Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Ben V.M. Crul
06 november 2001 8 minuten leestijd
interview

'Levensmoe dekt de lading volstrekt niet'

Plaats een reactie

Een emotionele middag ten huize van Flip Sutorius.



Pappa heb je gewonnen?’ vraagt zoon Maurits als hij op 9 mei net uit school de huiskamer binnenstormt. Na de vorige rechterlijke uitspraak over zijn vader had hij met zijn broers gezorgd dat de kamer was versierd en dat vaders favoriete muziek opstond. Bedoelde pappa is de Overveense huisarts Flip Sutorius die gespannen de uitslag van het hoger beroep afwacht. Elk moment kan de uitslag worden doorgebeld. Het Openbaar Ministerie was in hoger beroep gegaan nadat de Haarlemse rechtbank hem eind vorig jaar ontsloeg van rechtsvervolging vanwege de in april 1998 verleende hulp bij de zelfdoding van zijn patiënt, ex-senator Brongersma. Het beroep diende om jurisprudentiële duidelijkheid te krijgen want het OM zette grote vraagtekens bij het ondraaglijk en uitzichtloos lijden van de voormalige senator. Sutorius en met hem twee consulenten - een huisarts en een psychiater - én drie door de rechtbank in Haarlem benoemde deskundigen hebben die vraagtekens beslist niet.

Steeds dezelfde vragen

’Sinds het begin van het vooronderzoek in juli 1999 neemt de psychische belasting van mij en mijn gezin alleen maar toe. Ik denk er continu aan, kan de knop niet meer omzetten en slaap daardoor slecht. Advocaat-generaal Myjer van het Amsterdamse OM eist nu weliswaar een veroordeling zonder straf, maar het is nog maar afwachten wat de rechter daarmee doet. Het kost me allemaal zeeën van tijd en enorm veel energie. Vooral de lange duur van de zaak nekt me. Aanvankelijk kon ik mij nog wel opladen voor de verhoren. Maar na vier keer steeds dezelfde voorbereiding en vrijwel steeds dezelfde vragen ben ik nu doodop. Waarom ik mijn patiënt geen oxazepam had gegeven? Of ik niet beter een psychotherapeut in plaats van een psychiater in consult had kunnen roepen? Voor een jurist misschien relevant maar elke huisarts weet het antwoord. Je hebt te maken met een medisch en een daarmee onverenigbaar juridisch denkkader waardoor je het gevoel hebt dat je gewoon niet overkomt. De vertaalslag die ik steeds weer moet maken van medisch naar juridisch en weer terug naar medisch, vergt veel oplettendheid. De context is soms totaal anders. Wat wij wetenschappelijk verantwoord medisch handelen noemen is nooit zo absoluut als juristen soms denken. Nee, ik hoop hartgrondig dat het straks is afgelopen, maar ik vrees voor een slepend juridisch proces.’


Sutorius wijst ondertussen naar een grote stapel op tafel: ‘Gelukkig kan ik terugvallen in een bed van steun. Die honderden brieven daar, die zijn van patiënten , van collega’s en ook van wildvreemden. Na de vorige uitspraak stond het hier vol met bloemen. Allemaal positieve en opbeurende reacties.


‘Ik put ook steun uit een NIPO-onderzoek van maart dit jaar waaruit bleek dat 68 procent van de Nederlandse bevolking zou willen dat wanneer zij zelf in een situatie als van mijn patiënt terechtkomen, er een arts voor hen is die hen op dezelfde manier wil bijstaan.’

De telefoon gaat. Sutorius schrikt, maar ontspant zich ook weer. Het is zijn vrouw die op weg vanaf haar werk vraagt of hij al iets heeft gehoord; ze komt eerder naar huis.


Hij vervolgt: ‘Door die lange duur verdwijnt de helderheid in de zaak en treden er vervormingen op. Iedereen heeft er een mening over en soms herken ik mij er helemaal niet meer in. Begrippen als levensmoeheid, klaar met leven en medisch doorgeefluik worden ineens gebezigd, zonder goede kennis van het gebeuren. Ook mijn eigen KNMG stond in de brief van 17 november 2000 aan de ministers van VWS en van Justitie en aan de Kamer snel met een oordeel klaar door te schrijven dat de Haarlemse rechtbank met het criterium van ondraaglijk en uitzichtloos lijden verder ging dan tot nu toe gangbaar was. Ik hou het er maar op dat ik ben geofferd om het aannemen van de euthanasiewet niet in gevaar te brengen.


‘Mijn handelen in de eigen praktijk is ook beladen geraakt. Terwijl ik gewend ben om alles rond het levenseinde open te bespreken, merkte ik dat mensen mij niet wilden belasten met een euthanasievraag. Heel zorgzaam van hun kant, maar zo wil ik het niet.’

