Inloggen
Laatste nieuws
interview

‘Je wilt er vooral lering uit trekken’

Volgens Jan Kluytmans was een week later op slot een grote ramp geworden

2 reacties
Ed van Rijswijk
Ed van Rijswijk

Arts-microbioloog Jan Kluytmans blikt terug op de aanpak van de coronapandemie. ‘Toen Rutte zei: ik doe wat het OMT zegt, dacht ik: nu zijn we verkeerd bezig.’ En over de vele bedreigingen aan zijn adres: ‘Mijn huid werd dikker dan ik wilde.’

Evalueren van de coronacrisis, zoals dat gebeurt door de Onderzoeks­raad voor Veilig­heid (OVV) en straks met een parlementaire enquête is een goede zaak. Maar doe dat niet in een ‘afrekensfeer’, bezweert Jan Kluytmans, arts-microbioloog, hoogleraar epidemio­logie van zorggerelateerde infecties en lid van het Outbreak Management Team (OMT). ‘Als opleider is mijn regel: wees superkritisch, maar positief in je feedback. Je wilt er vooral lering uit trekken en zorgen dat het een volgende keer beter gaat.’

Hij weet hoe het is om persoonlijk aan­­gevallen te worden. Kluytmans was zeker in de eerste fase van de pandemie geregeld te zien en te horen in de media. Maar inmiddels heeft hij zich teruggetrokken van Twitter en is hij nog maar mondjesmaat te gast in talkshows. Dreigementen en laster waren schering en inslag voor hem en andere OMT-leden. Terugkijkend: ‘Ik heb gemerkt dat alles wat je doet of zegt een ontzettend grote impact heeft.’ Van lieverlee ontwikkelde hij een dikke huid voor al die negatieve reacties: ‘Dikker dan ik soms had willen hebben. Je verliest je onbevangenheid. En dat onbevangene is een groot goed, zeker voor een wetenschapper en zeker in tijden van crisis.’

Tendentieus verhaal

Niet dat kritiek niet scherp mag zijn – mits goed en feitelijk onderbouwd. Maar dat ging in de journalistiek niet altijd goed, vindt hij. Zo kwam Follow the Money eind 2020 met onderzoek waaruit bleek dat vrijgevestigde artsen zoals Kluytmans veel verdienden aan de pandemie met de verwerking van de tests. ‘Op zich klopt dat, maar toch vond ik het een tendentieus verhaal: de indruk werd gewekt dat het niet transparant zou zijn. Maar als je weet hoe het in de zorg werkt, is het echt geen geheim dat in de perifere ziekenhuizen veelal vrijgevestigde specialisten werken: extra verrichtingen betekenen gewoon meer verdiensten. Het zit zo: publieke gezondheid was altijd een deel van ons werk in het lab (Microvida, onder andere gevestigd in ziekenhuis Amphia, Breda, red.). Denk vooral aan de diagnostiek van geslachtsziekten en dat ging niet om heel grote bedragen. Daar kregen we steeds 19 procent van, dat was al zo toen ik in 1995 begon. Daar kwam nu coronadiagnostiek bij en dat leidde ineens tot heel hoge inkomsten voor het lab, en dus ook voor het ziekenhuis en de daaraan verbonden medisch specialisten.’

Voor zichzelf was hij er snel uit: ‘Ik wilde niet disproportioneel verdienen aan de effecten van de pandemie.’ In zijn antwoord aan Follow the Money schreef hij dat voor hem de ontvangsten vanuit de maatschap in 2019 maatgevend zouden zijn voor die van 2020. ‘Als dat in 2020 hoger uitvalt zal ik het boventallige aan de openbare gezondheidszorg ten goede laten komen.’

‘We kozen voor zoveel mogelijk schade beperken en wachten op een vaccin’

Reconstructie

De zaak komt aan bod in het zojuist verschenen Virus. Jan Kluytmans - Wetenschapper in crisistijd, waarmee Roy Ferwerda een journalistieke reconstructie maakte van de coronacrisis (tot halverwege 2021) door de ogen van Kluytmans. Het boek is vooral bedoeld om terug te gaan in de tijd en naar de context waarin toen gehandeld moest worden. ‘Kijken dus met de kennis van toen. Hoe zaten we in de wedstrijd?’, aldus Kluytmans. Zo laat het mooi zien dat hem, ondanks de vaak niet goed te duiden, gefilterde informatie uit China, al vrij snel een unheimisch gevoel bekroop. ‘Zeker toen begin maart uit testen bleek dat zorgmedewerkers in ons ziekenhuis, die niet in Italië, de grote brandhaard in Europa, waren geweest toch besmet waren. Een week later bleek het helemaal mis in Bernhoven.’ De dagen tot het moment dat het land in lockdown ging, waren professioneel gezien de moeilijkste in zijn leven, zegt hij. ‘Als we een week later op slot waren gegaan, dan was de ramp niet te overzien geweest. Het aantal besmettingen verdubbelde tweemaal per week, en niemand had immuniteit.’

Premier Rutte repte in zijn rede van 16 maart 2020 van het gecontroleerd opbouwen van groepsimmuniteit. Dat was geen goed idee, waar kwam dat vandaan?

‘Ik weet het niet, maar mijn mond viel open. Daar hadden we als OMT nooit voor gekozen. Dan zouden er zeer veel doden vallen. We kozen voor zoveel mogelijk schade beperken en wachten op een vaccin. Waar Rutte op doelde, was de Zweedse strategie: gedoseerd naar groeps­immuniteit. Vanzelfsprekend was dat in het OMT besproken, omdat dat het natuurlijke verloop van een infectieziekte is, maar de gevolgen waren zo immens dat dit nooit serieus overwogen is. Het Zweedse model ging ervan uit dat je de pijn toch een keer moest pakken, maar dan wel met de onzekerheid of het bij die pijn blijft. Te riskant vonden wij.’

De OVV stelt dat de communicatie richting het publiek in de eerste maanden van de crisis haperde. Verberg je onzekerheid niet, maar bereid je voor op verschillende scenario’s en neem dat mee in de communicatie naar de bevolking.

‘In het allereerste begin is het lang als een “griepje” geduid en dat was naar mijn inschatting echt niet in overeenstemming met de gegevens die er toen waren. Maar al snel werd de ernst ingezien. Volgens mij is toen die onzekerheid wel gecommuniceerd. Rutte heeft bijvoorbeeld gezegd: “met 50 procent van de kennis moeten we 100 procent van de beslissingen nemen”. Maar of de onzekerheid voldoende duidelijk is overgebracht, durf ik niet te zeggen.’

Hoe onafhankelijk was (en is) het OMT?

Ik heb me altijd onafhankelijk en vrij gevoeld. Vergaderingen zijn vertrouwelijk, we kunnen gevraagd en ongevraagd advies geven. Even heeft het geschuurd in het najaar van 2020. Het OMT kwam toen na het Catshuisoverleg bijeen, en daarom leek het alsof in dat overleg de adviezen van het OMT werden bepaald. Dat gaf toen enige reuring en die volgorde hebben we omgedraaid. Bestrijding van dit virus gaat vooral over epidemiologie en preventie. Je moet niet alleen de theorie kennen, maar ook de praktijk. Dat zijn competenties waarover maar een beperkt aantal mensen in Nederland beschikt. Die zijn veelal werkzaam in of anderszins betrokken bij de zorg. Mensen die totaal onafhankelijk zijn hebben die expertise niet, vrees ik.’

Had het OMT niet te veel een verantwoordelijke in plaats van een adviserende rol, zoals het OVV concludeert?

‘Toen Rutte zei: ik doe wat het OMT zegt, dacht ik: nu zijn we verkeerd bezig. Minister Kuipers maakt de adviesaanvraag nu bekend voordat die bij het OMT ligt. Dat is beter. En dat betekent dus niet dat het OMT mag tekenen bij het kruisje. Ik heb voorheen in vele OMT’s gezeten: over de Mexicaanse griep, ebola, een uitbraak met resistente bacteriën in een verpleeghuis. Die waren met een paar vergaderingen klaar en dat werkte heel goed. Tijdens deze crisis hadden we twee jaar lang bijna wekelijks een OMT-overleg. Je kunt je afvragen of dat bij zo’n langdurige en ingrijpende situatie de meest ideale werkwijze is.’

Jan Kluytmans (1962) volgde zijn medische opleiding en specialisatie in medische microbiologie aan de Erasmus Universiteit. Hij houdt zich vooral bezig met de epidemiologie en bestrijding van ziekenhuis­infecties en antimicrobiële resistentie. In 2006 werd hij benoemd tot hoogleraar medische microbiologie en infectie­bestrijding aan het VUmc. In 2017 volgde zijn benoeming tot hoogleraar epidemio­logie van zorggerelateerde infecties aan het UMC Utrecht.

Tot juli 2021 werkte Kluytmans tevens in ziekenhuis Amphia in Breda/Oosterhout en het St. Elisabeth Ziekenhuis en TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg als consulent-microbioloog.

Sinds oktober 2021 is hij hoofd van de afdeling Medische Microbiologie van het UMC Utrecht.

Jan Kluytmans is getrouwd en heeft twee dochters.

Nog een punt van kritiek: de adviezen waren te ‘medisch’, en hielden te weinig rekening met maatschappelijke gevolgen.

‘Het OMT heeft als opdracht om primair naar de medische aspecten te kijken. Als we in het OMT ook dat maatschappelijke aspect hadden meegenomen, dan was er waarschijnlijk geen advies meer gekomen. Wij konden steeds afgaan op de “meterstanden”, zoals de R-waarde. Maatschappelijke gevolgen, maar ook die op het gebied van de ggz bijvoorbeeld, zijn vaak processen met een lange termijn, daar heb je niet elke week een meterstand van. Dat maakt het dus ook veel moeilijker om daar in directe zin op te sturen. Die input moet dus van anderen komen en in de uiteindelijke besluitvorming worden meegenomen.’

Was de rol van het OMT goed afgeschermd van andere raadgevende clubs, zoals de Gezondheidsraad?

‘Het OMT heeft zich volledig afzijdig moeten houden van vaccinaties. Dat vond ik niet altijd wenselijk. Goedkeuren van een vaccin – waarbij wordt gelet op veiligheid en werkzaamheid – is inderdaad de taak van de Gezondheidsraad. Maar de strategische inzet van vaccins moet je verbinden met het OMT-advies: het is immers onderdeel van je bestrijdingsbeleid. Wanneer moet je boosteren bijvoorbeeld? Daar is wel over gesproken, maar de aanpak is niet gewijzigd.’

De bescherming van kwetsbare ouderen binnen verpleeghuizen kreeg gedurende de eerste golf te weinig aandacht, ook van het OMT: beschermingsmiddelen waren er vooral voor ziekenhuizen en de acute zorg en niet voor de verpleeghuizen. De OVV spreekt van een ‘stille ramp’.

‘Er is een hoge rekening betaald. Daar zijn dingen echt niet goed gegaan. Hebben mensen zich niet laten horen of zijn ze niet gehoord? Ik weet het niet. Het signaal is in ieder geval niet doorgekomen. Bij verpleeghuizen waarbij ik betrokken was, heb ik toen navraag gedaan en die hadden de zaken best goed onder controle, maar dat was elders kennelijk niet het geval. In algemene zin was er onvoldoende bekendheid in de ouderengeneeskunde met de structuur van de infectieziektebestrijding. Mijn ervaring met de ouderenzorg is dat men infectiepreventie lastig vindt en dat is het ook. Het moet in je haarvaten zitten. Bij een flinke influenza-epidemie gingen er in het verleden ook best veel mensen dood in de verpleeghuizen. Een deel daarvan is vermijdbaar. Er zijn veel inspectierapporten die wijzen op een grote heterogeniteit in kwaliteit als het gaat om infectiepreventie in verpleeghuizen. Sommige hadden het als prioriteit en deden het echt heel goed, maar dat was lang niet overal het geval. Als er een pandemie komt met zo’n super­besmettelijk virus en je hebt dit niet goed in je organisatie geborgd, dan ben je kansloos.’

‘Je kunt overwegen om structureel meer thuis te werken’

Steeds weer lieten zich kritische collega’s horen. Uw collega en vriend Alexander Friedrich van het UMC Groningen bijvoorbeeld, die al snel pleitte voor het routinematig testen van zorgmedewerkers. Of het Red Team, dat met alternatieve strategieën kwam.

‘Met Alex ben ik daar heel goed uitgekomen. Ik was het op zich met hem eens, maar zijn voorstel was op dat moment onhaalbaar. Ons lab was zoals dat heet een opschalingslab, net als het lab van Alex Friedrich. Daar zijn er tien van in Nederland. Friedrich en ik konden daardoor heel snel testen, maar niet iedereen was in de gelegenheid om dat op dat moment voor elkaar te krijgen. Anderen dan verwijten dat ze het niet goed aanpakken, creëert wantrouwen en polariseert. En juist die polarisatie heeft me van meet af aan verontrust. We hoeven het ook niet altijd eens te zijn. Ik ga met iedereen het gesprek aan, behalve met virusontkenners. Maar liever niet in het publieke domein – ik geef de voorkeur aan een gepaste setting, dus bijvoorbeeld op een wetenschappelijk congres. Dat iedereen maar aan die talkshowtafels aanschoof en het met elkaar oneens was, inclusief ikzelf, vond ik op zeker moment niet meer bijdragend. Het maakte het voor de burger ook volstrekt onduidelijk hoe het nou precies zat. Daarom heb je mij daar niet meer gezien. Ook al omdat wetenschappers, ikzelf incluis, werden bedreigd en belasterd, en niet zo’n beetje. Zelfs door mensen met een medische achtergrond.’

Wat was de impact op uw vakgebied van die onwaarschijnlijk grote publicatiedrift, vooral in de vorm van preprints?

