Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
arts & patiënt

Kinderartsen krijgen veel agressie te verduren

3 reacties
Getty Images
Getty Images

De Capture group heeft onderzoek gedaan naar belastende gebeurtenissen onder ­kinderartsen. Zij blijken veelvuldig te worden ­geconfronteerd met agressieve ouders. En dat kan ver gaan.

Iedereen kent de foto van de SEH-arts die buiten het ­ziekenhuis staat te huilen omdat een van zijn patiënten is overleden. Een beeld dat indruk heeft gemaakt op zowel de beroepsgroep als de maatschappij. Ons beroep kan een enorme emotionele impact hebben.

In 2000 introduceerde Albert Wu de term ‘second victim’: de hulpverlener als tweede slachtoffer, naast de patiënt, na het meemaken van een ernstig incident. Een hulpverlener kan door zo’n incident zelf slachtoffer worden, in die zin dat hij getraumatiseerd raakt door een belastende gebeurtenis.1

In de nieuwste CanMEDS-competenties is er sinds 2015 extra aandacht voor het persoonlijk welbevinden van artsen. Een competente arts is zelf verantwoordelijk voor zijn gezondheid, zo staat er, en moet tevens een cultuur promoten waarin collega’s in nood effectief herkend en ondersteund worden.2 Het is essentieel om deze collega’s te herkennen en zo nodig te helpen, omdat de gevolgen voor hen groot kunnen zijn. Artsen die een gebeurtenis als traumatisch hebben ervaren, ondervinden in het jaar na de gebeurtenis vaak persoonlijke problemen (30%), of overwegen om te stoppen met werken (15%). Uiteindelijk ontvangt maar 35 procent hulp van buitenaf.

De Capture group is een multidisciplinaire onderzoeksgroep die onderzoek doet naar psychotrauma bij patiënten, partners en zorgverleners. Aangezien er in Nederland voorheen geen onderzoek is gedaan naar de psychische gesteldheid van specialisten, hebben wij besloten dit per specialisme verder te inventariseren. Eerder verscheen in Medisch Contact een artikel over belastende gebeurtenissen bij gynaecologen.3 Hier beschrijven we het ­onder­-
zoek dat is gedaan naar belastende gebeurtenissen onder kinderartsen. Opvallendste conclusie: er is veel agressie op de werkvloer.

De helft van de traumatische gebeurtenissen bestaat uit agressie van ouders

Enquête

In 2016 kregen de 2160 leden van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) een digitale enquête met vragen over belastende gebeurtenissen, coping en opvang na een belastende gebeurtenis. Ook bevatte de enquête de Hospital Anxiety and ­Depression Scale (HADS) en de Trauma Screening Questionnaire (TSQ), vragenlijsten die de mate van angst, depressie en trauma scoren. De quotes onder aan de pagina’s 16 en 17 zijn antwoorden op deze vragen.

In totaal vulden 410 (18,9% van alle leden van de NVK) kinderartsen, aiossen, gepensioneerde kinderartsen en niet-praktiserende kinderartsen de volledige enquête in. De demografische gegevens van de respondenten kwamen overeen met de leden van de NVK. Van de respondenten was 74,9 procent kinderarts, 18 procent aios, 5,6 procent gepensioneerd en 1,5 procent niet-praktiserend. ­Verder was 32,7 procent man en 67,3 procent vrouw.

34,9 procent van de respondenten had ooit een gebeurtenis als traumatisch ervaren op het werk. Opvallend was dat deze gebeurtenis in meer dan de helft van de gevallen bestond uit agressievan de ouders van patiënten. Ook complicaties en overlijden van patiënten werden als traumatische gebeurtenis ervaren.

Bevindingen

De belangrijkste bevindingen uit de enquête zijn:

•De meest belastende gebeurtenissen op het werk voor kinderartsen zijn: een diagnose missen, kindermishandeling constateren en twijfelen over de juiste behandelbeslissing.

•Van de respondenten geeft 42,5 procent aan ooit weleens met agressie op het werk te maken te hebben gehad.

•17 procent van de aiossen en 19 procent van de specialisten heeft zijn werkzaamheden aangepast naar aanleiding van een belastende gebeurtenis. Zij gingen meer diagnostiek doen, ­belden eerder een collega en zijn minder gaan werken; kinderartsen overwegen relatief vaak te stoppen met werken (41% geeft aan ooit serieus te hebben overwogen om te stoppen).

