Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Laura Batstra
05 juni 2013 7 minuten leestijd

Jong gedrag vaak verward met ADHD

4 reacties

Vroege leerlingen zijn jonger dan hun klasgenootjes en gedragen zich daar ook dikwijls naar. Maar professionals zien dit gedrag nogal eens aan voor ADHD, met alle schadelijke gevolgen van dien. Sociaal wetenschappers maken zich zorgen.

Dat relatief jong zijn in een klas het risico op een aantal ongunstige uitkomsten vergroot, is al langer bekend. Zo toonde Doornbos al in 1971 aan dat vroege leerlingen vaker bleven zitten en vaker doorverwezen werden naar het speciaal onderwijs dan hun wat oudere klasgenoten.1 Recenter onderzoek laat zien dat vroege leerlingen slechter dan late leerlingen presteren op het gebied van rekenen en taal en vaker gediagnosticeerd worden met specifieke leerproblemen.2-5 Onlangs verschenen maar liefst vier grootschalige studies uit verschillende landen waaruit een sterk verband bleek tussen geboortemaand en de kans op een diagnose ADHD en/of ADHD-medicatiegebruik.2 Kennelijk verwarren leerkrachten en andere professionals het relatief jonge gedrag van vroege leerlingen met ADHD.

Zo geeft Elder aan dat de jongste kinderen in een klas een twee keer zo grote kans hebben op de diagnose ADHD dan late of gemiddelde leerlingen.6 In het onderzoek van Morrow komen soortgelijke onderzoeksresultaten naar voren.7 Zoëga vond 50 procent meer kans op ADHD-medicatiegebruik in de groep jongste leerlingen in vergelijking met de oudste leerlingen.2 Evans en collega’s stellen dat er mogelijk meer dan één miljoen kinderen in Amerika op basis van hun jonge gedrag foutief gediagnosticeerd zijn met ADHD. Bovendien zouden 800.000 kinderen medicatie slikken die op basis van jong gedrag wordt gegeven en niet op basis van een juiste ADHD-diagnose.8

Polsstok
Bovengenoemde studies zijn grootschalige studies van tienduizenden kinderen in de algemene populatie. Kinderpsychiater professor Joseph Biederman en collega’s onderzochten in een klinische populatie van duizend kinderen met een psychiatrische diagnose of een hoog risico op psychiatrische problematiek, het verband tussen geboortemaand en de kans op een diagnose ADHD.9 Zij vonden in deze studie geen verschil in het aantal ADHD-diagnoses van vroege versus late leerlingen. Op basis hiervan concludeert Biederman dat ADHD-gedragingen van een kind niet moeten worden toegeschreven aan iets als jonge leeftijd, maar dat een diagnose ADHD altijd ‘suspected and considered’ moet worden.

De auteurs springen met hun conclusie verder dan de polsstok lang is door hun bevinding in een klinisch cohort te generaliseren naar de gehele populatie. Bovendien zijn onderzoeksresultaten van Joseph Biederman zeer verdacht sinds hij veroordeeld is voor onder meer het beloven van studieresultaten aan een hem goed betalend farmaceutisch bedrijf.10-12

Nuchtere Nederland
Uit de literatuur blijkt dus een sterk verband tussen geboortemaand en de kans op een diagnose ADHD en ADHD-medicatiegebruik. Dit is een zorgelijke situatie, vooral gezien het feit dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over de langetermijngevolgen van methylfenidaat.13-15

Geldt het verband tussen geboortemaand en de kans op een diagnose ADHD of medicatiegebruik ook in ons nuchtere Nederland? Om dat te onderzoeken hebben we een aantal huisartsen in de provincie Groningen gevraagd twee anonieme gegevens uit hun patiënten-bestand voor ons te selecteren, namelijk de geboortedatum van alle kinderen tussen de 5 en 12 jaar oud en of ze wel of niet ADHD-medicatie (methylfenidaat) voorgeschreven hadden gekregen. Tien huisartsen leverden ons de gegevens van 2218 kinderen met betrekking tot de geboortedatum en het gebruik van methylfenidaat. Hoewel dit zeker in vergelijking met de hierboven genoemde buitenlandse studies een relatief kleine onderzoeksgroep is, hoopten we toch voorzichtig iets te kunnen zeggen over de relatieve kans van Groningse vroege leerlingen op het voorgeschreven krijgen van ADHD-medicatie.