‘Voor een deel staat het vak stil. Neem antibioticaresistentie, een van mijn onderzoeksgebieden: ik heb in de afgelopen jaren maar één internationaal project kunnen starten. Iedereen was volledig in beslag genomen door covid-19. Je merkt ook dat wetenschappers uit allerlei andere disciplines onderzoek naar covid-19 opzetten, omdat er snel en relatief makkelijk geld te verdelen valt. Het kaf is in al die preprints dan ook niet altijd makkelijk te scheiden van het koren. Daarom hebben we soms misschien wat veel op Nederlands onderzoek gevaren, omdat je dan meer weet had van de kwaliteit. De groep van viroloog Marion Koopmans deelde bijvoorbeeld zeer snel gegevens: die werden ons al voorgelegd voordat ze op de preprintsite stonden. Zelf ben ik initiatiefnemer geweest van zelftesten; in no time hebben we een goede studie gedaan waarmee we aantoonden dat die tests best goed werken. Nu zijn ze zo’n beetje de standaard voor het testbeleid geworden. Er is inmiddels een mooie onderzoekslijn in Nederland waaraan diverse centra, onder aanvoering van het UMC Utrecht, deelnemen, waarmee we nagaan hoe goed die tests het doen bij varianten zoals omikron en met andere afnamemethoden.’

Bij een volgende pandemie of langdurige gezondheidscrisis moet de crisisstructuur anders, zo adviseert de OVV. Mee eens?

‘Ik ben in normale omstandigheden een groot voorstander van regionale aanpak. Maar je moet tijdens zo’n diepe crisis centraal kunnen aansturen. Dus dat kan anders en beter. Ik denk overigens dat we als maatschappij wel wat weerbaarder kunnen zijn tegen infectieziekten. Je kunt overwegen om structureel meer thuis te werken – is ook goed voor het milieu en de werk-privébalans – en mondmaskers te dragen in het respiratoire seizoen in bijvoorbeeld het openbaar vervoer. Je ziet het effect: we hebben twee jaar lang bijna geen griep gehad.’

Het leven gaat weer terug naar (bijna) normaal. Juichen we te vroeg?

‘Ik hoop oprecht dat we het ergste achter ons hebben. Maar helemaal zeker zijn we daar niet van. Covid slaat bij veel diersoorten aan. Omikron komt mogelijk van een circulatie in muizen. Dat is nu gunstig gebleken, maar het kan ook gevaarlijker uitpakken. Bereid je er dus in ieder geval op voor dat de pandemie terugkeert. Neem 2G en 3G: dat werkte met name bij de deltavariant. Principieel zag ik veel nadelen, en nu weten we dat het nauwelijks nog voordelen heeft. Dan moet je er dus mee stoppen. Maar het is niet zo dat er niet een moment kan komen dat je opnieuw moet overwegen om het in te zetten.’ 

Virus. Jan Kluytmans - wetenschapper in crisistijd, Roy Ferwerda, Ambo/Anthos, 300 blz., 21,99 euro.

bestellen

Jan Kluytmans was afgelopen week te gast in Medisch Contact, de podcast: 'In het OMT hebben we het nooit over groepsimmuniteit gehad'.
Meer over Jan Kluytmans

interview covid-19
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • J. Vecht

    MDL-arts, Zwolle

    26-02-2022 11:20

    "Je wilt er vooral lering uit trekken". Daar zijn we het zeker over eens. In Nederland leerden we zo niet meer te vertrouwen op ijdele microbiologen, na het vergeten van de ouderen in de eerste golf, de avondklok, en als toppunt deze winter het dri...ngende advies over de "vergis-lockdown".
    Natuurlijk, Kluijtmans c.s kregen ook teveel speelruimte van de politiek maar het eindeloos spelen met maatregelen, het zoveelste optreden in de media en nu weer in Medisch Contact, de onbegrensde ijdelheid, het heeft het vertrouwen in de geneeskunde en haar beoefenaren in ons land geen goed gedaan.

    [Reactie gewijzigd door Vecht, Juda op 26-02-2022 11:23]

  • B.H. Kooistra

    Specialist Ouderengeneeskunde , Almere

    25-02-2022 14:39

    Kluytmans schrijft: “Sommige hadden het als prioriteit en deden het echt heel goed, maar dat was lang niet overal het geval. Als er een pandemie komt met zo’n super­besmettelijk virus en je hebt dit niet goed in je organisatie geborgd, dan ben je kan...sloos.”
    De eerste zin is ws waar. De tweede ws ook. Maar huizen die het best goed op orde hadden zoals wij waren ook “kansloos” want je bent, zeker met demente bewoners, sowieso tamelijk kansloos. En met voldoende testen hadden we kunnen sturen in het cohorteren , en besmet personeel thuislaten. Nu tastten we in het duister en moesten onze locaties sluiten terwijl besmet personeel bleef binnenkomen. Tja.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.