Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
H. Maassen
6 minuten leestijd

Jong uitgevallen

Plaats een reactie

Veeleisende maatschappij telt steeds meer Wajongers



‘Nederland is ziek’, zei Lubbers, premier in 1990, toen het aantal WAO’ers op 900.000 uitkwam. Na drastische maatregelen daalde het aantal. Nu lijkt er een nieuw probleem: steeds meer jongeren belanden in de Wajong. Zijn zij arbeidsongeschikt of is de beschikbare arbeid ongeschikt voor hen?

Het aantal jongeren dat jaarlijks een beroep doet op de Wajong groeit sterk en is de afgelopen vijf jaar zelfs verdubbeld. De Wajong is de arbeidsongeschiktheidsuitkering voor jongeren onder de 18 die nog nooit hebben gewerkt. Momenteel hebben 170.000 mensen zo’n uitkering.



De stijging heeft in politiek Den Haag de nodige alarmbellen doen rinkelen, want als de trend ongehinderd doorzet, zijn er binnen een paar decennia een half miljoen Wajongers én mogelijk een tweede WAO-drama. De minister van Sociale Zaken is inmiddels met plannen gekomen om het tij te keren (zie kader).



Via jeugdzorg belanden jonge arbeidsongeschikten meestal in het sterk gegroeide speciaal en praktijkonderwijs, dat een soort hofleverancier van Wajong’ers is geworden. Het onderwijssysteem richt zich, zegt ook de minister, te weinig op werk en legt teveel de nadruk op beperkingen in plaats van op wat jongeren wel kunnen. De stijging van het aantal Wajong-uitkeringen is daarmee bij uitstek een vraagstuk op het kruispunt van arbeidsmarktbeleid, onderwijs, jeugdzorg en sociale geneeskunde. 


 


Aangeboren


Niet alles wat er over de Wajong wordt beweerd, klopt. Zo is het wel waar dat 98 procent van de arbeidsongeschikte jongeren een volledige uitkering krijgt, maar ontbreekt in de discussie vaak de nuance dat de wettelijke regels niets anders toelaten. Bovendien wordt een kwart van de jongeren die zich voor een Wajong-uitkering melden, afgewezen.



Ook is er in principe geen verschil tussen de medische beoordeling voor de Wajong of de WIA, zegt Liesbeth Jansen, verzekeringsarts gespecialiseerd in Wajong-beoordelingen, werkzaam bij UWV in Zwolle. ‘We zien uiteraard wat meer aangeboren aandoeningen, zoals verstandelijke handicaps en autistische stoornissen. Maar een andere grote groep wordt ziek tijdens schoolopleiding of studie. Die groep kent allerlei ziektebeelden, waaronder persoonlijkheidsstoornissen.’



Fieke Egberts is beleidsmedewerker bij UWV en nauw betrokken bij de nieuwe plannen van de minister om het Wajong-probleem vlot te trekken. ‘Wij indiceren op diagnose én op bijbehorende beperkingen. Een diagnose op zichzelf is niet genoeg.’ De volgende vraag is ze voor: ‘Ja, ik ken de kritiek, in de trant van: “Akkoord, deze jongeman heeft een verstandelijke beperking, maar qua gedrag is hij gewoon een rotjoch.” Maar zo kijken we niet meer tegen ziekte en gebrek aan. Wij vinden dat zo’n cliënt een medisch probleem heeft. Als een rotjoch namelijk vastloopt, heb je een indicatie voor jeugdpsychiatrisch onderzoek. Dat is geen kwestie van medicaliseren. Juist om dat gevaar te vermijden, heb je de blik van een dokter nodig. Ik zeg ook helemaal niet dat elk rotjoch recht heeft op de Wajong.’



Waanideeën


Wat voor aandoeningen hebben Wajong’ers eigenlijk? De diversiteit blijkt groot, ofschoon zo’n 80 procent onder de noemer ‘psychisch of verstandelijk arbeidsongeschikt’ valt (zie tabel). Gek genoeg betreft het ook niet alleen jongeren.



