Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Achter het nieuws

Leefstijlgeneeskunde heeft veel potentie, maar is geen panacee

Bij vrijwel alle behandelingen helpen leefstijladviezen, maar niet door de dokter

14 reacties
Getty Images
Getty Images

Er is al veel bewijs voor nut en noodzaak van leefstijlgeneeskunde, maar een afzonderlijk specialisme moet er niet komen. En er is nog veel onderzoek nodig, blijkt uit een recent TNO-rapport.

Begin december publiceerde het Nederlands Innovatiecentrum voor Leefstijlgeneeskunde (Lifestyle4Health), een initiatief van TNO en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), een rapport waarin het wetenschappelijk bewijs voor leefstijlinterventies bij de behandeling van diabetes type 2, hart- en vaatziekten, psychiatrische aandoeningen, maag-, darm- en leverziekten, nierziekten en dementie in kaart is gebracht. Dr. Hanneke Molema is een van de drijvende krachten achter de bundel Wetenschappelijk bewijs leefstijlgeneeskunde, dat volgens haar noch een systematische review, noch een systematische kennisagenda is. ‘Het is bedoeld als een verkenning.’ Meteen nog maar een relativering: ‘Leefstijlgeneeskunde is geen panacee.

Sommige patiënten kunnen nu eenmaal niet zonder medicijnen.’ Wat het rapport volgens haar vooral wil laten zien, is dat leefstijlgeneeskunde veel potentie heeft: er is steeds meer bewijs dat leefstijlinterventies ziekten in remissie kunnen brengen, ziektelast kunnen verminderen en de kwaliteit van leven kunnen verbeteren bij patiënten met een chronische aandoening. Daarbij gaat het over bewezen interventies voor risicogroepen (selectieve preventie) maar ook over geïndiceerde en zorggerelateerde preventie. ‘Dat is dus iets anders dan generieke, populatiegerichte maatregelen die moeten voorkomen dat mensen ziek worden’, verduidelijkt Molema. ‘Dat onderscheid is belangrijk, want het begrip preventie is een vergaarbak waar ook dat laatste onder valt en dat maakt dat sommigen artsen zeggen “preventie daar zijn we niet van”.’

Bewijskracht

Als één ding duidelijk wordt uit het rapport dan is het dat dokters te weinig weten van leefstijlgeneeskunde omdat het in hun opleiding onvoldoende ter sprake is geweest. ‘Terwijl er meer kennis is dan we ooit zelf geleerd hebben’, zegt chirurg prof. dr. Kees van Laarhoven (Radboudumc) die aan het TNO-rapport heeft meegewerkt. ‘Maak daar dus gebruik van. In ons nieuwe opleidingscurriculum zal leefstijlgeneeskunde een belangrijke plaats krijgen.’

Toch moet je constateren dat de bewijskracht voor de diverse leefstijlinterventies nogal varieert. Zo concludeert een recente Cochrane-review, geciteerd in het TNO-rapport, dat meer studies nodig zijn naar het effect van het mediterrane dieet op het voorkómen van cardiovasculaire ziekten, omdat de bestaande, overigens veelbelovende evidence onvoldoende solide is: de studies zijn simpelweg te klein. Dat hangt nauw samen met een ander probleem, waar prof. dr. Jeroen Geurts, neurowetenschapper en voorzitter van ZonMw, onlangs in een tweet op wees. Voor het succes van leefstijlgeneeskunde is ‘een belangrijke methodenvernieuwing’ noodzakelijk: ‘Randomized controlled trials werken hier niet’. Dat vergt volgens Geurts onderzoek over onderzoek doen: ‘Dat doet ZonMw, maar het is vaak moeilijk om daar geld voor vrij te krijgen.’ Molema is het daarmee eens. ‘We hebben deze bundel samengesteld omdat wij begrijpen dat kennis, ervaring, practice based medicine en real life medicine moeten worden bevestigd via wetenschappelijk bewijs.’ En dus is het volgens haar zaak consensus te bereiken over welke bewijslast toereikend is om de resultaten te kunnen opnemen in richtlijnen en protocollen. Daarover is het laatste woord nog niet gezegd.