Nieuwe deskundigen


Flip Sutorius, sinds 1986 gevestigd in Overveen, was tien jaar politiearts en aansluitend SCEN-arts, een functie die hij vanwege de emotionele belasting van de zaak tijdelijk heeft moeten neerleggen. ‘Ik ben in beide functies bij heel wat gevallen van euthanasie betrokken geweest, heb veel verslagen gelezen en heb er uitvoerig met vele collegae over gesproken. Daarom past zo’n kwalificatie als ‘doorgeefluik voor medicijnen’ helemaal niet bij mij. Dat is een belediging voor dokters die zich professioneel, onafhankelijk en met respect voor de patiënt opstellen. Als SCEN-arts geef je een huisarts het advies om zelf de regie te houden en leer je ze om eerst ruimte te maken voor hun beslissing. Zowel patiënt als arts moeten naar een eventuele euthanasie kunnen toegroeien.’


Vijf voor half drie. De telefoon die naast hem ligt gaat weer. Sutorius staat op en zal voorlopig niet meer gaan zitten. Met hoog opgetrokken schouders drentelt hij door de kamer en luistert naar het verslag van zijn advocaat Mirna Oosting. Hij toont aangeslagen. Een tussenvonnis. ‘Ik word toch niet wéér ondervraagd?’, vraagt hij met een diepe zucht. Zijn advocaat vertelt hem dat het onderzoek wordt heropend en dat twee nieuwe deskundigen, de jurist Legemaate en de arts Spreeuwenberg, nader onderzoek gaan doen. Zij moeten voor de meervoudige strafkamer de vraag beantwoorden of euthanasie en hulp bij zelfdoding gelegitimeerd zijn als een patiënt verder leven als ondraaglijk lijden beschouwt terwijl deze lichamelijk noch geestelijk ziek is. Legemaate en Spreeuwenberg moeten ook onderzoeken in hoeverre hierover onder artsen consensus bestaat. De precieze tekst van de uitspraak zal hem spoedig worden gefaxt. Sutorius gaat weer zitten, eventjes en vraagt zich af: ‘Wat moet ik daar nou van vinden? Hoe lang gaat dit nou weer duren?’


Telefoons blijven rinkelen. Vrienden, collegae en familie worden met de beperkte informatie ingelicht. ‘Nee mam, ik hoef niets te vrezen. Ik denk dat ik er wel los van kom.’ stelt Sutorius zijn moeder gerust.


Gezondheidsjurist en algemeen directeur van de KNMG Paul Rijksen toont zijn medeleven en taxeert met hem de situatie. Hij vertelt Sutorius het afschuwelijk te vinden dat het hof hem zo laat bungelen.

De uitspraak

Berusting slaat toe bij Sutorius: ‘Misschien moet ik het allemaal gaan zien als iets dat buiten mij om gebeurt. Alsof ik aan de zijlijn sta en af en toe de bal weer in het spel moet brengen.’


Zijn vrouw is inmiddels thuisgekomen. Ook daar een diepe zucht. Sutorius wil echter per se zijn collegae in het land informeren. Hij doet de schuifdeur dicht en gaat weer zitten. In zijn handen heeft hij inmiddels de fax waarop het tussenvonnis staat. Hij leest de aan Legemaate en Spreeuwenberg gestelde vragen hardop voor:


1.  In het algemeen: Is een arts gelegitimeerd en zo ja, waaraan ontleent een arts zijn legitimatie om een dringend verzoek tot euthanasie of hulp bij zelfdoding te honoreren in gevallen waarbij het ondraaglijk lijden kennelijk niet een somatische en/of psychisch classificeerbare oorzaak heeft;


2.  In het bijzonder: Kan, mag of moet - en zo ja, in hoeverre - een arts het tot zijn taak rekenen om desgevraagd euthanasie toe te passen, dan wel hulp bij zelfdoding te verlenen aan een daarom verzoekende hoogbejaarde patiënt met een lang bestaande doodswens, wiens invoelbaar lijden, afgezien van enige niet behandelbare fysieke aftakelingsverschijnselen, in hoofdzaak wordt bepaald door psychische componenten, zoals met name het als onverdraaglijk beleefde dagelijks besef van de zinloosheid van een eenzaam, leeg bestaan en de angst daarmee nog jarenlang te moeten voortleven?


