Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Wetenschap

Kindermishandeling: zorg-, meld- en zwijgplicht afwegen

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Er is behoefte aan meer duidelijkheid over hoe om te gaan met het medisch beroepsgeheim in situaties van kindermishandeling, volgens jurist Mirjam Sombroek (Universiteit Leiden). Ze promoveerde onlangs op deze kwestie.

Er zijn, zegt ze, drie situaties: ‘De eerste is die waarin de arts zelf signalen heeft van kindermishandeling. Hij moet die signalen dan onderzoeken en waar nodig hiervan een melding doen aan Veilig Thuis. Daarvoor kent de bestaande meldcode een stappenplan.’ Het probleem zit hem veeleer in de twee andere scenario’s: als de arts aan een andere instantie dan Veilig Thuis een vermoeden wil melden, bijvoorbeeld aan de Raad voor de Kinderbescherming omdat er met een spoedeisende maatregel moet worden ingegrepen; en wanneer bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming of Veilig Thuis bij de arts navraag doet naar aanleiding van een door hen ingesteld onderzoek. In die situaties is niet duidelijk waaraan de arts zijn afweging om al dan niet informatie te verstrekken moet toetsen. En dus is het ook niet duidelijk of hij moet zwijgen of spreken.

‘Ik zie als lid van het regionaal tuchtcollege dat in de situatie waarin de arts wordt bevraagd weliswaar steeds vaker de KNMG-meldcode wordt genoemd, maar dat de toetsing strikter is dan daar wordt bedoeld. Daarvoor wordt doorgaans teruggevallen op het conflict van plichten. Dat kent een zestal criteria die uitgaan van de gedachte dat de arts “zwijgt-tenzij”. Dat sluit niet goed aan bij de accentverschuiving waarvan in geval van kindermishandeling sprake is richting “spreken-tenzij”.’

Sombroek heeft een uitweg: ‘Mijn voorstel is om niet het conflict van plichten maar de zorgplicht aan te wijzen als grondslag voor het doorbreken van het medisch beroepsgeheim. In mijn voorstel moet de arts vanuit zijn zorgplicht een aantal stappen volgen en zorgvuldigheidseisen in acht nemen om uiteindelijk te komen tot de keuze tussen spreken of zwijgen. Dat is in het gezondheidsrecht niet iedereen met mij eens, omdat het tegen de systematiek van de WGBO ingaat. Maar artsen hebben zo wel een grondslag om het medisch beroepsgeheim te doorbreken. Daarmee krijgt de zwijgplicht zoals vastgelegd in de WGBO het karakter van een zwijgrecht. En dat is nieuw.’

Sombroek formuleerde daarbij een stappenplan dat de keuze tussen zwijgen of spreken moet bepalen, dat deels overeenkomt met de stappen die al in de meldcode zijn geformuleerd. Volgens haar moet een arts altijd navraag doen of het wel over ‘de context van kindermishandeling’ gaat. ‘Hij moet ook vragen waarom hij degene is die de gevraagde informatie moet geven. Want in het tuchtrecht wordt getoetst aan de noodzaak tot informatieverstrekking en dat pakt, weet ik uit ervaring, voor de arts niet altijd goed uit. Tweede stap: neem bij twijfel contact op met de betrokken vertrouwensarts. Want het is juridisch gezien zorgvuldiger als een deskundige de arts adviseert. En probeer met de ouders in gesprek te gaan, want er er is nogal eens twijfel of ouders wel toestemming hebben gegeven.’

Volgens Robinetta de Roode, adviseur gezondheidsrecht bij de KNMG, is ‘de zorgplicht zeker relevant in het kader van kindermishandeling, maar anders dan Sombroek voorstelt’. ‘Uit de zorgplicht vloeien zowel de zwijgplicht als het meldrecht voort. Daarom biedt de zorgplicht geen uitkomst als je moet kiezen tussen zwijgen of spreken. In artikel 5.2.6. van de Wet maatschappelijke ondersteuning ligt de juridische basis om te mogen melden aan Veilig Thuis (VT): het meldrecht. De nieuwe KNMG-meldcode geeft aan hoe en wanneer de arts gebruik hoort te maken van dit en andere meldrechten. Voor het melden bij VT staat dit in het stappenplan. In stap 5 is het afwegingskader opgenomen dat de arts helpt om een goede keuze te maken tussen zwijgen of melden. De Wet verplichte meldcode schrijft het stappenplan en afwegingskader dwingend voor. Hoe de arts handelt bij vragen vanuit VT of de Raad voor de Kinderbescherming staat ook in de KNMG-meldcode. Bij zo’n informatieverzoek is bij voorbaat al voldaan aan de criteria om te mogen spreken. De arts weegt alleen nog af welke informatie hij relevant vindt, niet óf hij gaat spreken. Kortom, het conflict van plichten is niet leidend in de meldcode, maar de wet. Dat geeft houvast én de nodige afwegingsruimte om al of niet gebruik te maken van het wettelijk meldrecht.

Mirjam Sombroek, ‘Medisch beroepsgeheim en de zorgplicht van de arts bij kindermishandeling in de rechtsverhouding tussen arts, kind en ouders’, dissertatie, Universiteit Leiden.
Lees ook
Wetenschap Tuchtrecht
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.