Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Roald Schaad Joris Broeren
07 november 2012 7 minuten leestijd
veiligheid

Multitasking onveilig en inefficiënt

2 reacties

 


Artsen zijn helemaal niet zo goed in multitasking. Als ze hun aandacht over meer taken moeten verdelen, maken ze meer fouten. Bovendien hebben ze minder tijd voor een taak nodig als ze die zonder onderbrekingen kunnen verrichten.

Artsen hebben drukke werkdagen. Ze zien veel patiënten op hun poli of zaal, moeten ook zorg dragen voor patiënten op andere plaatsen, zoals de Spoedeisende Hulp of een afdeling van een ander specialisme. En daarnaast zijn ze supervisor van een arts-assistent of praktijkondersteuner. Dit leidt ertoe dat ze veel en vaak worden bestookt met vragen of mededelingen. Deze vragen komen per post of e-mail, maar vaker nog via de telefoon en de pieper. Omdat deze niet zomaar kunnen worden genegeerd, moeten artsen hun reguliere bezigheden dus vaak onderbreken. Veel artsen zien dit als inherent aan hun werk, en vinden dit vanzelfsprekend. Maar hoe vaak komt dit nu voor, en is het wel zo vanzelfsprekend?

Onderbreking
Uit observatiestudies op SEH’s blijkt dat er rond tienmaal per uur sprake is van een ‘onderbreking’, die minder dan 10 seconden aandacht vereist (30,9 per 180 minuten).1 2 Daar komen nog, gemiddeld zevenmaal per uur, breaks-in-task bovenop, een onderbreking die meer dan 10 seconden aandacht vereist (20,7 per 180 minuten). Ook op minder hectische afdelingen is geobserveerd dat tot 42 procent van alle communicatie een onderbreking vormt. Zo’n onderbreking duurt gemiddeld 0,98 minuten.3 De aard ervan is heel divers: een vraag van een verpleegkundige over een andere patiënt, een monitoralarm of een pieper. Artsen schakelen dus snel en vooral vaak – zoveel zelfs dat ze regelmatig twee taken tegelijk uitvoeren. Gemiddeld voeren artsen 10-20 procent van de tijd meerdere taken simultaan uit.4

Overschatting
Telefonisch doordoseren van antistolling, weer terugschakelen naar de anamnese en vervolgens een consult afnemen, is voor veel artsen dagelijkse kost. Maar het lijkt erop dat velen zichzelf hierin overschatten. Een tweede handeling verrichten, zoals het opnemen van een pieper en vervolgens beantwoorden van de gestelde vraag, vereist multitasking. Keer op keer blijkt dat mensen dat niet kunnen. Ze kunnen naast een cognitieve taak hooguit een geautomatiseerde, min of meer reflexmatige handeling verrichten, zoals tijdens een gesprek van A naar B lopen. Bij een eenvoudige tweede taak, zoals een onverwacht obstakel ontwijken, zal het gesprek slechts licht vertragen, maar het effect is meetbaar. Bij ingewikkeldere afleidingen kan de draad van het gesprek zelfs zoek-raken. Het vereist tenslotte tijd om te schakelen van de ene naar de andere taak.

Uit metingen is gebleken dat continu schakelen ertoe leidt dat beide taken tot zelfs 50 procent trager worden uitgevoerd dan als deze achter elkaar zouden worden uitgevoerd.5 Daarnaast vraagt multitasking veel meer van het werkgeheugen. Zeker als beide taken niet over dezelfde informatie gaan.6 Dit verhoogt de kans op het vergeten van belangrijke details. Training heeft weliswaar een positief effect, met name bij oudere mensen, maar neemt de nadelen niet weg.7 8 Ook bij jongeren, die gewend zijn een berichtje te sturen op hun smartphone terwijl ze tv kijken en ondertussen huiswerk maken, lijden de afzonderlijke handelingen onder multitasking. Een getrainde volwassene, zoals een arts, presteert niet slechter, maar zeker ook niet beter – zowel qua snelheid, als qua geheugen. Ook simpele vergissingen komen meer voor als een arts aan het multitasken is: een patiënt verwarren met een ander, een nul te veel of te weinig, schrijf- of leesfouten.9 10 Dit komt boven op eventuele fouten door onvolledige informatie op het moment dat de vraag wordt gesteld.