3.  Bestaat er een zekere mate van consensus binnen de beroepsgroep van artsen omtrent het antwoord op deze vragen?

Open en transparant
’Legemaate en Spreeuwenberg moeten nu bepalen wat het wordt’, vervolgt hij. ‘Ik moet het nog allemaal goed op mij laten inwerken, maar zou het afschuwelijk vinden als door deze hele gang van zaken artsen kopschuw worden. We moeten als artsen de met zorg opgebouwde zorgvuldigheidseisen rond euthanasie en hulp bij zelfdoding bewaken en de openheid en transparantie in stand houden. Als huisartsen zijn wij bij uitstek geschikt om het hellend vlak te bewaken, waar velen zo bang voor schijnen te zijn. Daarom vind ik die pil van Drion ook zo’n onzin. Wij moeten als artsen - en zeker als huisartsen - de verantwoordelijkheid voor die hulpvraag nemen en ons realiseren dat wij in de toekomst meer en meer met die vraag geconfronteerd zullen worden. Wij mogen de mensen niet aan hun pil of lot overlaten. We moeten nog deskundiger worden en ons daarvoor toerusten. Het SCEN-project past daar goed in. Ik had natuurlijk in mijn melding het somatisch lijden van Brongersma wat scherper kunnen aanzetten. In mijn andere functies heb ik gezien dat je met diagnoses als decompensatie cordis, osteoporose, multipathologie en terminaal vaatlijden een eind komt. Maar door dat opwaarderen van het somatisch lijden, wordt het lijden als totaal wel minder transparant beschreven en bedotten we eigenlijk onszelf en anderen. Zo’n hulpvraag als van mijn patiënt is een huisartsgeneeskundig probleem; te plaatsen in het gehele kader van de patiënt. Integrale zorg heet dat. Het is de kracht van de huisartsgeneeskunde.’

Hellend vlak

Sutorius lijkt zich te herstellen van het teleurstellende vonnis. Als troost wordt witte wijn ingeschonken. Vrouw en vrienden schuiven nu aan, al hebben zij zijn verhaal al vele keren gehoord.


‘Euthanasie is maatwerk en de beoordeling van het lijden moet nog transparanter worden. Waarom vraagt de ene patiënt met prostaatcarcinoom die niet meer reageert op hormonale behandeling wel om euthanasie en de ander niet, terwijl ze somatisch misschien precies dezelfde stagering hebben? Er zijn meer factoren die het lijden bepalen dan de ziekte op zich. Er is een groot grijs gebied waarbinnen de rol van ziekte bij lijden per patiënt enorm verschilt. Patiënten zijn niet in conceptuele somatische of psychische mallen te persen. Er zou pas een hellend vlak zijn als wij onvoldoende oog zouden hebben voor individuele verschillen en belevingen. Abstracte voorwaarden doen nu eenmaal tekort aan concrete personen.

Genant


De telefoontjes blijven komen. Plotseling wordt de volumeknop van de radio opgedraaid omdat het eerste commentaar op het tussenvonnis wordt aangekondigd. Sutorius vliegt naar het toestel. Hij knikt instemmend als zijn advocaat voor de microfoon vraagtekens zet bij de keuze van de deskundigen vanwege hun reeds eerder geuite mening over de zaak. Wederom een jurist die zich over de zaak moet gaan buigen en een huisarts in ruste.


Weer aan tafel en steeds verder recupererend praat hij verder: ‘Ik kende deze patiënt al sinds 1986. Ik heb uitvoerig over zijn motieven gesproken en ben met de twee deskundigen tot het oordeel gekomen dat hij ondraaglijk en uitzichtloos leed. Levensmoe en klaar met leven dekken de lading volstrekt niet. Zij zijn een vergroving van het beeld en missen de nuance. De term ‘klaar met leven’ suggereert een balans die er bij zijn ondraaglijk en uitzichtloos lijden nu eenmaal niet was. Mijn patiënt leed, hij voelde zich ziek en miste gezien zijn hoge leeftijd elk perspectief. Was hij jonger geweest dan was de uitzichtloosheid voor mij minder evident geweest. Ik zou denk ik nooit - zoals Chabot - euthanasie durven plegen bij een vijftigjarige vrouw met een onbehandelbare depressie.


‘Zoals ook Chabot heeft moeten ervaren, vond ik het vreselijk om ter verdediging mijn beroepsgeheim te moeten openbreken. Allerlei zeer persoonlijke zaken en lichamelijke klachten van mijn patiënt werden in de media breeduit gemeld. Genant vond ik dat. Als hij nabestaanden had gehad en je hoort ze zo over je vader praten, kan ik mij voorstellen dat zij zouden hebben gezegd ‘Dokter, wat maak je me nou?’


Bij de deur zegt Flip Sutorius het nog een keer: ‘Als ik terugkijk had ik mij al deze ellende kunnen besparen door anders te melden. Maar dan had ik de transparantie niet gediend die nodig is om de kwaliteit en de zorgvuldigheid rond het levensbeëindigend handelen te verhogen’. Licht cynisch: ‘Maar het heeft wel een prijs.’

interview KNMG Brongersma
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.