Zomerkinderen en winterkinderen
Van de 2218 kinderen kreeg 3,8 procent methylfenidaat voorgeschreven. We onderzochten het verband tussen geboortemaand en het gebruik van ADHD-medicatie op verschillende manieren. Ten eerste door te kijken in hoeverre geboortemaand een significant voorspellende variabele is voor wel of niet methylfenidaatgebruik. Hieruit bleek dat de kans op methylfenidaatgebruik significant toeneemt met elke maand die een kind jonger is in de klas. Om het nog concreter te maken hebben we ook twee groepen met elkaar vergeleken, te weten: de ‘zomerkinderen’ (vroege leerlingen, geboren in juli/augustus/september) en de ‘winterkinderen’ (late leerlingen, geboren in januari/februari/maart). We kozen voor deze groepen omdat het onduidelijk is welke grens scholen gebruiken bij het laten overgaan van leerlingen naar groep 3. Tot 1985 lag die grens bij 1 oktober, en bleven kinderen die na 1 oktober geboren waren dus bijna een jaar extra in de kleuterklas. Die grens is in 1985 officieel afgeschaft; de nieuwe grens werd toen 1 januari. Er zijn echter aanwijzingen dat de grens van 1 oktober in de praktijk nog vaak gehanteerd wordt.16-18 Omdat het beleid hieromtrent per school waarschijnlijk verschilt, hebben wij de twijfelgevallen – kinderen geboren in oktober, november of december – uit de groepsgewijze vergelijking gelaten.

Van de 582 vroege leerlingen gebruikten er 32 (5,5%) methylfenidaat, van de 555 late leerlingen 15 (2,7%). De vroege leerlingen bleken significant meer kans te hebben op het gebruiken van ADHD-medicatie dan de late leerlingen. We hebben het relatieve risico (RR) berekend om te laten zien hoeveel groter die kans is. Het blijkt dat Groningse vroege leerlingen een 2,03 keer grotere kans hebben op methylfenidaatgebruik dan de late leerlingen.

Even aanzien
Hoewel de onderzoeksgroep klein was, kwam er ook in Groningen een zeer sterk verband naar voren tussen vroege leerling zijn en de vergrote kans om methylfenidaat voorgeschreven te krijgen. Nader onderzoek zal uit moeten wijzen of dit verband voor de rest van Nederland ook geldt. Voor nu kan het advies aan leerkrachten en professionals in de geestelijke gezondheidszorg vast zijn om bij vermoedens van ADHD aandacht te besteden aan de geboortemaand van een kind. Dit geldt vooral wanneer de suggestie van ADHD voornamelijk van school uit komt, hetgeen in verreweg de meeste gevallen zo is.19 Als leerkrachten en ggz-professionals zich meer bewust zijn van het feit dat de jongste en de oudste leerling in een klas bijna een jaar in leeftijd en ontwikkeling verschillen, zullen ze misschien eerder geneigd zijn om druk en ongeconcentreerd gedrag van relatief jonge kinderen ‘even aan te zien’. Een paar maanden tijd kan een aantal van deze kinderen mogelijk een psychiatrische diagnose en medicamenteuze behandeling besparen.


drs. Elsbeth Krabbe, orthopedagoog bij de Ambelt in Zwolle

dr. Laura Batstra, psycholoog en universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen

dr. Marc Conradi, socioloog en extern adviseur bij ELANN/ROS Groningen

prof. dr. SipJan Pijl, orthopedagoog en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen


contact:
l.batstra@rug.nl; cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld


De studie in Groningen is mede mogelijk gemaakt door ELANN/ROS Groningen.



