Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Judith Tjin-A-Ton David Koetsier
06 januari 2016 6 minuten leestijd
opinie

Leefstijladvies zinloos met snackbar om de hoek

7 reacties

OPINIE

Overgewicht is zaak van artsen, overheid én bedrijfsleven


Leefstijlinterventies in de huisartsenpraktijk hebben geen zin zolang de voedingsindustrie en de overheid hun verantwoordelijkheid afschuiven. Overheid, bedrijfsleven én de medische beroepsgroep moeten samen de strijd tegen overgewicht en obesitas aangaan.

Nederland wordt steeds dikker. Bijna de helft van de volwassen Nederlanders heeft overgewicht. Iets meer dan één op de tien Nederlands kampt met obesitas. Dat percentage is tussen 1981 en 2012 zelfs verdubbeld.1 Je kunt gerust stellen dat we in een obesogene omgeving leven, een omgeving waarin mensen gestimuleerd worden om te veel of ongezond te eten en te weinig te bewegen.2 3 Ons huidige werk, vaak zittend achter een computer, vraagt weinig lichamelijke inspanning. Daarnaast zet reclame aan tot ongezond eten, terwijl calorierijk voedsel laagdrempelig beschikbaar is.

Wet- en regelgeving kan die omgeving beïnvloeden. Voorbeelden daarvan zijn de vet-, zout-, of suikertaks en het verlagen van btw op groente en fruit om gezond eten te stimuleren. Ondanks dat uit onderzoek blijkt dat wet- en regelgeving effectief is, probeert de overheid samen met maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven haar doelen te verwezenlijken, onder andere via het Nationaal Programma Preventie 2014.4 5 Dat heeft geresulteerd in een convenant met de levensmiddelenindustrie om het zout, verzadigd vet en suikergehalte in voedingsproducten te verlagen voor 2020.6 Op zich is dat prijzenswaardig, maar het moet wel effectief zijn. Zo vindt de overheid dat marketing van ongezonde voedingsmiddelen onwenselijk is en wil zij dit door zelfregulering van het bedrijfs­leven tegengaan. Maar de reclamecode voor voedingsmiddelen die de branche zelf heeft opgesteld, weerhoudt de industrie er bijvoorbeeld niet van om bij supermarkten te bedingen dat (on­gezonde) producten op (kinder)ooghoogte in de schappen gezet worden.


Weinig bewijs

De eerstelijnsgezondheidszorg in Nederland biedt allerlei meer en minder gestructureerde leefstijlprogramma’s aan om mensen te helpen bij een gezonde leefstijl. Als huisartsen en kaderhuisartsen hart- en vaatziekten doen wij daar zelf ook aan mee. We leveren gestructureerde zorg in ketens, onder andere aan mensen met diabetes en ter primaire en secundaire preventie van hart- en vaatziekten. Leefstijladvisering en -begeleiding, meestal uitgevoerd door de praktijkverpleegkundige, is daar een belangrijk onderdeel van. In onze praktijken besteden praktijkverpleegkundigen bij een jaarcontrole ongeveer de helft van hun tijd hieraan. Wij vragen ons in toenemende mate af hoe effectief die leefstijladviezen zijn als de woon- en leefomgeving obesogeen is. Roeien we niet tegen de stroom op?

De effectiviteit van leefstijlinterventies in de huisartsenpraktijk is bescheiden. Van de meeste interventies zijn (nog) geen langetermijneffecten aangetoond. 7 Bovendien verdwijnen de effecten vaak als de interventies stoppen. In deze tijd van evidencebased medicine, is het vreemd dat leefstijlbegeleiding in de huisartsenpraktijk wel op zo’n grote schaal geleverd wordt. Voor de duidelijkheid, wij onderschrijven het belang van een gezonde leefstijl ter preventie van allerlei ziektes, maar we twijfelen of de eerstelijnszorg programma’s waar zo weinig bewijs voor is, op zo’n grote schaal moet blijven aanbieden. En dat terwijl er ook nog diverse mogelijke negatieve bijwerkingen zijn zoals demotivatie van de patiënt na de zoveelste mislukte afvalpoging en verstoring van de zorgverlener-patiënt­relatie als de patiënt het gevoel krijgt belerend te worden toegesproken door de zorgverlener.