Bron van fouten
Multitasking werkt dus vertragend en is een bron van fouten. Waarom doen artsen het dan toch? Waarschijnlijk omdat het er in de loop van de jaren ingesleten is. Het aantal patiënten waarmee ze tegelijkertijd bemoeienis hebben, als hoofdbehandelaar of consulent, is toegenomen. Tevens is de efficiëntie in de bedrijfsvoering verbeterd. Maar de kortere opnameduur vereist ook sneller bijsturen en ingrijpen. Voor een snelle afhandeling van een vraag of probleem is de telefoon de snelste weg. Een snelle telefonische reactie is ook wat artsen verwachten. En velen vinden dat ze hier prima mee kunnen omgaan. Maar zoals gezegd, is dat hoogstwaarschijnlijk onterecht.

De vraag is dus: welke consequenties heeft multitasking voor de patiëntveiligheid? Weinig mensen zullen het vanzelfsprekend vinden dat een stewardess tijdens een start of landing de cockpit binnenloopt om te vragen of de piloot misschien koffie wil. De taak waar de piloten op dat moment mee bezig zijn, is zodanig kritisch dat hier alleen in een uiterste noodsituatie ingebroken mag worden. Nu is een gemiddelde handeling van een arts niet zo kritisch als de landing van een vliegtuig. Maar de grote hoeveelheid onderbrekingen en de vanzelfsprekendheid waarmee deze plaatsvinden, maken de kans dat er per ongeluk wel tijdens een ‘landing’ wordt gebeld, wel groot. Bovendien kunnen kleine fouten bij minder kritische handelingen uiteindelijk cumuleren tot grote gevolgen op (middel)lange termijn. Deze gevolgen zijn echter nooit te herleiden tot die ene onderbreking, en worden dan geclassificeerd als ‘menselijke fout’ of ‘vergissing’. Dit is echter onterecht, aangezien het een fout in het systeem betreft. En het gaat potentieel om bijzonder veel fouten.

Zonder afleiding
Misschien wordt het tijd te onderkennen dat artsen ook maar mensen zijn, en dus een bepaalde mate van rust nodig hebben om optimaal mentaal te kunnen presteren. Een onderdeel van die rust is een ongestoorde denktrant. Een omgeving zonder al te veel afleiding is daar een belangrijke factor in. Het is ook niet voor niets dat steeds vaker de verpleegkundige die de medicijnen uitdeelt een speciaal hesje aan doet om niet gestoord te worden.10 Vergelijkbare concentratie vereisende taken voor de arts zijn bijvoorbeeld het bijwerken van een status, het voorschrijven van medicatie, of het controleren van labuitslagen. Om op een dergelijk moment ongestoord te kunnen werken, is het zinvol om afgeschermd te worden door een secretaresse die de pieper en telefoontjes aanneemt, filtert en alleen de echt spoedeisende telefoontjes doorverbindt. Uiteraard dient er dan wel ergens ruimte en tijd in de dag wordt gepland om deze vragen alsnog te beantwoorden. Een loslopende consulent, die juist wel met een pieper loopt, alle vragen coördineert en delegeert, maar verder geen klinische taken heeft (behalve misschien die echt spoedeisende) dient een vergelijkbaar doel. Een zaalarts zou erbij gebaat kunnen zijn niet iedere vijf minuten gepiept te worden, maar in plaats daarvan meerdere malen per dag een korte (papieren) visite te lopen om alle lopende zaken bij te sturen. De pieper blijft dan gereserveerd voor echt spoedeisende zaken.

Vooruitgang
De ouderwetse pieper zou eveneens vervangen kunnen worden door een moderner systeem, waarbij direct duidelijk is of het bericht spoedeisend is of niet. Steeds meer ziekenhuizen stappen daarom ook over op mobiele telefoons met een caller-id (of een aangepaste beltoon) zodat je meteen weet wie er belt. Dit is al een enorme vooruitgang. Echter, gezien de ontwikkelingen op het gebied van de draagbare elektronische apparatuur is ook dit systeem eigenlijk al achterhaald. In deze tijd van vergaande automatisering en virtuele werkplekken is het mogelijk om een systeem te maken, waarbij een arts zich ‘afmeldt’ als deze niet gestoord mag worden. Alle telefoontjes en dergelijke worden tijdelijk gebufferd, bijvoorbeeld door voicemail of sms-achtige berichten, en verschijnen in volgorde van prioriteit zodra de arts zich weer ‘aanmeldt’. Voor spoedeisende berichten kan het ‘afmelden’ worden genegeerd, of kan een andere arts worden benaderd. Ook een systeem waarbinnen de fysiek dichtstbijzijnde arts gewaarschuwd wordt, kan nuttig zijn. Zo wordt voorkomen dat artsen die net van de SEH terug zijn op de afdeling, direct weer terug kunnen voor een nieuw consult. Dit vereist echter wel een andere manier van denken. Niet alleen van dokters, maar ook van de organisatie binnen een ziekenhuis.

