Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
recht

Moord zonder kwade opzet

Openbaar ministerie over euthanasie bij demente patiënt

5 reacties
Rechtbanktekening van de arts in de rechtbank van Den Haag, waar zij terechtstaat voor de euthanasie op een diepdemente patiënte met een schriftelijke wilsverklaring.
Rechtbanktekening van de arts in de rechtbank van Den Haag, waar zij terechtstaat voor de euthanasie op een diepdemente patiënte met een schriftelijke wilsverklaring.

Is een arts schuldig aan moord als ze de schriftelijke doodswens van haar diepdemente patiënte vooraf niet meer met haar bespreekt? Ja, vindt het Openbaar Ministerie, maar eist geen straf. ‘Het leek allemaal zo logisch’, zegt de arts. De rechter oordeelt op 11 september.

‘Ze kende geen verleden, geen toekomst en kon zich geen ogenblik concentreren. In deze situatie had ik een gesprek met haar moeten voeren over haar levenseinde.’ Welbespraakt schetste de 68-jarige gepensioneerde specialist ouderengeneeskunde vorige week maandag voor de strafrechter de toestand van haar diepdemente patiënte en daarmee de onmogelijkheid met haar een gesprek te voeren. Het was de eerste strafzaak in de geschiedenis van de euthanasiewet uit 2002. De arts had in april 2016 in een Haags verpleeghuis euthanasie verleend aan een 74-jarige zwaar demente patiënte op basis van haar schriftelijke wilsverklaring. De arts had geprobeerd de doodswens te toetsen, maar om de vrouw grote onrust te besparen, had ze de euthanasie niet openlijk besproken.

De officier van justitie richtte in zijn requisitoir zijn pijlen juist op dat uitgebleven gesprek. ‘De kern is dat de arts onzorgvuldig is geweest in haar onderzoek naar de doodswens van patiënte’, zei de aanklager. ‘Zij had niet tot de conclusie mogen komen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek. Zij had daarover in gesprek moeten gaan met patiënte. Door dit niet te doen heeft zij een fundamentele zorgvuldigheidseis voor euthanasie geschonden.’ Misschien had de arts de euthanasie wel kunnen uitvoeren nadat ze hierover met de patiënt in gesprek was gegaan, maar daar had ze niet op mogen vooruitlopen, vond de officier.

De uitvoering van de euthanasie is volgens het OM lege artis verlopen

Wilsverklaring

De zaak ging eind 2016 rollen toen de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) hun onzorgvuldigheidsoordeel uitspraken over deze zaak met nummer 2016-85. Onzorgvuldig omdat de patiënt geen mondeling verzoek had gedaan en er naar het oordeel van de RTE geen duidelijke schriftelijke wilsverklaring lag. Ook de regionale en centrale tuchtrechter, die respectievelijk een berisping en een waarschuwing gaven, volgden die redenering. Daarbij was de uitvoering volgens de RTE niet conform de regels gegaan. De arts had ‘een grens overschreden’ door toediening van Dormicum vooraf in de koffie en door de uitvoering van de levensbeëindiging niet te staken toen patiënte negatief reageerde op het inbrengen van het infuus en de toediening van de euthanatica.

Anders dan RTE en het CTG vindt het Openbaar Ministerie de wilsverklaring wel voldoende helder. Ook de uitvoering van de euthanasie is lege artis verlopen, meent het OM, daarmee aansluitend bij RTE-oordelen over andere zaken met wilsonbekwame, demente patiënten met een schriftelijke wilsverklaring. In die casussen bespraken de artsen de uitvoering niet meer met de patiënt. ‘De euthanasie werd in deze gevallen heimelijk uitgevoerd vanwege onrust, agressie, en angst voor aanraking en prikkels bij de patiënt. In één van die zaken bood de patiënte ook weerstand bij het inbrengen van het infuus. In deze zaken heeft de RTE de uitvoering medisch zorgvuldig bevonden’, merkte de aanklager op.

Onduidelijke norm

In lijn met het oordeel van de tuchtrechter, verwijt het OM de arts dat ze niet met de patiënt sprak over de euthanasie. Dit betreft wel een onduidelijke norm, geeft het OM toe, ‘onduidelijk voor de arts zelf, maar kennelijk ook voor de consulent van de Levenseindekliniek en de twee SCEN-artsen.’ Noch de euthanasiewet, noch de Handreiking schriftelijke wilsverklaring euthanasie van VWS en de KNMG zegt iets over een onderzoeksplicht van het document bij demente patiënten. Voor de arts gaf de duidelijkheid die de handreiking bracht juist de doorslag om dit euthanasietraject aan te gaan (zie kader). Het CTG merkte dit voorjaar op dat zo’n gesprek met een wilsonbekwaam iemand weinig zinvol lijkt, maar noemde het bespreken van de euthanasie ‘onmiskenbaar een toevoeging aan de vereiste zorgvuldigheid van die uitvoering en om die reden mag dit, ook bij een volledig wilsonbekwame patiënt, in beginsel niet achterwege blijven.’