Marketingtrucs

Door leefstijlprogramma’s gestructureerd aan te bieden versterken we de suggestie dat er makkelijk iets aan te doen is. Daarmee nemen we de verantwoording mede op ons en kunnen overheid en bedrijfsleven rustig achteroverleunen. Wij denken dat de tijd rijp is om die verantwoordelijkheid terug te kaatsen en pleiten daarbij voor meer ‘paternalisme’. Deze term zal een aantal mensen tegenstaan, want ze willen niet betutteld worden en ingeperkt worden in hun vrijheden. Maar wij vragen ons af of de vrije wil wel bestaat. Consumenten worden namelijk continu beïnvloed door reclame-uitingen en de industrie. Als je een peuter laat kiezen tussen twee biscuitjes, één met Dora en één met een onbekende figuur erop, dan kiest hij voor het koekje met Dora. Ook bedient de industrie zich van diverse marketingtrucs zoals valse claims op etiketten en in reclames. Zo ga je bijna geloven dat een groen vinkje op een etiket betekent dat het product gezond is.

Veel artsen zijn dokter in de spreekkamer, maar hebben weinig oog voor de omgeving waarin die spreekkamer is gevestigd. Kunnen de adviezen die in de spreekkamer worden besproken, wel uitgevoerd worden in de directe omgeving van de betrokkene? In achterstandswijken zitten snackbars als het ware op elke hoek van de straat en is er amper een gezond, betaalbaar alternatief. Mede daardoor hebben mensen met een lagere sociaal-economische status vaak de grootste moeite om gezond te eten. En genoeg bewegen is ook vaak lastig. Sporten is namelijk duur, evenals gezond voedsel.

Ondermijnende werking

Wij denken dat preventie niet alleen in de spreekkamer kan worden gedaan. Wat zijn de voorzieningen in de wijk? In wat voor stad en land ligt die wijk? Aspecten als aantrekkelijke en veilige wandel- en fietspaden, kunnen de kans om aan de beweegnorm te voldoen met bijna 50 procent vergroten.4 8-10 Moet de huisarts dan helemaal stoppen met preventie? Wij denken van niet. Stoppen-met-roken-programma’s zijn effectief in de huisartsenpraktijk.11 Daarnaast is de arts/verpleegkundige degene die bij het individu goed de relatie met eventueel aanwezige klachten of ziektes kan leggen en zo gericht kan voorlichten. De huisartsenpraktijk is een goede plek om mensen te helpen met het vinden van het juiste instrument met behulp van een goede lokale sociale kaart voor leefstijl in de wijk. We moeten dus wel voorlichten en (kort) adviseren, maar terughoudend zijn met het uitgebreid motiveren en aanbieden van programma’s waarvan het nut nog niet is aangetoond. De motivatie van de patiënt blijft cru­ciaal, waarbij innerlijke drang, omgaan met sociale druk en zelf verantwoordelijkheid nemen, duurzame gedragsveranderingen beïnvloeden.12 Hier speelt de ondermijnende werking van de obesogene om­geving een belangrijke rol.

Lef nodig

We pleiten ervoor dat wij als artsen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en het gesprek aangaan met de overheid (lokaal én centraal) en het bedrijfsleven om actief beleid met betrekking tot een gezond woon- en leefklimaat te stimuleren. We roepen beroepsorganisaties als de KNMG, NHG en LHV op te onderzoeken of hier draagvlak voor is en vervolgens het politieke debat aan te gaan. Leunen we hiervoor op individuen, op dappere dokters zoals longartsen Wanda de Kanter en Pauline Dekker die de strijd aangaan tegen roken? Of nemen we als beroepsgroep de verantwoordelijkheid?

We hebben beleids- en richtlijnmakers met lef nodig die een politiek statement durven te maken door leefstijlprogramma’s niet meer te propageren in de richtlijnen zolang de leefomgeving niet wordt aangepast. Ook hopen we op artsen en wethouders met visie die op lokaal niveau het verschil kunnen maken.

Dit is een oproep tot het oprichten van een beweging vanuit de zorg die de overheid en het bedrijfsleven durft aan te spreken op hun (mede)verantwoordelijkheid. Laten we nu eens echt samenwerken om de gezondheid te bevorderen. Dit vraagt om gedeelde verantwoordelijkheid, compassie en sturing. Medisch leiderschap heet dat. Neemt de KNMG de handschoen op?



