Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Suzanne Witjes Richard Schol
29 januari 2014 4 minuten leestijd
opleiding

Niet elke specialist hoeft te promoveren

1 reactie

OPLEIDING

Promotieonderzoek speelt een grote rol in de carrière van de medisch specialist. Dat leidt tot een onevenwichtige beroepsgroep, vinden Richard Schol en Suzanne Witjes van De Jonge Orde. Klinische ervaring en medisch leiderschap zijn minstens even belangrijk.

Promotie wordt traditioneel gezien als een belangrijke of zelfs onmisbare stap in de carrière van een medisch specialist. Het is echter de vraag of deze opvatting nog past in de huidige tijd. Wij denken dat er goede argumenten zijn om promoveren minder gewicht te geven en meer waarde te hechten aan klinische ervaring en managementvaardigheden.

Om te beginnen kunnen er nadelen kleven aan een vroege promotie. Voor excellente jonge artsen met interesse in onderzoek is het uiteraard een goede mogelijkheid om al vroeg in hun loopbaan hun talent te etaleren. Vaak weten jonge dokters echter nog helemaal niet wat hun carrièrekeuze zal zijn en worden ze door een promotietraject (te) vroeg aan een specialisme gebonden. Ook kiezen veel artsen voor een promotie om hun kansen op een opleidingsplaats te vergroten. Dit blijkt onder meer uit een peiling onder jonge artsen die De Jonge Orde onlangs heeft gehouden (zie kader en figuren). Wij denken dat dit niet de juist motivatie is. Promoveren is bovendien niet noodzakelijk om wetenschappelijk geïnteresseerd te zijn, blijkt eveneens uit de enquête.

Leiderschap
Een andere aanleiding om de nadruk op promoveren te heroverwegen, is het feit dat het zorglandschap sterk in beweging is. Artsen worden toenemend geconfronteerd met thema’s als kostenbeheersing, doelmatigheid, concentratie en spreiding van zorg en taakherschikking. Ook hebben overheid, zorgverzekeraars en ziekenhuisbesturen tegenwoordig een grotere invloed op de dagelijkse praktijkvoering van artsen in het algemeen en medisch specialisten in het bijzonder. Hierdoor worden er bredere eisen gesteld aan de medisch specialist dan het zich puur en alleen bezighouden met vakinhoudelijke zaken. Aandacht voor medisch leiderschap is om die reden belangrijker geworden en verdient in de carrière van jonge dokters een prominente plaats, naast klinische ervaring en wetenschappelijke onderzoek. Vanuit die filosofie is door meerdere belangenorganisaties van jonge artsen het Platform Medisch Leiderschap opgericht.

Tot slot willen we wijzen op het belang van de anios. Deze functie staat weliswaar onder druk door bezuinigingen en taakherschikking – met meer inzet van physician assistants en verpleegkundig specialisten – maar verdient zeker nog steeds een plaats. Een baan als anios biedt de jonge arts de gelegenheid om een vakgebied in de praktijk te leren kennen, wat de kans op uitval uit de latere opleiding kan beperken. Tegelijkertijd geeft het de arts de gelegenheid om zichzelf op het klinische vlak te bewijzen aan de opleiders. Tot slot kan al ervaring worden opgedaan met het zaalwerk, waardoor er tijdens de latere opleiding meer ruimte kan ontstaan voor andere opleidingsactiviteiten. Wij pleiten dan ook voor het behoud van en meer waardering voor de anios-functie.

Evenwicht
Mede op basis van de enquête-uitslagen concludeert De Jonge Orde dat er, naast de bestaande aandacht voor wetenschap en promotie, een prominentere plaats dient te komen voor klinische ervaring
en medisch leiderschap. Een promotie-traject draagt natuurlijk wel bij aan competentieontwikkeling van de specialist, maar er zijn meer wegen naar Rome, elk met hun eigen voordelen. Er moet volgens ons worden gestreefd naar een diverse, evenwichtig samengestelde opleidingsgroep. Alleen op die manier is de medisch-specialistische beroepsgroep ook op de lange termijn verzekerd van zowel goede wetenschappers als van ervaren clinici, bevlogen opleiders en sterke medische managers.


Enquête

De Jonge Orde heeft recentelijk een peiling gehouden onder 173 jonge artsen. Van hen was 50 procent aios en 33 procent arts-onderzoeker, de overige 17 procent was beide of anios. 76 procent was ofwel reeds gepromoveerd of bezig met een promotie. In de enquête werden 26 specialismen vertegenwoordigd.

Naast wetenschappelijke interesse bleek het vergroten van de kans op een opleidingsplaats een belangrijke drijfveer voor promotieonderzoek (zie figuur 1). Van de artsen die uiteindelijk een opleidingsplaats hebben bemachtigd, meende 42 procent dat het promotietraject daar veel aan heeft bijgedragen.

De respondenten denken dat klinische ervaring en promotie momenteel ongeveer evenveel gewicht krijgen bij de selectie van opleidingskandidaten (zie figuur 2). Ze vinden dat niet ideaal; klinische ervaring zou van hen meer gewicht mogen krijgen, promoveren minder.

Organiseren en samenwerken zijn volgens de respondenten de competenties die, naast kennis en wetenschap, vooral worden ontwikkeld tijdens een promotietraject. Maatschappelijk handelen komen volgens hen het minst aan bod.

Van de gepromoveerde artsen is bijna 90 procent van plan om in de toekomst onderzoek te blijven verrichten. Binnen de groep die momenteel niet promoveert, bestaat echter ook wetenschappelijke ambitie: 62 procent wil artikelen publiceren en/of alsnog promoveren.


Richard Schol, bestuurslid De Jonge Orde

Suzanne Witjes, bestuurslid De Jonge Orde

contact: rschol@gmail.com; cc: redactie@medischcontact.nl


Geen belangenverstrengeling gemeld



Lees ook:

  • Promoveren voor een opleidingsplek (Arts in Spe, dec 2013)
  • Promoveren - column Luus Koster (maart 2014) In mijn optiek is promoveren een must voor iedere arts. En niet alleen om met zijn allen ‘evidencebased medicine’ meer kracht bij te zetten. Maar zeker ook voor jezelf. Promoveren is namelijk voor de meesten een uitdagende tocht, waarbij je regelmatig met de grenzen van je kunnen en willen geconfronteerd wordt. Lees meer

<b>Download dit artikel (PDF)</b>
print dit artikel
opleiding aios promoveren promotieonderzoek anios promotie leiderschap
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • T.I. Yo, oud opleider heelkunde, HENDRIK IDO AMBACHT 08-02-2014 00:00

    "Wat mij altijd heeft gestoord is de worst van een opleidingsplaats die een jonge collega wordt voor gehouden. Natuurlijk is wetenschappelijk onderzoek een verrijking van je vak en moet derhalve op de juiste manier worden gestimuleerd. Opleiders dienen nieuwsgierigheid en een kritische instelling te bevorderen en naar hun assistenten uit te dragen. Hoeveel investigator- initiated onderzoek wordt jaarlijks in opleidingsklinieken door gepromoveerden gestart ? Dat zouden niet alleen COC's, medische staven maar ook Raden van Bestuur zich moeten afvragen."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.