Diabetes

In het algemeen is het bewijs voor de effectiviteit van leefstijlinterventies voor patiënten met diabetes type 2 groot. Maar een standaardleefstijlprogramma dat voor al deze patiënten leidt tot remissie of reversie van de ziekte, is er niet. Molema: ‘40 procent van de patiënten met diabetes type 2 kan zonder medicatie. Dat ligt waarschijnlijk aan het subtype, maar ook aan persoonlijke en contextuele factoren zoals gezondheidsvaardigheden, mentale gezondheid, werk, financiële situatie en de samenstelling van het dieet. Daarom moeten we ook hier veel specifieker kennis verzamelen over diagnostiek en verloop van de ziekte als we tot een optimale leefstijlgeneeskundige interventie willen komen. Die kennis ontbreekt nu.’ Iets soortgelijks geldt voor patiënten met hart- en vaatziekten, zo laat het TNO-rapport zien. Molema vindt dat de aandacht van onderzoekers moet uitgaan naar wat de optimale intensiteit, duur en samenstelling van interventies is voor diverse subgroepen met cardiovasculaire aandoeningen – het rapport noemt in dat verband vrouwen en patiënten met multiproblematiek.

Chirurgie

Uit het TNO-rapport blijkt dat leefstijlinterventies en -adviezen een rol kunnen spelen in vrijwel alle geledingen van de geneeskunde, dus bijvoorbeeeld ook in de chirurgie en de ggz. Kees van Laarhoven, hoogleraar heelkunde: ‘Chirurgen vinden het best moeilijk om leefstijlgeneeskunde te incorporeren in hun praktijk: ze zijn er niet voor opgeleid en het is niet hun primaire opdracht. Maar we weten dat patiënten die in de drie tot vier weken voor een high-impactoperatie door leefstijlcoaching zijn geprehabiliteerd – dat wil zeggen voorbereid middels lichaamsbeweging, voeding, stressmanagement en het advies niet te roken – fitter zijn bij aanvang van de operatie, minder complicaties krijgen en sneller herstellen.’ In Van Laarhovens praktijk zijn dergelijke poliklinische ‘healthcoachingsgesprekken’ inmiddels gebruikelijk. Maar opnieuw: ook hier is meer wetenschappelijk bewijs noodzakelijk, vindt Van Laarhoven. Binnen zijn afdeling start momenteel een prospectieve cohortstudie, die de uitkomsten van een historisch cohort waarin patiënten op traditionele manier zijn behandeld zonder leefstijlcoaching vergelijkt met patiënten die de komende jaren een operatie ondergaan en voorafgaand intensieve leefstijlcoaching krijgen. Uitkomstmaten: aantal complicaties en opnameduur.

De beste effecten worden bereikt door experts op leefstijlgebied

Psychiatrische patiënten

Wat de ggz betreft: bekend is het gegeven dat de kans op vroegtijdig overlijden onder patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening tweeënhalf keer groter is dan in de algemene bevolking. En dat vooral cardiovasculaire ziekten, diabetes type 2 en luchtwegaandoeningen daarin een groot aandeel hebben. Behalve genetische en biologische kwetsbaarheid, medicatiegebruik en soms gebrekkige diagnosticering, en slechte toegang tot de zorg, spelen weinig beweging, ongezonde eetpatronen en roken een belangrijke rol bij het ontstaan van deze lichamelijke aandoeningen. De ggz staat daarom voor een ‘transdiagnostische uitdaging’, aldus Wiepke Cahn, hoogleraar lichamelijke gezondheid bij psychiatrische aandoeningen (UMC Utrecht) en betrokken bij het TNO-rapport. ‘Aanvankelijk werden leefstijlinterventies in de ggz aangeboden om de somatische gezondheid van psychiatrische patiënten te verbeteren. We weten nu dat de psychiatrische klachten dan ook vaak verminderen. ‘ Cahn beseft terdege dat psychiatrische patiënten vaak overgewicht krijgen door medicatie, of zich beter voelen als ze roken. Precies dat maakt het opvolgen van leefstijladviezen extra moeilijk. Toch kan het, meent ze: ‘Leg je aan patiënten uit waarom bewegen of stoppen met roken goed is, dan zie je vaak al meer bereidwilligheid. Maar ik geef toe: daar is nog een flinke slag te maken, al was het maar omdat leefstijl vaak nog niet in het behandelplan is opgenomen. De beste effecten worden bereikt door experts op het betreffende leefstijlgebied. Dus door diëtisten en psychomotore therapeuten.’