Zie ook

Voetnoten

1. Doornbos K. Geboortemaand en schoolsucces. Groningen: Wolters-Noordhoff. 1971.
2. Zoega H, Valdimarsdóttir UA, Hernández-Diaz S. Age, Academic, Performance, and Stimulant Prescribing for ADHD: A Nationwide Cohort Study. Pediatrics. 2012; 130(6),1012-8. doi:10.1542.peds.2012-0689.
3. Sharp C, Hutchison D, Whetton C. How do season of birth and length of schooling affect children’s attainment at key stage 1? Educational Research. 1994; 36, 107-121.
4. Verachtert P, Van Damme J, Onghena P, Ghesquière P. A seasonal perspective on school effectiveness: Evidence from a Flemish longitudinal study in kindergarten and first grade. School Effectiveness and School Improvement. 2009; 20, 215-233. doi: 10.1080/09243450902883896.
5. Martin RP, Foels P, Clanton G, Moon K. Season of birth is related to child retention rates, achievement, and rate of diagnosis of specific LD. Journal of Learning Disabilities. 2004; 37, 307-317.
6. Elder TE. The importance of relative standards in ADHD diagnoses: Evidence based on exact birth dates. Journal of Health Economics. 2010; 29,641–656.
7. Morrow RL, Garland J, Wright JM, Maclure M, Taylor S, Dormuth CR. Influence of relative age on diagnosis and treatment of attention-deficit/hyperactivity disorder in children. CMAJ. 2012; doi:10.1503/cmaj .111619.
8. Evans WN, Morrill MS, Parente ST. Measuring inappropriate medical diagnosis and treatment in survey data: The case of ADHD among school-age children. Journal of Health Economics. 2010; 29, 657–673.
9. Biederman J, Petty CR, ried R, Woodworth KY, Faraone SV. Is the diagnosis of ADHD influenced by time of entry to school? An examination of clinical, familial, and functional correlates in children at early and late entry points. Journal of Attention Disorders. 2012 May 24. [Epub ahead of print]
10. Brief senator Grassly met attachments van Biederman’s documenten, openbaar via de de Wall Styreet Journal Website  http://s.wsj.net/public/resources/documents/WSJ-Major_Protocol_Violation_Letters032009.pdf  (p63 voor de slide van Biederman’s powerpoint mbt Risperdal) (gezien op 11 april 2013)
11. In Amerika publiceerde o.a. de New York Times over de misstappen van Biederman http://www.nytimes.com/2009/03/20/us/20psych.html?_r=0  (gezien op 11 april)
12. In Nederland werd de casus Biederman door Joop Bouma besproken in het dagblad Trouw http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1124499/2009/04/01/De-wankelende-god-Joseph-Biederman.dhtml  (gezien op 11 april 2013)
13. Bolt T, de Goei L. Kinderen van hun tijd: zestig jaar kinder en jeugdpsychiatrie in Nederland 1948-2008. Assen: Van Gorcum. 2008.
14. Hechtman L, Greenfield B. Long-term use of stimulants in children with Attention Deficit Hyperactivity Disorder; safety, efficacy and long-term outcome. Pediatric Drugs. 2003; 5, 787–794.
15. Nieweg EH, Batstra L. Medicamenteuze behandeling van ADHD bij kinderen en adolescenten. Geneesmiddelenbulletin. 2012; 46(11), 121-129.
http://jad.sagepub.com/content/early/2012/05/23/1087054712445061
16. 5010 voor ouders over onderwijs. (2012, 1 oktober). Kleuters en de 1-oktober-grens. [persbericht]. Opgevraagd d.d. 23-03-2013 van:
http://www.5010vooroudersoveronderwijs.nl/page/kleuters-en-de-1-oktober-grens
17. Meuwissen, V. (2012, 29 mei). Langer kleuteren en groep 0. Opgevraagd d.d. 23-03-2013 van: http://www.nko.nl/nko/uitgelicht/langer-kleuteren-en-groep-0
18. Onderwijsinspectie. Wie bepaalt of een kind overgaat naar groep 3? [vraag en antwoord]. Opgevraagd d.d. 23-03-2013 van:
http://www.onderwijsinspectie.nl/actueel/vraagantwoord
19. Sax L, Kautz KJ. Who First Suggests the Diagnosis of Attention Deficit/ Hyperactivity Disorder? Annals of Family Medicine. 2003; 1(3), 171-174.

<b>Download dit artikel (PDF)</b>
ouderen adhd
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • A.J.R. van der Leij, huisarts, DEN DOLDER Nederland 26-08-2014 02:00

    "Echt belangrijk nieuws. Vooral ook voor de huisarts die met vragen van ouders komen. Het bekende huisartsen adagium dat het soms beter is om af te wachten is hier wel extra actueel!"

