Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Bas Knoop
13 mei 2016 2 minuten leestijd
Nieuws

LHV en VPH samen tegen tariefbeschikking NZa

Plaats een reactie

De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) gaan samen in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) tegen de gewijzigde tariefbeschikking van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Door deze stap spreekt de LHV openlijk haar steun uit voor de langdurige strijd die de VPH voert om de contractvereiste volledig te schrappen uit deze NZa-beleidsregel huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg.

Volgens VPH-bestuurslid Herman Suichies heeft de VPH de LHV gevraagd mee te doen met de beroepsprocedure tegen de zorgautoriteit. ‘Dat is gebeurd op advies van onze advocaat’, zegt Suichies. ‘We hebben in de afgelopen maanden gemerkt dat de LHV en de VPH grotendeels op één lijn zitten over dit onderwerp. Voor ons was het een logische stap om dan ook de grote broer erbij te betrekken. Samen staan we sterker. Het gaat niet om het belang van de VPH of de LHV, maar om het belang van alle Nederlandse huisartsen.’

Een LHV-woordvoerder bevestigt de lezing van Suichies en stelt dat ‘beide verenigingen samen sterker staan’.

Voor de VPH is het de tweede keer dat zij naar het CBb stapt om de contractvereiste volledig geschrapt te krijgen uit de tariefbeschikking van de NZa. In december 2015 oordeelde het CBb in de eerste beroepsprocedure dat de NZa huisartsen ten onrechte verbiedt om behandelingen in rekening te brengen waarvoor zij geen contract hebben gesloten met een zorgverzekeraar. Het opnemen van deze contractvereiste in haar tariefbeschikking belemmert de vrije huisartsenkeuze van patiënten, waardoor de NZa in strijd met artikel 13 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) handelt, oordeelde het CBb.

Begin maart van dit jaar kwam de toezichthouder in de zorg met een gewijzigde tariefbeschikking, als reactie op de CBb-uitspraak. Vanaf 1 april kunnen huisartsen een dertigtal verrichtingen declareren waar voorheen de contractvereiste gold. Maar zowel de VPH als de LHV reageerde niet enthousiast. Integendeel. VPH-bestuurder Suichies stelde destijds dat de ‘gewijzigde beleidsregel de onderhandelingspositie van de huisartsen juist verslechtert’.

Als voorbeelden noemde Suichies onder meer het nog altijd niet contractvrij kunnen declareren van ketenzorg, ggz-ondersteuning en somatische praktijkondersteuning. Ook was de VPH verbolgen over het feit dat voortaan inschrijftarieven voor dagzorg alleen gedeclareerd kunnen worden als de zorg door de huisarts ook tijdens de ANW-uren gewaarborgd is. Volgens de VPH komt dit erop neer dat een individuele praktijkhouder verantwoordelijk wordt gehouden voor de organisatie van de 24-uurszorg, terwijl deze zorg juist gecontracteerd en gefinancierd wordt bij de huisartsendiensten en huisartsenposten.

Met deze nieuwe gang naar de rechter hopen de VPH en de LHV dat de contractvereiste alsnog volledig wordt geschrapt uit de NZa-tariefbeschikking. Wanneer de zaak door het CBb wordt behandeld, is niet duidelijk.
Bas Knoop
Twitter: @bknoop

© Shutterstock
© Shutterstock

Lees ook:

print dit artikel
Nieuws LHV huisartsen zorgverzekeraars artikel 13
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.