Hanneke Molema is het daarmee eens: ‘Alle dokters en paramedici moeten er kennis van hebben, maar we pleiten niet voor een afzonderlijk medisch specialisme leefstijlgeneeskunde. Dat betekent ook dat dokters niet de verandering van leefstijl moeten begeleiden. Daar heb je in de meeste gevallen aparte professionals voor nodig. Die kunnen dat veel beter.’


De bundel vindt u hier:

https://lifestyle4health.nl/nieuws/leefstijlgeneeskunde-verdient-prominente-plek-in-geneeskundig-onderzoek-en-beleid/


Download dit artikel (PDF)

Achter het nieuws Diabetes dieet
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Siep de Groot, Huisarts, niet praktiserend, Eelderwolde 24-01-2020 13:19

    "Geachte collega Bonte,

    Mijn situatie was niet beter dan de uwe. Geen pil die hielp,maar de genoemde therapieën gaven een aanzet om dit vol te houden en tot dusver met succes. Ook de mensen die aan de onderkant van de samenleving leven kunnen met leefstijl adviezen begeleid en geholpen worden mits deze ook vergoed worden.
    Over Wetenschappelijke literatuur valt altijd te twisten maar zeker is dat kwakzalvers niets te vertellen hebben. Leefstijl zal in de toekomst een hot spot worden. Wellicht krijgen psychiaters dan meer tijd om hun wachtlijsten die vaak langer dan drie maanden duren aan te pakken

    Siep de Groot, huisarts niet praktiserend, Eelderwolde"

  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 22-01-2020 19:53

    "@De Groot: Been there, done that. Inclusief 23x ECT en alle mogelijke denkbare pillen. Geen feest met alle bijwerkingen, maar helaas wel noodzakelijk. Laten we het er maar op houden dat het geen "burn-out" of huis-tuin-en-keuken depressie was die vanzelf weer overgaat. En het was ook bepaald niet de eerste, kan ik u vertellen. Psychomotore therapie, arbeidstherapie en muziektherapie zijn vast erg prettig voor er bij, maar ik was er in de verste verte niet eens toe in staat, laat staan dat het zou helpen.

    Het boek van Verhaeghe heb ik gelezen. En "Saving Normal" van de grondlegger van de DSM III. Goede boeken, met goede argumenten voor dat we met zijn allen steeds minder accepteren als normale variaties in gedrag en persoonskenmerken.

    Götsche lees ik niet. Iemand die internist is en zelf geen patiënten ziet waar hij over schrijft en nogal selectief in de weergave van de relevante literatuur kan mij sowieso niet overtuigen. Voor Dick Bijl geldt hetzelfde. Er is nu eenmaal veel psychiatrisch leed, de gereedschappen zijn beperkt, en psychiaters moeten hier maar het beste van zien te maken.

    En ik vrees dat veel van uw geroemde therapieen dankbaar gebruik maken van het fenomeen "regressie naar het gemiddelde". Zoals fysiotherapie in al haar verschillende verschijningsvormen en ook veel alternatieve therapieen dit doen. En wij als dokters al evenzeer. Wat het is hoef ik u vast niet te vertellen.

    Muziek, goede boeken, een snufje filosofie en wat bewegen helpt om je gezond te houden, vast... Als je gezond bent. Wij als artsen hebben dan gemakkelijk praten, maar voor 99% van onze medemens is het leven nu eenmaal minder lief.

    Als je als brein een maandagochtendmodelletje hebt (ik heb het niet over mij!), je bent niet al te snugger, je woont in de verkeerde wijk, de verkeerde stad, moet naar een school met 40 kinderen per klas, en het enige wat je overblijft is twee shitbaantjes om je hoofd boven water te houden, dan gaat leefstijlgeneeskunde niet helpen. "

