Inloggen
Laatste nieuws

Nog niet klaar met ‘voltooid leven’

3 reacties

Roep om publieke regeling komt te vroeg

Reportages over ouderen die onder uitzichtloze omstandigheden wachten op de dood, laten niemand onberoerd. Het voert echter te ver om vanuit de emotie meteen de sprong te maken naar een publieke regeling. Daarvoor is het verschijnsel van het ‘voltooide leven’ te complex.

De week van het voltooide leven, die de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) begin februari uitriep, bracht met enkele welgemikte klappen een groot probleem onder de landelijke aandacht. Dat er echt een probleem ligt, blijkt wel uit de zestigduizend steunbetuigingen voor hulp bij zelfdoding die in vier dagen tijd werden verzameld. De vraag is alleen: welk probleem ligt er precies?

Onder de term ‘voltooid leven’ lijken verschillende problemen samen te worden gebracht. Zo is er de maatschappelijke verlegenheid met ouderen die het leven moe zijn en pillen sparen. Maar ook is er de visie van vitale vijftigers en zestigers die helemaal nog niet klaar zijn met het leven, maar alle vrijheid willen hebben op het moment dat het wel zover is. Is dit allemaal één pot nat? Wat staat artsen te doen in zulke situaties?

De KNMG ziet niets in het voorstel van het burgerinitiatief (‘Uit vrije wil’ ) en heeft een helder standpunt geformuleerd. Margo Trappenburg, bijzonder hoogleraar Sociaal-politieke aspecten van de verzorgingsstaat aan de UvA, verwoordde een vergelijkbare mening prachtig door te stellen dat het raar zou zijn om in de haag tussen leven en dood een gat te knippen voor de mensen die niet door het hek van de euthanasie mogen (NRC, 15 februari). Maar hoe moet het dan wel? 

Sturende terminologie
Onze stelling is dat het nog te vroeg is voor oplossingen. Er lopen in dit vraagstuk een verschillende draden door elkaar die eerst moeten worden ontward.

Het eerste wat opvalt is de terminologie. Er is de afgelopen twintig jaar gesproken over de ‘pil van Drion’, de ‘laatstewilpil’, ‘klaar met leven’, en nu dan ‘voltooid leven’. De pil van Drion verwijst nog naar een nobele heer, maar bij de andere drie aanduidingen zit in de naam al een morele lading. Daarmee sturen ze de aandacht en emoties een bepaalde kant op.

Zo impliceert het woord ‘laatstewilpil’ dat er sprake is van een uiting van wat iemand op het laatst van zijn leven nog echt wil. Wie zou dat durven weigeren? De uitdrukking ‘klaar met leven’ suggereert dat je leven ‘klaar’ kan zijn zoals huiswerk: wat moest gebeuren, is gedaan. Met ‘voltooid leven’ wordt gezegd: het is compleet, er kan niets meer bij en alles wat je toevoegt maakt het lelijker. Alsof het leven een kunstwerk is dat af is; elke volgende toevoeging verprutst de zaak.

Binnenperspectief
Er zijn veel vragen te stellen bij de vooronderstellingen achter het idee dat het leven te vergelijken is met huiswerk of een kunstwerk. Wat er in ieder geval gebeurt, is dat dergelijke termen het debat emotioneel laden. Dit voert weg van de nuchtere manier van kijken die anders zo kenmerkend is voor het evidence-based ideaal van de geneeskunde. De metaforen drukken morele realiteiten buiten beeld.

Wat bijvoorbeeld uit het zicht raakt, is het grote verschil tussen mensen die om een pil vragen omdat ze zelf vinden dat ze klaar zijn, en diegenen die hetzelfde vragen omdat ze zich teveel voelen en het idee hebben dat iedereen met hen klaar is. Om van mensen met een zich meer of minder duidelijk manifesterende depressie maar te zwijgen.

