Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
kindergeneeskunde

Kinderverwaarlozing beter in beeld

Plaats een reactie

Nieuw instrument om signalen snel op te pikken
Jaarlijks zijn ruim 100.000 kinderen in Nederland slachtoffer van kindermishandeling. In Nederlandse ziekenhuizen ligt de nadruk voornamelijk op het signaleren van fysieke mishandeling. Met het signaleringsinstrument Sputovamo zijn zorgverleners steeds beter in staat lichamelijke mishandeling bij kinderen te herkennen. Maar een methode voor het systematisch signaleren van verwaarlozing van kinderen is nog niet voorhanden.

Het belang van een dergelijk systeem blijkt uit cijfers van de ‘Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen en jeugdigen’ uit 2005 (zie tabel 1): fysieke en emotionele verwaarlozing (hieronder vallen ook verwaarlozing van het onderwijs en getuige zijn van huiselijk geweld) vormen respectievelijk 29,4 en 26,7 procent van alle gevallen van kindermishandeling in Nederland. Recentelijk gepubliceerde cijfers van de tweede Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen en jeugdigen (NPM-2010) laten zelfs een stijging zien van met name emotionele verwaarlozing (36%). De lifetime prevalentie van verwaarlozing wordt geschat op ongeveer 6 procent.1

De langetermijngevolgen van verwaarlozing zijn vergelijkbaar met de gevolgen van lichamelijke en seksuele kindermishandeling.2 Een onlangs gepubliceerde studie naar de gevolgen van verwaarlozing binnen een groot geboortecohort uit Australië toonde aan dat verwaarlozing resulteert in een significante beperking van het cognitief functioneren tijdens de adolescentie.1 Daarnaast is er een aanzienlijk risico op het ontwikkelen van psychische problemen, (zeden)delinquent gedrag en verslaving.3-5 Ook is er het gevaar van intergenerationele overdracht, waarbij ouders die zelf zijn verwaarloosd hun eigen kinderen mishandelen.6 De gevolgen van verwaarlozing voor het individu en de maatschappij zijn enorm en de hieruit voortvloeiende kosten worden geschat op vele miljoenen euro’s.7

Signalering van verwaarlozing is dus essentieel. Daarom is een pilotstudie opgezet die uiteindelijk moet leiden tot de ontwikkeling van een effectief en bruikbaar instrument voor de opsporing van verschillende vormen van verwaarlozing van kinderen.

Dreigende schade
Verwaarlozing is verwijtbaar nalatig gedrag van een ouder of verzorger dat resulteert in directe of dreigende schade voor het kind. Verwaarlozing is onder te verdelen in vier gebieden: lichamelijk, emotioneel, educatief en medisch. Hoewel hier apart beschreven, gaan de verschillende vormen van verwaarlozing – evenals alle vormen van kindermishandeling – vaak samen.1 8

Er zijn zowel bij de ouder of verzorger als bij het kind signalen van verwaarlozing te herkennen. Signalen bij het kind zijn vaak leeftijdsafhankelijk. Zo kan er bij het jonge kind sprake zijn van een slechte voedingstoestand, ontwikkelingsachterstand of ontoereikende lichamelijke verzorging. Bij het oudere kind zien we meer leerproblemen, crimineel gedrag en middelenmisbruik. Risicofactoren voor verwaarlozing binnen het gezin zijn psychosociale factoren zoals de aanwezigheid van werkloosheid, armoede, psychiatrische aandoeningen, zwakbegaafdheid, verslaving, een slecht sociaal netwerk, huiselijk geweld en delinquent gedrag.

Ook het opgroeien in een groot gezin, eenoudergezin of een gezin met (zeer) jonge ouders kan een bepalende rol spelen. Bij het kind moet men verder alert zijn op mogelijke verwaarlozing als er in de voorgeschiedenis sprake is van een ongecontroleerde zwangerschap of prematuriteit. De aanwezigheid van een geestelijke of lichamelijke beperking of chronische ziekte bij het kind is eveneens een risicofactor voor verwaarlozing.9 10

Follow-up
Gedurende twee maanden werd van alle kinderen die zich presenteerden op de Spoedeisende Hulp (SEH) van het Spaarne Ziekenhuis in Hoofddorp een vragenlijst ingevuld (zie vragenlijst). De klachten bij presentatie werden onderverdeeld in vier categorieën: letsel, intoxicatie, voedingsproblematiek en overige kindergeneeskundige problematiek (hoesten, diarree, koorts enzovoort). De vragenlijst is gebaseerd op risicofactoren zoals beschreven in reeds gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek over verwaarlozing.1 9 10 Per patiënt werden vijf vragen met ja of nee beantwoord. Een positief antwoord op twee of meer vragen dan wel een positief antwoord op vraag 5b werd beschouwd als potentieel risico op verwaarlozing en was een indicatie voor verdere evaluatie.