  • H.S.E. Funcke, arts M&amp;G/ jeugdarts, VALKENSWAARD 19-07-2013 02:00

    "Als jeugdarts kom ik veel in aanraking met jonge kinderen die zich gedragen zoals jonge kinderen horen te doen. Dus speels en niet als leerder. Maar sinds enige jaren moeten deze kinderen vaak al als 4- of net 5-jarige voldoen aan allerlei verplichte vaardigheden om mee te komen op school. Voor je in groep 3 komt moet het halve alfabet bijvoorbeeld al gekend zijn. Nu de grens van 1 oktober steeds minder wordt gehanteerd als datum voor overgang naar groep 3, worden kleuters vaak veel te vroeg naar groep 3 gestuurd. Het is dan niet verwonderlijk als zij hun aandacht niet bij alle lessen kunnen houden. Zij vallen dan uit, voldoen niet aan de , niet terechte, verwachtingen en worden door school naar mij gestuurd met de vraag of er sprake is van ADHD. Dat kleuters tijd moeten krijgen om te rijpen is niet meer algemeen bekend op scholen. En dat die rijping ook per kind verschilt is onbekend.
    Het lijkt er soms op dat de inspectie voor het onderwijs meer let op "objectieve" prestaties van scholen, dan wat scholen doen om de kinderen zich optimaal te laten ontwikkelen met hun individuele mogelijkheden.
    Als je door regelgeving of interpretatie van wetgeving kinderen te vroeg de dingen laat doen waar ze nog niet aan toe zijn dan zul je drukke/jonge kinderen zien die al vroeg in hun leven negatieve ervaringen opdoen omdat van hen prestaties worden gevraagd waar ze nog niet aan toe zijn. "

  • W.J. Duits, Bedrijfsarts, HOUTEN 10-06-2013 02:00

    "Nadenken, logisch beredeneren, kijken naar het kind, luisteren naar het kind, dat zijn m.i. verloren gegane vaardigheden in het onderwijs. Of vaardigheden die worden weggezet als irrelevant, of niet wetenschappelijk onderbouwd genoeg. Leerkrachten worden daar ook ziek van, regelmatig krijg ik ze in het spreekuur als ze weer afgebrand zijn geraakt door regeldruk en andere bijkomstigheden. Krijgen groepleerkrachten nog wel de gelegenheid om iets "normaal" te vinden? Wordt er niet veel te snel gegrepen naar allerlei hulp, met alle gevolgen van dien? Als een kind eenmaal het dwaalspoor van protocollen en richtlijnen is ingemanoeuvreerd dan kom het daar vaak alleen maar slechter vanaf.
    Geef groepsleerkrachten weer gewoon de kans om te kijken en te luisteren naar de kinderen, vertrouw op hun vaardigheden en ervaring. Houdt orthopedagogen en m.n. psychologen weg van die kinderen, wat weten zij van didactiek en van het normale kind in de klas. Zelfs dyslexie een leerstoornis, moet worden behandeld door psychologen, mensen die geen idee hebben van wat er op een school gebeurd, die geen idee hebben van didactiek. Schoenmaker blijf bij je leest en kijk eerst eens of een afwijking echt niet als normaal is weg te zetten."

  • M. Vasbinder, médico familiar y comunitario, 03725 TEULADA ALIC Spain 10-06-2013 02:00

    "Hier ben ik nu heel blij mee en vooral omdat het uit de hoek van diagnostici op dit gebied komt. De diagnose ADHD wordt al jaren lang te veel gesteld door door hysterie bevangen leerkrachten, psychologen en psychiaters. Beter hen eerst te behandelen. Het Bolderkar schandaal valt er bij in het niet. Miljoenen kinderen, waaronder hele intelligente, zijn voor het leven getekend en inderdaad: Wat zijn de lange termijn effecten van alle gifstoffen die hen zijn toegediend. Zo sleept de geneeskunde/psychiatrie zich voort van schandaal naar schandaal en wordt er kennelijk nooit iets geleerd. Dat is ook logisch, omdat er van betaling van leergeld nooit sprake is. Misschien iets om over na te denken."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.