Wat eveneens buiten beeld raakt is het essentiële verschil tussen het buitenperspectief van vitale mensen die naar vermoeide ouderen kijken en het binnenperspectief van ouderen zelf. Wie ‘voltooid leven’ zegt, moet goed weten wat hiermee wel en niet in beeld komt. Voldaan sterven vanuit een stoïsche levenshouding is heel iets anders dan sterven omdat de eenzaamheid ondraaglijk is geworden.

Privaat en politiek
Een tweede zaak die opvalt in het debat over ‘voltooid leven’ is de wijze waarop direct een koppeling wordt gemaakt tussen morele verontwaardiging en compassie in de private sfeer enerzijds en het vragen om een politieke regeling anderzijds. Er wordt zogezegd een directe sprong gemaakt van de slaapkamer van de 99-jarige Maria ‘Moek’ Heringa (‘De laatste wens van Moek’, Netwerk, 8 februari) naar de Tweede Kamer. Deze sprong is om een aantal redenen te groot.

Om te beginnen lijkt het door een dergelijke sprong alsof het hier om een louter privaat probleem gaat dat kan worden afgekaart op het niveau van individuele keuzevrijheid. Het gaat echter om een zingevingsprobleem, en dat is per definitie nooit individueel. Mensen kunnen alleen individueel zin ervaren tegen de achtergrond van een gedeelde culturele horizon. Daarbij horen visies op de waarde van ouderdom, de betekenis van ziekte, dood en lijden, de waarde van de onderlinge zorg van generaties, enzovoort. Dergelijke horizonten van betekenis scheppen we met elkaar in een cultuur. Als we het over de individuele zinvraag hebben, moeten we dus ook altijd kijken naar hoe die zinervaring is geworteld in de samenleving.

Daarnaast blijven door die grote sprong een aantal maatschappelijke vraagstukken buiten beeld die van invloed zijn op de kwestie. In de uitzending over mevrouw Heringa kwam ter sprake dat haar woonsituatie – met uitzicht op de eekhoorntjes uit het bos – van grote betekenis voor haar was. Het illustreerde dat zingeving alles te maken heeft met iemands leefomgeving. En laten we eerlijk zijn: wat dit aangaat is onze cultuur geen bron van trots en inspiratie, noch van troost. Bezuiniging na bezuiniging treft de ouderenzorg, een ‘tsunami van vergrijzing’ wordt als schrikbeeld voorgehouden en het vooruitzicht om als demente te leven in het verpleeghuis jaagt velen angst aan.

Rationeel of emotioneel
De sprong van privaat naar politiek hangt samen met een derde kwestie die vanuit de zorgethiek opvallend is: de wonderlijke mix van emotionaliteit en rationaliteit. Enerzijds wordt de omgang met het voltooide leven voorgesteld als een kwestie die volwassen mensen toch gewoon nuchter en helder kunnen regelen. Anderzijds wordt de beweging gevoed door angst, medelijden, verontwaardiging, solidariteit en vrijheidsdrang.

Ook in de wijze waarop het debat wordt gevoerd spelen emoties een grote rol. Zo regent het persoonlijke ervaringen die niemand onberoerd laten. Ze raken je en vragen om instemming en betrokkenheid. Bekende Nederlanders worden ingezet om te overtuigen.

Uit de ethiek is bekend dat emoties altijd een dubbelzinnige rol hebben in besluitvorming. Ze maken gevoelig (soms overgevoelig) voor wat waardevol is, maar ze werken ontegenzeglijk ook blikvernauwend. Wie bang is, ziet alleen maar het object van de angst. Wie medelijden heeft, wil van dat gevoel af en vraagt om een oplossing. Als emoties een goede plek moeten krijgen in de besluitvorming, moeten we ze níet direct en onbemiddeld opnemen in de argumentatie. En toch is dat precies wat nu wel gebeurt.

Hetzelfde geldt voor emoties die als motivatie werken. Iedere arts weet dat de intentie om iemand uit het lijden te verlossen niet genoeg is om tot levensbeëindiging te kunnen overgaan. Intenties zijn zeker belangrijk, maar vormen uiteindelijk slechts een bouwsteen in de morele beoordeling.

