Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
interview

‘Niemand heeft zich ooit afgevraagd wat er met hen is gebeurd’

Oud-huisarts Herman van Rens onderzocht het lot van de Limburgse Joden

3 reacties
Jonathan Vos | Herman van Rens: ‘Ik wilde weten wat er precies met de Limburgse Joden was gebeurd.’
Jonathan Vos | Herman van Rens: ‘Ik wilde weten wat er precies met de Limburgse Joden was gebeurd.’

Oud-huisarts Herman van Rens ging geschiedenis studeren om meer begrip te krijgen van het hoe en waarom van de Holocaust. Hij rondde zijn studie af met een promotie. ‘Dat zoveel mensen in het niets zijn verdwenen, dat vind ik onacceptabel.’

‘Er is in de geschiedenis van de twintigste eeuw geen feit geweest dat zo belangrijk was als de Holocaust, de Shoah. Miljoenen mensen zijn vermoord. In onze moderne tijd, in ons moderne Europa’, zegt oud-huisarts en historicus Herman van Rens (1946). ‘Mijn ouders en grootouders hebben dat zien gebeuren. Zij waren erbij en keken ernaar. Het is een onlosmakelijk kenmerk geworden van onze Europese cultuur. Je kunt die cultuur daarom niet begrijpen als je niet de vraag stelt hoe het kon dat de vernietiging van de Joden, de Sinti en de Roma kon plaatshebben. Aangezien wij zelf deel uitmaken van die cultuur, moet je eigenlijk zeggen: wie die vraag niet stelt, weigert niet alleen zijn samenleving te kennen, maar ook uiteindelijk zichzelf te kennen.’

Die laatste overweging was verreweg de belangrijkste motivatie voor Van Rens om na dertig jaar als huisarts in het Zuid-Limburgse Beek gewerkt te hebben, geschiedenis te gaan studeren aan de UvA. In 2013 rondde hij die studie af met een ­promotie. Titel van zijn dissertatie: Vervolgd in Limburg. Joden en Sinti in Nederlands-Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daar bleef het niet bij. Vanaf 2013 deed hij samen met zijn vrouw Annelies Wilms onderzoek naar de deportatie van tienduizend mannelijke Joden uit Frankrijk, België en Nederland naar Joodse dwang­arbeiderskampen in Silezië, in het huidige Polen. Dat resulteerde in een tweede boek: het vorig jaar verschenen Tussenstation Cosel. Joodse mannen uit West-Europa naar dwang­arbeiderskampen in Silezië, 1942-1945.

‘Mijn ouders en grootouders hebben het zien gebeuren’

U heeft het professioneel aangepakt, bent zelfs gepromoveerd. U had natuurlijk ook te werk kunnen gaan als verdienstelijk amateur­historicus.

Herman van Rens: ‘Dat laatste is nooit mijn opzet geweest. Mijn werk als huisarts heb ik altijd met veel plezier en passie gedaan, en ik ben op dat gebied ook wetenschappelijk actief geweest. Juist omdat ik dat vak altijd zo rationeel en wetenschappelijk heb willen uitoefenen, besloot ik: verdiep ik mij in de geschiedenis van de vernietiging van de Joden, dan moet ik dat ook grondig en dus professioneel en wetenschappelijk verantwoord doen. Daarom heb ik mijzelf gepensioneerd toen ik 58 jaar was, en ben ik geschiedenis gaan studeren, in Amsterdam, te midden van 18-jarige eerstejaarsstudenten. Twee dagen per week ben ik om half zes hier in Beek in de trein gestapt om op tijd in de ­collegezaal te zijn. Ik heb me daar altijd bescheiden opgesteld, omdat ik best weet dat er onder jonge studenten vaak enige ergernis bestaat over oudere mensen die een studie komen ­volgen en die dan om de haverklap opstaan en wat betweterig in discussie gaan met de docent. Mijn master heb ik gevolgd en in 2009 afgerond bij het NIOD, het Instituut voor ­Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.’

Hij lacht, nu hij eraan terugdenkt: ‘Met zijn dertienen waren we: elf jonge dames en twee oude heren. Heel inspirerend. Met een aantal van hen heb ik nog steeds goed contact.’

Uw onderzoek richtte zich vervolgens specifiek op het lot van de Limburgse Joden. Waarom?

