Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
12 januari 2015 2 minuten leestijd
levenseinde

Niet eten en drinken vereist medische zorg

Plaats een reactie

Als een patiënt bewust afziet van eten en drinken, behoort de arts goede medische en verpleegkundige zorg te verlenen. Dat is vastgelegd in de ‘handreiking’ over de zorg aan deze patiënten, die KNMG en V&VN hebben uitgebracht.

Volgens beide beroepsorganisaties kan het bewust afzien van eten en drinken (ook wel: ‘bewust versterven’) worden vergeleken met het weigeren van een behandeling, waar het overlijden op volgt. Als een patiënt deze mogelijkheid ter sprake brengt, heeft diens arts de plicht om daarop in te gaan. Een arts kan er ook zelf op wijzen, als hij of zij vermoedt dat de patiënt overweegt om af te zien van eten en drinken, of er al mee is begonnen.

Hans Burggraaff, huisarts in Weesp, ziet vaak ernstig zieke patiënten die aan het eind van het leven zijn en verlangen naar de dood, maar geen symptomen hebben als pijn of benauwdheid. In zo’n situatie wordt vaak euthanasie genoemd als respectabele manier om te sterven, weet Burggraaff: ‘Er is een onbewuste dwang in die richting. Maar het kan ook anders: Ik zeg dan tegen de patiënt: dat eten en drinken, dat zou u ook níet kunnen doen.’ Zo’n langzamer stervensproces spreekt Burggraaff aan: ‘Je wordt niet in één keer geboren, je gaat ook niet in één keer dood. En patiënten houden zelf de regie.’ 

Patiënten die deze weg kiezen, moeten weten dat daarvoor doorzettingsvermogen nodig is, stellen KNMG en V&VN: ‘Het vraagt om continue inspanning.’ Op moeilijke momenten helpt de hulpverlener de patiënt niet door al gemaakte afspraken te doorkruisen, en vocht aan te reiken. Burggraaff noemt zichzelf in dat opzicht een strenge dokter: ‘Niet meer eten en drinken, betekent ook écht niet meer eten en drinken. Dat is de keuze die de patiënt heeft gemaakt.’ Het is dan ook niet aan de huisarts om een bezorgd familielid te verbieden om toch wat vocht te geven: ‘De patiënt zélf moet duidelijk maken dat hij dat niet wil.’

Toch heeft de hulpverlener (soms de arts, meestal een verpleegkundige) in deze fase wel degelijk een belangrijke rol: hij of zij moet minstens één keer per dag de mond grondig inspecteren om mondproblemen snel te herkennen. Burggraaff gaat zelf dagelijks bij zijn patiënten langs: ‘De mond moet vochtig blijven, zonder dat je de patiënt laat drinken. Dat doe je het best met een verstuiver.’ KNMG en V&VN ontraden afzien van eten en drinken bij patiënten die jonger zijn dan 60 jaar en géén levensbedreigende ziekte hebben. Maar Burggraaff kent slechts één patiëntengroep die in problemen zou kunnen komen: ‘Dat zijn patiënten met veel vocht in de buik. Zij hebben een reserve van weken. Het stervensproces kan dan erg lang duren.’ In de praktijk blijkt de helft van de patiënten binnen dertien dagen te sterven.

Hulpverleners die gewetensbezwaren hebben om deze zorg te verlenen, kunnen deze overdragen aan een collega. Zij moeten dan wel zorg blijven verlenen tot het moment van de overdracht.

Joost Visser  


Lees ook:



 

print dit artikel
KNMG euthanasie levenseinde versterven
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties