Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Wetenschap

Niet meer over serotoninetekort praten

5 reacties

Patiënten die ervan overtuigd zijn dat een serotoninetekort hun depressie veroorzaakt, zijn moeilijk te motiveren om te stoppen met antidepressiva. Huisartsen zouden die terminologie achterwege moeten laten, als ze patiënten laten starten met de middelen, adviseert promovenda Rhona Hoven-Eveleigh.

Ergens in het proefschrift van Rhona Hoven-Eveleigh staat een veelzeggende zin: ‘Het biologische model voor depressie lijkt averechts te werken (letterlijk: seems to backfire), maakt het moeilijk om patiënten ervan te overtuigen om te stoppen met de medicijnen.’ Hoven-Eveleigh heeft samen met anderen onderzocht of een eenvoudige interventie in de eerste lijn het onterechte, langdurige gebruik van antidepressiva kan terugdringen. Het antwoord is nee. Hoven-Eveleigh: ‘Natuurlijk was het leuker geweest om een prachtig resultaat te behalen, met veel mensen die waren gestopt. Maar deze uitkomsten geven wel heel veel informatie. Het is blijkbaar erg ingewikkeld om te stoppen.’

De interventie bestond uit een brief aan de huisarts met op zijn/haar patiënten toegespitste informatie. Als er sprake was van overbehandeling (langer dan nodig doorbehandeld), was het advies om geleidelijk af te bouwen tot nul, met informatie over mogelijke onttrekkingsverschijnselen. Bij onderbehandeling (onvoldoende effect op de klachten) kreeg de huisarts een actuele diagnose met uitgebreid behandeladvies, zoals veranderen van de medicatie of psychotherapie. Er deden 45 praktijken mee, bij de helft vond de interventie plaats.

Opvallend was dat maar een klein deel van de bijna 6500 chronische antidepressivagebruikers (minimaal 9 maanden) sowieso wilde deelnemen aan de studie. Twee derde viel al af omdat de huisarts hen niet geschikt vond, nog eens tweeduizend zeiden zelf nee. Op zich niet opvallend, zegt Hoven-Eveleigh: ‘Bij onderzoek naar geestelijke gezondheidsproblemen is 15 procent deelname een getal dat we vaker zien.’ Bij de mensen die wel meededen, bleek de interventie geen verschil te maken in het wel of niet blijven slikken van de pillen dan wel bereiken van remissie.

Van de zeventig mensen die vanwege overbehandeling het advies kregen om te stoppen, sloeg de helft dit in de wind. Van de rest lukte het slechts een klein deel om te stoppen. En uiteindelijk niet meer dan dat er mensen in de controlegroep spontaan stopten.

De onderzoekers hebben zestien van de overbehandelde mensen uit de interventiegroep gevraagd naar hun gedachtes over stoppen met medicatie. En daar kwam het biologisch model om de hoek kijken: patiënten waren ervan overtuigd dat zij de pillen nodig hadden om het veronderstelde serotoninetekort in hun brein te behandelen. De angst voor terugval was een andere belangrijke reden. Over dat serotoninetekort kunnen huisartsen het volgens Hoven-Eveleigh beter niet hebben als zij antidepressiva voorschrijven: ‘Ten eerste is het de vraag of dit bestaat. En je schept daarmee de verwachting dat mensen levenslang medicijnen nodig hebben. Als je bij aanvang al duidelijk maakt dat het gebruik tijdelijk is, is het later logischer om te stoppen.’

Hoven-Eveleigh vindt het overigens niet verwonderlijk dat de huisartsen de serotoninetheorie aan hun patiënten hebben uitgelegd: ‘Zij zijn zelf net zo goed beetgenomen. Ze hebben jarenlang te horen gekregen dat ze angst en depressie niet genoeg vaststelden en behandelden. Daarop volgde een periode waarin zij patiënten ervan overtuigden deze middelen te gebruiken. Terwijl patiënten zelf vaak liever psychologische hulp wilden. Nu is het tij gekeerd, en weten we dat de effectiviteit van antidepressiva niet zo groot is als eerst werd gehoopt. Tel dat op bij de langetermijneffecten: gewichtstoename, grotere kans op diabetes, seksuele stoornissen, emotionele afvlakking en mentale afhankelijkheid van de pillen, en het is duidelijk dat stoppen met de pillen een belangrijk thema is.’
Sophie Broersen

Rhona Hoven-Eveleigh, Inappropriate long-term antidepressant use in primary care: a challenge to change. Promotie 2 september 2015, Radboud Universiteit, Nijmegen.

Links:

© Shutterstock
© Shutterstock
Wetenschap antidepressiva bijwerkingen
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • B.M. Klop- de Vries, psychiater, Leeuwarden Nederland 20-09-2015 02:00

    "Prof. R. Van den Hoofdakker kon het als geen ander mooi verwoorden.
    Tijdens mijn opleiding heb ik hem vaak horen zeggen tegen patiënten die een serotoninetekort meenden te hebben: "Mevrouw, u hebt het niet helemaal goed begrepen en u bent niet de enige. Paracetamol helpt tegen hoofdpijn. Maar daarom is hoofdpijn nog geen paracetamoltekort van uw hersenen!
    "

  • L.M.G. de Wilde, psychiater, OISTERWIJK Nederland 04-09-2015 02:00

    " ZIE MEDISCH CONTACT Jaargang 50, p. 1244! (Als reactie zou ik de tekst van toen hier willen plaatsen, doch dit lukt mij helaas niet electronisch!)
    met vriendelijke groeten,
    L.M.G. de Wilde, psychiater
    Oisterwijk"

  • J. de Waard, huisarts, KOLLUM Nederland 01-09-2015 02:00

    "Het lijkt een duidelijke boodschap, maar is onderzocht of de huisartsen verantwoordelijk zijn voor de cognities dat serotonine tekorten bij hun patiënten depressie teweegbrengen?
    Het zou namelijk ook goed kunnen dat de mensen deze gedachten meer van internet en overige media halen. Zelf begin ik nooit over serotonine tekorten, maar opvallend veel patienten en hun familieleden hebben daar dan al uitgebreide positieve of negatieve gedachten bij. Het lijkt mij tekort door de bocht om de oorzaak gelijk bij de uitleg van de huisarts te leggen, tenzij dit onderdeel ook expliciet in het onderzoek bekeken is."

  • W. van der Pol, Ziekenhuisapotheker, Delft 01-09-2015 02:00

    "Mijn advies zou zijn: begin er niet aan. Stoppen. Is moeilijk, de serotonine huishouding verstoord, en het positief effect slecht meetbaar. Er zijn weinig psychofarmaca met zo'n slecht profiel. Ik ben een voorstander van kruiden, thee, en Oosterse wijsheden. Een depressie is iets van het weer. Het trekt altijd over. Stoppen? Ja, met voorscrijven."

  • W.J. Duits, Bedrijfsarts, HOUTEN Nederland 01-09-2015 02:00

    "Het artikel bewijst weer eens hoe belangrijk de verwoording is van onze boodschap. Het aangeven dat tekort aan serotonine de oorzaak is van de ervaren kwaal, dat is in feite een suggestief gebruik maken van taal. Het helpt de patiënt te overtuigen dat medicatie nodig is. Mensen die eenmaal een overtuiging hebben omarmd, kunnen deze overtuiging slecht loslaten, wat leidt tot afhankelijk gedrag in deze situatie.
    Behandeling zal zich moeten richten op het veranderen van deze overtuiging.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.