De zaak spitst zich toe op de vraag hoe artsen moeten omgaan met euthanasie bij wilsonbekwame patiënten die kunnen communiceren en uitingen doen die in tegenspraak zijn met hun wilsverklaring, licht Josine Janson toe, adviseur gezondheidsrecht van artsenfederatie KNMG. De beklaagde arts heeft van alles gedaan om de wilsverklaring te verifiëren, maar het is niet gelukt dit met de patiënt zelf te bespreken, zoals het OM van haar vraagt. Janson: ‘Ze heeft de patiënt onder meer geobserveerd, gesproken met professionals en naasten. De rechter zal de knoop doorhakken en daarmee de vraag beantwoorden: deed de arts genoeg?’

Mokerslag

Omdat een bevestiging van de beschreven doodswens volgens het OM ontbreekt, komt het hele euthanasieverzoek dat de basis vormt van de euthanasiewet op losse schroeven. En als er geen sprake is van euthanasie, dan is dit moord, concludeert de aanklager, maar tekent daarbij aan: ‘Ik begrijp dat dit bij de arts moet aankomen als een mokerslag. Ik herhaal dat er bij haar geen sprake was van kwade opzet. Geen moord in de gangbare zin van het woord. Integendeel, de arts heeft naar eigen eer en geweten gehandeld.’

Een schokgolf spoelde na dit requisitoir door Nederland. Het NOS-journaal opende met de zaak. De Telegraaf hield een online-enquête waarbij 85 procent van de deelnemers instemde met de stelling ‘de euthanasiewet moet worden aangepast’. Ongeveer eenzelfde percentage sprak de angst uit dat artsen door de strafzaak huiveriger worden om euthanasie uit te voeren. KNMG-voorzitter René Héman noemde de beschuldiging van moord ‘een enorme dreun’.

‘De arts heeft naar eer en geweten gehandeld’

De rechtbank en de officier van justitie hadden oog voor de situatie van de arts, over wie in de zaal uitdrukkelijk werd gesproken als ‘de arts’ en niet als ‘de verdachte’. De aanklager besloot met zijn argumenten om geen strafoplegging te eisen, waarvan de druk op de arts er één was: ‘De arts heeft naar eer en geweten gehandeld en hierover open kaart gespeeld. Zij is onzorgvuldig geweest en had dit kunnen voorzien, maar de norm die zij geschonden heeft was onduidelijk. Volgens de nabestaanden heeft zij geen strafbaar feit gepleegd, maar juist uitvoering gegeven aan de uitdrukkelijke wens van hun echtgenote en moeder. Daarom kan de arts maar een beperkt verwijt worden gemaakt. Daar komt bij dat zij al getroffen is door deze vervolging, de samenloop ervan met de tuchtprocedure en de beschuldiging van moord. Er is geen risico dat zij in herhaling zal vallen of reden voor een aanvullend signaal aan andere artsen.’

OM onderzoekt nog drie zaken

In 2017 heeft het College van Procureurs-Generaal twaalf zaken van de RTE ontvangen. Daarvan zijn er tien afgedaan. In twee zaken loopt nog een strafrechtelijk onderzoek bij parket Noord-Holland (RTE-nummers 2017-79 en 2017-103). In 2018 heeft het college zes zaken van de RTE ontvangen. Daarvan zijn er vijf afgedaan zonder strafrechtelijk onderzoek. In één zaak loopt een strafrechtelijk onderzoek bij parket Oost-Brabant (RTE-nummer 2018-42). Het OM laat weten dat nog niet duidelijk is wanneer in de lopende onderzoeken een beslissing valt. In 2019 kreeg het OM tot nu vier zaken van de RTE. Daarvan is er één geseponeerd. De andere drie zaken moeten nog beoordeeld worden.


Slotwoord arts op 26 augustus 2019

Geachte leden van de rechtbank,

In het verpleeghuis wordt een arts regelmatig geconfronteerd met een euthanasieverzoek. Soms door de wilsbekwame patiënt zelf, soms met betrekking tot een wilsonbekwame patiënt door de familie. Slechts zelden komt het tot euthanasie. Euthanasie is een ultimum remedium.

Lange tijd was voor artsen onduidelijk wat de status was van de schriftelijke wilsverklaring. De Handreiking van 2015 bracht daar verandering in. Er was eindelijk eenstemmigheid. Het was nu duidelijk waar de arts zich aan te houden heeft bij euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring.

