Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Nieuws

'Msb is geen machtsblok in ziekenhuis geworden'

1 reactie

De invoering van de integrale bekostiging in ziekenhuizen lijkt geen effect te hebben gehad op het inkomen van medisch specialisten, concludeert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De toezichthouder zegt dat de aanvankelijke vrees dat vrijgevestigde artsen door de vorming van msb's een sterker machtsblok zouden vormen tegenover ziekenhuizen en daardoor hun inkomsten zouden verhogen, 'niet is bewaarheid'.

Dat stelt de NZa in haar derde monitor over de integrale bekostiging, die in 2015 in de medisch-specialistische zorg is ingevoerd. Daardoor kwam het recht om te declareren bij de ziekenhuizen te liggen, die binnen een samenwerkingsovereenkomst afspraken met hun vrijgevestigde medisch specialisten moesten maken over welk honorariumdeel zij zouden toekennen aan deze artsen. De vrijgevestigde artsen verenigden zich daarop binnen msb's, die daarover de gesprekken aangaan met ziekenhuisbestuurders. Volgens de Federatie Medisch Specialisten zijn er zo’n zeventig msb’s opgericht sinds de invoering van de integrale bekostiging.

Msb’s positiever

Msb's blijken positiever dan de ziekenhuizen te zijn over de effecten van de integrale bekostiging op zaken als kwaliteit van de zorg, patiëntveiligheid, hun onderhandelingspositie en hun invloed op de gang van zaken in het ziekenhuis. Zo vindt ruim 80 procent van de msb's dat de gelijkgerichtheid tussen hun belangen en die van het ziekenhuis is verbeterd, terwijl bijna de helft van de ziekenhuizen daar vooruitgang zien, blijkt uit een rondgang van de NZa. Wel vinden beide partijen dat er nog altijd ruimte is om mensen en geld effectiever in te zetten dan nu gebeurt.

Veruit de meeste msb's, een kleine 80 procent, bestaan uit zestig of meer specialisten. Meer dan de helft heeft als rechtsvorm de coöperatie gekozen, een kleiner deel de maatschap. De eerste jaren hebben de vrijgevestigde artsen zich geconcentreerd op het opstarten van hun msb en het bewaken van hun fiscale positie, merkt de NZa op, om zich sinds vorig jaar ook meer te richten op zorginhoudelijke en beleidsmatige zaken samen met het ziekenhuis. De vrijgevestigde artsen, die tot 2014 fiscaal als zelfstandigen opereerden, zijn nu vaker directeur-grootaandeelhouder van een eigen bv waarin ze deelnemen aan een msb. Zo'n drieduizend artsen kozen vanaf 2015 voor deze constructie. Verder is meer dan de helft van de specialisten inmiddels in loondienst: zo'n 8500 van de 16.500 specialisten (psychiaters niet meegeteld). Dat kan loondienst bij een ziekenhuis, binnen een zbc of binnen een msb zijn.

Vergoeding

Uit de monitor blijkt verder dat in bijna de helft van alle ziekenhuizen is afgesproken dat msb's een vast percentage van de ziekenhuisomzet krijgen. In de andere gevallen is de vergoeding deels of geheel variabel, afhankelijk van het aantal verrichte zorgactiviteiten. Gemiddeld wordt er zo'n 14 procent van de ziekenhuisomzet uitgekeerd als honorarium voor de vrijgevestigde artsen. Volgens de NZa hebben ziekenhuizen overigens geen beeld van hoe msb's het bedrag dat zij van het ziekenhuis ontvangen, zelf weer verdelen over vakgroepen of individuele specialisten. En daardoor hebben ziekenhuizen ook geen idee wat de consequentie is van het afgesproken bedrag op de inkomsten van de specialisten. Maar ook de msb's zelf bleken bij navraag van de NZa niet te weten of het inkomen van artsen omhoog of omlaag is gegaan na de integrale bekostiging.

De NZa heeft daarom geprobeerd, naast inkomenscijfers van het CBS, ook omzetcijfers van Vektis, DigiMV en DIS van vrijgevestigde artsen en artsen in loondienst in kaart te brengen. Het trekken van harde, eenduidige conclusies was door verschil in fiscaal regime en definitieverschillen volgens de NZa lastig. Maar volgens de toezichthouder bieden de cijfers wel grond om te kunnen stellen dat de integrale tarieven en daarmee samenhangende msb-vorming 'geen substantieel effect' hebben gehad op het inkomen van specialisten. De omzetcijfers laten zien dat de groei van ziekenhuisomzet en honorariumomzet redelijk met elkaar in de pas lopen. De toezichthouder vindt dat het stof rond de integrale tarieven nu wel is neergedaald en er voldoende basis is voor goede samenwerking tussen ziekenhuizen en msb.

De NZa raadt de minister af om via beleid aan te sturen op participatiemodellen. Dat model verhoudt zich volgens de toezichthouder lastig tot de beweging die nu onder specialisten gaande is om zorgnetwerken aan te knopen buiten het eigen ziekenhuis.

Lees ook
Nieuws inkomen
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op politiek en financiën.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • W.J. Duits, bedrijfsarts, Houten 05-10-2018 16:06

    "Eigenlijk staat hier dus: Er lijkt niets te zijn veranderd, er lijkt geen negatief effect te worden gezien, vrije artsen blijken toch geen "struikrovers" te zijn.
    Daarnaast staat hier ook dat de NZa eigenlijk geen overzicht kan genereren over de geldstromen in ziekenhuizen. Want het is blijkbaar erg ondoorzichtig.
    Misschien komt dat, omdat we geen goed zicht hebben op wat de daadwerkelijke kosten zijn. Als Albert Heijn het met deze boekhoudcijfers had moeten doen, dan waren ze failliet geweest.
    Het is toch triest dat de instantie die zich opwerpt als de beschermer van de kosten niet een concreet schema kan produceren met cijfers en overzichten. Nog triester is te beseffen dat veel van de Haagse beslissingen op deze zelfde lemen voeten staan."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.