Een casus: een man, inmiddels vijftig jaar, krijgt sinds de jaren zeventig een bijstandsuitkering. Hij meldt zich bij UWV omdat hij meent alsnog recht te hebben op een Wajong-uitkering. De man lijdt nu aan waanideeën en angsten en heeft schulden. Sinds 1995 leeft hij in een project voor begeleid wonen. Hij heeft zeven jaar lagere school gehad en geen vervolgopleiding afgemaakt. Arbeidsdeskundige en verzekeringsarts van UWV moeten nu in retrospectief bepalen of de man al voor zijn achttiende levensjaar beperkingen ondervond die de kans op reguliere arbeid destijds nihil maakten. Dat betekent speuren in medische en andere dossiers en navraag doen bij behandelende artsen. De verzekeringsarts vraagt de behandelend psychiater naar diens diagnose(n).



Wanneer heeft het ziektebeeld zich voor het eerst gemanifesteerd? En dan is er nog die andere belangrijke vraag: heeft de cliënt sinds zijn zeventiende ooit langere tijd onafgebroken gewerkt? Zo ja, dan zijn z’n kansen op een Wajong-uitkering verkeken. Naspeuringen leveren niets op. Conclusie: er is een duidelijk, ernstig ziektebeeld. Zeer waarschijnlijk kwam dat al tijdens de adolescentie aan het licht. De ‘schoolcarrière’ van de man laat dat ook zien: er is al vroeg een knik. Uiteindelijk is het antwoord op de vraag of hij al voor zijn zeventiende jaar beperkingen had voor reguliere arbeid bevestigend. Hij heeft dus recht op een Wajong-uitkering.



Toch had de slotsom ook anders kunnen zijn: stel dat hij op zijn dertigste was hersteld, of zo stabiel was dat hij enige jaren achtereen had gewerkt. Dan zou, had hij destijds een Wajong-uitkering gehad, die uitkering zijn stopgezet. En zou hij daar dus ook nu geen recht op hebben.



Bijstandskosten


De casus is geen theoretisch geval. Integendeel. In UWV-jargon heet de man een ‘laattijdige’. Hij maakt deel uit van een groeiend leger van mensen die door de sociale diensten van hun gemeenten worden aangespoord de dokter nog maar eens op te zoeken en zich te laten keuren. Momenteel vormen ze naar schatting 14 procent van de totale instroom in de Wajong.



Het motief van de gemeenten is geen geheim: zij draaien nu op voor de bijstandskosten van deze mensen. Fieke Egberts: ‘Ook cliënten zijn beter af met de Wajong: hun uitkering blijft nagenoeg gelijk, maar er is geen partnertoets en ze hoeven niet hun huis of een eventuele erfenis op te eten. Dat maakt deze mensen soms erg verbeten in hun claimgedrag.’



Jansen kwalificeert dit deel van haar werk als ‘spoorzoeken’ en ‘zeer lastig’. ‘Je bent aangewezen op wat behandelende artsen vroeger hebben vastgelegd. We mogen de cliënt daarbij niet het voordeel van de twijfel gunnen.’ ‘Daarom’, zegt ze, ‘ zijn we vooral op zoek naar feitelijk onderbouwde oordelen en niet naar louter interpretaties van behandelende artsen.’ Het blijkt dat het gros van de ‘laattijdigen’ vooral psychiatrische problemen heeft, zoals schizofrenie of een ernstige borderlinestoornis.



Die laatste categorie valt ook op in de top 30 van diagnosen die tot een Wajong-uitkering leiden (zie tabel): bijna 6 procent van het totaal.


