Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Laura De Vito
28 september 2018 6 minuten leestijd
levenseinde

Mogelijkheden euthanasiewet zijn niet verruimd

Euthanasiewet altijd al bedoeld voor groepen die nu euthanasie krijgen

2 reacties
Frank Muller /Hollandse Hoogte
Frank Muller /Hollandse Hoogte

Er lijkt een beeld te ontstaan dat de grenzen van de euthanasiewet langzaam worden opgerekt. De voorbeelden die dat beeld onderbouwen, vielen echter altijd al binnen de grenzen van de wet, laat jurist Laura De Vito zien.

MC-columnist Bert Keizer schreef: ‘In mijn presentatie somde ik even snel op wat ons is overkomen op het gebied van euthanasiekandidaten: eerst de terminaal zieken, toen de chronisch zieken, toen psychiatrische patiënten, toen beginnend dementerenden, toen gevorderd dementerenden, toen stapeling ouderdomsklachten, toen voltooid leven en als krankzinnige uitloper de constatering van de Coöperatie Laatste Wil dat eigenlijk iedereen boven de 18 gewoon dood mag.’ (MC 20/2018: 13).

Het klopt dat steeds meer mensen uit de genoemde groepen euthanasie krijgen, maar de ruimte voor deze groepen is er al vanaf het begin geweest.

Vijf criteria

De bekende Postma-rechtszaak uit 1973 wordt veelal gezien als de basis voor de huidige euthanasiewet. In deze zaak werden vijf criteria genoemd die nu in de wet staan als zorgvuldigheidseisen. Een van deze vijf criteria kwam echter niet in de wet en is ook toen niet door de rechter overgenomen. Dit betrof het vereiste van de zogeheten stervensfase.1 Dit criterium is niet overgenomen omdat veel mensen die ondraaglijk lijden, nog jaren kunnen blijven leven. De rechter vond het onjuist als deze groep om die reden (die het lijden juist erger maakt) de mogelijkheid onthouden zou worden om hun leed te beëindigen door middel van euthanasie.

Tien jaar later (in de Chabot-zaak) oordeelde de rechter hetzelfde. De vraag was of hulp bij zelfdoding gerechtvaardigd kon zijn nu de overleden persoon niet in een stervensfase verkeerde. De rechter oordeelde van wel: het aanbreken van de stervensfase aanhouden als criterium zou te beperkend zijn.2 Bij de totstandkoming van de wet is deze lijn aangehouden, blijkt uit de Kamerstukken: ‘Het bovenstaande betekent dat het uitgangspunt voor het vervolgingsbeleid niet langer – mede – kan zijn dat er sprake moet zijn geweest van een stervensfase. Het standpunt van het vorige kabinet dat een arts voor levensbehoud moet kiezen in een niet-terminale fase van een ziekteproces, waarin niet op korte termijn verbetering te verwachten is, kan in het licht van het arrest van de Hoge Raad niet gehandhaafd blijven.’3

Psychisch lijden

Voor psychisch lijden is de genoemde Chabot-zaak uit 1994 van belang. Het gerechtshof en later ook de Hoge Raad kwamen tot de conclusie dat hulp bij zelfdoding niet bij voorbaat uitgesloten was voor mensen die lijden zonder somatische oorzaak (want dat de oorzaak van het lijden moet worden geabstraheerd van het lijden zelf).4 De wetgever heeft deze visie overgenomen: ‘Cruciaal is de overweging van de Hoge Raad [in de zaak Chabot] dat een beroep op noodtoestand niet zonder meer is uitgesloten op de enkele grond dat het ondraaglijk en uitzichtloos lijden van een patiënt niet een somatische oorzaak heeft (…). De conclusie van deze overwegingen moet zijn dat de Hoge Raad de mogelijkheid openlaat dat een arts een beroep doet op noodtoestand (en dus niet strafbaar is) indien een patiënt (lichamelijk en/of psychisch) ondraaglijk en uitzichtloos lijdt en op grond daarvan indringend en herhaaldelijk om de toepassing van euthanasie vraagt.’5

Het klopt dat steeds meer mensen euthanasie krijgen

Hoewel de oorzaak van het lijden niet relevant is voor het bestaan ervan, wees het Brongersma-arrest uit dat de oorzaak van het lijden wel een medische dimensie moet hebben; anders zou het te ver komen afstaan van de artsenpraktijk.6 Daarom komen zaken waarin het lijden psychisch van aard is, alleen in aanmerking voor euthanasie als medisch is vastgesteld dat het gaat om psychiatrische aandoeningen.