Judith Tjin-A-Ton, huisarts en kaderhuisarts hart- en vaatziekten in Amstelveen

David Koetsier, huisarts en kaderhuisarts hart- en vaatziekten in Amsterdam

contact:

tjinaton@gcmarne.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld.




Lees ook:




Download het artikel (PDF)



Voetnoten/bronnen:

1. Volksgezondheidenzorg.info
2. Brug J. Overgewicht als maatschappelijk en wetenschappelijk vraagstuk. In: Dagevos H & Munnichs G. De obesogene samenleving. Maatschappelijke perspectieven op overgewicht.
3. Factsheet Invloed van de omgeving op eetgedrag (Voedingscentrum 2015)4. Effecten van preventie. Deelrapport van de VTV 2010 van gezond naar beter
5. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2013/10/11/alles-is-gezondheid-het-nationaal-programma-preventie-2014-2016-deel-1-en-deel-2
6. Akkoord Verbetering Productsamenstelling zout, verzadigd vet, suiker. Rijksoverheid 2014
7. Jeroen Lakerveld, Sandra Bot, Giel Nijpels, De effectiviteit van leefstijlinterventies in de eerste lijn, Huisarts en Wetenschap, jaargang 2014, nummer 2:64-67
8.  Neighborhood Environments and physical activity among adults in 11 countries. Sallis et all. Am J Prev Med 2009;36(6):484–490
9. Cammelbeeck C, Engbers L, Kunen, L’abée D. Ontwerpprincipes voor een beweegvriendelijke omgeving. NISB, 2013
10. Storm I, Nijboer GCW, Weldel-Vol TLS, Visscher TLS, Schuit AJ. Een gezonde omgeving ter preventie van gewichtsstijging; Nationale en lokale mogelijkheden. RIVM-rapport nr. 270061002 Bilthoven: RIVM, 2006
11. NHG Standaard Stoppen met roken
12. Communicatie cruciaal voor leefstijlverandering. Medisch Contact 2015 (44),2102

Fotografie: Zorg in Beeld / HH
Fotografie: Zorg in Beeld / HH
obesitas opinie huisartsen verantwoordelijkheid
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • B. Sturm, Patholoog, Middelburg Nederland 19-01-2016 00:00

    "Tot nu toe is het dweilen met de kraan open.

    De overheid dient de burger te(gen zichzelf te) beschermen, echter tot op heden lijkt deze meer oor te hebben voor de voedingsmiddelen industrie lobby dan de gezondheid van de burger. De maatschappelijke en daarmee ook financiele schade zal m.i. vele malen groter zijn dan de winsten van de industrie en daarmee fiscale inkomsten.

    De overheid mag nu wel eens kleur gaan bekennen en stoppen met halfslachtige maatregelen die de schijn wekken iets te doen aan dit probleem, maar in feite de industrie de hand boven het hoofd blijft houden.

    Het wordt echt tijd dat de overheid z'n werkelijke rol oppakt en staat voor de gezondheid van de burger en derhalve keihard regulerend optreedt jegens de industrie. Daar wordt Nederland op de lange duur sterker van..."

  • Han Schram, huisarts, Vriezenveen 15-01-2016 00:00

    "Als gemotiveerd huisarts wilde ik middels een vragenlijst en procedure in één klap zowel het preventieconsult als de COPD-risico-inventarisatie in mijn praktijk invoeren.
    Eerst bekeek ik de Zembla-uitzending over de suikerlobby. Vervolgens las ik een interview met Wanda de Kanter over haar campagne tegen het roken.
    Dit bracht me eigenlijk tot grote woede. Wij doen als huisartsen ons uiterste best om de gevolgen van roken en obesitas te bestrijden. Als je kijkt hoeveel energie en geld er in deze activiteiten gaat zitten en de moeite die het ons kost om resultaat te bereiken dan valt het mij op dat in de LHV-visie niet iets staat als: ‘Met de gehele beroepsgroep huisartsen en alle andere betrokken uit de zorg die de gevolgen van roken en teveel koolhydraten mogen opruimen, een tegenlobby inzetten tegen beide industrieën’.
    In gedachten zag ik het Malieveld al voor mij waar duizenden protesteren vanwege de zwakke aanpak van de overheid en de Europese Unie tegen de tabaksindustrie en de voedingsmiddelenbedrijven.
    Aan de LHV-leden leg ik voor of de LHV geen voortrekkersrol in deze problematiek zou moeten vervullen. Bijvoorbeeld door aan alle kringen te vragen om een avond te beleggen met als start de Zembla-uitzending, daarna nog iets vergelijkbaars over de tabaksindustrie en dan een aantal vragen voor de leden. Binnen een half jaar weten we dan of er draagvlak is voor de uitvoering van deze activiteit.