  • Siepdegroot, Huisarts, niet praktiserend, Eelderwolde 22-01-2020 19:27

    "Collega Bonte, die depressie waarover u schrijft heb ik gehad.
    Medicijnen hadden een averechtse werking. Stoppen er mee gaf genezing. Leest u ook eens “ over normaliteit en afwijkingen” van Paul Verhaeghe. En ook: “ depressie en antidepressiva”. Van Dick Bijl
    Of: Dodelijke psychiatrie van Gotsche. Beeldende therapie, arbeidstherapie, psychomotorische therapie en muziektherapie wordt in psychiatrische klinieken met succes gegeven en blijven van belang om een recidief van een melancholische depressie te voorkomen. Ook Elektroconversietherapie is van belang als er een goede indicatie is.
    Collega Bonte ik hoop dat u mij niet weer een depressie gunt, die gun ik u ook niet. Het is vervelend genoeg geweest. Toch ook maar eens deze activiteiten voor uw patiënten uitproberen.
    Siep de Groot, huisarts niet praktiserend en ervaringsdeskundige, Eelderwolde."

  • Jaap Dito, Oogarts, Alkmaar 20-01-2020 11:18

    "Één van de grootste problemen voor de leefstijlgeneeskunde - naast de farmaceutische industrie - is "De Gezondheidsraad"; de door troebelen geplaagde organisatie waarop "Het Voedingscentrum" zich baseert wat betreft haar gesubsidieerde voedingsadviezen.

    De adviezen zouden zo van een hamburgerketen of frisdrank fabrikant kunnen komen want vetten, suikers en eiwit worden onder de noemer energie over één kam geschoren. Hormonen als insuline komen in het advies niet aan bod terwijl toch elke arts weet dat vet niet verbrand kan worden zolang er aanbod van suikers/koolhydraten zijn en er insuline aanwezig is!

    Dr/ Zoë Harcombe heeft voor het VK al aangetoond dat eerdere overheids
    voedingsadviezen niet op wetenschap gebaseerd zijn en het lijkt er zeer sterk op dat de onderbouwing in NL eveneens niet klopt. Belang van de landbouw en industrie?
    Met een diabetes en obesitas epidemie tot gevolg die voorkomen had kunnen worden......"

  • Duncan Drop, Student geneeskunde, Utrecht 18-01-2020 13:00

    "Het is inmiddels een cliché om te zeggen, maar als men iets wil veranderen is het een goede aanpak om te beginnen onder de jeugd. Ik denk dat daar op dit gebied ook veel te winnen valt. Zodra studenten tijdens hun opleiding meer leren over leefstijl en voeding denk ik dat ze hier automatisch meer aandacht aan zullen besteden wanneer zij zich eenmaal arts mogen noemen.
    Ik ben van mening dat er tijdens de geneeskunde opleiding te weinig aandacht wordt besteed aan leefstijl. Ons is bijvoorbeeld alles onderwezen over hoe voedsel wordt opgenomen, opgeslagen en welke ziekten er bij dit onderwerp gepaard gaan. Maar wat de voordelige effecten kunnen zijn op ons lichaam met het oog op ziektepreventie, genezing en kwaliteit van leven is ons niet geleerd. Hetzelfde geldt voor bewegen. Wij leren wat er fout kan gaan, maar niet hoe het ons leven kan verrijken.
    Zodra er tijdens de opleiding weinig aandacht besteed wordt aan de voordelen van leefstijlverbetering voor de patiënt zullen de artsen van de toekomst het ook automatisch minder doen. zij spreken eenmaal uit wat hen geleerd is.
    Het doet mij daarom goed om te zien dat chirurg prof. dr. Kees van Laarhoven vertelt dat in het nieuwe opleidingscurriculum van het Radboudumc, de leefstijlgeneeskunde een belangrijke plaats zal krijgen.
    Juist de arts zou een sterke rol in het geheel kunnen spelen. Naast dat zij de patiënt behandelen voor een verbeterde kwaliteit van leven, bezit het artsenberoep heden ten dage nog steeds een zekere status. Ik denk dat als artsen een voorbeeldrol aannemen in het uitdragen van leefstijlverbetering dat dan velen zullen volgen.
    ‘’goed voorbeeld doet goed volgen’’, maar dan moet ons wel de kennis en denkwijze onderwezen worden tijdens onze opleiding, zodat wij als toekomstig arts dit goede voorbeeld kunnen uitdragen. We zouden met z’n allen immers wel gek zijn om de informatie die ons wordt toegereikt met de bundel over wetenschappelijk bewijs in de leefstijlgeneeskunde vervolgens niet te gebruiken.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.