Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Willem Fetter Henk Wierenga
26 september 2012 3 minuten leestijd
kindergeneeskunde

NODO maakt valse start

Plaats een reactie

opinie

Ouders moeten veel te ver reizen met overleden kind

Op 1 oktober gaat de NODO-procedure van start – Nader Onderzoek DoodsOorzaak bij minderjarigen. Helaas in een inmiddels sterk uitgeklede variant, waar vooral de ouders van de overleden kinderen de dupe van zijn.

De NODO-procedure houdt in dat bij overlijden van kinderen onder de 18 jaar nader onderzoek gedaan moet worden als het overlijden onverwacht is en de oorzaak onverklaard, terwijl er geen verdenking is op een niet-natuurlijke dood.

Over het NODO-onderzoek is jarenlang gediscussieerd. Daarbij heeft het ministerie van Justitie successievelijk twee goede maatregelen geschrapt of afgekalfd: een aderlating.


Wiegendood
Een eerste stap achteruit ten opzichte van het oorspronkelijke plan is het achterwege laten van een zogeheten Child Death Review (CDR). Deze diepgaande analyse gebeurt standaard in geval van wiegendood. Naar de oorzaak hiervan is sinds 1995 in ons land veel onderzoek gedaan, vooral door de Landelijke Werkgroep Wiegendood (LWW) van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Van alle bij de werkgroep aangemelde kinderen worden gegevens verzameld aan de hand van gesprekken met de ouders en medische gegevens van de kinderarts en de patholoog. Dan volgt de CDR: een uitgebreide bespreking binnen de werkgroep, waarna alle gegevens geschikt worden gemaakt voor wetenschappelijk onderzoek. Op deze manier zijn er risicofactoren naar voren gekomen, zoals op de buik te slapen leggen, die leidden tot preventieadviezen en daarmee tot een enorme daling van het aantal gevallen van wiegendood (van ruim tweehonderd naar ongeveer vijftien per jaar). Nederland vervult op dit gebied een leidende rol in de wereld.

Natuurlijk zou een CDR een vaste aanvulling op het NODO-onderzoek moeten zijn, ook voor kinderen ouder dan 2 jaar. Op deze manier kunnen conclusies worden getrokken, zodat vergelijkbare sterfgevallen in de toekomst mogelijk worden voorkomen. Helaas heeft het ministerie dit onderdeel om financiële redenen geschrapt.

Ver van huis
Een andere planwijziging is misschien nog stuitender. Nog dit voorjaar waren de diverse beroepsgroepen en de overheid het erover eens dat er vijf NODO-centra zouden komen, verspreid over het land, waar forensisch artsen, kinderartsen en pathologen aan verbonden zijn. Die landelijke spreiding is belangrijk, omdat als besloten wordt tot een NODO-procedure, het overleden kind vervoerd moet worden naar het dichtstbijzijnde onderzoekscentrum voor afname van lichaamsmateriaal, beeldvormend onderzoek en eventueel een obductie. Ook de voorgeschiedenis van het kind en de familieanamnese worden daar uitgediept.

Helaas is nu, in het definitieve voorstel, het aantal NODO-centra teruggebracht naar twee: één in Amsterdam en één in Utrecht Dit betekent dus dat elk kind dat onverwacht overlijdt, van Roodeschool tot Vaals en van Breskens tot Holwerd, naar het midden van het land vervoerd moet worden. Afgezien van medisch-inhoudelijke bezwaren – het duurt uren voordat lichaamsmateriaal voor onderzoek wordt afgenomen – is dit voor ouders een drama. Zij moeten, op de zwartste dag van hun leven en vaak met achterlating van de andere kinderen, ook nog eens met hun overleden kind zo ver van huis gaan. Dat kan nooit de bedoeling zijn!


Henk Wierenga, kinderarts, namens het bestuur van de Landelijke Werkgroep Wiegendood, Assen

Willem Fetter, kinderarts, voorzitter Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Utrecht

Correspondentieadres: henk@wierenga.net; c.c.: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld.

beeld: HH, Peter Hilz


Lees ook

print dit artikel
kindergeneeskunde
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties