Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
interview

Iva Bicanic: ‘Artsen moeten het web van schuld en schaamte doorzien’

Psycholoog Iva Bicanic behandelt misbruikte kinderen

2 reacties
Ed van Rijswijk
Ed van Rijswijk
In een vierdelige zomerserie portretteert Medisch Contact bijzondere persoonlijkheden uit de medische wereld. In dit nummer een interview met psycholoog Iva Bicanic. Het laatste zomerportret gaat over de bijna afgestudeerde geneeskundestudente Doa Shaikhani, oftewel Dokter Do, en verschijnt in nummer 33-34.

Ze werkt in het Wilhelmina Kinderziekenhuis met kinderen die zijn getraumatiseerd door seksueel geweld. Iva Bicanic wil dat artsen de misbruikcirkel doorbreken door te vragen naar negatieve ervaringen. ‘Het delen met anderen is onderdeel van traumaverwerking.’

> luister ook de podcast Tien minuten met... psycholoog Iva Bicanic

Eerst wilde ze kinderarts worden, en nog tot tien jaar geleden zei ze dat ze alsnog geneeskunde zou gaan studeren als ze de loterij zou winnen. ‘Dat zeg ik nu niet meer. Ik werk in het kinderziekenhuis, dicht bij artsen. Mijn droom is toch deels in vervulling gegaan’, aldus Bicanic. Na haar middelbare school werd ze uitgeloot voor geneeskunde. Ze ging daarom in Leuven medicijnen studeren.

Een jaar later was ze terug in Nederland. Waarom? Als Bicanic die vraag krijgt, staat ze in de deuropening van een spreekkamer in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) van het UMC Utrecht. Het is vijf uur ’s middags en ze moet naar een volgende afspraak. Ze kijkt verbaasd en antwoordt: ‘Van de 101 eerstejaars moesten 99 ermee ophouden. In Leuven worden studenten in juni één keer getentamineerd en wel mondeling. We hadden gefeest al die maanden en dus zakten we.’ In Nederland werd ze het jaar daarop weer uitgeloot en besloot ze bewegingswetenschappen te gaan studeren, gevolgd door psychologie. Ze liep stage bij Francien Lamers-Winkelman, toen hoogleraar kindermishandeling aan de VU. Het was de ‘combinatie van realistisch zijn over de schade van misbruik en tegelijk hoop en perspectief bieden door goede traumabehandeling’, die Bicanic niet meer zou loslaten. Nu is ze hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum van het WKZ en landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld.

Centrum Seksueel Geweld

Iva Bicanic is initiatiefnemer en landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld. Het centrum is een samenwerkingsverband tussen ziekenhuizen, GGD, ggz, politie en Slachtofferhulp Nederland. Het verleent acute hulp binnen een week na een verkrachting of aanranding. In die eerste zeven dagen is de kans op psychisch herstel, het voorkomen van zwangerschap en geslachtsziekten en het veiligstellen van sporen het grootst. Slachtoffers kunnen op zestien plekken in het land, onder meer in ziekenhuizen en GGD’en, terecht. Het centrum is 24 uur per dag bereikbaar.

Iets rustiger aan

Bicanic groeide op in een beschermde omgeving. Haar ouders kwamen begin jaren zeventig uit Kroatië via de Verenigde Staten naar Nederland voor de wetenschappelijke carrière in de natuurkunde van haar vader. Moeder Bicanic, econoom, bleef thuis en bezorgde Iva en haar broertje een warme jeugd. ‘Als ik naar school ging, draaide ik me op de hoek altijd nog even om. Elke dag zwaaide mijn moeder me uit’, vertelt ze. Zelf werkte Bicanic de afgelopen jaren te hard, vindt ze. ‘Tussen 2012 en 2016 was ik naast mijn klinisch werk het Centrum Seksueel Geweld landelijk aan het uitrollen, deed mijn opleiding tot klinisch psycholoog en promoveerde ik. Die inzet was toen nodig om mijn doelen te bereiken.’ Ze heeft een switch gemaakt, zegt ze. ‘De afgelopen twee jaar heb ik geen enkele nacht doorgewerkt, terwijl ik dat in die drukke periode regelmatig deed. Of ik sliep twee uurtjes.’ Haar man – universitair hoofddocent bewegingswetenschappen in het AMC – prikkelde haar om het iets rustiger aan te doen. ‘Collega’s om je heen zullen het niet zeggen, zij zijn enthousiast over je projecten en blij dat je de kar trekt.’ Maar ze gunt iedereen die ‘een beetje de weg kwijt is en om half vier nog mails verstuurt’, dat iemand zegt dat het wat minder mag.

Nu het Centrum Seksueel Geweld staat, breekt de tijd van oogsten aan. Begin juli maakte het centrum bekend dat het aantal meldingen in 2018 met ruim 50 procent was gestegen tot 3200. Maar Bicanic wil meer. Ze wil het maatschappelijke gesprek over seksueel geweld op gang helpen en kennis verspreiden. Ze wil een jaarlijkse check-up voor misbruikte kinderen en victim blaming voorgoed uit de wereld helpen. Welbespraakt is ze, en onderbouwt haar woorden met voorbeelden en cijfers. Eén op de acht vrouwen en één op de vijfentwintig mannen zegt ‘ja’ op de vraag of ze ooit verkracht zijn. 7 procent van de kindermisbruikers is een vrouw, maar bij jongens boven de 16 is een derde van de daders vrouw. En: bijna de helft van de misbruikte kinderen krijgt later opnieuw seksueel misbruik te verduren.

Pardon, de hélft van de misbruikte kinderen?

‘Ja, 48 procent van de misbruikte kinderen gaat weer misbruikt worden. Een kind wordt onder druk gezet om het misbruik geheim te houden, vertelt het aan niemand en krijgt dus geen hulp bij de verwerking. Als gevolg daarvan ontstaan schuldgevoelens, een negatief zelfbeeld en posttraumatische stressstoornis (PTSS). Deze klachten maken het kind kwetsbaar voor een volgende keer. Dat noemen we revictimisatie. Dat is wel het meest trieste van het hele onderwerp.’

‘Achteraf gaan slachtoffers zichzelf veroordelen’

Welke klachten hebben misbruikslachtoffers?

‘Of ze nou een keer zijn misbruikt, meermaals of chronisch, bijna altijd hebben slachtoffers te kampen met schuldgevoelens. Ze steken zichzelf daarmee de dolk in de rug, die verantwoordelijk is voor eetproblemen, automutilatie, sombere gevoelens, suïcidaliteit, angst en stemmingsproblemen, maar ook een laag zelfbeeld. Kinderen denken dat ze slecht, vies en minderwaardig zijn. Vaak praten ze er met niemand over en wordt dat beeld jarenlang niet gecorrigeerd. Mensen lopen vooral vast op hun eigen oordelen over hoe ze hebben gehandeld tijdens het misbruik. Ze hebben meestal niks gedaan, of meegewerkt. Dat moet wel om te overleven, maar achteraf gaan slachtoffers zichzelf veroordelen. Bij jongens is er nog meer schuld en schaamte. De maatschappij vindt dat ze zich tegen misbruik kunnen weren. Maar jongens reageren net zo op seksueel misbruik als vrouwen. Niks doen of meewerken is normaal slachtoffergedrag, ook voor mannen. Een andere reden waarom mannen er niet snel over spreken is de genitale respons. Een op de vijf mannen en vrouwen krijgen verschijnselen van opwinding tijdens een verkrachting, een fysieke reactie die niets zegt over toestemming. De helft van de misbruikte jongens denkt daardoor dat ze homoseksueel zijn. Als een kind er met niemand over spreekt, dan trekt het zijn eigen conclusies. Ongeveer de helft van de kinderen loopt vast.’

‘Van alle soorten trauma geeft seksueel misbruik de grootste kans op PTSS’

Wat bepaalt of mensen vastlopen?

‘Het blijkt vooral de steun van de omgeving te zijn. Het is cruciaal dat slachtoffers serieus genomen worden, in het bijzonder door de ouders. Van alle soorten trauma geeft seksueel misbruik de grootste kans op PTSS. Dat komt omdat seksueel misbruik heel dichtbij komt, veel mensen doodsangst ervaren en ze er niet over praten. Terwijl het delen met anderen onderdeel is van traumaverwerking. Als ik een ongeluk heb met mijn auto, ga ik mensen bellen. Zij gaan mij dan geruststellen: “Het komt wel goed, het is maar blik, we komen naar je toe.” Dan gaat mijn stressniveau naar beneden en begint de verwerking van die ervaring. Maar kinderen vertellen meestal niet over misbruik. Hoe langer het duurt en hoe dichterbij de dader in het eigen netwerk zit, des te langer het duurt voordat het naar buiten komt. In Nederland heeft een op de drie misbruikte mannen en een op de vier misbruikte vrouwen het nooit verteld. De mensen die dat wel doen, doen dat vaak pas als ze volwassen zijn. Slechts 15 procent vertelt het direct na de gebeurtenis. Dat zijn vaak gevallen van stranger rape en date rape. Het is heel anders als je 25 bent en je hebt je hele leven gezond gefunctioneerd met ouders en een vriendenkring die achter je staan en je wordt door een malloot van je fiets getrokken. Dan bel je misschien makkelijker voor hulp. Maar ook die mensen lopen tegen victim blaming – schuldvraagomkering – aan. Waarom fietste je daar? Wat deed je daar alleen? Zulke vragen zijn niet helpend en kunnen schadelijker zijn dan de gebeurtenis zelf.’

Welke rol kunnen artsen spelen?

‘Ik vind het gek dat we anno 2019 zoveel weten over de omvang van seksueel misbruik, over de impact op ziel en lichaam, en vooral het verband tussen negatieve ervaringen in de jeugd en gezondheid, en het toch niet standaard is om ernaar te vragen. Misbruik gaat vaak samen met andere vormen van traumatisering, vooral affectieve verwaarlozing. Een kind krijgt thuis niet de aandacht die hij nodig heeft. Dat maakt een kind ontvankelijk voor de aandacht van anderen. Dat wordt soms van generatie op generatie doorgegeven. Artsen kunnen die cirkel stoppen door ernaar te vragen. Dat is de eerste stap.

Waarom moeten juist artsen daarnaar vragen?

Er is een behoorlijk sterk verband gevonden tussen kinderen die langdurige traumatisering hebben ondergaan en COPD, hartproblemen, diabetes, botbreuken, overgewicht, depressie en suïcidepogingen. Voor een arts is het relevant om te weten welke stress het lichaam van de patiënt heeft moeten verduren toen die nog een ukkepukje was. En als een arts ernaar vraagt, zegt die daarmee dat het bestaat. Dat is een belangrijke boodschap. En wat een arts nu vraagt, kan later nog doorwerken. Er kan een onthulling komen op een ander moment, bij een ander persoon of op een andere plaats. Een medicus kan gewoon vragen naar negatieve ervaringen, die hebben we allemaal. Wees niet bang dat de patiënt het niet aankan. Die mensen zijn ijzersterk, ze hebben dit allemaal overleefd. Vraag eens bij wijze van experimentje een week lang naar negatieve ervaringen, ook aan mannen. Turf bij hoeveel mensen de medische klacht met die ervaringen samenhangt. En denk aan de mensen die niet willen worden aangeraakt. Veel mensen vermijden het bezoek aan een arts, terwijl ze medisch gezien wel zouden moeten gaan. Als een arts ziet dat iemand gespannen is bij lichamelijk contact, dan zou hij kunnen zeggen: “Ik zie dat u spanning heeft.” Misschien zegt iemand: “Ja, dat heb ik altijd al gehad.” Dan kan de arts zeggen: “Vertel me daar alles over.” Daarmee geeft de dokter aan oog te hebben voor wat er speelt op psychisch vlak. Ze hoeven geen therapeut te zijn om dit te signaleren. Artsen kunnen hierover ook bellen met het expertisecentrum. En er is een site die mensen met misbruikervaringen helpt die naar een medisch specialist moeten.’

Huisarts Marieke Dijkzeul beschreef onlangs in een column haar ontreddering toen een jonge vrouw die al jaren in haar praktijk komt, onthulde dat ze vanaf haar 13de door haar ouders was geprostitueerd.

‘Het is niet de tekortkoming van de hulpverlener. Het is vaak de bedoeling van het kind dat misbruik niet naar buiten komt. Als we dat als professionals snappen, maakt dat het ook iets makkelijker te accepteren. Het heeft mij ook geholpen om niet meer te gaan trekken. Als een kind niets meer wil zeggen, vraag ik of ze een jaar later nog eens op bezoek wil komen. Dan houd ik toch een beetje vinger de aan de pols. Afgezien van een soa of een zwangerschap zijn er eigenlijk geen signalen van misbruik. 30 procent van de bewezen misbruikte kinderen laat niks zien. Soms omdat ze niet weten dat ze misbruikt worden, maar ook omdat ze erg hun best doen om de omgeving te laten geloven dat er niks aan de hand is. In plaats van zich blind staren op signalenlijstjes, is het beter als artsen zich verdiepen in de dynamiek en de complexiteit van seksueel misbruik. Als hulpverleners hebben we het web van schuld, schaamte, isolatie, dubbele gevoelens en vervreemding te doorzien waarin slachtoffer en dader gevangen zitten. Dan snap je ook beter waarom het niet de bedoeling is dat het naar buiten komt; voor sommige kinderen betekent het uitkomen van misbruik dat het gezin uit elkaar valt.’

Hoe vergaat het deze kinderen verder in hun leven?

‘Gedurende het leven kunnen de herinneringen een nieuwe lading krijgen en kunnen nieuwe klachten en emoties ontstaan. In de medische wereld krijgen chronische patiënten een jaarlijkse check-up. Ik zou graag willen dat ook kinderen die behandeld zijn na misbruik jaarlijks terugkomen bij de psycholoog en arts. Zo heb ik pas een meisje van 4 behandeld dat door haar oom was misbruikt. De behandeling is klaar. De ouders zeggen dan het liefst tegen mij: “Tot nooit meer ziens.” Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de kans bestaat dat we elkaar terugzien. Bijvoorbeeld als ze 12 is en meer informatie heeft over het lichaam, over seks, over wensen en grenzen en over de wet. Dan komt er een nieuwe betekenis van de gebeurtenissen. En soms zie ik zo’n meisje weer op haar 21ste. Sommige mensen lukt het levenslang te zwijgen tot ze 70 worden en hun cognitieve vermogens achteruitgaan. In verzorgingshuizen krijgen ouderen soms nachtmerries over gebeurtenissen die soms zestig jaar geleden hebben plaatsgevonden.’

De recente reeks onthullingen van seksueel misbruik op de werkvloer heeft Bicanic met belangstelling gevolgd. ‘MeToo kan overal gebeuren, ook in het ziekenhuis. Ook artsen kunnen over de grens gaan bij patiënten en andersom, of patiënten of medisch personeel onderling. De medische wereld van artsen, verpleegkundigen en patiënten mag je gesloten noemen, want er komt maar heel zelden een melding terecht bij vertrouwenspersonen.’ Er is vrij veel onderzoek gedaan naar veiligheid in ziekenhuizen en misbruik blijkt amper te worden gemeld, zegt Bicanic. ‘Het UMC Utrecht heeft twaalfduizend medewerkers en nog veel meer patiënten. Er zijn geen misbruikvrije ziekenhuizen. Typisch voor misbruik is dat mensen denken dat het hun niet zal overkomen. Quatsch. We helpen het thema naar een hoger niveau door het probleem niet te negeren, maar door de dynamiek te begrijpen en te zien waarom het zo belangrijk is om ernaar te vragen.’

iva Bicanic

Ed van Rijswijk

Iva Bicanic (1972) is geboren en getogen in Nijmegen. Aan de VU studeerde ze – na een jaar geneeskunde in Leuven – bewegings-wetenschappen en psychologie. In 2006 ging ze werken als therapeut in het Landelijk Psychotraumacentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis, later werd ze er hoofd. Ze is drijvende kracht achter het Centrum Seksueel Geweld. Bicanic was te zien als studiogast in het BNNVARA-programma Verkracht of niet, na de documentaire Leaving Neverland over Michael Jackson. Komend jaar presenteert ze een reisprogramma over voormalig Joegoslavië. Ze werd dit jaar uitgeroepen tot Meest invloedrijke persoon in de publieke gezondheidszorg. Bicanic woont met haar man, zoon en dochter in Amersfoort.


lees ook


Download dit artikel (PDF)

interview Portret
  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Michiel Marlet, ex SCEN arts en ex vertrouwensarts , Warnsveld 05-08-2019 16:12

    "Iva Bicanic stelt dat het voor een arts relevant is om te weten welke stress het lichaam van de patiënt heeft moeten verduren toen die nog een ukkepukje was. Ik wil die stelling van harte ondersteunen. Zij haalt het verband aan gevonden tussen kinderen die langdurige traumatisering hebben ondergaan en COPD, hartproblemen, diabetes, botbreuken, overgewicht, depressie en suïcidepogingen. Als hulpverleners en met name de huisarts het levensverhaal van de patiënt kennen en ook aandacht hebben voor affectieve verwaarlozing die vaak niet door de patiënt genoemd wordt als hem naar nare ervaringen wordt gevraagd, zou dat kunnen helpen chronische stress waaronder affectieve verwaarlozing op te sporen en te behandelen. Hopelijk kunnen we zo voorkomen dat de patiënt SOLK ontwikkelt. Ik sprak veel patiënten met een euthanasiewens, velen van hen hadden een leven dat begonnen is met enige vorm van kindermishandeling en met name ook affectieve verwaarlozing. Velen hadden klachten waarvan een deel niet als SOLK herkend werd, laat staan dat er een gespecialiseerde SOLK aanpak was geprobeerd."

  • Myriam Lipovsky, Internist / Psychotherapeut 04-08-2019 14:08

    "Mooi en belangwekkend interview met Iva Bicanic, die zeer terecht het grote belang benoemt van het voorkomen en herkennen van seksueel misbruik nu of in de medische voorgeschiedenis. Terecht noemt zij zowel psychiatrische als diverse somatische klachten en diagnosen die zich later in het leven manifesteren als een gevolg van het misbruik. Aanvullend hieraan is het van belang om zich te realiseren dat seksueel geweld (en andere trauma’s) ook bovengemiddeld veel voorkomen bij SOLK-patienten. Hiernaar is veel onderzoek gedaan, zowel nationaal als internationaal*, waarbij blijkt dat indien er bij patiënten met SOLK misbruik in de voorgeschiedenis speelt, de klachten gemiddeld ernstiger en invaliderender zijn, dan bij SOLK-patienten zonder trauma in de voorgeschiedenis.
    Belangrijk om er alert op te zijn in de spreekkamer, de signalen op te vangen en hiernaar te vragen, mits dit zorgvuldig en empathisch gebeurt. Met name bij SOLKpatienten ligt dit gevoelig, omdat zij zich al snel medisch niet meer serieus genomen voelen als er te snel en onoordeelkundig naar trauma gevraagd wordt. De door Bicanic genoemde (soms subtiele) aanwijzingen van angst voor aanraking bij het lichamelijke onderzoek kunnen een belangrijke aanwijzing zijn (maar er zijn ook andere redenen voor aanrakingsangst!). Goed te weten dat het expertisecentrum de mogelijkheid biedt om artsen te ondersteunen in het benoemen van en omgaan met (vermoeden van) seksueel misbruik in de voorgeschiedenis.

    Dr. Myriam Lipovsky, internist / Psychotherapeut, Altrecht Psychosomatiek Eikenboom

    The prevalence and impact of early childhood trauma in Chronic Fatigue Syndrome. S. Kempke et al. J Psychiatr Res 2013; 47:664-9
    Childhood Abuse in Patients With Conversion Disorder. K. Roelofs et al.Am J Psychiatry 2002; 159:1908–13
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.