Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Frans Meulenberg
03 november 2005 4 minuten leestijd
Ziektebeelden

Liefdevolle haat

Plaats een reactie

‘De vader begint regelmatig te vallen. Een keer glijdt hij als hij de tv-gids wil pakken voorover tussen de bank en de tafel. Hij blijft gewoon liggen, alsof hij het wel prima vindt. “Sta nou toch op, Henri,” roept de moeder. “Sta nou op! Hoe kan dat nou, zo’n grote vent, moet je zien, sta op.” De moeder sjort en trekt, maar de vader is te zwaar. Hij blijft liggen als een aangespoelde zeerob.’ Deze scène staat op de slot-pagina’s van Koudvuur, de eind september verschenen roman van Manon Uphoff (1962). Deze uiterst zintuiglijke schrijfster blijft in deze familiekroniek trouw aan haar thematiek: begeerte en gemis, liefde en macht, wat mensen in elkaar aantrekt én afstoot. De teloorgang van de vader is slechts één van de schrijnende passages. Maar veelzeggend.



Hoe anders was de jonge vader. Een grote, wat onhandige en goedmoedige lobbes, altijd op een speelse manier bezig met zijn kinderen. Iemand voor wie de kinderen - en de verteller van de roman is een van die kinderen, een soort alter ego van Uphoff - respect hebben. Het lijkt een idyllisch gezin, maar de haarscheurtjes worden snel zichtbaar. Moeder en vader hadden elk al kinderen uit een eerder huwelijk, maar kiezen uit pure liefde voor elkaar, om vervolgens nog een stoet kinderen op de wereld te zetten. De werkelijkheid dient het droombeeld al snel de nekslag toe. Een van de kinderen blijkt geestelijk gehandicapt, nadat bij de tangverlossing ernstig zuurstoftekort optrad. Een drama natuurlijk... dat in dit gezin (en in deze roman) onderhuids blijft. Want erover spreken doet men nauwelijks, maar in de onderstroom van de roman en in het bewustzijn van de familie blijft deze gebeurtenis nadrukkelijk aanwezig. Aanwezig juist door de afwezigheid ervan. De spanning is voelbaar op elke pagina. Bij Uphoff gonst, stormt, sist, gutst, sluimert, stookt, woelt en brandt het onder het oppervlak. Emoties die soms erupteren, bijvoorbeeld als de moeder haar teleurstelling in - en misschien zelfs walging voor - de vader snoeihard uitspreekt. ‘De vader en de moeder drijven rond als stukken hout in een plas’, heet het, en ‘de stemmingen van de moeder trekken door het huis heen als vlagen noordenwind.’



De neergang is ingezet. En de ontastbare vader krijgt een bijkomende waarschuwing: zijn eerste hartaanval. ‘De moeder staat ze op te wachten als ze terugkomen van het uitgaan. Ze zegt dat de vader in de voorkamer op de bank ligt en dat ze niet moeten schrikken en niet in paniek moeten raken, maar kalm moeten blijven, net als zij. De arts is een walrus van een man met lobbige wangen. Hij onderzoekt de vader, die hijgend als een hond met een open overhemd en opgetrokken onderhemd op de bank ligt. Met zwaailicht wordt hij in de ambulance naar het ziekenhuis gereden.’ Hoewel de vader goed herstelt, is er - opnieuw - iets geknapt in het gezin. Sommige kinderen kunnen daarna niet meer goed slapen. Hij is niet meer de oude. ‘Zijn gezicht, dat weer bijna rimpelloos is omdat hij veel is aangekomen, doet denken aan fruit dat onder water heeft gelegen. Zijn linkeroog traant en het randje eromheen is opgezet.’



Aan het eind van zijn leven is hij een schim van zichzelf. Soms helpen de moeder en de kinderen hem, maar even zo vaak laten zij hem gewoon liggen, stappen zij over hem heen, in ontluisterende achteloosheid. Waarom is dit schokkend? Wie helemaal op zichzelf wordt teruggeworpen, heeft geen kans om te overleven. Bovendien krijgen degenen die nalatig zijn in zorg en aandacht, uiteindelijk ook de rekening gepresenteerd voor hun falend altruïsme. Wij hebben het niet over ‘rekening houden met anderen’ in de zin van ‘je aan de verkeersregels houden’. Het gaat om iets intiemers. De band tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen. Eenzijdige opzegging hiervan is onmenselijk. Het gebeurt! Elke dag. Ergens in Nederland. Hoe valt anders te verklaren dat ernstig zieken in hun laatste levensfase zo vaak aan hun lot worden overgelaten? De roman van Uphoff belicht dit haarscherp: de onbaatzuchtige liefde van een jong kind voor de ouder, kan - decennia later - verworden tot afkeer, met soms zelfs spoortjes haat. De hulpbehoevende vader is dan zelfs op momenten slachtoffer van een wraakoefening. Gelukkig is de haat niet onversneden, want restantjes liefde blijven onmiskenbaar aanwezig. Al is het slechts op momenten. Liefdevolle haat is het bindmiddel. De haat is voelbaar, de liefde aaibaar.

Manon Uphoff bevestigt deze ‘diagnose’ desgevraagd - ik wandelde vorige week met haar over de winderige buitendijken langs de Oosterschelde: ‘De fundamentele vraag die mij bezighoudt, is hoe te leven?, met daaraan gekoppeld: wat voor een ‘mens’ willen wij zijn? Hoe sta ik tegenover anderen? Emoties zijn hiervoor een belangrijke leidraad’. Haar grimmig ontroerende roman is een staalkaart van de enorme emotionele krachtenvelden die kunnen heersen in een gezin, en het boek kan nog jaren als case-study fungeren voor een opleiding gezinsgeneeskunde. Want wat zich afspeelt achter de gesloten vitrage van een willekeurig rijtjeshuis, blijft veelal aan het gezicht onttrokken. Waar juist aandacht nodig is voor deze ‘in zichzelf besloten wereld, dichtgevouwen als origami’.
De hel, dat zijn niet de anderen, de hel dat zijn wijzelf.

Frans Meulenberg, onderzoeker aan de afdeling Medische Ethiek, Erasmus MC, Rotterdam



De haat is voelbaar, de liefde aaibaar



Klik hier voor het PDF-bestand van dit artikel

print dit artikel
Ziektebeelden
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.