit de DBC’s te halen en per verrichting af te rekenen (zie ook Federatienieuws, blz. 86). Een alternatief zou volgens de Orde zijn om alle ziekenhuiszorg op lokaal niveau vrij onderhandelbaar te maken. Nu geldt dat slechts voor 34 procent van de zorg (het B-segment). En in ieder geval zou de compensatiefactor voor de ondersteuners moeten worden herzien.

Een rondgang langs de wetenschappelijke verenigingen van ondersteuners leert dat de zienswijzen over de materie uiteenlopen.


Volgens Robert Sie van anesthesiologenvereniging NVA trekt zijn beroepsgroep geen buitensporig voordeel onder het huidige systeem. ‘Feit is dat onze positie afwijkt van die van andere ondersteuners. Bij ons is er een een-op-een relatie met de zorgactiviteit van het poortspecialisme: alleen bij operaties is er in de DBC’s een bedrag voor ons gereserveerd. Daarnaast heeft de NVA veel energie gestoken in de verbetering van de landelijke profielen, waardoor onze compensatiefactor herijkt is tot 1,0. Die twee omzetgenererende mechanismen spelen bij ons dus niet. Wel zullen de declareerbaar geworden zorgactiviteiten zoals intensive care en preoperatieve screening leiden tot navenant meer omzet.’ Volgens Sie is de verouderde correctiefactor de belangrijkste veroorzaker van de scheefgroei. ‘Maar het gebruik van die factor is een politieke keuze. Wij hebben er altijd voor gepleit om de ondersteuners op basis van verrichtingen of lokale profielen te financieren. Ik heb ook geen oordeel over collega’s die nu wat inkomen betreft aan het langste eind trekken.’


Han Laméris van de Nederlandse Vereniging voor Radiologie houdt het erop dat ‘een systeemfout’ tot de inkomensverschillen leidt. Hij wijst erop dat er ook radiologenmaatschappen zijn die minder verdienen.


Volgens Fred Verzijlbergen van de Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde moeten de ondersteuners uit de DBC’s en moeten ze naar daadwerkelijk uitgevoerde verrichtingen worden gehonoreerd.


Hans van der Linden van de Nederlandse Vereniging voor Pathologie vindt dat de correctiefactor voor ondersteuners moet worden herzien. Volgens hem zijn de toegenomen inkomsten van pathologen geen gevolg van een systeemfout. ‘Het komt vooral door de invoering van het uurtarief. Onder de lumpsum kwamen de pathologen er met een omgerekend tarief van ongeveer 90 euro per uur bekaaid van af. Het uurtarief van 134 euro betekent al een verbetering van zo’n 40 procent.’ Een terechte aanpassing, zegt Van der Linden. ‘Die extra omzet maakt het eindelijk mogelijk om de praktijken uit te breiden. In de jaren onder de lumpsum kon dat niet.’


Ook arts-microbioloog Rob Wintermans meent dat de correc­tiefactoren het best kunnen worden aangepast. Voor het overige zijn de onevenwichtigheden volgens Wintermans een logisch gevolg van een systeem dat op basis van gemiddelden werkt. ‘Dan weet je bij voorbaat dat academische ziekenhuizen minder krijgen dan ze doen en kleine perifere ziekenhuizen meer.’ Hij wijst erop dat dat een tijdelijk probleem is. ‘In het B-segment speelt het niet. Daar is alles lokaal onderhandelbaar. In 2012 is de hele ziekenhuiszorg vrij en is het probleem uit de wereld.’

Zowel DBC Onderhoud als het ministerie van VWS verwijst naar een nieuwe poging die dit jaar wordt ondernomen om de compensatiefactor voor ondersteunende specialismen te herzien. VWS-woordvoerder Saskia Hommes: ‘Oplevering van het onderzoek hiernaar staat gepland voor maart 2009. Er is goed vertrouwen dat het tot herijking van de compensatiefactor zal leiden. Mocht dit onverhoopt niet het geval zijn, dan zal VWS met de andere partijen kijken naar alternatieven.’

Nieuws inkomen specialisteninkomens diagnose behandeling combinatie (dbc)
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.