Overigens zien we dergelijke sprongen van persoonlijke emotie naar publieke regeling door de bemiddelende rol van de media voortdurend plaatsvinden. Populistische politici als Wilders maken hier handig gebruik van. Politiek wordt dan weer aansprekend, omdat het rechtstreeks aansluit op persoonlijke gevoelens en zorgen, en een hoop ingewikkeldheid omzeilt. 

Positie van de arts
Wat is nu de positie van de arts in dit geheel? Die is ingewikkeld en dubbelzinnig. Enerzijds lopen veel artsen rechtstreeks aan tegen de problematiek en zouden zij begrijpelijkerwijs graag een goed antwoord hebben op de situatie. De KNMG heeft zich ons inziens terecht op het standpunt gesteld dat het niet wijs is om een gat te knippen naast het hek naar euthanasie. Maar daarmee manoeuvreert de organisatie zich tegelijkertijd in een centrale positie, waardoor het lijkt alsof de arts overal een antwoord op moet hebben: ook op kwesties die primair liggen op het terrein van zingeving. Dat werkt medicalisering van het leven in de hand, wat uiteindelijk niemand wil.

Als deze dubbelzinnige positie iets duidelijk maakt, dan is dit het belang van een interdisciplinaire aanpak. Het vraagstuk hoort niet thuis op het bordje van de arts, de politicus, de burger of de jurist alleen. Het verschijnsel van het ‘voltooide leven’ is zo complex en verweven met inrichting van de samenleving dat het vraagt om een uitgebreid politiek debat op basis van gedegen onderzoek. Dat onderzoek moet niet alleen met statistische gegevens komen, maar ook met nauwkeurige casestudies van de positie waarin ouderen zich bevinden.

Van binnenuit begrijpen wat het betekent zo te moeten leven en lijden helpt ons beter een antwoord te vinden, dan van buitenaf koppen tellen, emoties vergaren en daarmee de politieke arena binnenvallen.

dr. Carlo Leget, universitair hoofddocent Zorgethiek, vakgroep zorgethiek, Universiteit van Tilburg
dr. Gert Olthuis, postdoc onderzoeker, vakgroep zorgethiek, UvT
prof. dr. Andries Baart, bijzonder hoogleraar Presentie en zorg, vakgroep zorgethiek, UvT
prof. dr. Frans Vosman, hoogleraar Christelijke ethiek en spiritualiteit, vakgroep zorgethiek, UvT

Correspondentieadres: c.j.w.leget@uvt.nl
c.c.: redactie@medischcontact.nl

Aandacht voor het ‘voltooide leven’ is terecht, maar voor een oplossing is het te vroeg.

Samenvatting
  • De termen in de discussie zijn meerduidig en drukken morele realiteiten buiten beeld.
  • Het gaat om een zingevingsprobleem dat de individuele keuzevrijheid overstijgt.
  • Het debat zelf is emotioneel geladen en daardoor niet evenwichtig.
  • Artsen worden onterecht in een dubbelzinnige positie gedrukt.
  • Dit complexe vraagstuk vraagt om een interdisciplinaire aanpak.

Bekijk de documentaire De laatste wil van Moek

Beelden uit de documentaire ‘De laatste wens van Moek’, over Maria ‘Moek’ Heringa die op 99-jarige leeftijd vond dat haar leven voltooid was. Haar zoon Albert Heringa heeft haar geassisteerd bij zelfdoding. Het Openbaar Ministerie heeft de zaak in onderzoek. beeld: NVVE
Beelden uit de documentaire ‘De laatste wens van Moek’, over Maria ‘Moek’ Heringa die op 99-jarige leeftijd vond dat haar leven voltooid was. Haar zoon Albert Heringa heeft haar geassisteerd bij zelfdoding. Het Openbaar Ministerie heeft de zaak in onderzoek. beeld: NVVE
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.