‘Dat was simpelweg nog nooit onderzocht. Ik had veel literatuur gelezen over de Holocaust en het lot van de Nederlandse Joden. Veel daarvan gaat over Amsterdam. Dat is ook heel begrijpelijk: twee derde van alle Nederlandse Joden woonde daar. De geschiedschrijving van historici als Loe de Jong en Jacques Presser is vanuit die optiek tot stand gekomen. Toen ik in Limburg als huisarts begon te werken – ik ben van geboorte Limburger overigens – merkte ik onder mijn patiënten herinneringen aan de oorlogstijd op die ik niet kon plaatsen in de geschiedschrijving zoals ik die kende. Daarom wilde ik weten wat er precies in Limburg was gebeurd.’

Wat was het lot van deze Joden?

‘Als het aan de bezetter had gelegen, dan was hun lot precies hetzelfde geweest als dat van de Joden in bijvoorbeeld Amsterdam, Groningen of Nijmegen. Maar de manier waarop de Joden hier in Limburg vervolgd zijn, de manier waarop de Duitse bezetter hier te werk ging en de manier waarop de niet-Joodse bevolking daarop gereageerd heeft, hebben toch tot verschillen geleid met hoe het elders is gegaan. Van de Limburgse Joden heeft de helft de oorlog overleefd. Dat is een aanzienlijk hoger percentage dan de 22 procent die in Amsterdam overleefd heeft.’

‘De mannen tussen 15 en 50 jaar zijn nooit in Auschwitz aangekomen’

Dat laatste gegeven heeft alles te maken met wat Van Rens als de voornaamste bevinding uit zijn promotieonderzoek beschouwt: ‘De ontdekking dat in een kleine samenleving enkele morele leiders kunnen opstaan, die door hun woorden en hun voorbeeld hun omgeving op grote schaal kunnen aanzetten tot hulp aan bedreigde medeburgers, terwijl dat verschijnsel elders achter­wege blijft. Er kan zo plaatselijk een collectieve moraal groeien, gericht op hulpverlening. Aansluitend bij de Hongaarse sociaal psycholoog Ervin Staub heb ik dat een society of enablement genoemd. Deze bevinding is veel breder toepasbaar dan alleen in het geval van Limburg. Hiermee kon ik de zeer grote verschillen in overlevingskans voor Joden en in het aantal lokaal geholpen onderduikers op een nieuwe manier verklaren.’

In het niets verdwenen

Tijdens zijn promotieonderzoek ontdekte Van Rens nog iets: vrijwel geen van de Limburgse Joodse mannen bleek in Auschwitz vermoord. ‘Toen mijn vrouw en ik die geschiedenis nog wat diepgaander gingen bestuderen, stuitten we op een verrassend feit. Dat de mannen tussen 15 en 50 jaar nooit in Auschwitz zijn ­aangekomen. Ze zijn tachtig kilometer ten ­westen van Auschwitz, in het plaatsje Cosel, uit de trein gehaald. Op zichzelf overigens geen onbekend feit, maar wel dat het om veel grotere aantallen bleek te gaan dan aanvankelijk werd aangenomen. De Limburgers waren de eersten die daar uit de trein zijn gehaald, daarna zijn er nog 35 andere transporten uit Nederland, België en Frankrijk tot stilstand gebracht. In totaal ­werden daar in Silezië tienduizend mannen in dwangarbeiderskampen door de zogeheten ‘Organisation Schmelt’ te werk gesteld. Hun ­lotgevallen zijn nimmer beschreven. Nooit! ­Terwijl de omstandigheden waaronder ze moesten leven werkelijk mensonterend waren: honger, kou, ziekten en geweld maakten dat velen van hen na luttele maanden al bezweken. Dat zoveel mensen gewoon in het niets zijn verdwenen, en dat niemand zich ooit serieus heeft afgevraagd wat er met hen is gebeurd, dat vind ik onacceptabel. Deze mannen hebben geen geschiedenis. Dat hebben we geprobeerd recht te zetten.’

Van Rens en zijn echtgenote verzamelden getuigenissen en zochten in Polen naar ­sporen van de werkkampen en massa­graven. Van de meeste kampen rest niets meer, zo stelden ze vast, maar toch konden ze dankzij hun niet aflatende speurzin nog 42 locaties traceren. Op initiatief van het echtpaar werd in 2016 een monument voor deze ‘Cosel-Joden’ onthuld bij het ­goederenstation van het stadje.

U onderhoudt ook een website – holocaust­limburg.nl – waar veel van uw kennis en publicaties zijn verzameld en organiseert allerlei activiteiten, waaronder studiereizen naar Polen.

