Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
bezetting

Kinna heette eigenlijk Esther

De onderduik van een Joods internistendochtertje

4 reacties

Een Joodse man zoekt mei 1945 zijn kind. Hij is internist en plaatst een oproep in het artsenblad waarvan in het bevrijde zuiden al enkele nummers zijn verschenen. Wie is deze man en wat gebeurde er voor én na zijn hartverscheurende oproep? Gepensioneerd longarts Jaap Klein, broer van het gezochte meisje – Kinna – vertelt.

Reina en Kinna in 1942 (archief familie Klein).
Reina en Kinna in 1942 (archief familie Klein).

‘Dr. F. Klein te Groningen vraagt naar de verblijfplaats van zijn DOCHTERTJE KINNA bij een collega in Brabant. Brieven te richten tot de redactie van dit blad.’ Deze aangrijpende oproep verschijnt op 22 mei 1945 in Medisch Contact. Zuid-Nederland is op dat moment al maanden vrij. Artsen van de verzetsgroep het Medisch Contact publiceren die meidag vanuit Eindhoven alweer nummer zes van het tijdschrift Medisch Contact, voor de artsen in het bevrijde gebied.

Jaap Klein | Jasper van Overbeek
Jaap Klein | Jasper van Overbeek

De zoektocht naar hun dochters is het eerste wat de Joodse internist Frits Klein en zijn vrouw ondernemen als ze mei 1945 hun onderduikadres in de stad Groningen kunnen verlaten. Zoon Jaap Klein – gepensioneerd longarts – ziet bijna vijfenzeventig jaar na het verschijnen de advertentie van zijn vader in Medisch Contact voor het eerst. ‘Ik vraag me dan af waarom ik daarvan niet heb geweten. Het is een van de voorbeelden van heel belangrijke aspecten van het leven die niet werden besproken. Het was te traumatisch. Ze zijn doorgegaan met het leven.’ Schuilend voor het coronavirus in zijn huis in Enschede vertelt Jaap Klein het verhaal van zijn vader Frits en zijn zusje. ‘Ze heette eigenlijk Esther, maar werd Kinna genoemd: “Kindje” in de kindertaal van onze oudste zus Reina.’

Kinna en Reina zijn 3 en 5 jaar als ze moeten onderduiken

Onderduiken

Als de Duitsers Nederland binnenvallen leeft internist Frits Klein een leven als vele anderen. Met zijn vrouw Bep heeft hij twee dochtertjes. Hij werkt als staflid bij zijn promotor Leonard Polak Daniels. Maar alles wordt anders met de bezetting. Hoogleraar Polak Daniels suïcideert zich in mei 1940. De Joodse stafleden van de rijksuniversiteit worden zoals alle ambtenaren in november van dat jaar ontslagen. Pas na de oorlog zal Frits zijn werk als arts kunnen oppakken. Door zijn ontslag moet hij de eindjes aan elkaar knopen. Hij kan een tijd werken als hoofd laboratorium van de melkfabriek in Bedum. Voor extra inkomsten verhuren ze kamers aan studenten. Op 3 oktober 1942 komt het gevreesde moment dat ze moeten onderduiken. Frits en Bep trekken in bij Eelke Leegstra, de man die in de kliniek de röntgenfoto’s en elektrocardiogrammen maakt.

Drie generaties in de tuin van het gezin Klein in 1941. V.l.n.r. Stella Sanders, Kinna, Bep, Reina, Jo Sanders en Frits (archief familie Klein).
Drie generaties in de tuin van het gezin Klein in 1941. V.l.n.r. Stella Sanders, Kinna, Bep, Reina, Jo Sanders en Frits (archief familie Klein).


Op andere adressen

3 en 5 jaar oud zijn Kinna en Reina als hun ouders onderduiken. Een dag eerder heeft hulp in de huishouding Gé Kielema de meisjes uit het ouderlijk huis meegenomen. Voor hun veiligheid worden ze op andere adressen ondergebracht. ‘Gé heeft een week door Nederland gezworven met mijn twee zusters om ze op een onderduikadres te krijgen. Daar is ze uiteindelijk in geslaagd’, zegt Jaap Klein. Niet zonder tegenslagen. ‘Via via was een bepaald adres aanbevolen. Toen Gé daar aankwam met mijn zus van 3, zagen de ontvangers er vanaf omdat ze op een baby hadden gerekend. ’s Avonds om negen uur kon Gé met Kinna rechtsomkeert maken.’