Dementie

Beginnende én vergevorderde dementie zijn uitgebreid aan de orde gekomen in de discussies over de wet voorafgaand aan en tijdens de totstandkoming ervan.

Over beginnende dementie werd uiteindelijk geoordeeld dat euthanasie mogelijk kon zijn op basis van lijden aan het besef van en angst voor verdergaande ontluistering. Hiervoor is onder andere het Schoonheim-arrest van belang geweest, aangezien daarin het begrip ‘verdergaande ontluistering van de persoon en het vooruitzicht om niet meer op waardige wijze te kunnen sterven’ is geïntroduceerd.7 In 2000 zei toenmalig minister Borst het volgende over beginnende dementie: ‘Veel meer besproken is het lijden aan het vooruitzicht van dementie. Ik denk zeker dat dit mogelijk is. Er zijn verschillende getuigenissen van mensen die dat heel goed onder woorden hebben gebracht. Zij merken dat de ziekte van Alzheimer bij hen heeft toegeslagen, terwijl zij nog helder genoeg zijn om te begrijpen wat er gebeuren gaat, hoe zij langzaam zullen aftakelen en hoe hun persoonlijkheid, hun identiteit verloren zal gaan. Zij lijden aan dat vooruitzicht. Dat lijden kan ondraaglijk en uitzichtloos zijn.’8

Als het gaat om vergevorderde dementie achtte toenmalig minister van justitie Korthals ook in deze situatie euthanasie mogelijk: ‘Als een wilsonbekwame patiënt, bijvoorbeeld een diepcomateuze of een diepdemente patiënt, een wilsverklaring heeft opgesteld, kan de arts het daarin neergelegde verzoek om levensbeëindiging inwilligen’.9 Het lijden is dan moeilijk vast te stellen maar kan er toch zijn en bestaan uit andere bijkomende verschijnselen. Minister Borst: ‘Kom je verder in het ziektebeeld van dementie, dan houdt het dement zijn op zichzelf niet automatisch ondraaglijk en uitzichtloos lijden in voor de volstrekt dementerende patiënt. Het kan echter vóórkomen dat een totaal demente patiënt wel lijdt. Dat kan te maken hebben met bijkomende andere aandoeningen.’10 Wat deze andere aandoeningen kunnen zijn, is goed beschreven in twee handreikingen die de overheid in 2015 publiceerde.11

Voltooid leven is nooit een grondslag geweest

Ouderdomsklachten

Stapeling van ouderdomsklachten is het enige concept dat er nog niet was toen de wet tot stand kwam. Deze formulering is gecreëerd in de jurisprudentie van de toetsingscommissies en in 2011 door de KNMG expliciet benoemd in haar standpunt over de rol van de arts bij het zelfgekozen levenseinde.12 Of dit een grote verschuiving is ten opzichte van de situatie daarvoor, valt te betwisten: voor de praktijk wel, maar theoretisch is het meer een verduidelijking dan een wijziging. Immers, het criterium uit 2001 is ‘medische grondslag’ of ‘medische dimensie’ en een stapeling van ouderdomsklachten is daar slechts een voorbeeld van.

Voltooid leven

‘Voltooid leven’ is nooit bedoeld en kan nu nog steeds niet fungeren als grondslag voor euthanasie. De term slaat op de subjectieve beleving van de aanvrager, wiens verzoek weliswaar kan worden gehonoreerd, maar alleen als er naast het ‘voltooid leven’-gevoel van de betrokkene sprake is van een medische grondslag, bijvoorbeeld stapeling van ouderdomsklachten.

Conclusie

Euthanasie in situaties waarin een terminale ziekte ontbreekt, geen sprake is van somatisch maar van psychisch lijden en van dementie was al mogelijk in 2002 toen de euthanasiewet in werking trad. Stapeling van ouderdomsklachten verduidelijkt het criterium dat er sprake moet zijn van een medische grondslag en voltooid leven op zich is nooit een grondslag geweest, ook nu niet. Het lijkt erop dat de mogelijkheden van de wet steeds meer benut worden. Of dit een goede of slechte zaak is, moet iedereen voor zichzelf bepalen, maar een oprekking van de wet is het in ieder geval niet.