Toen mijn patiënte in maart 2016 opgenomen werd, zes maanden na het uitkomen van deze handreiking, leek mij euthanasie dan ook een begaanbare weg. Ik had er geen idee van dat er toch nog onduidelijkheden waren in de wet, het leek allemaal zo helder en logisch. Een schriftelijke wilsverklaring komt in de plaats van een mondeling verzoek en als arts ben ik de deskundige die bevoegd is om te beoordelen of er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat de patiënt van mening is veranderd.

Ik wist ook niet dat er bij een aantal artsen grote weerstand bestaat tegen euthanasie op grond van een schriftelijke wilsverklaring en dat deze artsen mijn casus zouden aangrijpen om hun standpunt luid en duidelijk kenbaar te maken, met alle maatschappelijke onrust van dien. Deze groep artsen wil zelf geen euthanasie toepassen bij diepdemente mensen op grond van een schriftelijke wilsverklaring en is het niet eens met deze mogelijkheid in de euthanasiewet. Bovendien willen zij verhinderen dat de ruimte die de wet biedt gebruikt wordt door andere artsen.

Maar wat is het probleem? Niet iedereen verzoekt om euthanasie en niet elke arts is bereid om euthanasie uit te voeren. Voor de euthanasiewet geldt dat je er gebruik van mag maken, maar niet moet maken. Voor deze mensen is de wet bedoeld. Ook voor artsen geldt dat je euthanasie mag geven, maar ook mag weigeren.

De maatschappelijke onrust heb ik niet voorzien, laat staan beoogd. Ik ben niet het type arts dat op de barricades staat. Mijn enige streven is om mijn patiënten naar beste weten en kunnen te behandelen, binnen de grenzen van de wet.

Hoewel ik ervan overtuigd ben dat ik binnen de wet gehandeld heb, is mijn handelen onderwerp geworden van een juridisch debat. Ik moet u zeggen, dat ik mij in dit debat niet op mijn gemak voel. In het verpleeghuis en in de geneeskunde in het algemeen praten we mét elkaar. We zoeken uit wat ons verbindt om vandaar tot een gemeenschappelijk beleid te komen in het belang van de patiënt. In het strafrecht praat men tégen elkaar. Men vergroot de tegenstellingen door feiten, waarheden en bijna-waarheden erbij te halen, om het debat te verscherpen. Hierbij gaat de nuance verloren, essentieel deel van de geneeskunst.

Wat hier gebeurt maakt artsen onzeker en bang voor vervolging. Het gevolg van deze intussen al enkele jaren aanhoudende onzekerheid over de Wtl is, dat artsen minder melden en huiverig worden om euthanasie te geven. Zij passen palliatieve sedatie toe als verkapte vorm van euthanasie. Dit is geen goede vorm van euthanasie en de arts onttrekt zich aan toetsing. Deze ontwikkeling dreigt de Wtl te ondermijnen.

Geachte leden van de rechtbank, ik heb naar beste weten en kunnen gehandeld. Ik vraag u daarom in de eerste plaats om mij vrij te spreken van alle rechtsvervolging.

In de tweede plaats vraag ik u om ons, artsen, duidelijkheid te geven over onze omgang met de Wtl bij wilsonbekwaamheid ter zake van euthanasie en ons weer de zekerheid en het vertrouwen te geven dat wij de Wtl kunnen toepassen zonder onverwacht risico te lopen op vervolging.

In de derde plaats vraag ik u om duidelijkheid te geven over de vraag wie er bevoegd en bekwaam is om wisselende uitspraken van een demente en ter zake wilsonbekwame patiënt te duiden. Dit om te voorkómen dat een belangrijk verzoek ten onrechte niet gehonoreerd wordt.

Dank u voor uw aandacht.


https://www.euthanasiecommissie.nl/uitspraken/publicaties/oordelen/2016/niet-gehandeld-overeenkomstig-de-zorgvuldigheidseisen/oordeel-2016-85

https://www.npostart.nl/nos-journaal/26-08-2019/POW_04059490

https://www.knmg.nl/actualiteit-opinie/nieuws/nieuwsbericht/eerste-strafzaak-euthanasie-bij-dementie-maakt-veel-emotie-los.htm

https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/artsen-starten-petitie-tegen-euthanasie-bij-dementie.htm

Lees ook

download dit artikel in pdf

euthanasie recht dementie ouderengeneeskunde wilsverklaring
  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Jamie Selnick Marzullo, psychiater, oud huisarts, Heemstede 11-09-2019 15:02

    "Euthenasie en moord – gelijke monniken…?