Maar borderline op zo’n jonge leeftijd, dat bestaat toch niet? Egberts: ‘Het gaat om borderliners in wording. We hebben bij de uitvoering van  dossieronderzoek besloten om cliënten die alle kenmerken hebben van een borderline persoonlijkheidsstoornis ook als zodanig te registreren. En pas op: onder de borderliners zit ook een groep die wat ouder is en tijdens hun studie uitvallen. Dan zijn ze wel oud genoeg voor de diagnose.’



Modediagnose


Ook opmerkelijk  is dat de ‘modediagnose’ ADHD slechts bescheiden bijdraagt aan het totaal. Het aandeel ‘stoornissen in het autistisch spectrum’ is daarentegen wel betrekkelijk hoog: ongeveer 11 procent van het totaal.



Een modediagnose? Egberts: ‘Klassiek autisme is altijd een onderdeel van verstandelijke beperking geweest. Ik was me vroeger niet eens echt bewust van het verschil. De toename die we de laatste jaren zien zit hem vooral in PDD-NOS en het aspergersyndroom. Dat is verklaarbaar: deze mensen deden vroeger alleen de boekhouding of hadden een  puur technisch beroep. Nu moeten ze ook klantcontacten onderhouden, en dat kunnen ze niet. Vergeet niet dat autisme een pervasieve aandoening is, die doordringt in alle aspecten van het dagelijkse leven, van tandenpoetsen tot omgaan met je collega’s.’



Waarmee we zijn aangeland bij de belangrijkste verklaring voor de gestage Wajong-aanwas. Egberts en Jansen constateren beiden dat  arbeidsmarkt en maatschappij niet eenvoudiger zijn geworden. ‘Er zijn’, zegt Egberts, ‘lossere regels en meer ongeschreven codes.’ Kinderen met een lichte verstandelijke handicap gaan naar het speciaal onderwijs en niet meer naar het VMBO. Ze krijgen daardoor geen startkwalificaties.



De ooit bijna vanzelfsprekende overgang tussen stage en een misschien reguliere baan bestaat niet meer. Egberts: ‘Schoonmaken, vakkenvullen, helpen op de linnenkamer van een bejaardentehuis: dat soort banen verdwijnen. Want de was wordt buiten de deur gedaan of de functie-eisen zijn opgeschroefd. Anders gezegd: deze jongeren kunnen wel werken, maar zonder coaching of aanpassingen redden ze het niet in de maatschappij.’ Van de categorieën ‘zeer licht verstandelijk beperkt’ (IQ 70-85) en ‘licht verstandelijk beperkt’ (IQ 50-70, voorheen ‘zwakbegaafd’) kwam de eerste niet of nauwelijks aan de poort van de verzekeringsarts. ‘Die groep zien we nu groeien.’



Debat


De Wajong hoort een vangnet te zijn, zegt Fieke Egberts: ‘Het laagste punt van de samenleving.’ ‘Hoeveel mensen horen daar eigenlijk? Daarover zou het debat moeten gaan.’ Liesbeth Jansen vindt dat een goed systeem nodig blijft om deze jongeren op te vangen. ‘Ik zie op mijn spreekuur jongeren met een forse beperking. Wil je ze aan het werk krijgen, dan moet je veel uit de kast halen.’



In de nieuwe opzet van de Wajong kunnen jongeren intensieve jobcoaching en werkplek­aanpassing krijgen (zie kader op blz. 1117). Verder komt er rond het 27ste levensjaar voor de meeste van hen een tweede sociaal-medisch beoordelingsmoment ‘Omdat we’, legt Egberts uit, ‘rekening willen houden met de maturity gap: net als iedereen maken ook veel van deze jongeren een rijpingsproces door. Ondanks hun verstandelijke handicap of autistische spectrumstoornis kunnen ze zodanig doorgroeien, dat ze in de loop der tijd meer mogelijkheden krijgen.’  



Henk Maassen



Beeld: Joost van den Broek, HH





Link:


verstandelijk gehandicapten verstandelijke handicaps autisme
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.