    Omdat het beter is te voorkomen dan te genezen vraag ik u deze oproep in alle ernst te behandelen en als ingekomen stuk in uw vergadering te bespreken.
    Ik denk dat de tijd er rijp voor is! Ik ben gaarne bereid om hierover met u in gesprek te gaan.
    "

  • Paul Jonas, huisarts, 15-01-2016 00:00

    "Beste Judith en David,

    De spijker op de kop. Ik ben erg blij met jullie artikel en wanneer je zelf een groep wilt formeren en een beweging op gang brengen, doe ik mee.

    Zo lang ik huisarts ben, hoor ik van mensen (vooral van de mensen met weinig opleiding/inkomen) die ik begeleidde en van collega-dokters (die in Leiden de preventiemodule van hun H-aios mede kwamen volgen) steeds: ....en de overheid en het bedrijfsleven dan?..... Eén van de redenen waarom echte preventie nog zo slecht lukt in Nederland.
    "

  • E Burgering, beleidsadviseur, Utrecht 14-01-2016 00:00

    "De KNMG pakt deze handschoen zeker op! De KNMG deelt de zorg van de auteurs over de effecten van onze obesogene woon- en leefomgeving op onze (volks)gezondheid. De KNMG steunt ook de roep om een brede maatschappelijke aanpak.

    Gezonde leefstijl is speerpunt in ons beleidsplan ‘Preventie & Gezondheidsbevordering; Een beroepsgroep overstijgende aanpak’. Hierbinnen is obesitas een van de centrale thema’s waar wij ons in 2016 op richten. Momenteel ontwikkelt de KNMG een visiedocument obesitas, waarin de concrete activiteiten die de KNMG gaat ondernemen bekend worden. De KNMG roept hierin expliciet artsen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemendoor hun kennis uit te dragen en medisch leiderschap te tonen.

    Artsen fungeren als rolmodel. Zoals Erica Frank in 2010 in Medisch Contact stelde: Healthy doctors equals healthy patients”. Artsen dienen meer ‘awareness’ te krijgen dat, zoals ook de auteurs stellen, preventie niet ophoudt in de spreekkamer. Wat er nodig is om dit in de praktijk te bewerkstelligen, gaat de KNMG binnenkort voorleggen aan het KNMG-artsenpanel.

    Onze federatiepartner Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) zijn momenteel in samenwerking met het RIVM bezig met een project ‘Preventie in de buurt - Gezonde wijk’, waarin de verbinding wordt gelegd tussen huisartsenvoorziening in de eerstelijn en publieke gezondheid.

    De obesogene woonomgeving is zoals we weten geen exclusief Nederlands probleem. De prevalentie van overgewicht en obesitas bij volwassenen van 18 jaar en ouder in Europa loopt van 45-60%. De KNMG is actief binnen de Europese artsenorganisatie, CPME. Zo is er bijvoorbeeld in januari een Roundtable van de European Association for the Study of Obesity, waar in Europees verband gediscussieerd wordt over de obesitas problematiek.

    De KNMG geeft gehoor aan de roep uit het veld. Met gebundelde krachten kunnen we een verschil maken! Doet u mee?

    Ellen Burgering, beleidsadviseur KNMG"

  • S. Wierckx-Mentink, huisarts, DRIEBERGEN-RIJSENBURG Nederland 11-01-2016 00:00

    "Mooi artikel, met de vinger op het pijnpunt. De leefomgeving is nu als een snoepwinkel en de preventie is zoals een moeder die af en toe haar kind in de snoepwinkel aanspreekt dat het niet mag snoepen! Er wordt veel beroep gedaan op de zelfdiscipline van een patient, met veel verleiding om hem heen. Verstandiger is natuurlijk om de omgeving minder verleidelijk te maken. Dan kunnen ook mensen met weinig zelfdiscipline ver komen met gezond eet en beweegpatroon."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.