Frits houdt een onderduikdagboek bij en schrijft op 20 november 1942 dat ze bezoek verwachten met nieuws over de kinderen. ‘Alle gedachten schieten door het hoofd. Is het een goed of slecht bericht?’ Een dag later noteert Frits: ‘De kinderen zijn gelukkig goed, wat een opluchting.’ Koeriers houden Frits en Bep die lange tweeënhalf jaar op de hoogte over het wel en wee van de kinderen, vertelt Jaap Klein. Soms blijft het lang stil, zo blijkt uit een dagboeknotitie van Frits op 17 juni 1944: ‘Het is al weer 8 weken geleden dat we wat over de kinderen hoorden.’ Om alle betrokkenen te beschermen, weten Frits en Bep al die tijd niet dat Reina bij een boerengezin in Nieuw-Vennep is en Kinna bij huisarts Kerssemakers en zijn vrouw in Veghel. Reina en haar ouders zien elkaar snel na de bevrijding weer, maar Kinna blijft nog weken zoek.

Lex Kerssemakers, een Amerikaanse bevrijder en Kinna in de tuin van Villa Rustplaats. Het regiment verbleef in het doktershuis vanaf de bevrijding in september 1944 tot de terugkeer naar de VS een maand later (Heemkundekring Veghel).
Lex Kerssemakers, een Amerikaanse bevrijder en Kinna in de tuin van Villa Rustplaats. Het regiment verbleef in het doktershuis vanaf de bevrijding in september 1944 tot de terugkeer naar de VS een maand later (Heemkundekring Veghel).


Geallieerden

Villa Rustplaats heet de statige dokterswoning waar Kinna belandt. De echtgenote van dokter Kerssemakers schrikt als hij thuiskomt met een meisje dat hij heeft overgenomen van een Groningse vrouw op een fiets met houten banden, zo vertelt de later aangenomen dochter Veroniek Kerssemakers. Kinna heeft een Joods voorkomen, dat het moeilijk maakt een plek voor haar te vinden. Het enige wat de dokter en zijn vrouw weten is dat het 3-jarige meisje de dochter van een collega uit Groningen is. Omdat ze zichzelf bij aankomst ‘Kinna’ noemt, nemen ze die naam over. Kinna leert snel dat ze zich bij gevaar onder het bed moet verstoppen en dat ze soms mag spelen in de tuin. De dokter neemt in de oorlogsjaren als dekmantel voor haar ook zijn neefje Lex in huis. Op 17 september 1944 rijden de geallieerden Veghel binnen en is het dorp vrij. Een Amerikaans infanterieregiment met de codenaam Klondike krijgt ook een paar weken onderdak in het doktershuis, dat later Villa Klondike wordt gedoopt. Een foto toont Kinna en Lex met een Amerikaanse militair op een motor in de tuin.

Villa Rustplaats in Veghel, eerste helft twintigste eeuw (Heemkundekring Veghel).
Villa Rustplaats in Veghel, eerste helft twintigste eeuw (Heemkundekring Veghel).


Les voor het leven

Als mei 1945 in de Veghelse villa Medisch Contact met de oproep op de mat valt, dienen een ontmoeting en een afscheid zich aan. Kinna leert tijdens een aantal bijeenkomsten haar ouders opnieuw kennen voor ze definitief naar Groningen vertrekt. ‘We wisten dat we ons niet te erg aan haar moesten hechten, anders zouden we haar vreselijk gaan missen’, vertelt mevrouw Kerssemakers later aan haar dochter Veroniek. Details over het weerzien van Kinna en haar ouders kent Jaap Klein niet. Wel anekdotes. Eén van de eerste dagen dat ze weer bij haar ouders was, had Kinna gevraagd: ‘Wie poetst hier thuis de schoenen?’ De welvarende huisarts had blijkbaar voldoende huishoudelijke hulp gehad ondanks de oorlog. Een heel verschil met Reina, die wilde weten hoe het in haar ouderlijk huis met de voedselbonnen was gesteld. Jaap Klein: ‘Kinna had goede herinneringen aan die tijd. De Kerssemakers waren heel aardige mensen; tot aan zijn overlijden hebben wij als gezin contact gehouden.’ In het In Memoriam van Lex Kerssemakers in het NtvG (1963) noemt Frits Klein het ‘een openbaring en een les voor het leven’ dat het voor de Kerssemakers ‘de meest vanzelfsprekende zaak was geweest, dit Joodse, voor hen vreemde, kind te verzorgen (en hoe!) en tevens hun oprechte, intense vreugde, dat haar ouders nog leefden.’

Kinna, baby Jaap en Reina in 1946 (archief familie Klein).
Kinna, baby Jaap en Reina in 1946 (archief familie Klein).

Zionistisch

Dankbaar pakken Frits en Bep het leven weer zo positief mogelijk op. Maar kennis over de psychosociale impact van de onderduiktijd ontbrak. ‘Zowel voor mijn ouders zelf als voor mijn twee zusters. Met alle kennis die we nu van de posttraumatische stress hebben, zijn ze er verre van ongeschonden doorheen gekomen, mede door het verlies van zeer naaste familieleden. Maar ze zijn er desondanks in geslaagd om een goed leven op te bouwen, hun kinderen liefdevol groot te brengen en goede grootouders te zijn.’