‘Ja. Toen Annelies en ik voor de eerste keer in het kamp Auschwitz waren, hebben we ons aangesloten bij een Engelstalige gids. Ik was verbijsterd over de desinformatie die we daar te horen kregen. Ik gaf in dezelfde periode een cursus over genocide en de Shoah en nadat ik de deelnemers had gewaarschuwd voor deze slecht geïnformeerde gidsen, vonden de cursisten dat ik het eigenlijk zelf maar moest doen. Die uitdaging hebben mijn vrouw en ik aangenomen. Ik moet toegeven: dat is nogal uit de hand gelopen. We maken elk jaar gedurende een week een wetenschappelijk ­verantwoorde herdenkingsreis naar Auschwitz, met aandacht voor de infrastructuur van het kamp, de omgeving, we bezoeken het station in Cosel en de locaties van een aantal dwangarbeiderskampen; in de avonduren geven we colleges. Acht keer hebben we inmiddels zo’n reis georganiseerd; de laatste hebben we helaas moeten afzeggen vanwege de pandemie.’

Die pandemie wordt nogal eens vergeleken met een oorlogssituatie of met een vrijheidsbeperkende bezetting. Wat vindt u daarvan?

‘Daar zitten twee kanten aan. De vergelijking gaat absoluut mank als mensen beweren dat onze vrijheid wordt beperkt, zoals dat ook tijdens de jaren van de bezetting gebeurde. Er is namelijk een fundamenteel verschil: in de oorlog moesten mensen binnenblijven omdat de bezetter ze in de gaten wilde houden; hij kon je zo makkelijk te pakken nemen en beschadigen. Nu blijf je binnen omdat de overheid je wil beschermen. Er is een tweede kant: we ervaren de huidige situatie als een crisis, en dat is het ook. Bij sommige mensen, zeker als ze deel uitmaken van een groep die onderaan de samenleving bungelt, als ze zich niet verbonden voelen met de rest van de samenleving, zich niet gehoord weten en geen sociale status hebben, kan de neiging opkomen een schuldige voor de crisis te zoeken. Meestal gaat het dan om iemand of om een groep die buiten de eigen groep staat. Dat kunnen we leren van de geschiedschrijving over de Shoah. Met de huidige crisis zal het zo’n vaart niet lopen, vermoed ik. Corona gaat over en wordt uiteindelijk in de geschiedenis bijgezet. Maar de ecologische crisis, die gaat voorlopig niet over. Dat blijft een funda­mentele bedreiging. En de rekening daarvan komt er – voor ons allemaal. Ik ben echt bang dat dan dit mechanisme weer zal opspelen.’

Wat heeft uw onderzoek u uiteindelijk over uzelf geleerd?

‘Ik heb geleerd dat, als ik twintig jaar vroeger dan 1946 en 20 kilometer meer naar het oosten – in Duitsland dus – was geboren, dat ik dan vrijwel zeker bij de Hitlerjugend was geweest, en waarschijnlijk ook bij de SS – want ik ben altijd een “idealist” geweest. En dat ik dus mogelijk een oorlogsmisdadiger was geworden. Mijn meest dierbare boek en het enige waarvan ik tijdens mijn studie echt wakker heb gelegen is Ordinary Men van Christopher Browning. Hij laat daarin vlijmscherp zien dat doodgewone mensen in de daarvoor geschikte sociale omgeving gemakkelijk massamoordenaars worden.’ 

Lees meer over het lot van de Joden in Limburg op de website van Holocaust Informatiecentrum Limburg.

Lees meer

interview
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Fons Smeur, orthopedisch chirurg niet praktiserend, Boxtel 06-05-2021 16:13

    "U heeft een groot hart en bent een voorbeeld voor ons artsen. Velen echter zijn vandaag de dag niet anders dan de toekijkers, die een andere beleving hebben bij de Eed van Hippocrates en niet hun verantwoording nemen als arts. Zo heb ik mijn vrijgevestigde orthopedie praktijk gestolen zien worden door een hoogleraar orthopedie. Op één collega na deed niemand iets. De vrijheid die ten koste van vele doden en gewonden bevochten is blijkt onder artsen slechts een speelbal van macht."

  • Dolf Algra, commentator, opiniemaker zorg en sociale zekerheid, Rotterdam 01-05-2021 10:19

    "Mooi en intrigerend interview. Wat een werk, wat een gedrevenheid, wat een power ! Diepe buiging en petje af ! De oorlog is nog niet voorbij. Dat moge helder zijn. "

  • Betty sondervan Frank , Arts pijnbestrijding , AMSTELVEEN 30-04-2021 17:51

    "Geweldig hoe u Limburg in WOII beschrijft.
    Met diep respect voor u en uw echtgenote heb ik het gelezen.
    Mijn vader zat tijdens de oorlog ondergedoken in Brunssum.
    Van hem kreeg ik het idee dat iedereen van de joodse populatie zich een stuk veiliger voelde in mn zuid Limburg. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.