•Depressieve symptomen komen vaker voor bij kinderartsen (7,3%) dan in de algehele populatie met een hoog inkomen (3%).

•Angstklachten komen vaker voor bij kinderartsen (14,1%) danin de algehele populatie met een hoog inkomen (6%).

•Bij negen (2,2%) respondenten zijn er aanwijzingen voor een posttraumatische stressstoornis en 72,7 procent van alle respondenten herkent klachten passend bij een posttraumatische stressstoornis uit een eerdere periode in hun leven. Als er opde afdeling een protocol aanwezig is voor belastende gebeurtenissen, is de gemiddelde score van de TSQ significant lager.

•Als kinderartsen een belastende gebeurtenis meemaken, bespreken de meeste dit informeel met collega’s, of met vrienden en familie of zoeken ze afleiding. Hierbij zoekt 10 procent ook professionele hulp. Van de kinderartsen geeft 21 procent aan nooit geleerd te hebben hoe om te gaan met emoties na een belastende gebeurtenis; 58 procent leerde dit in zijn aios-tijd.

•Ongeveer 60 procent van de kinderartsen vindt de huidige opvang na een belastende gebeurtenis goed; desondanks zegt 34 procent dat er geen protocol is voor deze opvang en weet 40 procent niet of er een dergelijk protocol bestaat.

•Kinderartsen willen na een belastende gebeurtenis het liefst opvang in de vorm van nabespreken in het team, peersupport van directe collega’s of professioneel georganiseerde peer­support.

Worstelen

Onder kinderartsen bestaat grote behoefte aan opvang na een belastende gebeurtenis. Het meest worstelen zij met een gemiste diagnose en kindermishandeling. Meer dan de helft van detraumatische gebeurtenissen die kinderartsen meemakenbestaat echter uit agressie van ouders.

In de literatuur is uitgebreid aandacht besteed aan agressiviteit tegen hulpverleners, maar dit was altijd meer gericht op ambulancepersoneel en eerstelijnshulpverleners en is tot op heden niet specifiek beschreven bij kinderartsen.4 5 Dit is dan ook het eerste onderzoek waaruit dit zo duidelijk naar voren komt. Opvang na een belastende gebeurtenis zal bij kinderartsen dus niet alleen moeten bestaan uit emotionele opvang; er moet ook aandacht zijn voor de agressiviteit die zij ondervinden. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van trainingen o

m beter te leren omgaan met de verbale en fysieke agressiviteit.

Antwoorden uit de enquête

‘De ouders van eenpatiënt bedreigdenmijn eigen kinderen’

‘Als mijn kind nog éénmaal blauw verkleurt, zorg ik dat ú blauw verkleurt’

‘Op de afdeling lag een kindje van ouders met een psychiatrische voorgeschiedenis (AMK was betrokken) die hadden toegegeven hun kind te hebben mishandeld. Ik heb dit gemeld. Daarna lagen er papieren op de kamer van de patiënt waarin stond dat mij iets ging overkomen en die ouders liepen langs het huis van mijn eigen ouders’

‘Ik ben twee keer kortdurend gegijzeld. Eén keer door een wanhopige vader, één keer door een drugsverslaafde vader’

Ik brand het ziekenhuis plat als mijn kind hier iets overkomt’

Minouk van Steijn, anios gynaecologie/verloskunde, AMC, Amsterdam

Gulfidan Yasar, coassistent

prof. dr. Martine de Vries, kinderarts, LUMC, Leiden

dr. Mariëlle van Pampus, gynaecoloog, OLVG, Amsterdam

contact

m.g.vanpampus@olvg.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteurs.

voetnoten

1. Wu AW. Medical error: the second victim. The doctor who makes the mistake needs help too. BMJ 2000; 320 (7237): 726-7.

2. Frank JR, Snell L, Sherbino J, editors. CanMeds 2015 Physician Competency Framework. Ottawa: Royal College of Physicians and Surgeons of Canada 2015.

3. Stramrood C, van Pampus M, Scheepstra K, Baas M. Gynaecologen helpen elkaar na trauma. Medisch Contact 2016; 41: 16.

4. van der Velden PG, Bosmans MW, van der Meulen E. Predictors of workplace violence among ambulance personnel: a longitudinal study. Nurs Open 2016; 3 (2): 90-8.