Het gezin Klein heeft het joodse geloof afgezworen, maar is wel zionistisch ingesteld. Reina en Kinna verhuizen na de middelbare school naar Israël om het land te helpen opbouwen. Reina wordt verpleegkundige en Kinna diëtiste, beiden trouwen en krijgen kinderen en kleinkinderen. Kinna overlijdt er in 2013 na achttien jaar strijd tegen de ziekte van Kahler. Frits Klein kan na de oorlog weer aan de slag in de interne kliniek, vertelt zijn zoon. ‘In de onderduikjaren heeft hij zijn literatuur zeer goed bijgehouden. Ik heb aantekeningen van hem gezien, al snel na de bevrijding gaf hij weer college over hart- en vaatziekten. Daarvan was ik onder de indruk en ook wel een beetje trots. Maar dat is ook zoiets: tot op de dag van heden vind ik het moeilijk om de dagboeken van mijn vader uit zijn onderduikperiode te lezen. Ik heb ze bijna helemaal compleet.’

‘Een mens kan vaak niet communiceren over de zaken die hem ten diepste beroeren’

Voetsporen van vader

Als oudste zoon treedt Jaap in de voetsporen van zijn vader. In 1964 start hij met geneeskunde in Groningen om zich daar vervolgens te specialiseren in de longgeneeskunde. Eelke Leegstra, de man die het leven van zijn ouders heeft gered en naar wie zijn jongste broer is vernoemd, werkt dan nog steeds in de kliniek. ‘Ik heb colleges gevolgd van hoogleraren interne terwijl hij de diapresentatie deed. Dat was heel bijzonder. De Leegstra’s kwamen nog geregeld bij ons in Haarlem, waar mijn vader internist-opleider was geworden in 1951. Dat was zijn lust en zijn leven’, zegt Jaap Klein. Vader Klein heeft meegemaakt dat zijn zoon voor de longgeneeskunde koos. Maar hij heeft niet meer meegekregen dat ook Jaap zich tot opleider zou ontwikkelen en zich – na twintig jaar opleiden in Medisch Spectrum Twente – aan het einde van zijn carrière over de Groningse coassistenten in Enschede zou ontfermen. ‘In 1973 is bij mijn vader blaaskanker gediagnosticeerd, in 1974 kreeg hij recidive. Omdat hij wist dat hij niet meer beter zou worden heeft hij helaas november 1974 besloten om een einde aan zijn leven te maken. Voor zover ik heb kunnen nagaan heeft hij over de suïcide jammer genoeg nooit met iemand gesproken. Dat is denk ik een afschuwelijke strijd voor hem geweest. Zo zou je kunnen zeggen dat een mens vaak tot zijn laatste dag niet in staat is om te communiceren over de zaken die hem ten diepste beroeren.’


Lees meer over de geschiedenis van Medisch Contact

Lees ook


lees de oproep op 22 mei 1945 in Medisch Contact

Download dit artikel (PDF)

  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • GJ Bonte, Neuroloog, Dalfsen 25-05-2020 10:41

    "Bijzonder indrukwekkend... En ontroerend!"

  • Jan Willem van den Berg, Longarts, Zwolle 23-05-2020 14:34

    "Beste Jaap, dank voor het delen van dit indrukwekkende verhaal. ik kreeg er kippenvel van. Het toont ook de veerkracht van mensen aan.
    Hartelijke groet Jan Willem"

  • Els van Veen, huisarts, Dalfsen 23-05-2020 10:15

    "Dank u voor dit ontroerende verhaal. Een mens kan vaak niet communiceren over zaken die hem het diepst raken. Dat is waar. Maar door dit verhaal van uw ouders en zus door te vertellen draagt u er aan bij dat er toch woorden voor komen. En als er woorden komen, kan er meer begrip ontstaan.
    Ik ben diep onder de indruk."

  • Huybert Van Eck, Eigenaar CarpeNexus, ‘s-Hertogenbosch 22-05-2020 19:53

    "Beste Jaap,
    Het is mooi om als 1 van jouw (Groningse) coassistenten binnen het Medisch Spectrum Twente jou in de periode 1986-1988 jou te mogen leren kennen als een humoristische (soms met de nodige ironie) en vaak vooral relativerende dokter, die vaak de ontwikkeling van jonge mensen voor ogen had! Voor mezelf sprekend leer ik vanuit dit artikel jou en jouw background weer beter vanuit een heel andere hoek kennen. Onze vorige generatie heeft de nodige mijmeringen bij WOII!
    Al kent de inhoud misschien de nodige ambivalentie, mooi dat je ons heb mee willen nemen!

    Hartelijke groet,
    Huybert"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.