In totaal zijn honderd vragenlijsten (over 39 meisjes en 61 jongens) ingevuld door verschillende SEH-artsen en kinderartsen. De gemiddelde leeftijd bij presentatie bedroeg 4,9 jaar, met een spreiding van 0 tot 16 jaar. Bij 11 procent van de kinderen werden twee of meer vragen positief beantwoord (zie tabel 2). De elf kinderen met een positief vragenformulier werden aangemeld voor poliklinische follow-up. Negen kinderen werden teruggezien op onze polikliniek kindergeneeskunde. Bij zes van hen was er inderdaad sprake van een vorm van verwaarlozing. Vier kinderen waren al bekend bij hulpverleningsinstanties (jeugdpsychiatrie of bureau jeugdzorg). In de andere gevallen werd contact gezocht met de arts van het consultatiebureau of de huisarts voor een goede nazorg, dan wel werd het kind nog een aantal maal vervolgd door de kinderarts.

Nog niet gevalideerd
Met de resultaten van deze pilotstudie is aangetoond dat elf van de honderd kinderen die zich presenteren op de Spoedeisende Hulp, kenmerken vertonen van mogelijke verwaarlozing. Deze kinderen werden met het landelijk geïmplementeerde Sputovamo-formulier niet opgemerkt. Het nieuw ontwikkelde signaleringsinstrument is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, maar is in de pilotstudie nog niet gevalideerd. In het kader van gebruiksvriendelijkheid en bereidheid tot invullen door de arts werd gekozen voor een (ver)korte vragenlijst, zoals er ook een verkorte Sputovamo-vragenlijst bestaat. Het op grotere schaal onderzoeken van de bruikbaarheid van deze vragenlijst en de validatie ervan is noodzakelijk voor implementatie in de Nederlandse gezondheidszorg. Op deze wijze zullen we sneller en eenvoudiger signalen van verwaarlozing bij kinderen opsporen om vervolgens passende hulp aan te kunnen bieden.

Bij de opsporing van kindermishandeling in Nederland gaat het vooral om fysieke mishandeling, terwijl in meer dan de helft van de gevallen sprake is van verwaarlozing. Een nieuw signaleringsinstrument brengt het kinderleed beter in beeld.

Maartje Haasnoot, aios kindergeneeskunde, VUmc Amsterdam
Machteld A.G. de Vries, aios kindergeneeskunde, VUmc Amsterdam
Marieke E. Mérelle, kinderarts Spaarne Ziekenhuis Hoofddorp
Marlies A. van Houten, kinderarts Spaarne Ziekenhuis Hoofddorp

Correspondentieadres: m.haasnoot@vumc.nl;

c.c.: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld.

PDF van het tijdschriftartikel



In de gratis en geaccrediteerde nascholing ‘Meldcode Kindermishandeling’ op www.medischcontact.nl/nascholing volgt u een huisarts en een psychiater met een vermoeden van kindermishandeling.

 


De meest recente cijfers over kindermishandeling vindt u via www.nji.nl

Voetnoten:

1. Mills R, Alati R, O’Callaghan M, Najman JM, Williams GB, Bor W et al. Child abuse and neglect and cognitive function at 14 years of age: findings from a birth cohort. Pediatrics. 2011 Jan; 127 (1): 4-10

2. Gilbert R, Widom CS, Browne K, Fergusson D, Webb E, Janson S. Burden and consequences of child maltreatment in high income countries. The Lancet. 2009 Jan 3; 373 (9657): 68-81

3. Perry B.D. Childhood experience and the expression of genetic potential: What childhood neglect tells us about nature and nurture. Brain and Mind 3. 2002 79-100

4. Bol MW, Terlouw GJ, Blees LW, Verwers C. Jong en gewelddadig: Ontwikkeling en achtergronden van de geweldscriminaliteit onder jeugdigen. Den Haag: Ministerie van justitie, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC). 1998

5. Prins E. Maturing out: An empirical study of personal histories and processes in harddrug addiction [proefschrift]. Rotterdam: Erasmus Universiteit; 1995

6. Baas N.J. Probleemouders, probleemkinderen? Een literatuurstudie van transgenerationele overdracht van problemen die tot kinderbeschermingsmaatregelen (kunnen) leiden. Den Haag: Ministerie van Justitie, WODC. 2001

7. Kooijman K. Kindermishandeling kost te veel: Het financiële voordeel van preventie. VKMagazine, 14 (3), 12-13, 2000

8. IJzendoorn MH van, Prinzie P, Euser EM, Groeneveld MG. Kindermishandeling in Nederland anno 2005 : de nationale prevalentiestudie mishandeling van kinderen en jeugdigen. Leiden: Casimir. 2007

9. Verdouw R. Verwaarlozing; een miskende vorm van kindermishandeling. Tijdschrift Kindermishandeling, nr 1 maart 2009.

10. Werkgroep Onderwijs over Kindermishandeling voor Kinderartsen (WOKK). Hoofdstuk 3: Verwaarlozing en failure to thrive. 2007.

print dit artikel
kindermishandeling kindergeneeskunde SEH VUmc spoedeisende hulp
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties