Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Wetenschap

Lancet: ‘Biomedische wetenschap moet anders’

2 reacties

In Nederland hebben we Science in Transition: een groep kritische hoogleraren en onderzoekers die vindt dat het beeld van de wetenschap als een baken van waarheid en vertrouwen aan herziening toe is. De artikelenreeks van grote namen als Iain Chalmers, Paul Glasziou en John Ionannidis, die The Lancet deze week publiceert, sluit naadloos bij die kritiek aan.

Te veel biomedisch onderzoek is slecht uitgevoerd, tendentieus, overbodig en mist relevantie in termen van gezondheid en therapie. Volgens Chalmers e.a. is die stand van zaken ‘ethisch, wetenschappelijk en economisch niet langer verdedigbaar’.
De cijfers spreken boekdelen, vinden ze. Meer dan 50 procent van al het onderzoek wordt opgezet en gepubliceerd zonder verwijzing naar systematische reviews van de bestaande kennis. Soms worden negatieve bevindingen zelfs simpelweg veronachtzaamd: zo wijst een recente analyse uit dat in publicaties over het oorzakelijk verband tussen bèta-amyloïdaccumulatie en de ziekte van Alzheimer studies die deze relatie niet ondersteunden, werden genegeerd.
In 50 procent van de studies ontbreken methodologische maatregelen om bias te voorkomen. En in meer dan 30 procent worden therapeutische interventies onvoldoende precies beschreven, wat replicatie nagenoeg onmogelijk maakt. En misschien het schokkendst: meer dan de helft van alle studies wordt niet volledig gerapporteerd.

Fundamenteel onderzoek
Mondiaal werd in 2010 ongeveer 240 miljard dollar aan biomedisch onderzoek uitgegeven. Voor meer dan de helft ging dat geld naar fundamenteel onderzoek. Zulk onderzoek is soms profijtelijk. Chalmers e.a. memoreren de ontdekking van de polymerase die uiteindelijk leidde tot de nu gangbare PCR-techniek om ziekteverwekkers aan te tonen. En ze brengen in herinnering hoe basaal onderzoek naar schimmels en cholesterol ons uiteindelijk de statines heeft gebracht. Maar het trackrecord van dit type research is niet heel goed. Tussen 1979 en 1983 verschenen 25.000 artikelen in zes vooraanstaande tijdschriften waarin in 101 gevallen werd geclaimd dat het bewuste onderzoek klinische toepassing zou vinden. In slechts vijf gevallen is dat, zo blijkt nu, ook daadwerkelijk gebeurd, en in maar één geval gaat het om een wijdverbreide toepassing.
Nog een sprekend voorbeeld: in 2005 verschenen 1575 artikelen die melding maakten van prognostische biomarkers voor kanker; 96 procent daarvan vond een significante prognostische marker. Maar slechts een handvol werd bevestigd in later onderzoek en alleen een enkele heeft zijn weg gevonden naar de klinische praktijk. Het is een patroon: van aanvankelijk veelbelovende resultaten blijkt uiteindelijk zo goed als niets over.
Volgens Chalmers e.a. is op tal van terreinen van de geneeskunde veel meer te verwachten van wat zij ‘toegepast klinisch onderzoek’ noemen. Als klassiek voorbeeld noemen ze de studies van epidemioloog Richard Doll naar het verband tussen roken en longkanker. Er staan wat dat betreft nog tal van relevante vragen open: hoe overbehandeling van prostaatkanker te voorkomen is zo’n kwestie.

Impact
Wetenschappers zijn geen brave hendriken, weten Chalmers e.a. Net als iedereen worden ze gedreven door eigenbelang. Ze willen liever de eerste zijn met een vondst, dan wachten op de zekerheid dat ze het wetenschappelijk bij het rechte eind hebben. En als hun onderzoek met negatieve resultaten in een doodlopende steeg eindigt, gaan ze liever over op een nieuw onderwerp, dan dat ze proberen die negatieve bevindingen gepubliceerd te krijgen. Wat, zoals bekend, doorgaans nog niet meevalt.
Biomedische onderzoekers zouden volgens hen niet langer beoordeeld moeten worden op basis van de impact van de tijdschriften waarin ze publiceren, maar naar de methodologische soliditeit en de herhaalbaarheid van hun onderzoek. Chalmers e.a. constateren in dat verband een grote discrepantie in de medische opleiding: de toekomstige medicus practicus wordt in zijn vak goed getraind; de toekomstige medisch onderzoeker – vaak dezelfde persoon – komt zeer slecht beslagen ten ijs, met enige kennis van data-analyse maar met nauwelijks kennis van onderzoeksopzet: ‘Het meest cruciale element in wetenschappelijk onderzoek’.
HM
 



Lees ook:





Thinkstock
Thinkstock
print dit artikel
Wetenschap
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • I. Nanninga, arts, HAREN GN 14-01-2014 00:00

    "dank voor de zoektip!"

  • Sjors Clemens, Medisch Informatiespecialist, Tilburg 14-01-2014 00:00

    "Waarom kan er nu niet specifieker naar het artikel gelinkt wordt ipv naar de algemene site van de Lancet. Aangezien je in de reacties geen links mag plaatsen hierbij een tip om ze snel te vinden. Zoek op de Lancet-site op Biomedical research: increasing value, reducing waste."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.