Mensen zijn nu eenmaal feilbaar, dokters dus ook. Het systeem in kritische omstandigheden zoals de zorg moet erop gericht zijn deze feilbaarheid zoveel mogelijk te ondervangen. In de huidige omstandigheden is dat niet het geval. Multitasking is voor computers, niet voor dokters.


Joris Broeren, Roald Schaad, anesthesiologen, Dutch Human Factors Group

Correspondentieadres: dutchhumanfactorsgroup@gmail.com; c.c.: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld.



Lees ook

Referenties

1. Chisholm CD, Dornfeld AM, Nelson DR, Cordell WH. Work interrupted: a comparison of workplace interruptions in emergency departments and primary care offices. Ann Emerg Med 2001; 38: 146-51.
2. Laxmisan A, Hakimzada F, Sayan OR, Green RA, Zhang J, Patel VL. The multitasking clinician: decision-making and cognitive demand during and after team handoffs in emergency care. Int J Med Inform 2007; 76: 801-11.
3. Edwards A, Fitzpatrick LA, Augustine S, Trzebucki A, Cheng SL, Presseau C, Mersmann C, Heckman B, Kachnowski S. Synchronous communication facilitates interruptive workflow for attending physicians and nurses in clinical settings. Int J Med Inform 2009; 78: 629-37.
4. Weigl M, Müller A, Zupanc A, Angerer P. Participant observation of time allocation, direct patient contact and simultaneous activities in hospital physicians. BMC Health Serv Res 2009; June 29: 110.
5. Anderson P. Study: Multitasking is counterproductive. CNN.com. Dec 6, 2001. [Cited: July 3, 2012.] http://archives.cnn.com/2001/CAREER/trends/08/05/multitasking.study/.
6. Edwards MB, Gronlund SD. Task Interruption and its Effects on Memory. Memory 1998; 6: 665-87.
7. Rubinstein JS, Meyer DE, Evans JE. Executive control of cognitive processes in task switching. J Exp Pshycol Hum Percept Perform 2001; 27: 763-97.
8. Kramer AF, Hahn S, Gopher D. Task coordination and aging: explorations of executive control processes in the task switching paradigm. Acta Psychol 1999; 101: 339-78.
9. Collins S, Currie L, Patel V, Bakken S, Cimino JJ. Multitasking by clinicians in the context of CPOE and CIS use. Stud Health Technol Inform. 2007; 129: 958-62.
10. Collins S, Currie L, Bakken S, Cimino JJ. Interruptions During the Use of a CPOE System for MICU Rounds. AMIA Symposium Proceedings 2006: 895.

illustratie: Het Wonderlab
illustratie: Het Wonderlab
<b>Download dit artikel (PDF)</b>
veiligheid ouderen calamiteiten patiëntveiligheid
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • D. Idzenga, SEH-arts KNMG, UTRECHT 30-11-2012 00:00

    "Er wordt helaas niet stil gestaan bij de beroepsgroep die uitsluitend werkzaam is op de Spoedeisende Hulp. De SEH-arts die meerdere patiënten tegelijk ziet, arts-assistenten superviseert, aanmeldingen krijgt van huisartsen en specialisten, en reanimatie/trombolyse/aneurysma seinen krijgt. Het artikel maakt mij wel meer bewust van mijn kwetsbare momenten, maar ze mogen me altijd vragen of ik ook koffie wil..."

  • I. Grossmann, Chirurg, GRONINGEN 09-11-2012 00:00

    "Al lopend naar de keuken met MC in de hand, eropuit om een kop koffie te maken las ik dit artikel. Na 10 minuten en wat aanhoudend instemmend gemompel kwam uit de huiskamer een reactie. Waar ik het zo mee eens was en, waar de koffie bleef.

    Top artikel! Niet alleen beter voor de patient veiligheid op beschreven wijze, maar ik denk ook doordat het humeur van menig arts, en daarmee de samenwerking, sterk zou verbeteren als die aanhoudende stroom stoorzenders minder wordt."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.