5. Vorderwulbecke F, Feistle M, Mehring M, Schneider A, Linde K. Aggression and violence against primary care physicians-a nationwide questionnaire survey. Dtsch Arztebl Int 2015; 112 (10): 159-65.


Reactie Nederlandse Vereniging voor ­Kindergeneeskunde

De meeste uitkomsten van het onderzoek hadden we wel ­verwacht, maar dat zo’n hoog percentage kinderartsen te maken heeft gehad met agressie van ouders van patiënten, vinden wij alarmerend. Een veilige werkomgeving is essen­tieel om goede zorg te kunnen leveren, iets waar ook ­kinderartsen zich dagelijks met hart en ziel voor inzetten. We nemen deze uitkomsten dan ook zeer serieus en vragen werkgevers om dat ook te doen. Kinderartsen die advies of ondersteuning nodig hebben, kunnen zich allereerst natuurlijk bij hun werkgever melden. Mocht er daarnaast nog behoefte bestaan aan verdere advisering, dan kunnen ze uiteraard ook contact opnemen met de Nederlandse ­Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) via nvk@nvk.nl.

Károly Illy, voorzitter Nederlandse Vereniging voor ­Kindergeneeskunde

download dit artikel (pdf)

arts & patiënt
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Jan Keppel Hesselink, arts-pijnbehandelaar, Bosch en Duin 25-08-2018 15:23

    "Het is bijzonder relevant om goed over dit probleem na te denken. Agressie tegen artsen door patiënten is het hoogste niveau van het thema hierboven.
    Natuurlijk is het goed dat in de reactie Nederlandse Vereniging voor ­Kindergeneeskunde wegen aangegeven en geëxploreerd worden om te komen advies of ondersteuning van agressief bejegende kinderartsen. Het fenomeen 'agressie tegen dokters' zal ook in een breder kader bekeken dienen te worden.
    Agressie is (menselijk) gedrag dat gericht is op het beschadigen van een ander, om welke reden dan ook. Er zijn twee belangrijke aspecten die het waard zijn om verder bekeken te worden: 1. de mening van de patient in een postmoderne samenleving, en 2. de aanwezigheid van arationaliteit bij het ontstaan van agressie tegen een arts.
    1. In een postmoderne samenleving telt ieders mening even sterk; ondanks de achtergrond en kennis van de arts, meent de patient van de uitspraken van de arts dat het 'ook maar een mening is...'. Dit wordt versterkt doordat iedereen tegenwoordig alles opGoogeld. Al Googelend komt de patient dan snel in contact met allerlei deviante visies op ziekte en gezondheid, pseudo wetenschap en informatie de de relativiteit van onze wetenschappelijke kennis transparant maakt.
    2. Mensen leven niet alleen in een rationele context, maar ook tegelijkertijd in een magische en mythische context. Deze arationele sferen hebben diepe impact op hoe patiënten het handelen van de arts ervaren, veel dieper dan menigeen denkt. De sterke opkomst van de anti-vaxxers, mensen die menen dat je met vaccinatie gif in het lijf brengt, is een voorbeeld van de impact van magisch en mythisch denken op het handelen van de schijnbaar rationele mens.
    Zolang we deze aspecten niet de juiste aandacht geven, kunnen we blijven dweilen met de kraan open. "

  • Anton Maes, huisarts, Dieren 23-08-2018 11:50

    ""42,5 procent aan ooit weleens met agressie op het werk te maken te hebben gehad"..
    Bij agressie aangifte doen. Toch? "een cursus volgen"??...pfff"

  • A.G. Sangster, bedrijfsarts, Nijeveen 22-08-2018 21:03

    "Wat goed dat er aandacht wordt besteed aan dit onderwerp. Wat betreft de agressie van ouders: respect voor welke functie dan ook verdwijnt. Dat is zeer zorgelijk.
    En voor de angst om als arts een diagnose te missen of een verkeerde behandeling in te stellen is ook nog steeds te weinig aandacht. Zeker bij kinderen is dit vaak dramatisch.
    Er zijn nog steeds ziekenhuizen of ziekhuislocaties (buiten poli's) waar geen beveiliging voorhanden is. De portier moet dan zo nodig de politie bellen. Laat dat na dit onderzoek verleden tijd zijn. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.