Voetnoten

1. ECLI:NL:RBLEE:1973:AB5464, Uitspraak, Rechtbank Leeuwarden, 21-02-1973 (Postma): ‘D. de stervensperiode van de patiënt naar medisch oordeel is ingegaan of zich heeft aangekondigd.’

2. ECLI:NL:HR:1994:AD2122, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21-06-1994 (Chabot)

3. Kamerstuk 23877/1, blz 4. Relevant omdat de memorie van toelichting bij de Wtl (kamerstuk 26691/3, blz 10) als het gaat om ondraaglijk en uitzichtloos lijden naar dit kamerstuk verwijst.

4. ECLI:NL:HR:1994:AD2122, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 21-06-1994

5. Kamerstuk 23877/1, blz 4. Relevant omdat de memorie van toelichting bij de Wtl (kamerstuk 26691/3, blz 10) als het gaat om ondraaglijk en uitzichtloos lijden naar dit kamerstuk verwijst.

6. ECLI:NL:HR:2002:AE8772, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 24-12-2002 (NJ 2003/167)

7. ECLI:NL:HR:1984:AC8615, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27-11-1984 (NJ 1985, 106)

8. Kamerstuk 26691/22, Verslag Wetgevingsoverleg, blz 69

9. Kamerstuk 26691/22, 2 november 2000, blz 62

10. Handelingen Eerste Kamer, 10 april 2001, blz. 27- 1271

11. 2015, ministerie VWS, Handreiking schriftelijk euthanasieverzoek: publieksversie en artsenversie. Let hierbij op dat de artsenversie meer mogelijkheden noemt: niet alleen lichamelijke aandoeningen zoals benauwdheid of pijn, maar ook angst, agressie of onrust worden hier genoemd als mogelijke bijdrage aan ondraaglijk lijden.

12. KNMG, 2011, Rol van de arts bij het zelfgekozen levenseinde

auteur

Laura De Vito, jurist van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE)

contact

l.devito@nvve.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteur.

Lees ook:

Download dit artikel (pdf)

print dit artikel
euthanasie levenseinde
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Peter van Rijn, huisarts, niet meer praktiserend, Rheden 01-10-2018 00:03

    "Het feit `dat de mogelijkheden van de wet steeds meer benut worden` betekent nog niet dat dit in al deze gevallen leidt tot een ruimere toepassing van de WTL. Hierbij spelen twee zaken een rol: 1.Als gevolg van de aangehaalde jurisprudentie kan een arts in het geval van vergevorderde dementie geen euthanasie toepassen .Omdat de Hoge Raad heeft bepaald dat het zelfbeschikkingsrecht belangrijker is geworden dan de door de WTL vereiste medische classificatie van oorzaken. Want als het zelfbeschikkingsrecht met het vorderen van dementie is verdwenen en als het ware is `verdampt`, bestaat er ook geen mogelijkheid meer voor euthanasie. Hier is dus sprake van een beperking. Maar ,aan de andere kant, deze doorslaggevende betekenis van het zelfbeschikkingsrecht betekent tegelijk dat een persoon zelf bepaalt wat een ondragelijk en uitzichtloos lijden is , ongeachte de medische classificatie van oorzaken Hier is dus sprake van een verruiming. 2. Verder is de mogelijkheid voor euthanasie toegenomen door een hier niet vermelde uitbreiding van de DSM-V .Hierdoor zijn namelijk zoveel verschillende zielsvarianten tot ziekte verklaard dat het toepassen van euthanasie in praktisch elke situatie mogelijk is geworden. Ook dit betekent een verruiming van de mogelijkheid tot het toepassen van euthanasie."

  • Herman Suichies, Huisarts, oud scenarts., Eefde 28-09-2018 11:50

    "Mooi en helder overzicht. Inderdaad lijkt het soms of grenzen worden opgerekt, maar het moeten voldoen aan een aantal zorgvuldigheidseisen is eigenlijk onveranderd, hooguit nader gepreciseerd. Het feit dat er jaarlijks een toename van het aantal euthanasien te zien is lijkt vooral te worden veroorzaakt door steeds beter voorgelichtte en geïnformeerde patienten. Er wordt door de patiënt gewoon vaker gevraagd om euthanasie. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.