    De wet toetsing levensbeëindiging, dwz euthenasie, is onduidelijk.
    De wet bepaalt dat euthanasie in beginsel verboden is. “‘Doden’ op verzoek is strafbaar in Nederland.” (Art 293, 294 WvStr). Op dat verbod is een uitzondering, voorwaarden voor straffeloosheid, wanneer de arts heeft voldaan aan de in de wet genoemde zorgvuldigheidseisen: een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patient en uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patient zijn de voornaamste.
    Probleem met deze wet, is dat de wet niet voldoet aan een eis van duidelijkheid, het legaltieitsbeginsel (artikel 1, De WvStr). “De wettekst mag geen vage of onduidelijk bepaling zijn.”
    Maar, het gebruik van de woorden toetsing en zorgvuldigheidseisen in de wettekst naast een beschrijving van strafbaarheid is misleidend, niet helder. Een wilsverklaring eisen bij een wilsonbekwaam patient is onduidelijk, niet bruikbaar. Deze wet moet niet los gezien worden van de context waarin die plaatsvindt. De tekst, “Hij die het leven opzettelijk beëindigt” geeft niet de juiste context van de (be)handeling weer, de context van de arts-patient relatie, betreffende een specifieke (be)handeling bij een specifieke doelgroep in een specifieke situatie. De Wet Toetsing Levenseinde is onduidelijk. Het is het werk van artsen om de patient in zijn leed rondom het levenseinde en het sterven te helpen, hulp doorgrond door betrokkenheid en empathie welk niemand zou willen missen; het is een groot goed, een vorm van beschaving.
    Een wet betreffende euthenasie moet voldoen aan de juridische eis van éénduidigheid. Dit werk koppelen aan het strafrecht is onduidelijk. Het gebruiken van zorgvuldigheidseisen die niet bruikbaar zijn om een arts ‘straffeloos’ te stellen, is niet duidelijk, is niet passend bij werk wat naar “eer en geweten heeft plaatsgevonden,” is niet proportioneel, is niet doelmatig, is niet eerlijk, is niet ‘fair’.

    J. Selnick Marzullo, psychiater, oud huisarts


    "

  • Peter van Rijn, huisarts n.p., Rheden 08-09-2019 23:42

    "De eis van het OM is een geruststelling voor het geweten van artsen die niet zover willen gaan dat ze een niets vermoedende wilsonbekwame patiënt zomaar doden. Die zich er actueel niet van bewust is ooit een wilsverklaring te hebben getekend, waarmee deze zich ertoe heeft verplicht zich te laten doden op een moment waarop geen aantoonbaar ondragelijk en uitzichtloos lijden wordt waargenomen. Het kan niet zo zijn dat deze door vermelde ondertekening diens recht op leven heeft verspeeld op een willekeurig moment waarop willekeurige derden diens leven zonder waarde verklaren en beëindigen zonder een actueel teken van instemming van betrokkene.Het OM geeft nu gelukkig aan dat ook een dergelijke patiënt het recht heeft om te leven."

  • Thomas Müller, Uroloog, Drachten 05-09-2019 21:20

    "Er zit nog een addertje onder het gras: als je dus, en zo zal het misschien gaan, veroordeeld maar niet gestraft wordt, dan.... juist, heb je een strafblad als moordenaar. Binnen Nederland allemaal heel logisch, maar misschien wil je dan naar een ander land om verder te werken ? Dankzij de brave Nederlandse regeling van omgaan met “criminele” artsen zal men dus bij het werken in het buitenland van deze stempel nimmers afkomen. Als moordenaar veroordeeld betekend bv dat je in Duitsland nimmers als arts aan de bak kan. Wat een dwaling. "

  • Ignace Schretlen, publicist, Rosmalen 05-09-2019 17:02

    "‘Moord zonder kwade opzet’ is een contradictie. Er zijn artsen veroordeeld omdat zij hun partner hebben vermoord. Daarmee heeft de casus waar het nu om gaat in de verste verten niets te doen, zelfs wanneer er arbitrair is gehandeld. Het juridische machtsvertoon van het OM, gestoeld op de visie van een klein groepje gezagsdragers, ondermijnt louter door in dit kader het woord ‘moord’ te gebruiken het debat én de praktijk rondom het levenseinde. Zowel de angstig gemaakte beroepsgroep als vooral patiënten zijn hiervan de dupe. Daarbij speelt de arrogantie om te denken dat je met wetgeving alle mazen kunt dichten. Onderwijl kunnen degenen die hiervoor verantwoordelijk zijn zelf niet ter verantwoording worden geroepen voor de schade die zij aanrichten."

  • Kees Lugtmeier, oud-huisarts, niet praktiserend, ex-BIG, Harlingen 04-09-2019 22:19

    "Het doel van dit proces zie ik vooral in het creëren van jurisprudentie over een zaak, die blijkbaar vraagt om meer duidelijkheid. Dat dit gebeurt via een beschuldiging van moord vind ik ongehoord en schokkend. Dat had toch wel anders gekund?"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.